Family Book



 DE BLEEKER’s, de DE LEYN’S, de VERMEERSCH’zen, de DOENS’zen…


zijn met z’n allen afstammelingen van de Quataerts- meer nog - Onze voorouders wàren quât-aert’s!

==================================================================================================

Woordje vooraf :Onze FAMILIEKRONIEK staat nog niet op GNN envolgende tekst moet zelfs nog 'bewerkt' wordenwant 'tekstverwerking' werd niet automatisch overgenomen! Project nog op stapel ;-)

Ja, we zijn met z’n allen afstammelingen van de Quataerts, niet alleen zij die deze naam dragen (=familienaam van de moeder van Virginie De Bleeker-De Leyn), maar door onze matriarche -beter gekend als ‘Mitje Bleekers’- zijn we het ook zo’n beetje via bloedlijn…Maar vooral zit er in deze familienaam uit de Polders een extra dimensie verstopt :letterlijk verwijst ‘Quataert’ niet zomaar naar een ‘kwaadaardig’ volk, maar naar de koppige, hardwerkende polderboeren die de pas ontgonnen, vruchtbare zware poldergronden in gebruik namen.Etymologische uitleg van de naam QUATAERTVolgens Frans Debrabandere in zijn "Woordenboek van de Familienamen in België & Noord Frankrijk" is de naamafgeleid van quaet : kwaad, slecht, boos, misdadig.Sommigen twijfelen terecht aan deze uitleg. Ze opteren eerder voor : afgeleid van quaede aerde = nieuwe aarde, meer bepaald de nieuwe aarde der drassige poldergronden in het Zuiden van Zeeuws Vlaanderen en het Noorden van West-Vlaanderen, alwaar onze voorouders woonden en werkzaam waren. In de polders leidt een benaming als "Kwade Straat" steevast naar een straat doorheen een lager liggend, niet bebouwd polderlandschap.Inderdaad, als we de diverse stambomen overlopen, dan zien we nogal wat over en de weer geloop tussen Zeeuws Vlaanderen en het Noorden van West-Vlaanderen : de ene generatie woont een polderboerenfamilie langs de ene kant van de grens, de volgende generatie boert dan weer langs de andere kant van de ‘schreve’, soms 'niet meer dan een bietenveld verderop'… Dat is het geval bij de Quataerts, de Boerjans, de Van Maldegems, de Doens’zen, enz.Zoals ik in mijn ‘verhaal over taal’ al noteerde :(…) nog even de grens over : met opa gingen we op gezette tijden naar de Zeeuwse familie (uit de ‘gemeente’ Oostburg); ik fietste regelmatig mee naar zijn nicht waar dan werd bijgepraat… Eigenlijk was er weinig of geen verschil tussen het Polder West-Vlaams van nicht en kozijn, doch de volgende generatie (leeftijdgenoten van ons moeke) sprak al met een Hollands tintje en mijn generatie is er al helemaal verhollandst, zij het met een Zeeuws accent…Het is nu eenmaal zo dat de invloed van media en onderwijs na de 2de W.O., het verschil tussen de beide Vlaanderen alleen maar heeft vergroot, ja ze zelfs van mekaar vervreemde.De ‘nieuwe aarde’ der ingepolderde gronden zou decennialang een goudmijn worden, zij het alleen voor harde werkers die er ‘in het zweet des aanschijns’ moesten labeuren. Die inpoldering rond Lapscheure werd geleid door de paters van de grote Gentse Sint-Pietersabdij (vandaar Sint-Pietersdijk en Sint-Pietershoeve); hier stond de wieg van bovengenoemde grote boerenfamilies, op één na want de De Bleekers waren inwijkelingen vanuit de arme zandgronden uit het Zuidoosten, meer bepaald vanuit Oedelem, Knesselare, Aalter,…Doch uitgerekend in die barre tijden in Oost-Vlaanderen beleefden de zwoegende polderboeren hun 'gouden eeuw'!NB - Ook de Van Hecke's uit Bellem kwamen naar de Polders : oma Hélène’s grootvader migreerde toen als bakker-winkelier naar Moerkerke en de Van Meenen’s, generatieslang kuipers, kwamen van Zomergem via Maldegem ook in Moerkerke terecht… ja, zelfs de ‘neringdoeners’ in de dorpskom konden toen een graantje meepikken.Aanvankelijk was het ongelooflijk hard zwoegen in moeilijke en pijnlijke omstandigheden : zelfs zakelijke stambomen met enkel namen en data vertellen hun verhaal!Laureyns De Leyn (1707-1778) en Jan Quataert (1710-1785),onze patriarchen uit de 18°eeuw (de GGGG-grootvaders van de ouders (xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx) trouwden met maar liefst vijf vrouwen - zeker niet om te benijden, heren - want de vorige vrouwen stierven jong in het kinderbed al dan niet met hun kind... En wij, wij stammen af van de vierde De Leyn moeder en de vijfde Quataert moeder - van de allergrootste prijs in de loterij gesproken of beter : wat een Godsgeschenk! Maar… hoeveel verdriet en frustratie steekt niet achter die kille opsommingen van namen en data!!!Na onderstaande ‘Noot van de redactie’ volgt de integrale tekst van familiepriester André De Bleeker, geschreven in 1983. Er is niets aan veranderd en wat ik er hier en daar heb aan toegevoegd staat vermeld (sic).

