M  Jean Henri LEEUW Henri Sr

(Jean Henri LEEUW)


  • Geboren op 28 maart 1819 - Arcen en Velden,LI,NLD
  • Overleden op 13 oktober 1909 - Nijmegen,GE,NLD, leeftijd bij overlijden: 90 jaar oud
  • Beeldhouwer bij atelier Cuijpers-Stoltzenberg / ridder in de orde van de Eiken Kroon
1 media beschikbaar 1 media beschikbaar

 Ouders

 Relaties en kinderen

  Broers en zusters

 Half broers en zusters

Van 's kant Petrus Franciscus Pieter-Frans LEEUW 1784-1857

 Notities

Aantekeningen

DE BEELDHOUWER JEAN HENRI LEEUW
(ARCEN 1819 - NIJMEGEN 1909).
EERSTE AANZET TOT EEN BIOGRAFIE.
Door Peter Nissen:
Mechtildis van Daelen huwt in 1813 met Peter Franciscus Leeuw,
geboren in Kevelaer. Zij worden de stamhouders van een bekende
kunstenaarsfamilie, waarvan de nazaten in Brussel, Nijmegen en
Parijs wonen, aldus mej. Stoel in haar boekje over het ontstaan van
familienamen1. Aan de eerste vertegenwoordiger van de
kunstenaarsfamilie Leeuw, de in 1819 te Arcen geboren Jean Henri
Leeuw, zal deze bijdrage gewijd zijn. De hier verzamelde notities over
Leeuw zijn bedoeld als een eerste aanzet tot een biografie. Leeuw
heeft tot op heden namelijk, buiten artikelen in naslagwerken2 en
kranten, nog geen biografische aandacht gekregen. Hij die in zijn
eigen tijd een bekend en geëerd kunstenaar was, lijkt nu eerder een
onbeduidend en terecht vergeten man. Nu was Leeuw inderdaad
geen kunstenaar van het eerste plan, maar daar staat tegenover dat
vaak juist tweederangs-figuren ons een goede inkijken verschaffen in
de mentaliteit en het culturele en artistieke klimaat van een periode.
Daarom lijkt het ons zinvol aandacht te besteden aan Jean Henri
Leeuw. Wij doen dat graag als blijk van hulde aan het adres van mej.
J. Stoel, die zich als streekhistorica op zo verdienstelijke wijze
verdiepte in het verleden van Leeuw's geboorteplaats Arcen.
---------------------------------------------------------------------------------------
Jean Henri Leeuw werd op 19 maart 1819, om vijf uur in de morgen,
te Arcen geboren als zoon van Petrus Franciscus (Pierre François)
Leeuw en Mechtildis (Megtilde) van Daelen3. Over zijn jeugd is weinig
bekend; we weten niet of hij ergens een middelbare opleiding genoot
danwel zich in een of andere werkplaats in de kunstnijverheid
bekwaamde. Het laatste is wel waarschijnlijk. De kunstvaardigheid zat
Leeuw namelijk van moederszijde in het bloed. De stamvader van de
Arcense familie van Daelen, Petrus de "snitzeler ex Dalen", die op 16
juli 1657 begraven werd, had zich namelijk als beeldensnijder of
schrijnwerker in Arcen gevestigd, en sommige van zijn talrijke nazaten
werden als "Ververs" of "Schilders" vermeld4.
.
PARIJSE JAREN
.
In 1839 vertrok Leeuw naar Parijs voor zijn verdere artistieke
vorming5. Wellicht heeft hij er onderdak gevonden bij zijn oom Petrus
Henricus Antonius van Daelen, die in 1801 vanuit Arcen naar Parijs
was vertrokken6. In Parijs studeerde Jean Henri Leeuw aan de "Ecole
Royale" en aan de "Ecole des Beaux Arts". Hij was er bovendien in
de leer bij de beeldhouwers François Jouffroy (1806-1882)7 en
François Rude (1784-1855)8, waarvan de laatste bekend staat om
zijn bas-reliefs aan de Arc de Triomphete Parijs. Ook was hij leerling
van de beeldhouwer en tekenaar Alex. Denis Abel de Pujol
(1785-1861)9, een Spanjaard van origine, en van de bekende
architect Viollet-le-Duc (1814-1879). Aan verschillende projecten van
zijn leermeesters moet hij meegewerkt hebben. Maar ook wist Leeuw
zelfmenige opdracht in de wacht te slepen, waaruit blijkt dat hij zich al
na enkele jaren als een begaafd beeldhouwer onderscheiden moet
hebben. Vooral onder de regering van koning Louis-Philippe werd hij
herhaalde malen door de Franse overheid aangezocht om
beeldhouwwerk in marmer uit te voeren. Zijn bekendste en meest
eervolle opdracht uit die tijd was het werk aan de graven van de
koninklijke familie d'Orléans in Dreux, de hoofdstad van het
arrondissement Eure-et-Loire. Leeuw verzorgde de marmeren
beeldengroepen aan het graf van de hertog van Orléans, het graf van
prinses Marie van Orléans en het graf van de koningin-moeder.
