Familiekroniek




Wapen_Van_Dorssen.jpg

INTRODUCTION

Dear van Dorssen’s,

This is the only regular updated Van Dorssen family site. More sites are available at the internet however they all are incomplete.

The research into the background of the Van Dorssen family originate from Dr. Sybren van Dorssen, a chemist from Deventer, who was, from 1920 till his death in 1957, a very active researcher into the family history. This extended to engaging professionals to aid him in his quest. The most important profesional was Gerardus van Klaveren Pzn. 8-9-1888 - 8-12-1965 who left behind various studies about the history of Utrecht.

Later research was carried out by Pieter Jacobus van Dorssen in the 1960’s.

Dr. George van Dorssen took over from Pieter J. and most of the details in this website were provided by his thorough research into the background of the Van Dorssen family. He traced back to the 14th century, but there are still missing links, and was able to join most of the various groups of the ‘ Van Dorssen family’ into two branches, Amersfoort and Jutphaas.

Since Dr. George’s death Hans van Dorssen, of Malvern, Victoria, Australia has maintained e-mail contact with the then known Van Dorssen’s. Hans deceased June 14, 2013.

The family tree is now up to date with all known details from the 14th century until now.

I, Piet van Dorssen, have become again involved since my retirement in 2009 with the family history and have obtained copies of all Dr. George’s records. These have been combined with Hans’ records.

I welcome details of any corrections, changes, additions, death and birth of family members complete with date of birth and death, etc. to keep the family tree up-to-date.

P.J. van Dorssen, Karveel 33-19, 8231 BH, Lelystad. NLE-mail: pietvandorssen@gmail.com

Dit is de familiestamboom van de familie Van Dorssen.Vanaf september 2009 is deze regelmatig bijgewerkt.Alhoewel er op internet meer fragmenten van Van Dorssen stambomen te vinden zijn is dit de enige die met grote regelmaat wordt aangepast.

De belangrijkste onderzoeker vóór de oorlog was Gerardus van Klaveren Pzn. 8-9-1888 - 8-12-1965 die verschillende studies heeft achtergelaten over de geschiedenis van Utrecht bij Het Utrechts Archief. Van Klaveren werkt vanaf 1-8-1906 bij het Archief van Utrecht. Op 1-8-1946 vierde hij daar zijn 40-jarig jubileum.Hij was medewerker (hoofdcommies) bij het gemeentearchief van Utrecht (1906-1953).Borstbeeld van voren.G.van_Klaveren_Pzn.jpg

Hij werkte in opdracht van Dr. Sybren van Dorssen 1882 - 1957, chemicus en leraar in Deventer, aan de Van Dorssen stamboom.In de jaren 60 van de twintigste eeuw heb ik een aantal jaren getracht de familiegegevens bij te houden en uit te breiden tot het gezin en het dagelijks werk teveel invloed gingen krijgen.Tussen 1980 en 1990 werd de draad weer opgepakt door Dr. George (Johan George) van Dorssen die helaas in 1999 vroegtijdig overleed.Opnieuw kwam een Van Dorssen, nu in Australië, zich melden om het werk voort te zetten: Hans van Dorssen 1932 - 2013 uit Malvern.Bij mijn pensionering in 2009 heb ik op verzoek van Hans het familieonderzoek weer op mij genomen en tot op vandaag, met gebruikmaking van de moderne social media, contact onderhouden met Van Dorssen wereldwijd en de stamboom verder uitgebreid.

Graag word ik op de hoogte gehouden van wijzigingen in de familie door geboorte, huwelijk of overlijden.Aankondigingen kunnen of via de mail of per post aan mij worden toegestuurd.

Hebt u er vragen over of heeft u aanvullende gegevens en of opmerkingen over de juistheid van de gegevens wilt u mij dan via e-mail benaderen?

Piet van Dorssen

LelystadKarveel 33-19NL 8231 BH LelystadTelephone +31 320 247199e-mail: pietvandorssen@gmail.comTwitter: http://twitter.com/pietvandorssen

Samenvatting

 1 - Waar komt de naam Van Dorssen vandaan?

In de tijd dat langs de oevers van de rivier de Vecht grote ontginningen begonnen vanaf het jaar 1000 bestond er al bewoning in de vorm van nederzettingen.Op de plek waar in de 13e eeuw het kasteel en het stadje Vreeland zijn gebouwd, kan al rond de 7e/8e eeuw een nederzetting met de naam Dorssen (of Dorsken/Dursken) worden gesitueerd, en wel op grond van de namen van het Dorsseveen en de Dorssewaard, beide grenzend aan de oost- en noord-oostzijde van Vreeland. Na de stichting van kasteel en stadje Vreeland, is de naam levend gebleven als familienaam. Zo verkocht ene Nicolaas van Dorssen, knape, in 1297 44 morgenland, verspreid over verschillende percelen, niet toevallig alle gelegen in de directe omgeving van Vreeland.

Archeologische bewijzen zijn hiervan nog niet gevonden, maar in de literatuur wordt hier wel van uit gegaan, hierbij onder meer verwijzend naar oude naamgevingen als de Dorssewaardse polder, die tegen Vreeland aanligt. Sinds het jaar 1265 heeft Vreeland stadsrechten. Rond 1253 werd het slot 'Vredelant' gebouwd in opdracht van de Utrechtse bisschop Hendrik van Vianden. Op de grens van de provincie Utrecht en Noord-Holland liet de bisschop dit slot bouwen op een ietwat verhoogde plek in het landschap langs de Vecht, aan de huidige kleizuwe.

Met de bouw van het kasteel wilde de bisschop aan de ene kant de leenmannen van Holland (de Heren van Aemstel) in bedwang houden, aan de andere kant wilde hij voorkomen dat er een tol zou worden geheven op de Vecht. Dit was van groot belang, want veel handel werd gedreven via de Vecht die voor Utrecht de verbinding vormde met de Zuiderzee (IJsselmeer) en Oostzee. De bouw van het kasteel bracht veel bedrijvigheid met zich mee en al gauw groeide er een kleine nederzetting met ambachtslieden, een smid, een herbergier, etc. De bisschop was hiermee erg tevreden en gaf deze nederzetting al in 1265 stadsrechten (nog eerder dan Amsterdam). Tegelijk met de bouw van de Dom te Utrecht, liet de bisschop ook te Vreeland een kerk bouwen. en eind 16e eeuw werden de stadsrechten weer ontnomen. Sindsdien is het huidige Vreeland een dorp. Het slot Vredelant kent een roerig verleden en heeft een grote rol gespeeld in de Nederlandse geschiedenis. Het is meermalen belegerd, onder meer door Graaf Floris V, om de gebroeders van Aemstel uit het slot te krijgen.