Deze familiekroniek van de De Bleeker’s kan in 3 delen worden opgesplitst :

(1) ‘de patriarchen’ : vanaf de 17°E (in Knesselare, Eeklo) tot 1864 (in Moerkerke);

(2) ‘de stichters’ : vanaf Cypriaan de Eerste tot en met 'de rampzalige jaren' van ‘Mitje Bleekers’ (in Lapscheure);

(3) ‘de heropbouwers’ die zich aanpasten aan de moderne landbouwtechnieken : Emiel De Bleeker vanaf 1902.

Strikt genomen hoort het 3°deel niet meer thuis in de rechte lijn van onze voorvader Cypriaan (de 2de) en zijn zus Genoveva, maar de kroniek van onze achterneef is een pareltje over enkele eeuwen Vlaamse landbouwgeschiedenis en daar mag niet in geknipt worden.Van de 15 kinderen van Petrus-Johannes De Bleeker (Pierjan, 1839-1884) en Viriginie de Leyn (Mitje Bleekers, 1844-1939) waren er 4 dochters met nazaten en slechts 3 zonen met nazaten waarvan slechts één zoon (Emiel) die de naam De Bleeker kon doorgeven :

1° Cypriaan, de oudste en vader van de grootvaders Oscar en Julien, die de boerenstiel voor bekeken hield en de eerste jaren van z’n huwelijk samen met z’n vrouw ‘herbergierde’ in het Oud Gemeentehuis te Lapscheure, alvorens zij naar Antwerpen ‘emigreerden’ en er hun boterhandel met zuivelproducten uit de Polders runden.NB - Tijdens de 12 jaar als herbergier was Cyper voorzitter van de vereniging "Bemint Elkander" en de opbrengst van zijn drinkavonden en festijnen ging naar de zieken en hulpbehoevenden van de parochie... een soort Mutualiteit avant-la-lettre.

2° Emiel, ‘de opvolger’ op de boerderij, met 4 zonen en (achter)kleinzonen De Bleeker.NB - Tijdens de magere oorlogsjaren ging opa Oscar's gezin 'hauwkes rapen' bij boer Bleekers (=tarwehalmen na oogst)!

3° René, de bakker-pattisier in Heist, met (klein)kinderen, maar zonder mannelijke nazaten.

EH A. De Bleeker telde in 1967 al 404 nakomelingen van onze betovergrootouders tot en met de generatie van o.a. mezelf, xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx nl. de achter-kleinkinderen van Cypriaan II (1866-1928) en zijn zus Genoveva De Bleeker (1867-1963).NB - De grootouders Oscar de Bleeker (zn. van Cypriaan D.B.) en Leo Doens (zn. van Genoveva D.B.) trouwden op dezelfde dag met de gezusters Hélène en Anna Van Meenen; hun (schoon)vader Pieter Van Meenen (alias Pier Leute) had de trouwschoenen der bruidegoms verwisseld... en zo is opa Oscar in te grote en grootva Leo in te kleine schoenen getrouwd!De ‘stichters’ ('Pierjan' & 'Mitje Bleekers') zijn twee van de 16 betovergrootouders die aanonze erfelijke factoren hebben meegewerkt.Hier volgend de integrale tekst van EH André De Bleeker