Tussen 1842 en 1848 voerde Leeuw in opdracht van de regering ook
verschillende herstelwerkzaamheden aan en nieuw beeldhouwwerk
voor verschillende historische kerken en gebouwen uit. Zo zijn er
werken van zijn hand te vinden aan de Notre-Dame, de
Sainte-Chapelle, het Hôtel de Ville (bas-reliefs) en het Hôtel de Cluny,
alle te Parijs. Ook werkte Leeuw mee aan grote
herstellingswerkzaamheden te Vézelay en te Beauvais. Bij
verschillende van deze projecten moet hij nauw samengewerkt
hebben met de architect Viollet-le-Duc, die onder meer tussen 1840
en 1859 werkte aan de restauratie van de Ste. Madeleine te
Vézelay10. Waarschijnlijk met het werk in Dreux moet een opmerkelijk
gegeven uit Leeuw's leven verbonden worden, dat tot op heden in
geen enkel artikel vermelding vond. We bedoelen zijn eerste huwelijk.
Wanneer dit gesloten werd hebben we nog niet kunnen achterhalen,
(inmiddels in Dreux teruggevonden door René van Rooij) maar wel
weten we dat het op 20 april 1847 een voortijdig einde vond. Toen
overleed namelijk te Montrouge, een voorstadje van Parijs, op
23-jarige leeftijd Joséphine Alexandrine Aimée Chubeauf, echtgenote
van Jean Henri Leeuw en geboren te Dreux11. Gezien het laatste
gegeven is het zeer waarschijnlijk dat de beide echtelieden elkaar in
Dreux hebben leren kennen. De ouders van Leeuw's jonge
echtgenote waren reeds eerder overleden. Leeuw woonde in 1847 in
Montrouge in de Chaussée de Maine. Na de eerste zware tegenslag
van het overlijden van zijn vrouw wachtte Leeuw al spoedig een
tweede tegenslag. Nog geen jaar later, in 1848, brak in Parijs
namelijk de februari-revolutie uit. Leeuw's belangrijkste opdrachtgever
koning Louis-Philippe zag zich gedwongen af te treden en vertrok
incognito met zijn vrouw naar Engeland, waar hij in 1850 in
ballingschap overleed. Leeuw maakte de roerige gebeurtenissen van
1848 van nabij mee, en wist er als oude man nog "aanschouwelijk"
van te vertellen, zoals een herdenkingsartikel vermeldde12. Als
beschermeling van Louis-Philippe zal leeuw bij de nieuwe
machthebbers wel uit de gratie zijn gevallen. Toch bleef hij nog enige
tijd in Parijs, aleer hij rond of in 1850 naar zijn vaderland terugkeerde,
om zich in de stad Roermond te vestigen.
.
ROERMONDSE JAREN
.
Dat Leeuw Roermond als nieuwe woonplaats uitkoos heeft
ongetwijfeld te maken met het juist rond 1850 opkomende belang van
deze stad als centrum voor kerkelijke kunstnijverheid. Sedert 1841
zetelde in de stad de apostolisch vicaris J.A. Paredis, die in 1853 bij
het herstel van de kerkelijke hiërarchie bisschop van Roermond werd.
Hetzelfde herstel van de kerkelijke hiërarchie luidde in katholiek
Nederland tevens een enorme bedrijvigheid inzake kerkenbouw in.
Op deze bedrijvigheid speelden de Roermondse kunstateliers
in, die steeds talrijker werden. Het was dezelfde Paredis die er voor
zorgde dat de begaafde Roermondse architect P.J.H. Cuypers
(1827-1921), die in 1849 te Antwerpen zijn "prix d'excellence"
behaald had, opgenomen werd in de firmantencombinatie van Fr.