Het kasteel kent waarschijnlijk ook het oudste gebruik van buskruit in Nederland. Het kasteel wordt ook wel het 'pandslot' genoemd, omdat het zo vaak werd verpand om aan geldelijke middelen te komen. Veel onenigheid ontstond ook - vroeg of laat - na het weer in onderpand geven van het kasteel. De oude muren van het oude slot zijn in 1528/1529 geslecht. Met de stenen werd de dwangburcht Vredeburg te Utrecht gebouwd. In de 17e eeuw waren er plannen om Vreeland tot Ridderhofstad te maken. Hiertoe zou het oude slot weer worden opgebouwd. Hoewel een opgravingsplattegrond van de fundamenten uit 1653 bekend is, kwam het er echter niet van. Er werd een aanzet gegeven in de vorm van een klein huisje op de opgegraven fundamenten, maar dit had een politiek motief: slechts diegene met een Ridderhofstad kwam in aanmerking zitting te nemen in de Raad van Staten. Tegenwoordig ligt het huidige archeologische monument onder een grastapijt, in de jaren '70 nog in gebruik als voetbalveld van de club Sperwer. Op dit moment kent het terrein een functie als 'speelveld'

 2 - Tijdrekening

Verder is het van belang te weten dat wij in de Nederlanden bij de dateringen in de 16de en 17de eeuw te maken hadden met twee kalenders, t.w.

in de zuidelijke Nederlanden, Holland en Zeeland :

* de Juliaanse kalender tot en met 1582;

* de Gregoriaanse kalender vanaf 1583;

in Utrecht en de overige provincies :

* de Juliaanse kalender tot 1700/1701;

* de Gregoriaanse kalender daarna.

Het verschil tussen de Juliaanse en de Gregoriaanse kalender was tien dagen, d.w.z. men moest tien dagen bij de Juliaanse datum bijtellen. In acten en brieven werd de Juliaanse datering aangeduid met O.S. (= oude stijl) of S.V. (= stilo veteri) terwijl de Gregoriaanse tijdrekening werd vermeld als N.S. (= nieuwe stijl) of S.N. (= stilo novo).

Doordat een deel van onze familiegeschiedenis zich afspeelt in Utrecht hebben wij met dit tijdsverschil te maken. Indien niet uitdrukkelijk in de genealogie vermeld, zijn de genoteerde data in het Utrechtse gebied vóór december 1700 aan te merken als O.S.

 3 - Family stories and anecdotes:

Below you will find family stories and photos. If you have an interesting story together with photo's to be shared with other family members please mail!

The photo below is of Gijsbertus van Dorssen and family, Family Drijber and Family Umlauf von Biberfort. The photo was taken at Bronbeek, a retirement home in Holland for ex-army personnel for the engagement of Mitzie and Kato in 1921. They married December 6, 1921.

 4 - Familie verhalen en anecdotes:

Onderstaande foto is in 1921 in Bronbeek genomen ter gelegenheid van de verloving van Marie Johanna van Dorssen (Mitzie) geb. 15-5-1899 met Katharinus Jacobus Jan Drijber (Kato) geb. 13-11-1897.Zij trouwden op 6 december 1921.

067drybervandorssenfamilies.jpg

TO AUSTRALIA EMIGRATED VAN DORSSEN'S

Several Van Dorssen families decided shorly after the war to emigrate to Australia to build a new life.

Family 1

Below is the story and photos of Henricus Cephas (Harry) van Dorssen born in Utrecht, Netherlands 1st May 1908 and married to Martijntje van Doorn.Harry was the son of Cephas Jan van Dorssen and Martha Geertruida van Rossum.Harry became an Australian citizen on 15th December 1960 and passed away 6th July 1992 in Brunswick, Australia.

Documents of Harry van Dorssen:

Army_Book_Henricus_Cephas.jpg

Persoonsbewijs_Henricus_Cephas_1908.jpg

Henricus Cephas (Harry) as 2nd Lt. of the Royal Dutch Army and Arie Cornelis, his brother shown with their parents on the photo below:

Cephas_Jan_1884_2.jpg

Family 2

Also Max van Dorssen and Wouterina Admiraal departed to Australia with 7 kids, 6 boys and 1 girl.See the photo below:

Max van Dorssen kinderen_1.jpg

Albertus van Dorssen remembers life at Butlins during the Second World War Back

My name is Albertus van Dorssen, age 82 (in 2008). I lived in these times (during the Second World War) in Viaardingen, a town situated between Rotterdam and Hoek van Holland. Albertus van Dorssen 1926_2_1.jpg

The last year of the war has particularly been a hard time. The region around our town had been made inaccessible because of thousands of piles which the population had been compelled to put there. After 8 o'clock in the evening nobody was allowed to be outside. During the night there were passing over our heads ongoing flights from England with the result that it was 'raining' shell-slivers on our roofs being the answer from a German anti-aircraft station nearby. Also we had often to hide for bombs, who were aimed at German targets. As a matter of fact we lived near the Dutch harbour with it's connected industry and also near the airport. The worst has been the lack of food, we did not have enough to eat and on top of it we could not heat our houses. No coal, gas, wood, whatsoever.

Albert_van_Dorssen_1926_1.jpgBut, then we were liberated by the Allied troops. We were frantic of joy and dancing in the streets. Our new Government told us that it was now our time to help liberate our colony (Duch Indonesia).

So, happy to be able to do something back, I signed up for this task at the Dutch Navy. At their office they told me to look for myself for transport to London. In Holland there was yet no administration for the army; the Government had to start to reign again..... Indeed, there was still a chaos in Europe; soldiers everywhere looking for means to return home. I travelled to Oostende, helped by military units who happened to be there (I made myself understood through gesticulation!) and so I could board a ship to England sleeping on deck. Then by train to London, where I arrived by night not knowing where to go. I was on my own and walked that night through the town to finally arrive at the Head Quarters of the Royal Dutch Navy. I received a train ticket for Skegness. When I arrived at the station I found truck drivers who had come to fetch more people. Finally, I arrived at Butlin's camp in the country of our liberators of which we earlier had dreamed so much.

After the first training we went to Pwllheli in North Wales. In the HMS Glendower the training continued. I remember that we enjoyed the meals, but it seemed even not enough for these famished Dutch boys as there were still paying from their salary (7 pounds a month) the more than delicious cake in the canteen for 6 pence a block. On Sunday Divisions took place; polished and Sunday facing a review (parade) was hold, accompanied by a band of the Royal Navy (English) which played march music for English soldiers and the Dutch Navy. The march tempo of the Dutch Navy is slower than that of the Royal Navy, which understandably led to some chaos....!

Our following location was HMS Condor in Arbroath Royal Navy Air Station. This was a school for deck landing training. In this camp were also Wrens stationed, whose presence gave pleasure in our daily lives!