===============================================================================================

In de reeks “Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen”, uitgegeven bij Lannoo, Tielt (1971), onder redactie van dr. Luc Devliegher, deel 4 “De Zwinstreek” lezen wij op blz.130 volgende vermelding over de hoeve “Sint-Pietersdijckagie” :De twee oude hoevevleugels liggen in elkaars verlengde. In de vleugel huis-stal-wagenkot zit een uit 1744 gedateerde balk; in de gevel een steen met inschrift C.D.B. 1865; in het woonhuis schouw met tegelbekleding. In de gevel van de vleugel stal-schuur draagt een steen het inschrift P.J. de Bleeker - V. De Leyn 1877” - Ook foto's + tekst op Google, want geklasseerde hoeve!De hoeve “Sint-Pietersdyckagie” is een zeer typisch voorbeeld van de geleidelijke groei van een landbouwbedrijf naarmate de ingepolderde grond in gebruik werd genomen.Voorgeschiedenis - Gelegen in de noordoostelijke uithoek van het 7de begin en palend aan het 5de en 1ste begin van de Sint-Pietersdyckagie en verder aan de Pannepolder en het 27ste begin van de Sint-Jobspolder -zie kadastraal plan van Lapscheure, sector C en B waarvan fotocopie- werd deze hoeve in de ‘Berterdynghen’ der parochie van Lapscheure in 1680 vermeld als 42 of 0l, 91 r groot en bewoond door Pieter Maertens; in 1699 vermeld als 84 of 0l, 66 r groot en bewoond door Jacques Ryckaert; in 1726 vermeld als 112 of 2 l, 12 c groot en bewoond door Joseph Stul. In de laatste ‘Beterdynghe’ werd deze hofstede gerekend onder de 17 grote hofsteden van Lapscheure. Een uit 1744 gedateerde balk in de paardenstal laat vermoeden dat de hoevegebouwen (=woonhuis, stallen en bergschuur) toen compleet waren.

Eerst in 1864 kwam de familie De Bleeker op de hoeve “Sint-Pietersdyckagie” wonen.Zij maakten geen uitzondering op de bijna algemene regel, dat zovele boeren uit het Zuiden uitweken naar het Noorden, d.i. van de Zandstreek naar de Polders, getuige hiervan deDE BLEEKER stamboom die tot in de 17de eeuw werden opgezocht door priester André De Bleeker (en door oudste achter-achterkleindochter Greta uitgebreid) :

(13) Franciscus De Bleecker (fs. Christoffel 'Stoffel' fs Lieven van Evergem??), (Sleidinge?ca.1615 - Eeklo,1691) & Petronilla Dobbelaere (°Eeklo,1617, +Eeklo,1680)

(12) Guilelmus 'Guille' De Bleecker(e), (°Eeklo,1641, +Sint-Laureins,1701)& Catharina Vanden Hende (°ca.1641,+ Eeklo,1691)

(11) Joannes 'Jan' (I) De Bleecker(e), (°Eeklo,1669, +Knesselare,1724 & Petronella Haesaert, °Knesselare,1670)

(10) Joannes 'Jan' (II) De Bleecker(e),(°Knesselare,1699 - Aalter,1735) & Joanna Beuselinck, (°Aalter,1697, +Aalter,1751)

(9) Philippus 'Filips' De Bleecker(e), (°Aalter 1731 - Moerkerke,1783) & Pieternelle Boghaert, Moerkerke,1723, +Moerkerke,1774)

(8) Joannes-Franciscus 'Jan' (III) De Bleecker(e), (°Moerkerke, 1764, +Moerkerke,1832) & Maria Boerjan (Moerkerke,1770-1837)

(7) Cyprianus 'Cyper'(I) De Bleeker,(°Moerkerke,1809,+Brugge 1875)& Isabella Clara Van Acker,Moerkerke,1805, +Brugge,1877)

(6) Petrus Joannes 'Pierjan' De Bleeker(°Moerkerke,1839, +Lapscheure,1884)

(5) Cypriaan De Bleeker (°Lapscheure, 1866 - Lapscheure, 1928 + zus Genoveva :

(5) Genoveva De Bleeker, (°Lapscheure,1867, +Damme,1963 & Petrus 'Pier' Doens, (°Schoondijke-NL,1865, Moerkerke,1942)