Stoltzenberg, die in Roermond een atelier voor kerkornamenten en
paramenten had. Cuypers' kundigheid als architect en zijn relaties
bezorgden hem vele opdrachten, en de toelevering van altaren,
beelden, banken e.d. speelde hij voornamelijk toe aan stadgenoten.
In het atelier Cuypers-Stoltzenberg zelf werkten bekende
beeldhouwers als de later zelfstandige J. Thissen en Jozef Lücker.
Verder werkten in Roermond de beeldhouwers J.A. Oor, J. Germanus
Baart, de associés Lennaerts en Houtermans, en Capian. Verder
waren er ateliers voor gebrandschilderd glas van G.H. Lommen en F.
Nicolas en kunstschilderateliers van de gebroeders Windhausen en
de gebroeders Kohl13. Ook Leeuw hoort in deze opsomming thuis.
Het is vrijwel zeker dat hij aanvankelijk enige tijd, minstens tot 1857, in
het atelier van Cuypers-Stoltzenberg heeft gewerkt. Uit een opgave
van 1866 blijkt evenwel dat hij dan een eigen beeldhouwatelier heeft.
Hij betaalde van de Roermondse beeldhouwerijen het hoogste
weekloon aan leerjongens uit (f. 1,80) en het op één na hoogste loon
aan mannen (f. 7,50)14. Later werkte Leeuw nog wel met Cuypers
samen bij de grootscheepse restauratie van de Munsterkerk te
Roermond tussen 1864 en 1891. Al eerder, in of rond 1861, had
Leeuw voor de Munsterkerk het beeld van O.L. Vrouwe Vogelensangh
gerestaureerd en van polychromie voorzien15. Cuypers op zijn beurt
was al eerder, rond 1850, gevraagd om een restauratieplan voor de
Munsterkerk te maken. Dit restauratieplan, en met name Cuypers'
voorstel om het westwerk met twee hoge torens aan te vullen,
ontmoette hevige tegenstand. In 1864 bezocht Viollet-le-Duc als
deskundig scheidsrechter Roermond en stemde geheel met
Cuypers' voorstel in. Een herdenkingsartikel over Leeuw doet in dit
verband de volgende opmerkelijke mededeling: "Hij was het, die naar
aanleiding van de herstelling der Munsterkerk te Roermond, onze
architect P. Cuypers in kennis bracht met den grooten Franschen
bouwkundige Viollet-le-Duc, die zulk een belangrijken invloed heeft
gehad op Cuypers' ontwikkeling"16. Of de mededeling juist is valt niet
uit te maken. Cuypers had in elk geval in het begin van de jaren vijftig
Viollet-le-Duc al ontmoet tijdens een verblijf in Parijs17. Maar ook
toen kan Leeuw best de rol van intermediair gespeeld hebben tussen
zijn Parijse oud-leraar en zijn Roermondse collega. Na zijn vestiging in
Roermond woonde Leeuw (ingeschreven als "Hendrik Leeuw")
aanvankelijk in bij de aannemer Weustenraad aan de
Swalmerstraat18. In Roermond leerde hij zijn tweede vrouw kennen:
Anna Amelia Hubertina Raemaekers. Beide ouders waren bij het
huwelijk van hun dochter al overleden. Anna Amelia Hubertina was
geboren te Roermond op 19 juli 1831, en du ruim twaalf jaar jonger
dan haar man. Het huwelijk werd gesloten op 25 oktober 186019. Het
echtpaar woonde in Roermond onder meer in de Schoenmakerstraat,
de Neerstraat en de H. Geeststraat. Uit het huwelijk werden vijf
kinderen geboren. De oudste was Henri, geboren op 7 oktober 1861
te Roermond. Daarop volgden Oscar (28 juli 1866), Rosa (29
november 1868), Cécile Marie (15 juni 1871) en Alexandrine
Hubertine (15 mei 1874). Cécile Marie zou jong overlijden, namelijk
op 29 mei 187420. Rosa Elisa huwde op 6 mei 1895 te Nijmegen
met J.P.P. Bodifée, de kunstschilder. Zij zouden zich later in Deventer
vestigen. Henri en Oscar volgden de artistieke voetsporen van
hun vader. Henri, die in 1918 overleed, ontplooide zich als tekenaar,
schilder en etser. Hij gaf als tekenleraar les aan de H.B.S. te
Nijmegen. Oscar, die in 1944 overleed, ontplooide zich als architect.
