• Geboren op 24 oktober 1885 - Zichem
  • Overleden op 2 september 1968 - Ukkel , leeftijd bij overlijden: 82 jaar oud

 Ouders

 Relaties

  • Gehuwd op 29 oktober 1912, Mortsel, met Stephania Johanna Maria Vetter, geboren op 25 februari 1884 - Zutphen(Nederland), overleden op 9 oktober 1974 - Elsene leeftijd bij overlijden: 90 jaar oud

 Broers en zusters

 Notities

Aantekeningen

NOTE:Dooppeter= Henri Claes
Doopmeter=Maria Didden

Ontegensprekelijk de meest bekende Claes-afstammeling uit de famillie
Ziehier een korte levensbeschrijving zoals verschenen in april 1986 door het ErnestClaesgenootschap

Nest werd als zevende kind te Zichem geboren.
Het gezin Claes woonde op "De Worp" ,langs de weg Averbode -Zichem en moest hard labeuren om den brode.
Toch was het gezin niet onbemiddeld.Het bezat een eigen woning,een kleine veestapel en enkele eigen landerijen.
Vader Claes verdiende wat bij als boomkweker-hovenier en de lindeboom voor het huis werd door hem geplant.In 1902 kerfde Nest er nog zijn naam in.

Omstreeks 1892,na de kleuterklassen bij zuster Monica en Valentine ,kwam de wispelturige knaapin de doorpsschool terecht.Eerst bij de de ondermeester en daarna bij meester Bakelants .
Deze "strenge" meester had voor "het uitschot van de parochie" een kant van de speelplaats voorbehouden.
Schoolstraffen vormden een belangrijk deel van zijnleerprogramma.
In het tweede studiejaar werd Claes door een ernstige oorkwaal geplaagd en een paar maanden later werd hij met blindheid bedreigd.
Het jaar van zijn oogziekte leerde hij zijn vader kennen als een begenadigd vertelleren maakte hij kennis met de kracht van de taal.
Zijn leeshonger zal hij later op school stillen mat allerei middeltjes.
Zo kreeg hij van Bakelants gedaan om voor vader boeken mee te nemen uit de gemeentebibliotheek.
Tijdens de middagpauzes zat hij stiekeùm in een strafkamertje te lezen.
En in het omsalg van de Gewijde Geschiedenis camoefleerde hij lectuur zodat pastoor Minten dacht dat hij een gewijde roeping had.
Deze gerespecteerde ,goedmoedige dorpsherder fungeerde als inspiratiebron voor de hoofdfiguur Pastoor Munte in de Zichemse Novellen en voor pastoor Campens in Pastoor Campens Zaliger.
Voor vader Claes was het duidelijk dat zijn zoon wilde verder studeren en hij zocht hiervoor een oplossing.
Maar aan dit mooie toekomstperspectief kwam brutaal een einde toen zijn vader op 22 februarie 1895 overleed.
Moeder Claes,een werkzame krachtige vrouw ,bleef achter met 9 kinderen.
Ernest (10 jaar)werd ingeschakeld in het landbouwbedrijf .
Zijn voornaamste taak was de zorg voor het vee in de weiden langs de Letsgracht,sporadisch afgewisseld met clandestiene strooptochten ,hengelen met Wannes Raps,Victalis van Gille of de vissers van Veerle en jagen met de brouwer Adolf De Vos.
Hij werd ook tamboer van de fanfare"De St Jansvrienden".
Als smidsgast en schoenmakersgast probeerde hij aan de beklemming van zijn omgeving te ontkomen,doch de ambachtelijke vaardigheden waren voor hem niet weggelegd.