(4) Oscar De Bleeker (°Lapscheure, 1896 †Damme, 1989) + Julien De Bleeker (Lapscheure,1899 - Moerkerke,1922) + Leo Doens (Lapscheure,1903, +Deurle,1999)

(3) xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

(2) Greta, Peter (†), xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

(1) xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx : OPGESTELD VOOR HEN & HUN (KINDS)KINDEREN! GP

Zo is ook de keuze van het familiewapen te verstaan, aldus de promotor E.H. A. De Bleeker: het Schild van het Brugse Vrije = een blauwe band op zilveren veld. De noordwesthoek van het Graafschap Vlaanderen of het landelijke gebied rond Brugge is inderdaad de eigen streek van onze familie. Het Brugse vrije is de streek waar onze familie wortel heeft geschoten, waar zij sedert eeuwen woont en zich helemaal thuis voelt (komende uit het Zuidoosten). Ons familiewapen prijkt boven de ingang van het paleis van Justitie op de Burg te Brugge, het vroegere Paleis van het Brugse Vrije. (A.D.B.)

Petrus Joannes De Bleeker huwde te Lapscheure op 28 juni 1864 met Virginia de Leyn.Muttie heeft haar overgrootmoeder Virginie nog bezocht in het bejaardenhuis te Damme. Als klein meisje reed ze samen met opa Oscar, ‘op de buize’ van z’n fiets. Terecht mogen we stellen dat Virginie de Leyn de matriarche van de talrijke nazaten van het geslacht De Bleeker is… ‘Mitje Bleekers’, een sterke vrouw die, ondanks hard werken en heel veel zorgen & verdriet… 95 jaar werd! (Lapscheure, 1844 - Damme,1939)Virginie was de dochter van Jacobus De Leyn en Genoveva Quataert. Zij en Pierjan De Bleeker kwamen wonen op de hoeve “Sint-Pietersdyckagie”, die zijn vader voor hem had aangekocht. Om het geschenk nog mooier te maken liet hij drie sierlijke wagenkoten bijbouwen en in de gevel een gedenksteen aanbrengen met het inschrift “C.D.B.1865” (=Cyprianus De Bleeker I). Toen de oude bergschuur bouwvallig was geworden lieten de jonge boeren een nieuwe stenen schuur bouwen en deze bedekken met een rieten dak. Een gedenksteen in de gevel “P.J. De Bleeker - V. De Leyn 1877” herinnert aan deze grote verbouwing. In 1928 werd het rietendak vervangen door een pannendak.De jonggehuwden droomden van een hoopvolle toekomst en waren niet bang de levensfakkel door te geven aan de volgende generaties. Zij brachten 15 kinderen ter wereld waarvan er 8 vroegtijdig stierven en 7 een gezin stichtten. (zie familiefoto van 1896, geboortejaar opa Oscar!).Wanneer wij het boek “De voornaamste feiten uit eene Eeuw Geschiedenis van den Belgischen Landbouw 1830-1930” geschreven door prof. J. Vanden Vaeren met voorwoord van M. Baels, minister van Landbouw, uitgegeven te Leuven in 1930 doorlezen, moeten wij vaststellen dat de uitbaters van de hoeve “Sint-Pietersdyckagie” geen uitzondering maakten op de algemene trend in de landbouw en veeteelt van ons land.In de tweede helft van de 19de eeuw kende de familie de Bleeker verschillende jaren van voorspoed maar ook perioden van tegenslagen en zware beproevingen in het gezin en op het bedrijf. De jonggehuwden kwamen er met de schrik van af toen de besmettelijke tyfus of veepest grote schade aanrichtte onder de Nederlandse veestapel, ook in Westelijk Zeeuws Vlaanderen, vlak bij de deur. Daar de vruchtbare klei in de Sint-Pietersdyckagie, de Sint-Jobspolder en de Pannepolder zeer goed was voor de graanteelt werd de winstgevende tarwe-teelt de spil van hun bedrijf.In de jaren 1860-1880 waren de tarweprijzen zeer hoog :voor 100kg tarwe kreeg men 31,15fr in 1860 - 23,11fr in 1865 - 29,34fr in1870 - 26,21fr in 1875 - 28,56fr in 1880.De opbrengsten per hectare beliepen 1400 à 1500fr de kg. Het was voor de jonge boeren een gulden tijd.Vanaf 1880 echter werd uit de U.S.A., Canada, Argentinië, Rusland en de Donaulanden meer en meer tarwe ingevoerd, met als gevolg dat de prijzen onheilspellend daalden :voor 100kg tarwe kreeg men : 19,89fr in 1885 - 19,74fr in 1890 - 15,52fr in 1893In 1894 werd het dieptepunt bereikt : 13,61fr en13,98fr in 1895 - 115,47fr in 1896 - 16,25fr in 1900 - 16,31fr in 1901 - 16,35fr in 1902Dit werd voor de tarweboeren een echte ramp. Bij de kostprijs berekening van de tarweteelt betekende dit een verlies dat opliep tot 30 à 40% in plaats van een flinke winst. Vele boeren konden hun verplichtingen met moeite naleven, namelijk hun werkvolk betalen, jaarlijks de pachtsommen neertellen en de geleende kapitalen + intrest terugbetalen. Verschillende polderboeren werden letterlijk en figuurlijk uitgeschud.Toen Petrus-Johannes De Bleeker op 21 april 1884 al te vroeg stierf -hij was nog geen 45jaar- bleef Virginie de Leyn met 9 minderjarige kinderen achter en er was er nog een op komst, terwijl er reeds 5 kinderen vroegtijdig waren overleden. Mitje Bleekers was klein maar dapper. Nadat het groot verdriet was geleden zette zij zich met de hulp van haar opgroeiende kinderen Cypriaan (18j., opa Oscar’s vader), Genoveva (17j., nonkel Leo’s moeder) en Sylvie (16j., broeder Longinus’ moeder) en haar vertrouwd personeel het werk van haar man voort.Maar om het hoofd te kunnen bieden aan de steeds verslechterende toestand werd zij verplicht een zware lening aan te gaan, een zogenaamde grosse.