Hij ontwierp o.a.het bekende Concertgebouw "De Vereeniging" te
Nijmegen21.Ruim 35 jaar zou Jean Henri Leeuw in Roermond blijven
wonen en werken, en in deze periode werd dan ook het grootste
gedeelte van zijn werk en zijn roem geboren. Uit verschillende
bronnen verzamelden wij de volgende werken van Leeuw uit zijn
Roermondse tijd (van een aantal van deze werken konden wij de
huidige verblijfplaats niet achterhalen; van sommige moet bovendien
gevreesd worden dat zij de laatste Wereldoorlog niet overleefd
hebben):
- grafmonument voor de familie Guillon te Panningen (1856)
- houten Sint Agathabeeld voor de kerk te Well (1857)
- beelden van de H. Petrus en Paulus voor de Petruskerk te
Baarlo, in 1944 verwoest
- twee in ijzer gegoten leeuwen voor het Provinciaal Bestuur te
Maastricht (1860)
- zinnebeeldige voorstellingin albastgips betrekking hebbende op de
overstromingen in 1861
- decoratie in het woonhuis van notaris Charles Guillon te Roermond,
Swalmerstraat 3 (1861-1867)
- buste van Thorbecke (1872); afgietsel in Gemeentelijk Museum
Hendrik Luyten " Dr. Cuypers te Roermond
- beeldhouwwerk met de wapens van Gelderland, Roermond en het
Hertogdom Limburg, boven de daklijst van het stadhuis te Roermond (1877)
- buste van notaris Charles Guillon na diens overlijden in 187322
- twee altaren, deels in steen en deels in hout, en marmeren
beelden voor de St. Jacobskerk te 's-Gravenhage.
.
LANDELIJKE ROEM
.
Uitvoeriger aandacht verdienen nog enkele werken van Jean Henri
Leeuw uit zijn Roermondse jaren waarmee hij de belangstelling van
de landelijke pers op zich vestigde, en waarvan ons dan ook
uitvoerige beschrijvingen zijn overgeleverd.In 1857 had Leeuw zich
voor het eerst landelijke bekendheid verworven met een houtsnijwerk,
bestemd voor het koninklijk huis. Het betrof een uit perenboomhout
gesneden ovaal met een symbolische voorstelling van de koning der
Nederlanden in zijn rijk, uitgevoerd in renaissancistische stijl. We
kennen het uit een beschrijving van de "Algemeene Konst- en
Letterbode" van 16 mei 1857: In het midden is eene medaillon, het
borstbeeld van den Koning in profil bevattende, het medaillon wordt
gekroond door twee genietjes, "overvloed" en "vrede", en gedragen
door het beeld der "koninklijke geregtigheid". De medaillon is gedekt
door het wapen des rijks met eene ter wederzijde afhangende
banderolle, Oost- en West-Indiën vertegenwoordigend en gedrapeerd
door eene banier met de nationale kleuren. Aan het voetstuk van het
beeld der koninklijke geregtigheid rust eene wapentrofee; daarachter
ontspruiten en slingeren zich om de geheele voorstelling eiken- en
lauriertakken, waaraan de wapens der tien provinciën hangen; geheel
onder aan de trofee vertoont zich het wapen van het groothertogdom
Luxemburg. Leeuw heeft dit kunstwerk eigenhandig in de residentie
aangeboden, waar hij hartelijk ontvangen werd. Ter beoordeling van
het werk was een commissie van drie deskundigen aangesteld, en
het verslag van die commissie was dermate lovend, dat koning
Willem III Leeuw onmiddellijk benoemde tot Ridder der Eikenkroon.
Het werk werd met toestemming van de koning tentoongesteld op een
tentoonstelling van "kunstvoortbrengselen", die 18 mei 1857 te '
s-Gravenhage geopend werd24. Op donderdag 21 mei keerde
Leeuw terug naar Roermond, waar hij al buiten de stad werd
opgewacht door de Koninklijke Harmonie en een juichende menigte.
Hij werd in feestelijke stoet naar het stadhuis gevoerd, dat (zoals ook
vele particuliere huizen) met vlaggen versierd was, en werd aldaar
verwelkomd door wethouder Bongaers (bij afwezigheid van de
burgemeester). Op vrijdagavond 22 mei werd hem bij fakkellicht een
zanghulde gebracht door een zangkoor van werknemers van het
kunstatelier Cuypers-Stoltzenberg. De tekst van het huldelied werd
afgedrukt in de "Maas- en Roerbode" van 23 mei 1857.