Then we were shipped on the HM Karel Doorman in Glasgow. The HM Karel Doorman had been loaned to the Netherlands. It was originally the Ex HMS Nairana (escort carrier). We received the necessary training with the Fire Flies who were not all anymore in good condition and consequently there have been many belly landings....

After a training school for instruments repair did we finally land in Dutch East Indonesia.

Report 1945/1946

Hieronder de gehele familie van Albertus van Dorssen en Neeltje van den Akker:

Khodi_Feiz_en_van_Dorssen_familie.jpg

De Amersfoortse Van Dorssen's

De eerste Van Dorssen uit Amersfoort bekend was Hendrik, omstreeks 1685 in Amersfoort geboren.Hij werd geboren na de pestepidemie die van 1663 - 1668 in Amersfoort woedde.De handel in Amersfoort richtte zich in de 17e en latere eeuwen onder andere op de tabaksindustrie, vanaf ca. 1615 en de lakenindustrie, vanaf ca. 1700.Enkele Van Dorssen's vinden we later als sigarenfabrikant terug.Vele Van Dorssen's geven als beroep in huwelijksaktes op dat ze of spinster of wever zijn.Zo werd rond 1777 de lakenfabriek van Beaune en Lelyveld opgericht waar vast wel Van Dorssen's hebben gewerkt.

Een deel van deze fabriek is op onderstaande aquarel te zien aan de rechterzijde van de brug over de Zuidsingel.

Lakenfabriek Amsft_2_1.jpg

Dat ook Van Dorssen's actief waren in de tabaksindustrie blijkt wel uit onderstaande advertentie en foto van de winkel van Gerrit van Dorssen (1863 - 1936) in Amersfoort:Gerrit en Jacoba Collee hadden 3 kinderen: Johannes 1885, Arend 1887 en Woudina Heiltje van 1889. Zij staan voor de deuropening en op de foto die rond 1896 is genomen.Gerrit_van_Dorssen_advertentie_sigarenzaak.jpg

Gerrit_van_Dorssen_sigarenwinkel.jpg

Family 3''''

Een bekende Van Dorssen uit Amersfoort begin 20e eeuw was Jacobus van Dorssen 1868 - 1946.Hij was stadstorenwachter van 1895 tot 1913 in Amersfoort en was aangesteld door de gemeente. Na de komst van de telefonie en de plaatsing van telefoon in de toren werd zijn beroep overbodig en werd Jacobus concierge van de Rijks HBS in Zeeland.Bij de jaarwisseling schreef Jacobus een Nieuwjaarswens opgedragen aan Burgmeeester en Wethouders en verdere ingezetenen van Amersfoort, voor het eerst in 1896 en voor het laatst in 1913.Hieronder staat de Nieuwjaarswens voor het jaar 1912:Jacobus_van_Dorssen_Nieuwjaarswens_1912.jpg

Jacobus was ook zeer actief in het muzikale leven van de stad Amersfoort

 5 - Onze Indische Van Dorssens

Our Indonesian branch

De stamvader is Jacobus Gijsbertus van Dorssen, geboren 18 jul 1874 in Delfshaven bij Rotterdam en zoon van Albertus van Dorssen en Johanna Wilhelmina Jenner.Jacobus_Gijsbertus_van_Dorssen_1874.jpg

Van deze Jacobus Gijsbertus is bekend dat de Burgerlijke Stand van Rotterdam hem op 14 maart 1892 heeft afgevoerd naar Harderwijk met als toevoeging: kazerne.Het legeronderdeel dat in Nederland rekruten aanwierf en voorbereidde op de dienst bij het leger in de koloniën, was gevestigd in Harderwijk. Van 1815-1822 heette dit legeronderdeel het Depot-Bataljon en in de periode 1822-1843 het Algemeen Depot van de Landmacht. Vanaf 1843 heette het depot het Koloniaal Werfdepot. Het Werfdepot viel onder het Ministerie van Oorlog. Waren de rekruten eenmaal aan boord van het schip dat hen naar den Oost zou brengen, dan vielen zij onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Koloniën.

Kennelijk koos hij voor een militaire loopbaan want nog later vertrok hij naar het toenmalige Nederlandsch Indie waar hij in dienst trad bij het KNIL op Java.

Daar werd hij verliefd op een inlandse vrouw genaamd Ramikem waar hij een gezin mee stichtte.Het gezin kreeg 4 kinderen, 3 jongens en 1 meisje.

Albertus Arie, de derde in het gezin, trouwde rond 1930 met Evelyn Benjaminsz en kreeg 3 kinderen. Moeder Benjaminsz overleed waarschijnlijk kort na de geboorte van haar derde kind, Albertus Arie, dat vlak na de geboorte ook overleed.De oudste 2 kinderen, Rudolf Constant en Ernst Ronald werden toen in een weeshuis geplaatst van Pa van der Steur. Johannes van der Steur was op 2 september 1892 in Haarlem als zendeling ingewijd en vertrok op 10 september 1892 met de oude "Conrad" naar Oost Indie.

Pa_van_der_Steur.jpg

Pa van der Steur stierf op 16 september 1945, na de capitulatie van Japan.Zijn laatste woorden waren: Zetten jullie het werk door als ik er niet meer ben. God zal jullie steeds helpen. Niet mijn naam en persoon, maar mijn werk moet jullie indachtig blijven.

Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië vertrokken de Van Dorssen's naar Nederland, Nederlands Nieuw Guinea en naar de Verenigde Staten om hun leven voort te zetten.Dat zal, zeker in het begin, niet gemakkelijk zijn geweest.