zie kopie : Schuld opgemaakt door notaris René Fraeys te Brugge, dd 16 maar 1885. De geldschieter was de heer Eugène Van Heede, koopman tapysier te Brugge en dat voor de som van 20.000 fr. Terugbetaalbaar binnen de 10jaar, tegen een intrest van 4,50% ,Virginia De Leyn, weduwe van de heer Petrus Joannes De Bleeker , met haar 8 minderjarige kinderen en Cypriaan De Bleeker die pas meerderjarig was verklaard door de heer Vrederechter van het 3de Kanton te Brugge, waren in solidum (allen samen) verplicht deze lening aan te gaan en alle verplichtingen na te leven. Uit de grosse, de schuld van 16 maart 1885 pik ik enkele merkwaardige gegevens :1. Deze rekening was terugbetaalbaar binnen de 10 jaar. Zij mocht ook vroeger terugbetaald worden maar in schijven van 5.000fr mits vooropzeg van 3 maanden.2. De jaarlijkse intrest moest betaald worden op 16 maart in de handen van de geldschieter en ter zijner woonst in goede gangbare muntspeciën van goud en zilver en geenszins in bons, mandaten, bankbiljetten of andere muntverbeeldende voorwerpen.3. Om die lening van 20.000fr te bekomen werd de familie De Bleeker in solidum verplicht al hun onroerende goederen in pand te geven, nl. hun hofstede, 15ha96a95ca groot en de werkmanswoonsten, 39 à 60 ca groot waar de dagloners Andreas en Joannes Pycke met hun families woonden.4. De geldschieters wilden absolute zekerheid : de familie De Bleeker moest verklaren onder de straffen der wet dat de verpande onroerende goederen vrij, zuiver en onbezwaard waren van de hypothecaire inschrijvingen.Gedurende die 10 jaar (1885-1895) kon Mitje Bleekers de jaarlijkse intrest van 900fr in goud en zilver wel betalen, maar van teruggave van kapitaal, gedeeltelijk of volledig was er geen sprake want de tijden waren te slecht. De schuldenlast werd steeds maar groter. Op 16 januari 1891 maakte notaris René Fraeys te Brugge een nieuwe grosse-schuld (zie kopie) waarbij de heer Eugène Van Heede 5.000fr in leen gaf tegen de jaarlijkse intrest van 4% of van 4,50fr indien niet betaald werd binnen de maand na vervaldag en dit opnieuw voor 10 jaar.Daar de tarweprijs steeds maar daalde en in 1894 zijn dieptepunt bereikte, moest Mitje Bleekers smeken bij de heer Eugène Van Heede op 16 maart 1895 het kapitaal niet te moeten terugbetalen. Dat werd haar toegestaan, want wij lezen in de marge van de grosse-schuld : “Ontvangen van mijnheer René Fraeys, notaris te Brugge, betalende ter ontlasting der erven De Bleeker hier vernoemd de som van 20.000fr als kapitaal en 379,18fr als intrest tot heden, ontroep dezen grosse-schuld - Brugge den 5de september 1902.”Voor de tweede lening, de grosse-schuld van 16 januari 1891, gebeurde hetzelfde : de intrest werd tijdig in goud en zilver betaald maar de terugbetaling van het kapitaal liet eveneens opzich wachten, want we lezen in de marge :“Ontvangen van mijnheer René Fraeys, notaris te Brugge, betalende ter ontlasting der erven De Bleeker hierin genoemd, de som van 5.249,86fr kapitaal, jaarintrest en rato-intrest tot heden van huidige grosse-schuld. Brugge den 5de september 1901.”