Wij citeren:
.
"De Koning gaârt een takje schoon
En strengelt fier het om de haren
Van een "uit Limburgs kunstenaren"
en verder heet het:
"O Leeuw! Stap op uw eerebaan
Als ridder voort in Roermonds wallen.
Deez zullen dra ten gronde vallen;
Edoch Uw Kunstroem leeft voortaan
Zoolang als Roermond zelf zal staan".
.
In 1858 wijdde de redaktie van de "Kunstkronijk, uitgegeven ter
aanmoediging en bevordering der Schoone Kunsten" een uitgebreide
bespreking aan de grote tentoonstelling in Den Haag25. Daarin kreeg
ook Leeuw een eervolle vermelding: "Wanneer wij nog hebben
stilgestaan voor het medaillon van H. Leeuw te Roermond, met het
borstbeeld van de koning, omgeven door geniën, gedragen door een
uitmuntend bewerkt beeldje der geregtigheid, en verder opgeluisterd
door wapens, trofeën, eiken- en lauriertakken zoo verbazend
uitvoerig, en tevens toch met zulk eene breede opvatting, in hout
gesneden, dat wij er den klassiek gevormden en tevens fijngevoeligen
kunstenaar in herkennen, maken wij een kleinen uitstap naar het
zaaltje, waar de teekeningen, gravuren, lithographiën enz. zijn
opgehangen"26. In 1866 maakte Leeuw andermaal furore met een
medaillon. Ditmaal betrof het een medaillon met de afbeelding in
relief van de koning van Pruisen, aan deze aangeboden bij
gelegenheid van het "jubelfeest der rijnprovincie". Dat een Limburgse
kunstenaar bij deze gelegenheid een kunstwerk aan de koning van
Pruisen aanbood hoeft niet te verbazen, wanneer men bedenkt
dat Limburg nog tot 1867 deel uitmaakte van de Duitse Bond. Leeuw
ontving "als bewijs van tevredenheid" van de koning een grote gouden
medaille met diens portret27. Een jaar daarvoor, in 1865, had Leeuw
ook al de Belgische Leopoldsorde ontvangen. De aanleiding hiertoe
hebben we helaas niet kunnen achterhalen. In 1879-1880 kreeg
Leeuw met een miniatuurportret van de overleden koningin Sophie
opnieuw landelijke bekendheid. Naar aanleiding van het portret
berichtten vier landelijke tijdschriften vol lof over het werk van Leeuw.
De eerste was de Rotterdamsche Courant van 28 november 1879
(28. Op 7 januari 1880 prees de bekende kunstcriticus Carel
Vosmaer het werk in Het Vaderland29. Op 10 januari 1880 berichtte
eveneens De Nederlandsche Spectator in het tweede nummer van
die jaargang over het portret. En in de liberale Roermondse krant
De Volksvriend van 1 mei 1880 vinden we een artikel van ene F., dat
overgenomen zou zijn uit De Tijd (we konden het bewuste artikel
in De Tijd helaas niet terugvinden). De opdracht voor het werk was
Leeuw al meer dan twintig jaar tevoren (De Tijd spreekt van 22 jaar)
verstrekt door koningin Sophie, die zelf de voltooiing niet meer mee
mocht maken, maar die "meermalen over den aanleg en de
aanvankelijke vorderingen van het werk hare ingenomenheid
betuigde", aldus Vosmaer. De Tijd deelt nog mede dat het kunstwerk
door Sophie bedoeld was als souvenir voor de kroonprins, maar ook
die maakte de voltooiing niet meer mee. De Rotterdamsche Courant
wist te berichten dat de lange arbeidsduur verklaard wordt door de
voorbereidende studies die Leeuw maakte. Aan het werk zelf gingen
namelijk wel drie verschillende proefbewerkingen vooraf. Dezelfde
courant wist ook te melden dat Leeuw zelf het gereedschap had
vervaardigd waarmee hij het kunstwerk gebeiteld had. En De Tijd
noemde onder deze gereedschappen zelfs een naainaald. Al vóór het
kunstwerk voltooid was bezorgde het zijn maker landelijke
bekendheid. Dit blijkt uit het bezoek dat de reizende dominee J.