De Abdij van Averbode bood de uitkomst.
In november 1897 werd hij als drukkershulp in dienst genomen.Daar knoopte hij vriendschap aan met de redacteur Lodewijck Drijvers en pater Thomas Schoenaerts.
Schoenaerts gaf hem tijdens de middagpauze zangles,Frans en Latijn en bezorgde hem de nodige literatuur.
Ook voor de prelaat Monseigneur Gummarus Crets werd Ernest als verstandige jongen opgemerkt en hij zal de kosten voor Claes'studies in Herentals (en later ook die voor Leuven) op zich nemen.
Tussen de jonge Claes en prelaat Crets groeide een levenslange ,warme vriendschap.
Zijn band met de abdij en zijn bewoners werd door Ernest Claes herhaaldelijk beleden.

Van de herfst 1898 tot juli 1905 werd Claes "popklosser" ,een door de straatjeugd gebruikte spotnaam voor de leerlingen van het "Collège Patronné de Herentals".

Dit humanioraondericht dat velen voorbereidde tot het priesterschap werd volledig in het frans gegeven.

O0mdat Claes nog niet genoeg met die taal vertrouwd was ,werd hij eerst naar een voorbeidende klas gestuurd.
Zeven jaar lang logeerde hij met andere leerlingen in de Bovenrij,bij modiste en winkelierster Jozefina Janssens.

Zijn studen,tentijd te Herentals bracht hij in 1950 terug tot leven in zijn boek"Studentenkosthuis bij Fien Janssens".
Claes manifesteerde zich van meetaf aan als een ijverige en weetgierige jongen.
Op het einde van de "section préparatoire" behaalde hij op 18-jarige leeftijd de eerste prijs en een vermelding voor "Conduite et Application"

In de "sixième"(1899-1900) worstelde hij zich samen met zijn ùmedstudenten door de zware uurrooster met latijn als hoofdvak.

Alhoewel hij steeds tot de besten behoorde ,werd hem in de hogere cyclus "le prix d'exelence" geweigerd.
Wellicht was zijn militante houding tegen de verfransingsdruk daarvan de hoofdoorzaak.

Hij had een grote bewondering voor Rodenbach,overtrad regelmatig het schoolreglement ,nl de verpichting om met andere studenten Frans te spreken en trok tijdens de vakantie van zijn laatste collegejaren te voet naar de streng verboden vergaderingen van de Vlaamse "studentenbonden".

In het St Jozefscollege kwam Claes' literair talent tot bloei.
Gezelle,Multatuli,Nicolaas Beets en vooral Stij Streuvels waren zijn grote voorbeelden.

Van de leraars had vooral Kaspar de Puydt grote invloed op de jonge Claes.Deze leraar wees hem in jèuli 1899 de weg naar Dr Jozef De Cock ,professor aan de Leuvens Universiteit en hoofdredacteur van De Groene Linde.
In 1905-1906 werden in dit tijdschrift de eerste prozaproeven van Cla es gepubliceerd.
Ze waren sterk geinspireerd door het Streuveliaans model.
Claes kreeg de smaak van schrijven en publiceren te pakken.
In het voorlaatste collegejaar bekende hij aan Monseigneur Crets dat hij zich niet geroepen voelde om priester of kloosterling te worden.Monseigneur Crets stelde hem gerust :"Jongen,meent ge dat ik dat niet reeds lang gezien heb?".

Na het beeindigen van zijn humaniora werd zijn legerdienst een jaar uitgesteld en trad hij opnieuw in dienst bij de uitgeverij van Averbode doch deze keer als "Redacteur bij de Opstelraad van de Uitgaven van de Abdij".Zijn collega is Lodewijck Drijvers.

Voor het schrijven van oorspronkelijk werk had hij weinig tijd.Toch ontstond"Wroetersleven" en enkel'e niet-gepubliceerde opstellen.
In 1906 wakkerde bij Claes het verlangen naar de universiteit terug aan .
Aangemoedigd door De Puydt zocht hij verwoed naar een oplossing.