In die moeilijke jaren traden zeven kinderen in het huwelijk en stonden ze voor zware overnamen en investeringskosten.

Op 26.11.1890 huwde Genoveva met Pieter Doens, landbouwers te Lapscheure.(ouders van nonkel Leo - 8 kinderen, 18 kleinkinderen, 44 achterkleinkinderen )

Op 10.09.1895 huwde Cypriaan met Euphrasia Van Maldegem, landbouwers en herbergiers te Lapscheure. (in het ‘Oud Gemeentehuis’ van Lapscheure - 3 kinderen, 7 kleinkinderen, 8 achterkleink., 2 achter-achterkl.k.)Op 22.09.1896 huwde Sylvie met Eduard Vermeersch, beenhouwer en handelaars te Moerkerke. (ouders van broeder Longinus, Oostakker - 12 kinderen, 21 kleinkinderen, 29 achterkleinkinderen )

Op 11.5.1897 huwde Emma met Leopold Blanckaert, landbouwers te Middelburg (Vl.)(7 kinderen, 10 kinderen, 7 kleinkinderen)

Op 11.6.1902 huwde Maria-Theresia met Camiel Van Acker, landbouwers te Moerkerke (5kinderen,…)

Op 7.7.1903 huwde Emiel met Eugenie Strubbe, landbouwers te Lapscheure (ouders van priester André De Bleeker die deze tekst en de stamboom opstelde en heemkundig onderzoek deed - 11 kinderen, 40 kleinkinderen)

Op 6.6.1904 huwde René met Euphrasie De Wilde, brood- en pasteibakkers te Heist aan zee (3 kinderen, 1 volw. + 2 kleinkinderen, 1 volw.)

De noodsituatie bleef voortduren tot in juli 1902, toen de volledige eigendom van de familie De Bleeker te gelde werd gemaakt, met instel op donderdag 17 juli en toeslag op donderdag 24 juli in de herberg “Den keizelijken Arend” Schouwburgplaats te Brugge.Het staat in het lang en het breed beschreven in de notariële akte opgemaakt door notaris René Fraeys (zie kopie). De totale koopsom bedroeg 62.225fr. + de boom-tronk-haag-en-vermaakprijs 4.470fr in totaal 66.695fr. voor 17ha 13a en 26ca. Daarvoor moest stande pede 25.629fr terugbetaald worden aan de heer Eugène Van Heede, wat dan ook gebeurde op 5 september 1902. De overschot 41.066fr werd onder de rechthebbenden verdeeld.Zo hebben Mitje Bleekers alias Virginia De Leyn en haar kinderen die zware crisisperiode doorworsteld en overleefd. In juli 1903 verliet zij de hoeve “Sint-Pietersdyckagie” en ging achtereenvolgens hier en daar wonen en sleet haar oude dag in het Sint-Janshospitaal te Damme, waar zij op 17 maart 1939 stierf in de hoge ouderdom van 95jaar. Toen wij haar vroegen te vertellen over vroegere jaren, besloot zij haar verhaal telkens met de woorden : “Sakkerjet, 't was hard maar wij sloegen er ons toch door!”