 6 - Artikel uit de Vechtkroniek uit 2012 over Abraham van Dorssen

De Familie Van Dorssen en het Zandpad Breukelen - Ouderkerk

Hoe vanzelfsprekend de dagelijkse verkeersstroom die zich over de tienbaans snelweg, de tweemaal dubbelspoors rail- lijn en het Amsterdam - Rijnkanaal tussen Utrecht en Amsterdam heen en weer beweegt voor ons ook is, het is een zeer recent verschijnsel dat zich in de loop der eeuwen soms geleidelijk en soms ook schoksgewijze ontwikkeld heeft. Dat ging natuurlijk niet vanzelf maar was een gevolg van menselijke activiteit. Van bijna alle mensen die hun bijdrage aan deze ontwikkeling hebben geleverd zijn naam en persoonlijke gegevens in het duister der tijden verloren gegaan maar er zijn ook enkele uitzonderingen. Over een van die uitzonderingen gaat dit artikel.We beginnen omstreeks het jaar 1200. Weliswaar was de stad Utrecht toen al eeuwenlang een centrum van geestelijk en wereldlijk bestuur maar het omringende land bestond nog grotendeels uit veenwildernissen waarin het slecht toe- ven was. In de daarop volgende eeuwen werden die echter door ontginning vanaf de oeverwallen van rivieren als de Oude Rijn, de Vecht en de Amstel langzaamaan in landbouwgrond omgezet.Vooralsnog bleef het gebied nog zeer dun bevolkt. Behalve agrarische activiteit en de daarbij behorende bebouwing werden er ten behoeve van defensie en bestuur een aantal kastelen gebouwd zoals slot Abcoude, Loenersloot, Vredeland en Kronenburg. Geleidelijk ontstonden er ook een aantal kleine dorpsgemeenschappen. In een van die dorpen in het noorden van dit gebied beschermden de bewoners zich tegen de voortdurende wateroverlast door omstreeks 1270 een dam in de Amstel op te werpen. Dit bleek een goede plek te zijn en Amsterdam groeide snel uit tot een plaats die meetelde. Voor de Utrechters werd het belangrijk om eengoede verkeersverbinding met deze opkomende metropool te hebben: de toen nog gebruikelijke weg was lang en ook wel gevaarlijk. De eerste verbinding “binnen- door” ontstond doordat de stad Utrecht halverwege de 13e eeuw de “Stads” wetering liet aanleggen. Een restant van deze verbinding tussen de Vecht en de Aa is tegenwoordig ten zuiden van Nieuwersluis nog te zien langs het fietspad naar de pont over het Amsterdam-Rijnkanaal. Door het verschil in waterstand tussen beide rivieren was dit echter geen blijvende oplossing: in Ter Aa moesten alle goederen worden overgeladen en dat was toch wel erg omslachtig. Omstreeks 1448 werd daarom anderhalve kilometer naar het noorden, weer door de stad Utrecht, een nieuwe verbinding aangelegd tussen de Vecht en de Angstel. Het probleem dat Vecht en Angstel een verschillend waterpeil hadden werd in deze “Nieuwe” Wetering opgelost door de aanleg van een sluis, de Nije Sluse. Doordat de nieuwe route de vaartijd aanzienlijk bekortte nam de vervoerscapaciteit behoorlijk toe. Deze capaciteitsuitbreiding sloot aan bij de toenemende vraag die vanuit Amsterdam naar allerhande goederen,maar vooral naar de in het Utrechtse gebied gewonnen turf, ontstond. Dit bracht aardig wat levendigheid bij de nieuwe sluis. De wachttijd kon men bekorten door een bezoek aan de herberg die ook in die tijd ontstaan zal zijn. Doordat er ter plaatse ook wat handel gedreven werd en er in la- ter jaren nogal wat schuitenjagers neerstreken ontstond van lieverlede het dorp Nieuwersluis.

Hoewel het vervoer aanvankelijk vooral met zeil- en roeiboten via de waterwegen verliep nam ook het landverkeer in intensiteit toe. En dat gaf nogal wat problemen.

Het ZandpadHet ZandpadKaartje zandpad Breukelen - Ouderkerk

De hoofdweg Utrecht - Amsterdam, de “Grote” of Heerenwagenweg, volgde ongeveer hetzelfde tracé als de huidige Rijksstraatweg. Helaas werd deze weg pas begin 19e eeuw bestraat en was hij daarvoor bij regen en in de winter nauwelijks begaanbaar, de toen gangbare benaming “Cleijwegh” was dan ook zeer toepasselijk. Behalve deze hoofdweg liepen er langs de waterwegen jaagpaden ten behoeve van het allengs in belang toenemende trekschuitverkeer. Doordat deze paden ook steeds vaker door het reguliere landverkeer werden gebruikt werd de situatie ook daar steeds slechter. Omstreeks het jaar 1600 trad een belangrijke verbetering op toen de Staten van Utrecht besloten het pad op de oostelijke Vechtoever tussen Utrecht en Breukelen te vervangen door het Zandpad, een zandweg die tevens als jaagpad gebruikt kon worden.Voor het vervoer van personen en bagage werd de zeil- en roeivaart vervangen door de veel efficiëntere trekschuit. Door het succes van deze weg geïnspireerd besloten de steden Amsterdam en Utrecht op 15 april 1626 tot aanleg van een zand- en jaagpad van Breukelen tot Ouderkerk. Het moest lopen vanaf Breukelen tot Nieuwersluis langs de oostzijde van de Vecht,vervolgens vanaf de sluis noordelijk langs de Nieuwe Wetering, langs de Angstel, door de dorpen Loenersloot en Baambrugge, tot Abcoude en tenslotte langs de Holendrecht naar de Voetangel waarna men bij Ouderkerk op de Amstel uitkwam.In de jaren 1626 - 1629 werd dit pad ook inderdaad aangelegd, waarbij de rol van de stad Utrecht werd overgenomen door de Staten van Utrecht 2), het provinciebestuur dus. Het beheer over het zandpad werd namens de stad Amsterdam en de Staten van Utrecht gevoerd door “de Heeren Gecommitteerdens van ‘t Sandpad tusschen Breuckelen ende Ouwerkerk”, een college waarvoor door elk van beide partijen drie leden werden aangewezen. Het voltallige gezelschap vergaderde twee keer per jaar: in de lente en in de herfst, nadat de schouw over het zand- en jaagpad was gevoerd. Voor het dagelijks beheer waren twee commissarissen aangewezen, één voor het Utrechtse en één voor het Hollandse deel. De vergaderingen waren een aangenaam verpozen waarbij Utrecht voor de “koude keuken” en Amsterdam voor de wijn zorgde. De notulen werden door de heren regelmatig met min of meer spitsvondige spreuken en rijmpjes opgefleurd. Dit alles werd zoals toen gebruikelijk was gefinancierd door middel van tolheffing.

De Tolhuizen

Aan de Amsterdamse kant werd tol geheven bij de Voetangel, een in 1627 - 1628 op de plaats van een al veel oudere locatie 3) gebouwde herberg met tolhuis aan de Waverbrug tussen Ouderkerk en Abcoude. De sinistere naam die in de loop van de tijd van de tol naar de herberg was overgegaan geeft ongeveer aan hoe er toen over deze zaken werd gedacht.

