• Born - Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
  • Deceased 15 October 1695 - Leiden, Zuid-Holland, Netherlands
  • Buried 22 October 1695 - Leiden, Zuid-Holland, Netherlands
  • Instrument- en horlogemaker

 Parents

 Spouses and children

 Siblings

(display)

 Events


 Notes

Individual Note

Anthony wordt 30 juni 1653 als poorter te leiden aangenomen (getuigen: David van Lodesteyn en Louis van Vuren, Leiden Boekverkoper) 166. In 1654 is hij instrumentmaker van beroep.
Uit een acte van 22 juli 1655 : "Anthony Hoevenaer, mathematische instrumenten- en horlogemaker, wonende Kloksteeg, verklaart Dirck, zoon van Jan Jansz. de Block in de leer te nemen. Hij doet hem 6 jaar lang in de kost nemen en Dirck de Block moet betalen met 6 zilveren lepels of een zilveren zoutvat. De laatste 2 jaar zal De Block één uur per dag vrij hebben om tot lering van enige Consten te besteden".
Blijkbaar woonde Anthony in 1655 nog in de Kloksteeg te Leiden. Toen hij een jaar later een tweede huwelijk aanging nu met Elsgen Drijfloo werd zijn adres niet vermeld al zal hij toen waarschijnlijk nog in de Kloksteeg hebben gehuisd. In 1674 wordt hij vermeld als huurder van het pand Rapenburg 56 te Leiden; mogelijk huurde Anthony het huis al veel eerder, aangezien vanaf 1661 kinderen van hem vanaf het Rapenburg werden begraven. In 1680 werd dit pand door Abrabam van Alphen aan Anthony verkocht voor f 1200,-. Hij bleef dit huis bewonen tot aan zijn dood in 1696.
Als horloge- en instrumentmaker vestigde Anthony in dit pand zijn winkel en werkplaats. Hij moet een zeer bekwaam instrumentmaker zijn geweest. Deze bekwaamheid had hij blijkbaar geërfd via zijn moeder, die 3 broers had: Anthony, Henricus en Johannes Sneewint, alle 3 eveneens bekwame instrumentmakers. Anthony Sneewint had een zoon Willem, die horlogemaker was op de Buitenwatersloot te Delft . Overigens waren Henricus, zijn zuster Lucretia en zijn broers Anthony en Johannes vanaf 1646 tot 1668 achtereenvolgend eigenaar van het pand Rapenburg 71.
Op 25 Maart 1683 werd hij als volgt in het Album studiosorum der Leidse Hogeschool ingeschreven : "Antonius Hoevenaer, D' Prof" Volderi amanuensis quod ad instrumenta mathem." Daar Prof. de Volder de eerste was, die een verzameling natuurkundige instrumenten voor de Hogeschool aanlegde, mogen we aannemen, dat Anthony de eerste fysische instrumentmaker is geweest, die aan de Leidse universiteit verbonden was, tenzij Samuel van Musschenbroek al een dergelijke aansteling had gehad. Uffenbach , die in 1711 Leiden bezocht, vermeldt, dat op het voetstuk van het grote quadrant op de sterrenwacht, datdoor Vossius aan W.J.Blaeu werd toegeschreven, een messingplaat was aangebracht met de inscriptie "Antonius Hoevenaer fecit Leidae", waaruit hij opmaakte, dat Anthony het quadrant gemaakt zou hebben onder leiding van Blaeu. Het is echter ook zeer goed mogelijk, dat Anthony alleen de opstelling van het quadrant was opgedragen. Wel prees Uffenbach hem als een goed instrumentmaker. Enkele instrumenten, zoals twee proportionaal passers (een in het Stedelijk museum de Lakenhal te Leiden en de ander in het Rijksmuseum voor de Geschiedenis der Natuurwetenschappen eveneens te Leiden), een zonnewijzertje (in het Fysisch laboratorium te Utrecht), een hangklok met vijf wijzerplaten (in het Rijksmuseum voor de Geschiedenis der Natuurwetenschappen te Leiden) en enkele horloges zijn nog van hem bewaardgebleven. Recentelijk dook ook een fraaie staande klok van hem op die nu in het bezit is van het Rijksmuseum voor de geschiedenis der Natuurwetenschappen te Leiden.
Anthony verhandelde echter niet alleen zijn eigen produkten, zo bood hij in een advertentie in de Leidsche Courant van 8 december 1692 aan: "een geometrisch instrument met zijn toebehoren om prima minuten mede te meten, benevens nog enige andere instrumenten door (zijn collega) Jacobus de Steur tot Leiden gemaakt". Op 10 april 1676 werd Anthony veroordeeld voor overspel met zijn dienstmaagd Maartje Jans en dood door schuld; eis: verklaring van eerloosheid en meinedigheid, verbod ooit nog enig ambt uit te oefenen, 12 jaar verbanning uit H. en W.F. en O; vonnis: verklaring van eerloosheid en meinedigheid, verbod ooit nog enig ambt uit te oefenen en een boete van f.200.- J .
Toen Anthony in 1695 overleed werd een boedelinventaris opgemaakt die ons allereerst een inzicht geeft in de indeling en het gebruik van zijn huis, ook al maakt het geheel een vrij incomplete indruk:
Boven wordt slechts een turfzolder genoemd, met een hoeveelheid turf, wat beddegoed en enkele kleerstokken. Op de eerste verdieping lag aan het Rapenburg als belangrijkste vertrek de bovenvoorkamer. Hier stond een grote kast vol met linnengoed, met erop geplaatst wat aardewerk en porselein. Ook voor de schoorsteen stond porselein opgesteld zoals dat juist in die jaren populair werd. Het meubilair bestond verder uit een tafel met kleed, vijf stoelen en een zetel waarop zes trijpte kussens lagen. Samen met een schoorsteenkleed wordt een behangsel genoemd, dat wel zal hebben behoord bij een ledikant of bedstede, ook al wordt het beddegoed zelf niet vermeld met uitzondering van een drietal dekens. Aan de wand hing een spiegel en voor de twee ramen hingen linnen glasgordijnen. Op de vloer lagenmatten. Wat kleding en een pruik met pruikebol maken duidelijk dat dit de kamer was van Anthony Hoevenaer zelf, die hier ook enkele objekten uit zijn winkel had liggen, wat horloges en onderdelen daarvan, zoals buitenkasten, snarewerk met zogenaamde onrusten, een wijzende maan en minutenwijzer en wat kettingwerk. De achterkamer werd heel wat summierder beschreven; hier wel een bed met beddegoed, verder vier stoelen en aan de muur drie schilderijtjes en drie prentjes.
Beneden betrof de keuken eerder een pronkkeuken waarin niet werd gekookt; daarop wijzen de zes hier genoemde schilderijen en spiegel, het aardewerk voor de schoorsteen en de aanwezigheid van meubilairbestaande uit een tafel met een zetel en zes stoelen, met erop zes zitkussens. Ook in de gang hing een zevental schilderijen en was wat aardewerk en porselein tegen de wand geplaatst. Het achterkeukentje bij de plaats zal de feitelijke kookkeuken zijn geweest. Hier trof men dan ook een hoeveelheid keukengerei, al was er ook hier wat sieraardewerk voor de schoorsteen geplaatst. Een tafel en wat verschillende stoelen vormden verder het meubilair. De meeste plaats beneden werd echter ingenomen door het voorhuis. Hoewel hier een tweetal schilderijen hing was deze ruimte toch vooral in gebruik alswinkel en werkplaats. Een tweetal klokken en een reeks instrumenten, waaronder behalve astrobalia, perspectiefinstrumenten en kleine meetinstrumenten ook een enkele proportioneelpasser met dertien linien van Gottman, maakten de voorraad uit. Aan gereedschappen treffen we er een draaibank, aambeeld, schroeven, verder zagen, tangen, schaven, een boor, bijtels, linealen, winkelhaken, passers en verschelde houten patronen.
Uit Anthony's testamentaire dispositie uit 1688 , toen zijn zoon Simon die toen al enige jaren was getrouwd 25 jaar oud werd, blijkt overigens niet veel waardering voor deze zoon aan wie slechts de naakte legitieme portie werd toegekend, tenzij hij liever had "te eligeren ende verkiesen de ganssche winckel met sijn toebehooren, daeronder begreepen al 't welck dat bevonden sal werden noch niet geheel opgemaeckt te sijn"; in dat geval kwam de winkel in plaats van Simons legitieme portie. De verdere erfenis werd nagelaten aan Anthony's minderjarige dochter Sibille uit zijn derde huwelijk en aan de kinderen van zijn broer Jacob Hoevenaer. Als Voogden waren aangewezen twee vrienden van Anthony, die na diens dood het Rapenburghuis verkochten voor slechts f 790,- .
Na een aantal jaren in andere handen te zijn geweest werd dit huis alsnog eigendom van Simon doordat deze het aankocht voor f 700,-.