N.v.d.r. Mètje Bleeker’s ‘Sakkerdjet’ of ‘Sakkerdjé’ hoorde je in de jaren 60 nog regelmatig in Moerkerke; eigenlijk is het een mooie tegenhanger van al dat ‘gegodfer…’ Letterlijk betekent ‘Sakkerdjé’ : “Bij de heiligheid van God”; soortgelijke krachtwoorden vindt men ook onder Moslims en Joden; onze ‘godfers’ komen niet voor in ’t Arabisch of in’t Hebreeuws en als Joden dan toch eens willen ‘sakkeren’ (lett. Gods Heilige Naam aanroepen of Hem danken), dan gebeurt dat door Israëli in ’t Palestijns dialect, want ‘daar is de Bijbelse taal te gewijd voor’ (van schijn-heiligheid gesproken).

Emiel De Bleeker, de zoon en opvolger, huwde op 7 juli 1903 te Oostkerke met Eugenie Strubbe, dochter van Franciscus Aloysius en Rosalie De Vlieghere.Ook zij droomden van een hoopvolle toekomst op de hoeve “Sint-Pietersdyckagie” te Lap-scheure. Ook zij waren niet bang de levensfakkel door te geven aan de volgende generaties. Zij brachtten 11 kinderen ter wereld, waarvan 2 vroegtijdig stierven, 8 een gezin stichtten en de jongste priester werd ( = EH André De Bleeker die deze kroniek schreef in 1983 en de stamboom in ‘63).Als jonggehuwden kregen zij de zware last te dragen van een lening die Emiel de Bleeker had aangegaan bij weduwe Jacobus De Leyn - Barbara De Bleeker (tante Bâbe) te Moerkerke na de aankoop van de hoeve “Sint-Pietersdyckagie” te Lapscheure, 6ha 28a 20ca groot (NB de gronden tot bijna 1/3 herleid) en de overname van de gehele inboedel op 24 juli 1902. Deze lening bedroeg 27.300fr. en liep van 31 oktober 1902 tot 31 oktober 1917.In de notariële akte opgemaakt bij notaris René Fraeys te Brugge (zie kopie), nl. de grosse schuld lezen we een hele reeks strenge bepalingen… het was een echte hypothecaire lening. Ofwel heeft notaris René Fraeys de voorwaarden van de Grosse schulden van 1885 en 1891 mutatis mutandis overgeschreven; ofwel heeft tante Bâbe hoge eisen gesteld aan haar dierbare neef Emiel. In alle geval in goud en zilver moest er betaald worden zowel voor de jaarlijkse intrest als voor de teruggave van het kapitaal. Oorlogsgeld in 1917 was niet betrouwbaar, dus wachten tot na de oorlog. Wat een opluchting moet het geweest zijn voor neef Emiel en nicht Eugenie toen op 19 juni in de marge van de notariële akte werd geschreven : “Ontvangen van den Heer Emiel De Bleeker en Vrouw Eugenie Strubbe gezamenlijk te Lapscheure de som van 27.300fr in opleg en voldoening van het kapitaal, waarvan, volle kwitantie en ontlasting - Moerkerke den 19 juni 1919 - Weduwe De Leyn”.Wilden zij in die 39 jaren (1903-1942) hun boerderij winstgevend houden, dan moesten zij zich vlug aanpassen aan de snel veranderende omstandigheden. Ofschoon de opbrengst van de tarwe steeg tot 2.300kg per ha was de glorietijd van de tarweteelt voorgoed voorbij :Voor 100kg tarwe kreeg men in 1903 : 16,26fr - in 1907 : 18,69fr - in 1910 : 19,71fr.Andere teelten werden ingeschakeld en met goed succes. De prijzen waren rendabel en de opbrengsten waren goed. In 1910 waren dat voor haver : 2.430kg per ha - voor gerst 2.820kg per ha - voor erwten : 2.750kg per ha - voor bonen 2.160 kg per ha en voor klaver en luzerne: 2 sneden per jaar.Deze plantaardige veevoeders werden vlot verkocht aan de vervoerondernemers die voor hun ‘echte’ paardenkrachten veel voeder nodig hadden. Voor de 1ste wereldoorlog was Emiel De Bleeker (boer Bleekers) er ‘preus’ (fier) op dat hij tweemaal per jaar voor de maaitijd op het land verschillende percelen klaver en luzerne aan de Brugse vervoerondernemers kon verkopen en hen na de oogsttijd haver en gerst, erwten en bonen kon leveren.Al werkend en sparend hebben zij stuk voor stuk een eigendom van 21ha 26a en 30ca kunnen verwerven (zie kopie; alle koopakten zijn in mijn bezit, A.D.B.)(NVDR : details en koopsommen hier niet willen vermelden).