Voetangels waren ijzeren pinnen, een soort “kraaienpoten” zouden we vandaag zeggen, die de voortgang behoorlijk bemoeilijkten.Aan de andere kant van het pad diende in Nieuwersluis tol betaald te worden. Daarvoor was in ieder geval in de eerste jaren een afzonderlijk tolhuis in gebruik dat lag op de plaats waar nu de Nieuwe Wetering het Amsterdam-Rijnkanaal kruist, op een kaart uit het begin van de achttiende eeuw werd dit aangegeven met de naam Oude Tolhuis 4). Later werd de tol bij de sluis geheven en kwam op de plaats van het oude tolhuis een boerderij 5). Zoals gemeld was bij de sluis van oudsher al een herberg aanwezig, zo was het “bewaren” van de sluis door de raad van de stad Utrecht op 7 juni 1527 opgedragen aan een zekere Aernt Janszoon, waard en kastelein op de Nijersluys 6). In de jaren waar het in dit artikel over gaat was Abraham van Dorssen als herbergier, sluiswachter en tolgaarder actief. Mogelijk is de tolheffing in het jaar 1689 van het oude naar een nieuw tolhuis verplaatst. Tot dat jaar vergaderden de gecommitteerden van het zandpad in de herberg van Van Dorssen maar in 1689 werd vermeld dat de vergadering plaatsvond in het tolhuis. Dat zou heel goed samen kunnen vallen met de opheffing van de Nieuwersluise kerk in dat jaar, waarover later. Mogelijk is het kerkgebouw in afwachting van een grondige verbouwing toen al als tolhuis in gebruik genomen. Na de verbouwing kreeg het in 1704 de functie als “gemenelands- huis”. Dit gemenelandshuis, het huidige Rijksstraatweg 66, is tot het eind van de twintigste eeuw door de overheid gebruikt. Zo werden er in het revolutiejaar 1798 naast de vergaderingen der gecommitteerden ook een aantal tumultueuze “districtsvergaderingen” gehouden. Later was het een groot aantal jaren in gebruik als brugwachterwoning van de Provincia- le Waterstaat en tegenwoordig wordt het particulier bewoond. De oorspronkelijke functie is nog duidelijk te zien aan de ge- velsteen boven de ingang met de wapens van de stad Amsterdam en de provincie Utrecht. Het innen van de tolgelden werdoverigens niet door de overheden of hun gecommitteerden zelf gedaan, dit werd verpacht aan ondernemers die tevens moesten zorgen voor het onderhoud van de weg.Op 14 juni 1627, “nieuwe stijl” 7), treffen we als eerste pachter van de tol in Nieuwersluis de Utrechter Pieter Janszoon aan die voor een periode van 4 maanden en bedrag betaalt van 1510 guldens. Al op 1 mei 1628 komen we de eerste Van Dorssen als tolheffer tegen en wel Dirck Jansz.van Dorsten. Het is verleidelijk en gelet op de carrière van de Van Dorssens als tolgaarders niet onlogisch om een familierelatie met Abraham van Dorssen aan te nemen maar deze is uit onderzoek tot dusver niet gebleken. In 1639 pachtte hij ook de tol bij de Voetangel. Op 1 mei 1669 komt Abraham van Dorssen in beeld voor het pachten van diverse tollen of gabellen 8).De familie Van DorssenEerst even iets over de familie Van Dorssen. Op de plek waar in de 13e eeuw het kasteel en het stadje Vreeland zijngebouwd, kan al rond de 7e/8e eeuw een nederzetting met de naam Dorssen (of Dorsken/Dursken) worden gesitueerd en wel op grond van de namen Dorsseveen en de Dorssewaard, beide grenzend aan de oost- en noordzijde van Vreeland. Al in de 13e eeuw kwam de familienaam Van Dorssen voor. Zo verkocht ene Nicolaas van Dorssen, knape, in 1297 44 morgen land, verspreid over verschillende percelen, niet toevallig alle gelegen in de directe omgeving van Vreeland. In de jaarboeken van Utrecht komt in 1426 Tyman van Dorschen voor als Borgermeester. Genealogisch onderzoek door een aantal leden van de familie Van Dorssen 9) bracht aan het licht dat de er drie groepen personen met deze naam bestaan en wel in Amersfoort, in Jutphaas en in Vreeland/Nieuwersluis. Voor dit artikel is deze laatste groep van belang.We komen dan bij Jan Thielemans van Dorssen, omstreeks het jaar 1609 geboren in Vreeland. Daar bleef hij ook na zijn huwelijk met Weyntgen Dirricks wonen.

Hoewel voor ons vooral Tieleman en Abraham van belang zijn toch ook nog even iets over Willem. Hij werd in de kerk in Loenen gedoopt en op de akte waarmee op 9 februari 1667 zijn huwelijk met de Weesper jongedochter Grietje Claes van Aerden werd vastgelegd staat als woonplaats Nieuwersluis vermeld. Het zou dus kunnen zijn dat Jan Tieleman tussen 1638 en 1641 van Vreeland naar Nieuwersluis is verhuisd en daar Dirck Jansz. Als tolgaarder is opgevolgd. Hoe dit ook zij, we vinden hem een aantal jaren later terug in het Huis ter Drecht, het tolhuis en waarschijnlijk ook herberg van het dorp Calslagen bij Aalsmeer. Evenals Nieuwersluis was dat een belangrijke pleisterplaats van scheepsjagers en hun paarden en wel in de scheepvaartverbinding tussen Amsterdam en Gouda. Willem beheerste het vak kennelijk goed, hij raakte in goeden doen: naast tolgaarder was hij ook schepen en bij zijn overlijden bedroeg zijn nalatenschap ongeveer f 20.000,-. Op de begrafenis kwamen meer dan 100 personen waaronder vrienden uit Amsterdam, Vreeland en Nieuwersluis. Voor hen werd het vervoer van en naar huis geregeld en betaald uit de nalatenschap. Op de plek in Calslagen waar tot 1830 een kerk heeft gestaan is zijn monumentale grafsteen nog te vinden. Voor onze lokale geschiedenis is echter van veel groter belang zijn oudere broer.

