Family Book



 De vraag is waar te beginnen, in het heden of in het verleden. Het heden is duidelijk, ervan uitgaand dat ik besta, want dan ben ik! Ik ben Leo, of eigenlijk Walter, maar dat is een stukje familiegeschiedenis dat in deze niet zo belangrijk is. Ik ben een nakomeling in een gezin met 6 kinderen, die naar mijn bescheiden mening door hun ouders goed in het leven zijn gezet. Mijn vader was, net als zo velen in Tilburg werkzaam in de textielindustrie tot 1963, toen zijn werkgever, als 1 van de eersten, failliet ging. Hij is 38 jaar actief geweest in de textiel, meeste tijd als een stalenwever, een wat betere baan in de fabriek. Hij was verantwoordelijk voor het maken van de stalen, de voorbeelden van stoffen, waarmee de vertegenwoordigers dan de handel in gingen. Hij stond niet 'op de stuk', zoals dat heette, maar moest zorgen voor een goede kwaliteit stof. In de fabriek waren er meestal maar 1 of 2 stalenwevers. Na 1963 is hij werkzaam geweest bij Huize Puisoord, in de huishoudelijke dienst, immers de laatste elf jaar van zijn werkzame leven moest er toch brood op de plank komen. Geen slechte keuze, want hij was zichtbaar gelukkig met de hulp bij de verzorging van onze gehandicapte medemens. Hij heeft met veel plezier de tijd tot zijn pensionering daar doorgebracht. Mijn moeder heeft zich, zoals in die tijd normaal altijd geheel gewijd aan haar gezin. Het nakomeling zijn heeft zo zijn voordelen en nadelen. Een duidelijk nadeel is dat ik helaas niet lang van mijn ouders heb mogen genieten. Op mijn 19e verloor ik mijn moeder, op mijn 29e mijn vader. En ander nadeel is dat ik mijn grootouders eigenlijk niet gekend heb en daar dus ook weinig over kan vertellen. Van mijn grootouders van moeders kant weet ik eigenlijk niets, daar is thuis ook nooit zo veel over verteld, immers mijn moeder was ook het op 1 na jongste kind en de oorsprong van dat gezin lag dan ook wat verder in het verleden. Over de ouders van mijn vaders kant is wel wat meer verteld. Zo was algemeen bekend dat mijn vader zijn moeder ook al op jonge leeftijd had moeten afstaan, overleden aan een vleesboom, zoals men dat noemde, tegenwoordig zou men dat het uteruscarcinoom benoemen. In 1928 nog zeker een dodelijke ziekte. Mijn opa stond er dus al vroeg alleen voor met 6 kinderen. Mijn oudste tante, toen 17 jaar, heeft destijds de taak van moeder op zich genomen en heeft die taak tot haar trouwen vervuld. De rest was toen ook al op huwbare leeftijd of was al getrouwd. Mijn opa is nooit meer hertrouwd of heeft, voor zover ik weet, geen relatie meer gehad. Hij was net als mijn vader, zijn vader, zijn opa en zijn overgrootvader, een wever. Wie zat er ten tijde van de industriele revolutie in Tilburg nu niet in de textiel.


Zijn vader, Johannes Baptist van Pelt, gehuwd met Petronella Robben, ofwel Tiesje van Pelt en Pietje Robben, was naast wever ook kettingscheerder. Ik heb het geluk gehad in mijn jonge tijd een oudere heer van Pelt te mogen ontmoeten, die zich Tiesje van Pelt nog kon herinneren. Hij had er schuin tegenover gewoond in zijn jonge jaren en kon zich nog herinneren dat Tiesje vaak op het veldje naast zijn huis in de Meelstraat in Tilburg aan het kettingscheren was. Kettingscheren is het op de ketting zetten van de lange draden, die later als basis dienen voor de te weven stof. De ketting wordt met de opgerolde draden in het weefgetouw gelegd. Tiesje is in 1911 in Tilburg overleden, inmiddels honderd jaar geleden, dus op zich wel mooi dat je nog zo'n ontmoeting mag hebben in, ik dacht, 1978. Over de volgende generaties heb ik op dit moment niet zo veel te vertellen, tot nu toe heb ik weinig bijzonderheden kunnen vinden. De vader van Johannes Baptist was Johannes van Pelt, gehuwd met Maria Anna van Oolen, die dan weer een zoon is van Willem van Pelt, gehuwd met Willemijn Kruijssen, in de Franse tijd ook te vinden onder de naam Guillielaume. Ze krijgen 7 kinderen, waarvan de jongste twee al op jonge leeftijd overlijden. De oudste drie kinderen zijn zonen, welke later voor een flinke uitbreiding van het geslacht 'van Pelt' zullen zorgdragen. De tweede zoon wordt de stamvader van Norbertus van Pelt, in Tilburg beter bekend als Bart van Pelt. Hij stond aanvankelijk bekend als een rooie rakker, maar zou in deze tijd benoemd worden als een gerespecteerd lid van de PvdA. In diverse akten wordt hij van beroep aangeduid als propagandist. Hij heeft in de Tilburgse gemeenteraad de socialisten vertegenwoordigd en was dan ook een fervent voorvechter van een sociale samenleving. Later is hij ook nog in de Amsterdamse politiek actief geweest. In Tilburg is er een plein naar hem vernoemd, het Bart van Peltplein, gelegen in de wijk het Goirke, naast het Julianapark, onder de Tilburgers ook wel bekend als het geitenparkske. Bart was dus een achter-achterneef van mijn vader.