In 1906 werd Ernest Claes door de militaire keuringsraad te Diest geschikt bevonden voor legerdienst. Hij vroeg om ingelijfd te worden in de "Compagnie Universaire" zodat hij zich kon inschrijven als student eerste kandidatuur "philologie germanique".
In 1908 was hij gekazerneerd in het trieste gebouw aan de Tiensestraat te Leuven.
Tijdens de zomer werden er maneuvers gehouden in het kamp van Beverlo te Leopoldsburg.
Dit kamp beschrijft hij in Liber Amicorum dat hij zijn Limburgse vriend Jan Gruyters aanbood ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag.
In het boek "Ik was student" ging Claes uitvoerig in op deze levensfase.Hij had weinig lof over voor de officieren en onderofficieren die hem extra in de gaten hielden omdat hij "en tenue militaire" deelnam aan Vlaams-Waalse vechtpartijen.
Vanaf zijn eerste dag te Leuven was hij actief betrokken bij het studentenleven.De beruchte studentenleider Jef Vanden Eynde nam Claes op in de redaktie van het schalkse en hoogstaande blad " Ons Leven".
Op het eind van 1908 werd ,bij gebrek aan copij, een aantal schetsen over "De Witte " afgedrukt.
Zij wekten beroering onder zijn dorpsgenoten en bij academische overheid.
Tijdens het academiejaar 1909-1910 volgt Ernest Claes Constant Serneels op als hoofdredacteur van "Ons Leven".
Regelmatig werd hij als verantwoordelijk uitgever op het matje geroepen voor revolutionaire artikels waaronder een protestartikel van August Van Cauwelaert tegen het antivlaams optreden van de rectorele raad.
In zijn laatste Leuvens jaar wordt Claes aangesteld tot voorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond.
Als gevolg van deze bijkomende belasting moest hij zijn eindexamen uitstellen tot september 1910.
Hij slaagde maar moest zijn verhandeling over de "Novellen van Potgieter" nog afwerken.Pas in oktober 1912 behaalde hij zijn graad van Doctorin de Letteren en Wijsbegeerten.
Tot 1940 bleef hij lid van de Oudhoogstudentenbond van Brabant.

Frans Van Cauwelaert,Arnold Hendrix en Alfons Vande Perre hadden Claes' enthousiasme voor de Vlaamse zaak opgemerkt en zochten hem aan om de leiding van het "Katholiek Vlaams Sekretariaat" op zich te nemen dat de werking van de Katholieke Vlaamse Landsbond moest ondersteunen.

Na zijn eindexamen vertrok hij naar Antwerpen.Hij vervulde coördinerende en administratieve opdrachten.Maar voor Claes vormde de redactie van het nieuwe weekblad "Ons Volk Ontwaakt" het hoofdbestanddeel van zijn taak.Dit blad stelde zich tot doel op een zo ruim mogelijk gebied aan volksontwikkeling te doen.

Op 29 oktober 1912 ,kort na zijn promotie ,huwde hij te Mortsel met Stéphanie Vetter een zeer fijnzinnige maar niet zo produktief noordnederlands auteur.

Op 5 oktober 1913 werd hun zoon Eric geboren.In zijn boek "Kiki" beschrijft Ernest Claes de levensloop van zijn zoontje vanaf zijn geboorte tot zijn 7de levensjaar,de periode waarin de ouders het meeste vreugde aan hun kind beleven.
Claes'zorg voor een rustig en harmonieus familieleven deden hem uitkijken naar een stabielere,minder slopende en beter betaalde ambtenarenloopbaan die hem bovendien meer ruimte zou laten om zijn schrijversambities te verwezenlijken.

Op 22 september 1913 stelde hij zijn kandidatuur voor een vertalersfunctie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Hij werd benoemd en verhuisde met zijn gezin naar St Joost Ten Node bij Brussel.