Wanneer in de twintiger jaren de motorisatie van het vervoer werd doorgevoerd, dacht de familie De Bleeker er aan zich meer op de veeteelt toe te leggen en de landbouw in dienst te stellen van de veeteelt.Ondertussen werkten steeds meer kinderen mee op de hoeve en in 1927 werd de laatste land-bouwwerkman ontslagen.Het machinepark werd steeds maar groter. ‘Boer Bleekers’ was één van de eerste Lapscheurse boeren die een zaaimachine, een maaimachine, een pikmachine, een dorsmachine met benzinemotor, een aardappelrooier en een meststoffenstrooier aankochten alsook een kuismachine.In de twintiger jaren werden door het Ministerie van Landbouw, het Landbouwcomice, de Belgische Boerenbond en de Verenigde Eigenaarsbond consulenten uitgezonden om aan de boeren raad en advies te geven over het gebruik van chemische meststoffen.Door de enen werden zij schoorvoetend gevolgd en er werd zout gestrooid en zwarte vette gesmeten (=stikstof en cyanide); het resultaat was niet zo dadelijk te zien, vooral niet als het weer tegenviel. Door de anderen werden zij uitgelachen met gezegdes als :“Onze polders en schorren hebben die giftige stoffen niet nodig en onze vette weiden evenmin” of : “G’ hebt gij zeker een nonkel die vetten verkoopt.”Wanneer Meester Antoine Vermeersch in 1925 begon met zijn landbouwvoordrachten en -avondlessen werd het vertrouwen, van vele boeren en boerenzonen gewonnen voor de nieuwe praktijen in de landbouw zoals grondontleding, geselecteerde zaaigranen en zaden, pootgoed en chemische meststoffen. De familie De Bleeker was bij de vooruitstrevende boeren die door oordeelkundige bemesting de opbrengsten van hun landbouwgewassen gestadig zagen stijgen. Van het allergrootste belang was het aanleren van rantsoenberekeningen voor het vee, vooral voor melkvee en jong vee.In de dertiger jaren waren de zuivelproducten (eieren, melk en boter) goed in trek bij de vaste klanten ter plaatse, te Brugge en te Knokke. Het aankweken van kalfvaarzen was de beste bron van inkomsten.Op 10 mei 1940 bestond de volledige veestapel van ‘boer Bleekers’ uit : (NVDR : geen details hier!)

Deze veestapel had de waarde van 148.750fr of de prijs van 3 hectares polderland.Toen brak de tweede wereldoorlog uit in West Europa. Na de 18 daagse veldtocht begon de Duitse bezetting en de rampzalige tijd der ‘coportie’, die door haar voortdurende veetellingen en vleesopeisingen de veeteelt ruïneerde…

Opgemaakt door E.H. André De Bleeker, 25 oktober 1983.

N.V.D.R.Emiel (1878-Middelburg,1957 x Oostkerke,1882 met Emilie Strubbe), de enige doorgever van de naam De Bleeker in de Vlaamse Polders én de ‘troonopvolger’ die met zijn gezin de familiehoeve doorheen de zware landbouwcrisis loodste en bij de eersten was om de nieuwste landbouwmethodes toe te passen (zie tekst van EH André De Bleeker), 11 kinderen waarvan de jongste :EH André De Bleeker (Lapscheure,1919-Tielt,1985), Emiel's jongste zoon, gewezen directeur en econoom van de Land -en Tuinbouwschool te Tielt (1953-1979) én de grote gangmaker van het familietijdschrift en stamboom DE BLEEKER).

Tot nu toe wonen er 'Bleekers' op de Sint-Pietersdijkhoeve, een hoeve die ondertussen geklasseerd werd als Vlaams Erfgoed. Maar... in 2014 staat de hoeve te koop!


Index