Weer een wat minder interessante periode. Hier gaan we over van de textielarbeiders naar de dagloners en de, kleine, landbouwers. De textiel moet dan eigenlijk nog echt beginnen. We schrijven dan inmiddels de 18e eeuw. De vader van Willem is Norbertus van Pelt, gehuwd met Anna Maria Leijten, die dan weer de zoon is van Metheus van Pelt, gehuwd met Johanna Maria van Meeuwen. Matheus brengt zijn leven voor het grootste deel aan de Hoeven door, een van de vele herdgangen in Tilburg. De Hoeven kan men plaatsen in het gebied rondom de huidige Reitse Hoevenstraat. Het huisje waar Metheus gewoond heeft moet in de buurt van de Tiendschuur gestaan hebben, voor de Tilburgers een herkenbaar stukje Tilburg. Bij zijn vader, Sijmon Janszoon van Pelt, begint een interessant stukje familiegeschiedenis. Misschien omdat het vinden en samenstellen van de stamboom daar beduidend moeilijker wordt, maar ook omdat de gebeurtenissen wat meer inhoud hebben. In eerste instantie is er van Sijmon niets te vinden. Wel naar het heden, maar niets naar het verleden. Sijmon trouwt op 1 november 1699 in Tilburg met Jenneke Mattheus Nouwens. In de akte staat dat hij in Tilburg geboren is en aen de Hoeven woont en 28 jaar is, zijn ouders overleden. Dat betekent dat hij dus in 1671 in Tilburg geboren moet zijn. Nergens iets te vinden, ook niet onder de patroniemen. Dan maar naar zijn vader proberen te zoeken, ene Jan van Pelt. Er wordt inderdaad een Jan van Pelt gevonden, maar die trouwt op 8 februari 1679 met Jenneken Peeter Hedericx (Smolders). Dit is acht jaar na het geboortejaar van Sijmon en Jenneken blijkt in 1699 nog te leven. De eerste conclusie is dus dat het niet klopt. Zou Sijmon dan niet in Tilburg geboren zijn, ga dan maar eens zoeken. Waar? In de omgeving, heel Nederland of misschien toch Overpelt en Neerpelt in Belgie, dat wordt een heidens karweitje. Maar eerst maar eens een bezoekje aan het archief in Tilburg, kijken of de schepenbank of het notariele archief iets brengt. In eerste instantie niets, maar toch weer een akte van die Jan en Jenneken, toch maar eens kijken. Een gouden greep, want in deze akte staat exact beschreven hoe de werkelijke situatie is. Sijmon blijkt de natuurlijke zoon, het buitenechtelijke kind, van Jan Sijmons van Pelt te zijn, 'geprocreert aen Lijbet Wouter Nouwens, met naeme Sijmon'. Zoeken dus naar Sijmon, zoon van Jan Sijmons (van Pelt) en Lijsbet Wouters (Nouwens). Niets, behalve dan Sijmon van Pelt, zoon van Jan Sijmons van Pelt en Sijken Wouters, gedoopt in de rooms katholieke kerk in Oisterwijk op 19 januari 1675, peter en meter zijn respectievelijk Aert Sijmons van Pelt en Joanna Alberts. De namen kloppen niet helemaal en de datum klopt al helemaal niet, toch is het de moeite om hier eens wat dieper op in te gaan, want zijn Sijken en Lijsbet afgeleide van Elisabeth en, ja, data klopten in die tijd niet altijd. Maar vier jaar is wel erg veel. In mijn speurwerk naar Wouters en Nouwens stuit ik op een trouwakte in Tilburg. Ariaen Geddaris van Hais trouwt op 13 februari 1678 met Sijke Wouter Nouwis. In de akte staat vermeld dat Sijke is geboren in Udenhout en woont aan de Heijkant in Tilburg. Iets wat ik op dat moment nog niet wist, maar later wel veelvuldig gebruik van heb moeten maken, is dat in die tijd de mensen uit Udenhout voor doop en trouwen naar de rooms katholieke kerk in Oisterwijk gingen. Of Sijke op het moment van geboorte van Sijmon nog in Udenhout woonde of al in de Heijkant was neergestreken blijft onduidelijk, maar het maakte wel aannemelijker dat Sijmon inderdaad in Tilburg geboren is, zoals in zijn trouwakte vermeld. Blijft de afwijkende datum. Hier gaat de peter Aert Sijmons van Pelt een