Craandijk aan Leeuw bracht toen hij in 1878 Roermond en omgeving
bewandelde. In zijn bekende boek "Wandelingen door Limburg"
schrijft Craandijk: " 't Is in onzen wegen 't loont dubbel de geringe
moeite, om even aan te kloppen aan het huis, waar een merkwaardig
kunstenaar woont en een kunstwerk, eenig in zijn soort, is te zien. Wij
moeten daartoe echter niet al te gehaast zijn, want het monument van
onuitputtelijk geduld, met fijnen smaak en wonderbare
kunstvaardigheid vereenigd dat wij vóór ons afscheid wenschen
te leeren kennen, vereischt en verdient meer dan een "vlugtigen
blik". En hierop laat hij dan een uitvoerige beschrijving volgen van
het werk van Leeuw30. Ook alle vier de periodieken geven uitvoerige
beschrijvingen van het kunstwerk. De meest beknopte is die van De
Nederlandsche Spectator, die we hier laten volgen:
"Het bestaat uit een 0,32 m. groot medaillon, in peerenhout gesneden
en bevat in het midden het welgelijkend borstbeeld der vorstin,
omgeven van eene dubbele lijst, bekransd met rozen, leliën en een
geslingerden band met de namen der koningin. Daaromhenen is
eene versiering aangebragt bestaande uit het dubbele wapen van
Nederland en Wurtemberg, door twee vrouwlijke geniën gehouden.
Noch drie allersierlijkste vrouwebeeldjes, ongeveer acht cent. groot
vertoonen, ter linker de architektuur, ter rechter de beeldhouwkunst en
van onderen eene Flora, met twee kleine geniën. Deze beeldjes zijn
allen met veel smaak en talent uitgevoerd in het naakt en de fijne
dunne draperiën. De figuren zijn allen blanker gehouden, de
versieringen iets bruiner, een verschil van kleur dat door den
kunstigen steek des beitels alleen verkregen is. Tal van
mikroskopiesche wonderen kunnen wij in de sieraden opmerken;
de roosjes zijn zoo groot als een perlemoeren knoopje en op eene
daarvan ziet men noch een vlindertje met zijne voelhorentjes. De
parels der kroon en van den diadeem, de kanten sluier, de kleine
medaillons met figuurtjes der kunsten, de bloedblaadjes, alles is
gestoken met eene kunst die verwonderlijk is".
Uit de meer uitvoerige beschrijvingen willen we slechts ter aanvulling
aanhalen dat zich rond de Flora-figuur nog vier kleine medaillons
bevonden, ter grootte van een stuivertje, met de beeltenissen van de
architectuur, de muziek, de schilderkunst en de poëzie, en dat Leeuw
een klein zelfportretje had aangebracht op het ronde sluitplaatje
(drie mm. In doorsnede!) van de gordel in de beeltenis van de
beeldhouwkunst (aldus Het Vaderland en De Tijd).
De Rotterdamsche Courant en De Tijd vermeldden uitdrukkelijk dat
Leeuw een landgenoot was, geboortig van Arcen, en Vosmaer sprak
de wens uit dat het werk, dat een verrijking was van de Nederlandse
kunst, ook in ons eigen land "eene blijvende besteming" zou vinden.
Dezelfde opperde ook nog de gedachte dat de vaardige hand van
Leeuw nieuw leven zou kunnen brengen in oude vaderlandse kunsten
als de munt- en penningkunst en het snijden in edelstenen (cameeën,
intaglio's). Uit het lyrische artikel in De Tijd, waarin zelfs een
beschrijving van het uiterlijk van de kunstenaar is opgenomen ("een
typischen kunstenaarskop, een hooggewelfd voorhoofd en een
krachtig geteekend mannelijk gelaat, omlijst door een vollen grijzen
baard, en verlicht door een paar kleine donkere oogen, waaruit onder
dikke grijze wenkbrauwen het feu sacré u tegenflikkert"), valt op te
maken dat het kunstwerk in het gebouw van de "eensgezindheid" op
het Spui te Amsterdam te bezichtigen was. De huidige verblijfplaats
van het kunstwerk hebben we nog niet kunnen achterhalen.
.
NIJMEEGSE JAREN
.
Rond 1885 begon in het leven van Jean Henri Leeuw een laatste
periode. Vanaf dat jaar concentreerde zijn werkzaamheid zich vooral
op de stad Nijmegen. Op 30 november 1887 vestigde Leeuw zich
met zijn vrouw en kinderen Oscar, Rosa en Alexandrina te Nijmegen,
aan de Nieuwe Markt 31. Hij volgde daarmee het voorbeeld van zijn
oudste zoon Henri, die zich al enkele jaren eerder in Nijmegen
had gevestigd. In de twee voorafgaande jaren had Leeuw samen met
zijn zoon al een grote artistieke bedrijvigheid in Nijmegen ontplooid.