De eerste wereldoorlog brak zijn huiselijk geluk abrupt af.Op 1 augustus 1914 werd hij gemobiliseerd en voegde zich bij de" Compagnie Universitaire" die ingezet werd rond Namen om de Maasforten te helpen verdedigen tegen de oprukkende Duitse troepen.Op 21 augustus nam zijn compagnie stellingen in rond het dorp Boninne.
De dag daarop werd hij zwaar gewond door 4 kogels en granaatscherven toen hij een gewonde Franse soldaat in veiligheid poogde te brengen.Hiervoor zal hem na de oorlog door z'n militaire oversten lof toegezwaaid worden.
Daegen later werd hij krijgsgevangen gemaakt en overgebracht naar het overbevolkte nonnenklooster van Champion,dat als veldhospitaaldienst deed.Door z'n talenkennis kon Claes eerst een beetje werken als tolk maar wordt later dan toch voor 10 dagen opgesloten in een cel in de gevangenis van Namen.In "Uit den oorlog,Namen 1914" beschrijft hij later de ellende uit deze periode.
Op 14 september 1914 wordt hij met 47 andere personen,Fransen,Algerijnen en Belgen, in een beestenwagen naar Duitsland getransporteerd.
Zo belandde hij,na een kort verblijf in een zieknkazerne te Gotha,in een krijgsgevangenkamp te Erfurt.De verveling en de heimwee waren groot.De door de dominee ter hand gestelde lectuur en de brieven en kaarten van zijn vrouw en van Heinrich Köhler uit Frankfurt ,die onrechtstreeks kontakt had met Stéphanie,brachten wat soelaas.
Over zijn ervaringen in dit krijgsgevangenkamp schreef hij "Bei uns in Deutschland".Hij werd echter ernstig ziek en uiteindelijk op 24 januarie 1915 bij een uitwisseling der "Roode Kruismannen" vrijgelaten.
Via Zwitserland belandde hij in Frankrijk,in Le Havre.Na werk als tolk en een functie op het Bureau Documentaire Belge werd hij op 9 februarie 1916 op basis van een nieuw geneeskundig onderzoek vrijgesteld van verder militaire verplichtingen gereformeerd.
De dag daarop vertoefde Claes reeds terug in gezelschap van zijn collega's uit het parlementop het officieel Belgisch Commiteit van Hulpbetoon aan Vluchtelingen.Hier verdiende hij een volle maandwedde die het mogelijk maakte dat Stéphanie en de kleine Eric vanuit Nederland konden overkomen .
Hoewel het saaie ambtenarenwerk hem verveelde volgde hij met grote interesse de ontwikkelingen aan het front.Hij ontmoette geregeld Frans Van Cauwelaert en Alfons Vande Perre met wie hij discuteerde over de Vlaamse Beweging.
Claes juichte de radicalisering toe ,die onder de Vlaamse soldaten was gegroeid onder invloed van de vaak vernederende behandeling door de Frans-sprekende officieren.
Reeds voor de oorlog had Claes een brochure samengesteld waarin hij zich aan de hand van cijfermateriaal verzette tegen het Franstalig karakter van het leger.
Hoewel activisme volgens hem aanvankelijk wat te hard van stapel liep,werd hij ontgoocheld over de laksheid van de regering en het uitblijven van bevredigende maatregelen ten gunste van de Vlaamse soldaat.
Dit deed zijn houding veranderen en op 27 augustus 1917 schrijft hij dan ook;3Ik ben thans ook activist"
Journalistiek en literair ging het Claes tijdens de oorlog voor de wind.Hij werkte aan het in Londen uitgegeven weekblad "De Stem van Belgie" en vanaf 1916 zond hij bijdragen naar "Vrij Belgie",een door Frans Van Cauwelaert en Julius Hoste in Den Haag uitgegeven periodiek.
Via Emiel ven Hullebroeck,die in Indië gereisd haden er realties had ,werd hij geintroduceerd bij de redactie van "Het Nieuws van den Dag van Nederlands Indië"waarvan hij een trouwe correspondent werd.
Ook op ander terreinen was Claes nog actief in Le Havre .Hij stichtte er een "Vmaamsche Kring" ,waagde zich in een uitgeversexperiment en hielp Nederlandse boeken bestellen voor de door minister Vazndervelde gepresideerde fonds "Gifts for Belgian Soldiers".
Op 21 november,na de wapenstilstand keerde Claes terug met de Belgische Parlementsleden naar Brussel ,waar hem een onaangename verassing wachtte.In z'n huis woonde een vreemde Brusselse familie en er was tot tweemaal toe ingebroken en gestolen.