belangrijke rol spelen. Hij blijkt een regelmatig bezoeker van schepenbank en notaris, waardoor de gehele familiesamenstelling duidelijk gaat worden. Uit diverse akten blijkt dat Aert Sijmons en Jan Sijmons volle broers zijn, en ook Sijmon wordt nogmaals vernoemd als natuurlijke zoon van Jan. Echter daarnaast worden er ook nog een Anthonius Sijmons en een Heijltje Sijmons vernoemd, zijnde halfbroer en halfzus van de beide broers. Wederom nergens iets in Tilburg te vinden voor wat betreft doop- en trouwgegevens, behalve dan een attestatie van de kerkeraad uit Gilze, waaruit blijkt dat Anthoni Sijmons van Pelt aldaar trouwt met Lijsken Jan Henderickx van Haaren op 27 mei 1668. Daarnaast ligt natuurlijk nog de reeds genoemde trouwakte van Jan van Pelt met Jenneken. Daarin staat dat Jan jongeman is, geboortigh van Riel en woonende alhier (Tilburg), maar helaas is er op de zoekmachine van het regionaal archief Tilburg niets in Gilze of Riel te vinden. Opvallend is overigens wel dat Sijmon steeds in de omgeving van zijn vader is. Het lijkt erop dat Sijken haar zoon heeft afgestaan aan zijn vader of dat ze vroeg is overleden. Het heeft in ieder geval wel tot gevolg dat ik nu Leo van Pelt heet en geen Leo Nouwens!

Het onderzoek gaat zich nu richten op de volgende Sijmon van Pelt, dit keer de vader van Anthonius, Heijltje, Aert en Jan. Misschien brengt een bezoekje aan het provinciaal archief in Den Bosch weer wat meer duidelijkheid, misschien zijn er daar wat meer gegevens uit de omliggende dorpen rond Tilburg. Een aardige, geoefende  medebezoeker is bereid me een beetje op weg te helpen en wijst me op een archiefbakje met de doopfiches uit Riel uit de gewenste periode. Geen volle bak, dus de moeite om maar eens door te nemen. Ongelooflijk maar waar, als snel wordt er een fiche uit gevist van Helwigis van Pelt, dochter van Sijmon Janssen van Pelt en Elisabetha, gedoopt 8 augustus 1632. Bingo!! Echter tot mijn verbazing wordt het fiche gevolgd door een fiche met Adrianus van Pelt, zoon van Sijmon Janssen van Pelt en Elisabetha, gedoopt 4 maart 1635. Verrassing, er is dus nog een familielid. Echter geen Anthonius, waar is die dan, in Gilze misschien? Toch maar even het hele bakje doornemen en gelukkig, niet voor niets. Anthonius den Bueter, zoon van Sijmon Janssen den Bueter en Elisabetha, gedoopt 31 maart 1628, maar meteen daarachter, ook weer, Maria den Bueter, dochter van Sijmon Janssen den Bueter en Elisabetha, gedoopt 9 januari 1631. Ben ik hier aangekomen bij het ontstaan van de familienaam of heeft dat Bueter een bijzondere betekenis? Het zegt me niets. Met deze informatie op zak besluit ik daar maar eens navraag over te doen in het archief in Tilburg. Ook hier brengen de ouwe getrouwen, ofwel de rotten in het vak, weer de nodige duidelijkheid. Bueter blijkt een dialect te zijn voor boeter, een ketelboeter, ofwel een koperslager, iemand die ketels klopt. Boeten is een oud-Nederlands woord voor kloppen. Pas veel later zal blijken dat Sijmon Janssen den Bueter van Pelt inderdaad een koperslager is en wordt het me ook duidelijk dat erg veel 'van Pelten' in Brabant en omgeving van oorsprong koperslagers zijn. Blijkbaar was er in Overpelt of Neerpelt, gelegen in het huidige Belgie, een soort van Hogeschool voor de Koperslagerij. In 1585 vestigt zich in Hilvarenbeek een zekere Jan Jan Smeeckens van (Over)Pelt met als beroep koperslager of ketelaar en herbergier. Op zijn perceel bevind zich ook een brouwerij, met koperen ketel! Zijn zoon, Henrick Janssen van Pelt vestigt zich in 1604 in Tilburg, samen met zijn vrouw Cathelijn Willem Aert Thielemans. In zijn certificatie staat dat hij koperslaeger ofte ketelaer is. Er is nog