In 1885 en 1886 herstelden zij het beeldhouwwerk aan het
Waaggebouw te Nijmegen en aan de kerkboog naar het
Stevenskerkhof, waarvoor zij leeuwen, stadswapens en kariatiden-
kraagstenen vervaardigden32. En in 1886 vervaardigden zij het
bekende leeuwenbeeld van zandsteen op een sokkel van namense
steen, met een hoogte van vier meter, dat het Kronenburgerpark in
Nijmegen siert33 en werd aangeboden door de "Vereeniging tot
Verfraaiing van Nijmegen en Schependom"34. Andere werken van
beiden zijn een leeuw juit 1885-1886, die in de hal van het
Nijmeegs Museum Commanderie van St. Jan te zien is, en een copie
uit 1888 van het uit 1647 daterende stadswapen aan het
Belvedère35. Verder vervaardigde Leeuw in Nijmegen nog een
borstbeeld van wethouder Francken voor de raadzaal van het
stadhuis, een buste van wethouder Terwindt voor diens graf, en
beeldhouwwerk voor enkele door zijn zoon Oscar gebouwde panden.
In 1890 restaureerde hij samen met Henri jr. nog de kast van een
antieke klok in de vestibule van het stadhuis. Zoals meerdere
Nijmeegse werken van Leeuw is ook deze klokkekast in de Tweede
Wereldoorlog verloren gegaan36. Steeds minder vertoonde de
bejaarde kunstenaar zich evenwel in de openbaarheid. Hij trok zich
terug "in de kring zijner zonen, in wier arbeid hij tot het laatste levendig
belang stelde", aldus De Gelderlander na zijn overlijden. Op 3
augustus 1893 overleed Leeuw's echtgenote, en op 13 oktober 1909
volgde ook Jean Henri Leeuw, ruim negentig jaar oud. Op zaterdag
16 oktober werd hij, na een Requiemdienst in de St. Ignatiuskerk (nu
Petrus Canisiuskerk) aan de Molenstraat, op het R.K. kerkhof te
Nijmegen begraven. In verschillende kranten (o.m. De Gelderlander,
De Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, De Limburger
Koerier/Maas- en Roerbode) werd hij uitvoerig herdacht. Volgens een
berichtje in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant
van 24 en 25 oktober 1909 zou het nummer van "Eigen Haard" van
die week "het zeer gelijkend portret van den alhier overleden
kunstenaar den heer H.J. Leeuw met een waardeerend bijschrift"
bevatten. In de gehele jaargang 35 (1909) van dit wekelijks
familietijdschrift konden we evenwel geen enkel portret van Leeuw
ontdekken37. Mogelijk was de afbeelding er als losse bijlage
bijgevoegd. Wel zijn ons van Leeuw twee portretten bewaard
gebleven in het Gemeentelijk Museum Hendrik Luyten-Dr. Cuypers te
Roermond. Het ene is een getekend zelfportret, het andere is een in
de Luyten-zaal permanent geëxposeerd groot olieverfschilderij van de
bekende in Roermond geboren schilder Hendrik Luyten (1859-1945).
Bovendien zou Dr. Cuypers het hoofd van Leeuw, evenals dat van zijn
andere medewerkers, afgebeeld hebben in een altaarretabel voor de
Munsterkerk te Roermond. We willen de boven verzamelde notities
over Jean Henri Leeuw graag besluiten met de wens uit te spreken
dat meer bevoegden, wellicht naar aanleiding van dit artikel, zich
uitvoeriger dan wij konden doen zullen verdiepen in leven en werk van
deze verdienstelijke Arcenaar.
.
Notes.
.
1. J. STOEL, Het ontstaan van familienamen, met voorbeelden uit
de registers van Arcen en Velden, Lomm 19812 (= Cahiers van de
historische werkgroep Arcen ? Lomm ? Velden 1), 19.
2. A. VAN BEURDEN, Leeuw (Henri), in: Nieuw Nederlandsch
Biografisch Woordenboek IV, Leiden 1930, 1018-1019; P. SCHEEN,
Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950, I,
's-Gravenhage 1969, 691.