Abraham van Dorssen

Abraham werd op 7 maart 1636 gedoopt in de kerk in Vreeland, op 10 juni 1660 trouwde hij daar met Neeltje Roelen van Meerwijck uit Loenen. Abraham en Neeltje kregen zeven kinderen.Waarschijnlijk na de geboorte van zoon Jan, die later als brouwer, schout, gader- en kerkmeester een vooraanstaande positie in Loenen zou verwerven, kwam Neel- tje in 1669 te overlijden. Gezien het feit dat Roelof en Aeltien in 1671 zijn geboren zal Abraham hertrouwd zijn maar met wie is niet bekend. Ook werd hij daarna zakelijk zeer actief: met name in de archieven van Utrechtse notarissen komen veel overdrachten van grond en huizen op zijn naam voor. Zoals gezegd pachtte hij dan ook diverse tollen en gabellen. We lezen even mee: “Abraham van Dorssen, herberg houdende aen de Nieuwersluys, heeft aangeno- men alle de pachten van ‘t Sandpadt, , te weten: het weghgelt,’t stuyvergelt 10) op diegenen die met ordinaire vrachtschuyten gevoert worden en ‘t stuyvergelt op de passagiers, die met de dorpsschuyten varen voor 4 jaren, totaal 12.200,- jaarlycks, ingaande 01 -05 -1669. Borge en medestander Tielman van Dorssen syn broe- der, wonende in het huys aen de Voetangel, als- mede Joachim Coop van Groen, clercq van de thesaurye in Amsterdam”.De koopkracht van 12.200 gulden in 1669 komt ongeveer overeen met anderhalve ton Euro nu, voorwaar een fors bedrag ! Hij mocht daarvoor tol heffen van personen en schepen die het tolhuis (en zijn herberg ) passeerden over de weg en over de rivier. Zijn grootste klapper zou hij echter op 2 februari 1686 maken toen hij van de Staten van Utrecht een “Octroy” verkreeg. Maar eerst werd het oorlog.Nieuwersluis in de jaren 1670In het bekende rampjaar 1672 liet Lodewijk XIV zijn troepen ons land bin- nen vallen. Doel was uiteraard de hoofdstad Amsterdam die de Fransen via de Vechtstreek trachtten te bereiken. Aanvankelijk verliep dat zeer succesvol: Nieuwersluis werd in augustus veroverd evenals de kastelen Loenersloot en Kronenburg, Loenen werd nog geplunderd maar toen liep de opmars dood op de inundaties van de (oude) Hollandse waterlinie. Weliswaar vonden er nog strafexpedities plaats waarvan Abcoude, Nigtevecht en Vreeland het slachtoffer werden maar de vaart was er uit. Vervolgens werd de verdedigingslinie verlegd naar de lijn Muiden - Nieuwersluis -(langs de Nieuwe Wetering)- Ter Aa - Woerdense Verlaat en zo verder naar de Lek. Aldus kwam Nieuwersluis begin 1673 aan het front te lig-gen. Door 1600 soldaten en 1000 boeren (waar die allemaal vandaan kwamen vermeldt de historie niet) werd binnen enkele dagen ten zuiden van het dorp bij de Stadswetering de “Starreschans”, een ster- vormige schans opgeworpen. Het dorp zelf dat nu van uitermate groot strategisch belang was geworden werd geheel met aarden wallen van vijf à zes meter hoog omgeven, de Nieuwe Wetering werd afgesloten door de Amsterdamse Poort, een stenen waterpoort. Door het onder

De vesting NieruwersluisDe vesting Nieuwersluis in 1673; links van het midden de toren van de kerk die er toen korte tijd is geweest. (Uit:D.T. Koen, Nieuwersluis. Van Starreschans tot Strafbastion).

Nieuwersluis, komende vanuit het zuiden gezien, omstreeks 1670 (Coll. W. Mooij)water zetten van het omringende land werd deze waterlinie in werking gesteld. En niet tevergeefs: de Fransen kwamen er niet door. Nadat de vestingwerken ook na de oorlog nog een paar jaar waren blijven staan werden in 1688 de wallen en de Starreschans weer opgeruimd, de Amsterdamse Poort bleef nog een aantal jaren staan. Behalve dat het garnizoen behoorlijk wat levendigheid met zich bracht moet het in die jaren een voortdurend gaan en komen van groepen militairen en doorgaande reizigers geweest zijn met alle kansen van dien voor een ondernemer met oog voor de mogelijkheden.

De geoctrooieerde pleijsterplaetse

Abraham ging, ondanks de gigantische pachtsom dan ook niet failliet maar zag integendeel grote kansen voor zijn bedrijf. Bij de verlenging van de pacht in 1675 werd deze verlaagd tot f 10.000,-, in 1678 werd zijn “eenvoudige” herberg 11) omgezet in een Pleijsterplaetse, in 1679 werd het zandpad op kosten van de gecommit- teerden geheel op hoogte gebracht voordat het aan hem in onderhoud werd overgedragen en in 1686 kreeg hij het beroemde octroy waarin stond dat hij en zijn nakomelingen “....te stellen (bouwen) ofte doen stellen eene bequame huijsinge ende stallinghe, omme voortaen met seclusie (uitsluiting) van allen anderen te zijn en te blijven de ordinaris Stichtse Tol ende Pleijsterplaetse van alle Vracht-Schuijten, varende van ende tussen Utrecht en Amsterdam respective, ende also mede van alle dorps-schuijten met Passagiers ofte Vracht varende; Willende ende ordonneerende daer omme dat alle Schippers en hare knechts van genoemde Vracht-Schuijten, gene uijt-gesondert, te samen ende ijder van deselve in ‘t bijsonder, voortaen geene andere Tol ende Pleijsterplaetse van de Stichtse zijde zullen heb- ben, of vermogen aen te doen, ofte met hare Vracht-Schuijten om te Pleijsteren, stil te leggen als ter plaetse van de voorensgemelde geoctrijeerde Stichtse Tol ende Pleijsterplaetse ....Verstaende daertoe mede dat de voorsz. schippers in het stil te leggen ofte Pleijsteren op de voorsz. geordonneerde plaetse, ten dienste van de passagiers haer-luijden stricktelijcken sullen hebben te reguleren naar de orders, daer opgemaeckt ofte noch te maecken en interdiceren voorts allen en een ijgelijk ter plaetse voorsz. eenige huijsinge, kamere of loodse, om wijn, of bier aldaer te tappen, of verkoopen, te maken, of te stellen of gemaakt en gestelt sijnde, in de- selve de tappers neringe te doen, of te exerceren....” Verplichte winkelnering dus!

Nieuwersluis, komende vanuit het zuiden gezien, omstreeks 1670 (Coll. W.Mooij)Abraham_van_Dorssen_artikel_VECHTKRONIEK_2012_02_4_page_006_foto.jpg

Kennelijk was het nog niet aan alle passerende schippers duidelijk dat, ondanks het octroy óók de tol betaald moest worden. De heren Gedeputeerden van de Staten van Utrecht kwamen daarom op 22 september 1686 met een “Appoinctement” waarin duidelijk werd gemaakt dat“alle passagiers, ‘t zij deselve in ordinaire beurt- ofte vrachtschuijten, ofte in andere scheepen, of schuijten alhier niet t’huis hoorende, worden gevoert, het passagiegeld sullen betalen, als van ouds”. Voorts werd verordonneerd dat de pleisterende schippers hun passagiers duidelijk moesten maken dat zij verteringen in de Pleysterplaetse van Abraham van Dorssen moesten gebruiken. Overigens was het voor Abraham niet allemaal winst. Behalve de pachtsom die niet misselijk was werd er van hem verwacht dat hij de weg onderhield en voor een behoorlijke brug over de Nieuwe Wetering zou zorgen zonder dat hij daarvoor vergoeding mocht vragen. Ook moest hij zich zoals we zagen nogal eens verweren tegen weggebruikers, meestal aanwonenden vlak bij de tolboom, die vrijstelling van tol claimden. Dat was echter wel duidelijk gereglementeerd. Kwalijker was dat de sleutels van de tolboom werden nagemaakt en uitgeleend. Het enige dat hij daartegen