De periode tussen de twee werledoorlogen is voor Claes een lange periode van ruste en continuïteitdie zijn literaire activiteieten gusntig beinvloedde.
Als eerste werkje "Oorlogsnovellen ","Uit mijn soldatentijd","Uit den oorlog","Namen 1914" en "Bei uns in Deutschland".
Deze werken werden bij het publiek goed onthaald en gaven hem enige bekendheid.
De grote doorbraak kwam echte met het verschijnen van "De Witte",waarvan reeds fragmenetn waren gepubliceerd in "Het Vlaamse land" ,"Vlaamse Arbeid" en "Groot-Nederland"Ondanks de veroordeling door twee belangrijke Nederlandse Katholieke opiniebladen en de onverschillige houding van de Vlaamse kritiek was de eerste oplage in minder dan 1 jaar uitverkocht.De verschillende heruitgaven zullen mekaar blijven opvolgen en ook vertalingen naar het Frans,Duits,Enels, hebreeuws,Spaans,Afrikaans, Deens ,Esperanto ,Sloveens, Tjechisch,Fins,en Russisch volgen.
De Witte vormde de aanloop tot een hele stroom verhalen waarin Claes zijn vertrouwde volksleven uitbeeldde;3Sichense novellen","De fanfare St Jansvrienden","Wannes Raps","Onze Smid","De heiligen van Sichem" ,"Toen Ons Lievevrouwke heuren beeweg deed"

Het leek alsof hij met deze werken ,waarin hij het geïdealiseerde ongeschonden land van zijn jeugd weer oproept,de oorlogsgruwel wilde ontvluchten.

"Het leven van Herman Coene","Kobeke" ,"Pastoor Campens Zaliger"....
"Het vulgaire leven van Charelken Dop" is een sarcastisch verhaal over oorlogspraktijken van een doortrapte middenstander.
In "Kiki" leeft hij zich in ,in de psychologie van een kind en met "De geschiedenis van Black" exploreert hij de mogelijkheden van een dierenverhaal.

Naast zijn literair werk van grotere omvang verleende Claes zijn medewerking aan talrijke kranten,weekbladen en tijdschriften.
Hij was een veelgevraagde gast om lezingen te houden,niet alleen in Belgie maar ook in Nederland en Duitsland.Hij boekte niet alleen succes op literair vlak maar ook professioneel.
In 1933 werd hij officieel benoemd tot directeur van het Beknopt Verslag van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Datzelfde jaar vernam hij dat de filmmaatschappij International Film Distributors "De Witte " wilden verfilmen,wat het jaar daarop ook gebeurde.
Op 13 september 1934 ging "De Witte" te Antwerpen in cinema Colloseum in première.

Als er uit Claes'proza soms mag blijken dat hij zich ver van de politieke en sociale werkelijkheid houdt dan bewijst de inhoud van nzijn artikels " Brieven in't Belgïe " voor 3 Het Nieuws van de Dag voor Nederlands -Indïe" wel het tegendeel.
Daarin toonde hij zich herhaaldelijk een vinnig waarnemer van de nationale en internationale politieke actualiteit.Op binnenlands politiek vlak sloten zijn ideeën nauw aan bij deze van de Frontpartij en kantte hij zich herhaaldelijk tegen het socialisme.
Hij was een aanhanger van de pacifistische idealen van de Fronters maar hoedde zich voor kortzichtige nïviteit.
Uit zijn artikels bleek ook een grote gehechtheid aan de Belgische dynastie maar anderzijds was hij een warm voorstander van een brede samenwerking met Nederland en van goede kontakten mat het Verenigd Koninkrijk.