Anthony Hoevenaer, horlogemaker, wedn. van Marya Moyses, wonende in de Clocksteech vergeseld met Jan Hermans sijn bekende, mede aldaer et Elsgen Symonsdr. van Drijfloo, j.d. van Leyden, wonende op de Haarlemmerstraat vergeseld met Aeghten Quirings van Boshuisen haar moeder, mede aldaer.

Op 18 juni 1661 (Hooglandsekerk), 22 juli 1676 (Pieterskerk) en 14-10-1679 (Pieterskerk) zijn er niet met name genoemde kinderen van Anthony overleden.

  Photos and archival records

{{ media.title }}

{{ media.short_title }}
{{ media.date_translated }}



  1. gw_v5_tour_1_title

    gw_v5_tour_1_content

  2. gw_v5_tour_2_title (1/7)

    gw_v5_tour_2_content

  3. gw_v5_tour_3_title (2/7)

    gw_v5_tour_3_content

  4. gw_v5_tour_3bis_title (2/7)

    gw_v5_tour_3bis_content

  5. gw_v5_tour_4_title (3/7)

    gw_v5_tour_4_content

  6. gw_v5_tour_5_title (4/7)

    gw_v5_tour_5_content

  7. gw_v5_tour_6_title (5/7)

    gw_v5_tour_6_content

  8. gw_v5_tour_8_title (6/7)

    gw_v5_tour_8_content

  9. gw_v5_tour_7_title (7/7)

    gw_v5_tour_7_content

  10. gw_v5_tour_9_title

    gw_v5_tour_9_content