Herberg de Voetangel onder OuderkerkDe Voetangel

kon doen was maar weer aan de gecommitteerden verzoeken een nieuw slot te mogen aanbrengen. Dit alles weerhield hem er echter niet van ook nog op zich te nemen om voor eigen kosten een nieuwe Vechtbrug te laten bouwen ter vervanging van zijn voorganger die waarschijnlijk tengevolge van de oorlogsomstandigheden in 1672 - 1673 was verdwenen. “Anno 1700 aan Abraham van Dorssen geaccordeerd het leggen van een houte brugh aan de Nieuwesluijs over de Vecht op eijgen kosten mitsgaders onderhoud 12 jaar gedurende de voorz. Jaaren sal ontvangen zoodanigen gabellen als door de schouw van alle karossen, wagens, chaisses en vaartuijgen waaren genooten geweest mits jaarlijks uijtkeerende voor brugge, santpad zoo aan de Nieuwersluijs en Voetangel een somma van f 7.000,- de eene helft aan den Rentmeester der Domainen s’lands van Utrecht ende de ander helft aan de Heer Thesaurier der stad Amsterdam.” Na 12 jaar zouden de stad Amsterdam en de Staten van Utrecht eigenaar van de brug worden. Ondanks de enorme bedragen die Abraham moest betalen ging het hem zeer goed, naast zijn zakelijke activiteiten was hij ook schout van Loenen-Nieuwersluis. Dit zegt ook wel iets over de intensiteit van

Wapens Amsterdam en provincie UtrechtWapens van gemeente Amsterdam en provincie Utrecht boven de ingang van het gemenelandshuis

Sluiskolk NieuwersluisDe sluiskolk in Nieuwersluis, omstreeks 1900. (Coll.: W. Mooij)

het verkeer over deze route in die tijd, zo werden er in het jaar 1665 - 1666 ruim 55.000 passanten geteld! De pachtsom- men werden opgebracht door middel van een heffing van 4 penningen per persoon, 10 stuivers per gewone trekschuit en voor turfschuiten en schietschuiten golden lagere tarieven. Deze bedragen werden verhoogd met respectievelijk 2, 4 en 6 stuivers voor een karos, kales en wagen die door 1, 2 dan wel drie paarden werd getrokken. Terwijl Abraham kennelijk goe- de zaken deed aan de Nieuwersluise kant van het zandpad was aan het andere einde bij De Voetangel zijn broer Tieleman met een vergelijkbare nering bezig.

Tieleman Janz. van Dorssen en Elsien JansOver Tieleman is bijzonder weinig bekend. Doordat hij een paar keer in notarisakten opdook weten we dat hij een broer was van Abraham. Aan het (onder)trouwboek van Nigtevecht ontlenen we het feit dat hij op 27 februari 1659 in Abcoude met Elsgen of Elsien Jans. uit Nigtevecht trouwde. Zij kregen vijf kinderen, van twee daarvan zijn de doopakten bewaard: een uit 1659 in Abcoude en een uit 1669 in Nigtevecht. In 1670 was hij waard/tolgaarder aan de Voetangel maar het is de vraag of hij dat zelfstandig deed of als zetbaas van Abraham en in welke jaren . Dit is nog in onderzoek. Uit verschillende boedelscheidingakten blijkt dat Tieleman niet oud is geworden en voor 1680 moet zijn overleden, zijn vrouw komt in die akten dan voor als boedelhoudster (erfgename). Wat wij wel weten is dat in 1674 op de Voetangel een wijfken werd aangesteld om de gabellen te innen. Dat gabellenwijf- ke was niemand minder dan de weduwe Tieleman van Dorssen, zij kreeg 1 gulden per dag betaald. Al na een jaar werd het daglonerschap van de weduwe omgezet in een zelfstandig bedrijf. Op 1 juli 1674 pachtte de ondernemende dame namelijk de opbrengst van de gabellen voor 6 jaar voor een bedrag van f 500,- per jaar.

In 1686 werd de huur van het huis losge- koppeld van de tolpacht en vastgesteld op f 500,- per jaar. Het ging ook deze Van Dorssens kennelijk goed, de weduwe had de pachter waar ze eens in dienst geweest was, te weten haar zwager Abraham van Dorssen, opgevolgd In 1691 werd het pachtrecht zelfs erfelijk. Op zaterdag 4 mei 1700 wordt aan de Nieuwersluis het volgende vastgelegd: “De kinderen van Tieleman van Dorssen, aan de Voetangel, is verkoft de continuatie van huur van ‘t Tolhuijs aldaar, voor den tijd van zes jaren, ingegaan 1 Maij deses lopende ‘s jaars voor de somme van 450 gl., zijnde 50 guldens meer als de oud.”

Slot

Na het overlijden van Abraham in 1701 vinden we zijn zoon Jan terug als schout van Loenen-Nieuwersluis en zijn zoon Jacob als tolgaarder zowel in Nieuwersluis als aan de Voetangel. Het uitbaten van de pleijsterplaetse vond inmiddels door anderen plaats, zo komen we een zekere weduwe Lodewijk de Bas tegen die zich er in 1703 met succes tegen verzette dat er in het gemenelandshuis een herberg gevestigd zou worden die de hare zou gaan beconcurreren.Jacob blijft tot 1730 actief als tolgaarder, nog steeds voor niet kinderachtige bedragen, zo werd de pacht van de gabellen van de brug aan de Nieuwersluis en aan de Voetangel in 1712 voor zes jaar gecontinueerd voor een bedrag van f 7.200,- per jaar.In 1626 was er een moderne weg tot stand gekomen die aan de eisen van die tijd voldeed. Deze was dan ook jarenlang een groot succes. De gecommitteerden zagen dat als eigen verdienste en lieten zich steeds minder aan hun opdrachtgevers gelegen liggen (waar hebben we dat meer gehoord?), de kas werd beheerd zonder daarover al te veel verantwoording af te leggen. Helaas voor hen kon dit niet blijven duren. Door de opkomende concurrentie van de in 1812 bestrate Heerenwagenweg (nu Rijksstraatweg), vanaf 1843 ook van de Rhijnspoorweg en vanaf 1892 ook nog van het Merwedekanaal (nu Amsterdam- Rijnkanaal) liepen belang en inkomsten sterk terug. In 1863 werd het beheer rechtstreeks onder B&W van Amsterdam enHotel de Kampioen, omstreeks 1900. (Coll.: W. Mooij)Hotel de Kampioen Nieuwersluis

G.S. van Utrecht gebracht, in dat jaar was de exploitatie ook niet meer kostendekkend. In 1915 werd dan ook het besluit genomen om in 1916 tot liquidatie over te gaan. De tollen werden opgeheven en de gemeenschappelijke eigendommen werden verdeeld: Utrecht kreeg behalve het gemenelandshuis en de Vechtbrug in Nieuwersluis ook een aantal stukken van het oude jaagpad inclusief de onderhouds- last ervan, Amsterdam slaagde erin zich helemaal van bemoeienis met deze weg te ontdoen door het beheer publiekrechtelijk aan derden (de eigenaren van aanliggende percelen) over te dragen. De verkoopopbrengst van de Voetangel die haar werd toebedeeld werd aangewend om de beschoeiing ter plaatse te verbeteren.