Bij het begin van WO II vertrok het Bureau van de Kamer van Volksvertegenwoordigers naar Frankrijk.
Claes zelf bleef in eigen land en vond dat "wegvluchten" niet erg dapper.
Een aantal minder gelukkige aspecten van zijn gedrag tijdens WOII zullen hem na de bevrijding in opspraak brengen.

In de nazomer van 1940 werkte hij mee aan pogingen om de V.v.L. (Vereniging voor Letterkundigen) te hervormen tot een in gouwen opgedeelde Landskamer Voor Letterkunde,als onderdeel van een corporatischtische "Federatie van Vlaamse Kunstenaars".
Claes wordt de eerste voorzitter van de Brabantse gouw.
Ook had Claes commerciele banden met de de grote,nogal dubieuze boekendistributieketen Dechenne.
In 1941 reist hij verschillende weken naar Duitsland om te onderhandelen over de bouw van een Belgische filmstudio.
Nog ander feiten zullen hem ten kwade geduid worden o.a. een intervieuw in de "Brüsseler Zeitung" in 1940 ,waarvan hij dacht dat het voor Het Laatste Nieuws bedoeld was en waarin naar zijn zeggen "politieke bespiegelingen" stonden "waarover met geen woord gerept was geweest".
In brieven aan Julius Hoste en Kaspar De Puydt deed Claes de tegen hem ingebrachte beschuldigingen af als "futiliteiten".
Anderzijds werd in juli 1941 de verkoop van "Namen 1914" ,"Bei Uns in Deutschland" en "Oorlogsnovellen" stilgelegd wegens wrevel bij de heren van de Propaganda-abteilung over anti-Duitse passages in deze werken.
Velen maakten trouwens ,vanwege Claes'krediet bij de Duitse overheid omwille van zijn bekendheid ,gebruik om zijn bemiddeling te vragen voor allerlei betwistingen of gunsten.
Tegen het eind van WOII wist Claes met zekerheid dat een wrokkige medewerker van Beknopt Verslag een knipseldossier over hem aan het aanleggen was .Deze bundel werd aan verschillende instanties doorgespeeld en als gevolg daarvan raakte Claes in ernstige moeilijkheden.
Op 21 september 1944 werd hij door de Jeunesse Communiste zonder enig mandaat gearresteerd en opgesloten in de gevngenis van St Gillis .Deze ervaring resulteerd in het boek "Cel 269"
Hij wordt om gezondheidsredenen vrij gelaten en ervaart dan de pijn van de lange gerechtelijk procedure.
Op 7 december 1947 valt dan uiteindelijk de beslissing.
Claes wordt vollegig en onvoorwaardelijk vrijgesproken .
Twee jaar later in 1949 wordt alles nog eens overgedaan in beroep ,met hetzelfde besluit.
Een lange rehabilitatie kan beginnen.

Na de oorlog was Claes slechts voorzichtig terug beginnen te publiceren aanvankelijk zelfs onder het pseudoniem "G.Van Hasselt".
Zo verschijnt er "De Oude Moeder","Gebed van een Gevangene","Kerstnacht in de Gevangenis" en "Gerchtelijke Dwaling",werken waarin hij de repressie behandelde.
Met dezelfde schuilnaam ondertekende hij bijdragen in het satirische tijdschrift"Rommelpot" waardoor hij zich in 1947 opnieuw moeilijkhden met het gerecht op de hals haalde.
Pas in 1948 zal Claes zich opnieuw terug volledig literair kunnen engageren.