een zoon, Jan Janssen van Pelt, waar weinig over bekend is, tot nu toe. Uit het testament van Jan Jan Smeeckens van Pelt uit 1607 blijkt dat hij nog niet gehuwd is, maar dat na een eventueel huwelijk zijn erfdeel verandert. Ik vind een Jan Jan van Pelt veelvuldig in Riel terug, hij lijkt zelfs de vader van Sijmon Janssen van Pelt te zijn, mijn stamvader tot nu toe. Mogelijk heeft hij zich, in navolging van het voorbeeld van zijn broer, Henrick Janssen van Pelt, ook buiten Hilvarenbeek gevestigd, nu echter in Riel. Als deze Jan Janssen van Pelt dezelfde is als die uit Hilvarenbeek, dan is de oorsprong van de familienaam bereikt en zal dus verder gezocht moeten worden naar Smeekens, of Janssen natuurlijk, in Overpelt of Neerpelt.

Even terug naar het koperslagersvak. Een interessant boek wat dit onderwerp betreft is het boek van Knippenberg, De Teuten, ofwel buitengaanders van de Kempen. Dit boek handelt over een verschijnsel dat zich alleen in de Brabantse en Limburgse Kempen voordeed, en op wat mindere schaal in een gebiedje in Duitsland. Het gaat hier om rondtrekkende marskramers, die werken in de vorm van compagnieen en die altijd hun vaste verblijfplaats behouden. Omdat in de Kempen op agrarisch gebied niet veel te halen viel, hadden de bewoners behoefte aan nevenactiviteiten. Deze werden gevonden in de handel van produkten buitengaats. Dit verschijnsel begint eind 16e eeuw en loopt door tot het einde van de 19e eeuw. De produkten waren ook behoorlijk selectief, het ging vooral om koperprodukten, lakens en dekens, mensenhaar, potten en in mindere mate en pas later boter. Verder waren er ook nog de snijders ofwel castreerders, zij waren als het ware de eerste dierenartsen en waren zeer gedreven in het castreren van vee en de valkeniers. Over de koperslagers is best veel bekend. Naast de verkoop van koperwaren hielden ze zich ook bezig met het repareren van koperen ketels en gebruiksartikelen en het omruilen van beschadigde voorwerpen. Veel handel werd er gedreven met Holland, dat zich aan het begin van de gouden eeuw bevond en waar dus veel te halen was. Ook heeft een groep, hoofdzakelijk uit Bergeijk, goede zaken in Denemarken gedaan door het verwerven van monopolie-positie's. Aanvankelijk werd alles te voet gedaan, later kwamen ook paard en kar in beeld. Zomers werd er wat op het land gewerkt en in de winter werd er thuis overwinterd. In voor- en najaar werden de, soms lange, tochten gemaakt, meestal in groepsverband naar het te bestrijken gebied en ter plaatse alleen of met twee personen. Waarschijnlijk is Jan Jan Smeeckens zo een, vroege, Teut geweest. Hij heeft echter besloten zich in zijn handelsgebied te vestigen, mogelijk omdat hij op een Hilvarenbeekse vrouw, Heijltien Dielis Cornelis Aert Sijmonss Verschueren, verliefd is geworden en dus in Hilvarenbeek zijn toekomst wilde opbouwen. In Hilvarenbeek staat hij bekend als ketelaer en herbergier, maar het heeft er alle schijn van dat hij zich, net als zijn zonen, bezig is blijven houden met vervoer van materialen. Vooral van Henrick zijn er diverse civiele zaken bekend die gaan over het leveren en vervoeren van materialen. Ook van Aert Sijmons van Pelt is er een civiele zaak die gaat over het leveren van brood en andere winkelwaren. Zelfs hij, als mogelijke achterkleinzoon van Jan Jan Smeeckens van Pelt, lijkt nog in de handel te zitten. Verder is er een geschil te vinden, waarin Dielis Hendricx van Pelt, de zoon van Henrick Janssen van Pelt, is betrokken, aangaande een betaling van geleverd koperwerk, besteld bij een koopman te Aken. Zo zijn er nog een aantal geschillen, waaruit blijkt dat de familie van Pelt naast koperslagers ook zeker voerlui zijn gebleven.