Piet van DorssenWim van Schaik

GERAADPLEEGDE LITERATUUR:H.J. Aalderink: Oud-burgemeester van Vreeland en Nigtevecht Jhr. J.A.F. Backer vertelt..., Vreeland 1995. Archief van de gecommitteerden van Utrecht tot de directie van het zand- en jaagpad Breukelen - Ouderkerk, 1626 -1863, HUA, toegang nr. 15.Historische Kring Breukelen: De Mens zoekt zijn weg, bijlage bij jaargang 17 van het tijdschrift HKB, 2002.D.T. Koen: Nieuwersluis, Van Starreschans tot Strafbastion, Houten, 1998.W.W. Timmer: Archiefaantekeningen.Jacob Zwaan: Geschiedenis van het huis “De Voetangel”, geschreven ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan, Amsterdam.NOTEN:1.De bemanning van een trekschuit bestond uit drie per- sonen: de schipper zat aan het roer, de knecht stond bij de mast om de jaaglijn los en vast te maken bij het passeren van bruggen en tegenliggers en op het paard zat een kind dat door op een hoorn te blazen de nade- ring van de schuit bij brugwachters en andere schuiten aankondigde en dat ervoor moest zorgen dat de knecht na het passeren van een obstakel de jaaglijn weer in handen kreeg. In 1758 richtten de Jagers van de Nieuwersluis zelfs een eigen beurse of bussche op, een soort sociale kas waaruit weduwen een eenmalige uitkering kregen.2.De stad Utrecht liet zich niet helemaal van deze ontwik- kelingen uitsluiten: in 1628 legde zij het jaagpad op de westelijke Vechtoever van Nieuwersluis naar Hinderdam aan.3.Van der Aa meldt in zijn Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, Gorinchem 1839 - 1851) het bestaan ervan al ten tijde van het graaflijk bestuur.4.Zie b.v. Het Middengedeelte van de Vechtstreek, uitgave Weduwe Nic. Visscher, tussen 1702 - 1721, Marijke Donkersloot - de Vrij: De Vechtstreek, oude kaarten en de geschiedenis van het landschap, Weesp 1985, blz. 83.5.Deze werd in 1892 afgebroken in verband met de aanleg van het Merwedekanaal, aan de westkant van het kanaal werd toen een nieuwe boerderij met de naam Het Tolhuis gebouwd, zie ook Vechtkroniek nr. 28, blz.22.6.Mr J.H. van den Hoek Ostende in zijn beschrijving van het ontstaan van het Gemenelandshuis in het Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap Niftarlake 1963.7.De aanduiding “nieuwe stijl” heeft te maken met de overgang van de Juliaanse (genoemd naar Julius Caesar, ± 100 v.Chr. - 44 v. Chr.) naar de Gregoriaanse kalender (in 1582 ingevoerd door paus Gregorius VIII ). In een aantal gewesten,waaronder Holland, werd de Gregoriaanse kalender al begin zestiende eeuw ingevoerd, in een aantal andere, waaronder Utrecht, vond invoering pas rond 1700 plaats. Utrecht (dus bijvoorbeeld de Dorpsstraat) liep dus al die tijd een dag of tien “achter” bij Holland (bijvoorbeeld de Grutterstraat). Om misverstand te voorkomen werd daarom deze aanduiding gebruikt.8.Oorspronkelijke benaming van indirecte belasting op zout, later veralgemeniseerd tot heffingen op alle goederen die de tol passeerden, zoals bier,turf,voedsel en dergelijke waarvoor men per vat, mud, of wat voor eenheid dan ook een vastgesteld bedrag aan gabelle, volgens Van Dale werd ook het tolhuis wel als gabelle aangeduid.9.In de periode 1923 tot heden door respectievelijk dr. Sybren van Dorssen, dr. George van Dorssen, Hans van Dorssen en Piet van Dorssen.10.Pachters van “generale middelen” zoals de tollen van wegen en bruggen betaalden bovendien nog 5% als een “rantsoen”of stuivergeld boven de sommen waarvoor zij de belastingen hadden gepacht. Een soort omzetbelasting dus waardoor de overheid boven de pachtopbrengst nog extra van de tol profiteerde.11.Die overigens een zeer goede naam had, zo werd hij waarderend beschreven door Cosimo de Medici nadat hij er in de nacht van 18 op 19 december 1667 overnachtte, De twee Reizen van Cosimo de Medici, prins van Toscane door de Nederlanden (1667 - 1669), blz. 36, Amsterdam 1919. S.van der Linde vermeldt in zijn boek 1000 jaar Dorpsleven aan de Vecht dat de bier- accijns in het jaar 1669 in Nieuwersluis 1.500 gulden bedroeg tegenover die in Loenen 250 gulden. Hoewel niet helemaal duidelijk is hoe hij dit onderscheid maakt en ik geen bron kon vinden die dit ondersteunt kan gevoeglijk worden aangenomen dat er in Nieuwersluis flink werd ingenomen.


Index van de pagina's
  1. gw_v5_tour_1_title

    gw_v5_tour_1_content

  2. gw_v5_tour_2_title (1/7)

    gw_v5_tour_2_content

  3. gw_v5_tour_3_title (2/7)

    gw_v5_tour_3_content

  4. gw_v5_tour_3bis_title (2/7)

    gw_v5_tour_3bis_content

  5. gw_v5_tour_4_title (3/7)

    gw_v5_tour_4_content

  6. gw_v5_tour_5_title (4/7)

    gw_v5_tour_5_content

  7. gw_v5_tour_6_title (5/7)

    gw_v5_tour_6_content

  8. gw_v5_tour_8_title (6/7)

    gw_v5_tour_8_content

  9. gw_v5_tour_7_title (7/7)

    gw_v5_tour_7_content

  10. gw_v5_tour_9_title

    gw_v5_tour_9_content