Na 1949 durfde Claes weer in de openbaarheid komen.Op Ernest Claes-avonden trad hij samen met Ast Fonteyne op.
Op 17 februari was hij te Mechelen te gast in het St Romboutscollege .
Het houden van voordrachten ,vooral voor het Davidsfonds werd een belangrijke bron van inkaomsten.
Van septemeber 1950 tot april 1951 hield hij 105 spreekbeurten.
Nadat hij zijn burgerlijke en politiek rechten had terug gekregen en opnieuw van zijn wedde mocht genieten,nam hij zich voor om het aantal lezingen te verminderen.
Alhoewel zijn hart het de laatste jaren zwaar te verduren had kon hij moeilijk afscheid nemen van het rechtstreeks kontakt met zijn lezers.
In 1954 stond hij nog twee à drie maal per week op het podium.
De politiek liet hem koud na alles wat hij had meegemaakt.
Zijn beste krachten wijdde hij aan de literatuur .In de 10 jaren die volgeden verschenen 18 werken.Hij reïntegreerde zich opnieuw in de culturele wereld en kreeg talrijke erefuncties toegeworpen.
In 1955 werd zijn 70ste verjaardag groots gevierd.
Het Katholiek Studentenkorps te Brussel benoemde hem tot "Commilito Honoris Causa".
In Antwerpen werd een nationale ErnestClaeshulde gehouden in de feestzaal van de Dierentuin.Claes ontving er het borstbeeld dat Albert Peols van hem maakte.
Ook werd hij overvloedig in de bloemen gezet bij de uitreiking van de prijs voor letterkunde van de vier Vlaamse Provincies in 1959,het verschijnen van de honderste editie van "De Witte" in 1964 en zijn tachtigste verjaardag in 1965.

Van overal klopte men bij hem aan voor bijdragen in albums,brochuresd,vriendeboeken...enz...
Zo schreef hij o.a. de inleiding van de Snoeck-almanak.
Ook de nog jonge Vlaamse Televisie ging niet aan de figuur van Ernest nClaes voorbij.
Als gides en verteller werd hij regelmatig betrokken in programma's en zijn verhalen vormden een inspiratiebron voor scenaristen van TV-spelen.
Het Schamel moederken in 1965 ,Pastoot Campens in 1958 en Jeroom en Benzamien in 1965

Na zijn overlijden volgden de reeksen :Wij Heren van Zichem,De moeder en de drie soldaten,daar is een mens verdronken en Charelke Dop.

Vanaf begin 1965 ging Claes' gezondheid danig achteruit.
In 1967 bracht hij een laatste bezoek aan zijn geboortehuis en in 1968 kwam het einde.
Hij overleed op 2 september in het Fond Roy-Instituut te Ukkel .
Op 6 september werd hij begraven te Averbode .
De pers bracht hem een laatste hulde.


























referentie: 11082

 Bronnen

  • Persoon: Herman Didden [@S1747@;; Date of Import: 23 okt 2002]
  • Geboorte, overlijden: DIDDENHageland.FTW 2 CALN; -Other;; Date of Import: 23 okt 2002
  • Gezin: Herman Didden

 Overzicht van de stamboom

Petrus Claes 1786-1855   Anna Digna Biesemans 1788-1860   Petrus Corten 1778-1856   Maria Anna Fonteyn 1777-1860        
|
8
  |
9
  |
10
  |
11
   



 


   
|   |    
Joannes Baptista Claes 1817-1887   Monica Corten 1817-1871    
|
4
  |
5
 



 
|  
Petrus Josephus Claes 1841-1895   Anna Maria Theresia Lemmens 1848-1925
|
2
  |
3



|
Andreas Josephus Ernestus Claes 1885-1968


  1. gw_v5_tour_1_title

    gw_v5_tour_1_content

  2. gw_v5_tour_2_title (1/7)

    gw_v5_tour_2_content

  3. gw_v5_tour_3_title (2/7)

    gw_v5_tour_3_content

  4. gw_v5_tour_3bis_title (2/7)

    gw_v5_tour_3bis_content

  5. gw_v5_tour_4_title (3/7)

    gw_v5_tour_4_content

  6. gw_v5_tour_5_title (4/7)

    gw_v5_tour_5_content

  7. gw_v5_tour_6_title (5/7)

    gw_v5_tour_6_content

  8. gw_v5_tour_8_title (6/7)

    gw_v5_tour_8_content

  9. gw_v5_tour_7_title (7/7)

    gw_v5_tour_7_content

  10. gw_v5_tour_9_title

    gw_v5_tour_9_content