Genoeg over de Teuten, laten we eens even terug gaan naar Jan Sijmons van Pelt. In 1675 wordt er dus een kind geboren, Sijmon, dat zijn nakomeling blijkt te zijn. Jan is geboren in Riel en volle broer van Aert Sijmons van Pelt, geboren uit het tweede huwelijk van Sijmon Janssen van Pelt met Anneken Aert Willemsen, zoals blijkt uit een schepenakte van het archief te Hilvarenbeek. Riel viel destijds onder de jurispredentie van de Vrijheijt ende Dingebanck van Hilvarenbeecq. Halfbroers en -zussen zijn Anthonius, Maria, Helwigis en Adrianus, allen geboren uir het eerste huwelijk met Elisabeth Adriaen Peters Rubbens. Deze naam is, voor de liefhebbers, alleen maar te vinden in de voogdijrekeningen van Sijmon Janssen van Pelt, betreffende zijn minderjarige kinderen. Ze zijn zeer goed bijgehouden door zijn zwagers Pauwel Adriaen Peter Rubbens, broer van Elisabeth, later als deze overlijdt door Willen Jacops Verbunth, de man van Jenneken Adriaen Peter Rubben, zus van Elisabeth, en Andries Goijaerts, de man van Michielken Janssen van Pelt, zus van Sijmon. Waarom is Michielken zijn zus? Daarvoor dient men gebruik te maken van het doopboek van de pastoor in Riel, hetgeen niet via de zoekmachine van het regionaal archief van Tilburg te raadplegen is, maar bij "inzien van bronnen". Door dit boekje van 21 bladzijden door te lopen ontdekt men de familie-verbanden van de familie van Pelt in die tijd. Sijmon en Michielken krijgen in dezelfde periode kinderen en men ziet telkens dezelfde peters en meters terug. Hieruit wordt ook duidelijk waarom het juist die twee personen zijn die later momboir en toeziender worden. De geboortes beginnen in 1627 bij Michielken en eindigen in 1635 met het vierde kind van Sijmon, Adrianus. Uit de voogdijrekening blijkt dat er uitverkocht wordt februari 1639, Elisabeth moet dus eind 1638 overleden zijn. Helaas zijn deze pastorie-boeken van Riel over die periode niet aanwezig. Wel is er in de studiezaal van het archief een microfiche aanwezig van de overlijdens in de periode van 1655-1678 van de koster van Riel, waarin nadrukkelijk de begraafdatum van Simon Janssen van Pelt, Anneken Sijmon van Pelt en Andries Goijaerts staat vermeld, respectievelijk 1659, 1660 en 1658. Gezien het krijgen van kinderen, moeten Sijmon en Michielken, als ze jong getrouwd zijn, rond 1607 geboren zijn en als het latertjes waren tussen 1587 en 1597. Steeds meer aanwijzingen lijken er op te wijzen dat Sijmon en Michielken kinderen zijn van Jan Jan van Pelt en Heijltien Cornelis Jan Meeussoon, die in Riel wonen. Jan Jan van Pelt komt ook veelvuldig voor in het doopboek van de pastoor in Riel. Echter is het de Jan Jan van Pelt die een nakomeling is van de Jan Jan Smeeckens van Pelt uit Hilvarenbeek, dat blijft vooralsnog de vraag?

Rest volgt!


Index