3. Gemeentelijke archiefdienst Roermond, Huwelijksbijlagen 1860:
uittreksel geboorteregister Arcen en Velden. Over de geboortedatum
van Leeuw blijkt nogal wat verwarring te bestaan. Sommigen geven
als jaar 1820. J. VAN AGT, Het huis van Charles Guillon te
Roermond, in: Libellus festivus. Een bundel historische opstellen
aangeboden aan Joseph H.F.H. Linssen bij gelegenheid vna zijn
70ste verjaardag op 6 november 1964, Roermond 1964, 1-14 geeft
op p. 10 als datum 28 maart 1819. Dezelfde datum geeft
ook SHEEN, o.c., 691. In het Bevolkingsregister van de gemeente
Roermond stond tussen 1850 en 1860 als geboortedatum eveneens
28 maart aangegeven, maar van 1870 tot 1880 weer een andere
datum: 21 maart 1820. Onduidelijkheid blijkt er ook te zijn over zijn
voornaam. Vaak wordt hij enkel als Henri vermeld. In de
overlijdensannonce in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche
Courant van 15 oktober 1909 wordt hij Henri Jean genoemd.
4. STOEL, o.c.,19.
5. Voor zover niet anders vermeld zijn de volgende gegevens
ontleend aan artikelen in kranten, m.n. van C. VOSMAER in "Het
Vaderland" van 7 januari 1880, een artikel in "De Tijd" van 1880 en
een herdenkingsartikel in "De Gelderlander" van 15 oktober 1909,
overgenomen in de "Provinciale Geldersche en Nijmeegsche
Courant" van 16 oktober 1909.
6. STOEL, l.c.
7. S. LAMI, Dictionnaire des sculpteurs de l'école française au
dix-neuvième siècle
III, Paris 1919 (reprint Nendeln/Liechtenstein 1970), 213-218.
8. LAMI, o.c., IV, Paris 1921 (reprint 1970), 202-217.
Over zijn lesatelier m.n. 205-206.
9. U. THIEME ? F. BECKER, Allgemeines Lexikon der bildenden
Künstler 27, Leipzig 1933, 456-457.
10. Een overzicht van Viollet-le-Duc's projecten vindt men in de
prachtige en omvangrijke catalogus: Viollet-le-Duc.
Galeries nationales du Grand Palais, 19 février ? 5 mai 1980, Paris
1980. Over Vézelay daar L. Saulnier, 59-65 en 150-153.
11. Gemeentelijke archiefdienst Roermond, Huwelijksbijlagen 1860:
overlijdensacte d.d. 21 april 1847.
12. Een Limburgsch kunstenaar, in: De Nieuwe Koerier/Maas- en
Roerbode, 23 oktober 1909.
13. G. LINSSEN, Verandering en verschuiving. Industriële
ontwikkeling naar bedrijfstak in Midden- en Noord-Limburg
1839-1914, Tilburg 1969 (= Bijdragen tot de geschiedenis van het
zuiden van Nederland XIV), 212-226.
14. LINSSEN, o.c., 219.
15. G. VAN BREE ? H. THOMASSEN, De Onze Lieve Vrouwe
Munsterkerk te Roermond, Roermond 1977, 9 en 21.
16. Zie noot 12.
17. S. DE BLAAUW, Een negentiende-eeuwse Magister Operum.
Pierre Cuypers en de bouwkunst van de middeleeuwen, in :
Excursiones Mediaevales. Opstellen aangeboden aan Prof. Dr. A.G.
Jongkees door zijn leerlingen, Groningen 1979, 13-38, m.n. 18-19.
18. Gemeentelijke archiefdienst Roermond,
Bevolkingsregister 1850-1860, deel 6, blz. 1520.
19. Idem, Huwelijksbijlagen 1860.
20. Idem, Bevolkingsregister 1860-1870, 1870-1880 en 1880-1890.
21. SHEEN, o.c., 691; J. KNOEFF, Leeuw (Henri), in:
THIEME-BECKER, o.c. 22, Leipzig 1928, 547; J. BUSSE,
Internationales Handbuch aller Maler und Bildhauer des
19. Jahrhunderts, Wiesbaden 1977, 743.
22. Een foto van deze buste is te vinden in: Historische Opstellen
over Roermond en Omgeving, Roermond 1951, tussen pp. 336 en
337 (afb. 24).
23. Algemeene Konst- en Letterbode, jg. 69, no. 20, p. 159.
Overgenomen door ?Maas- en Roerbode? op 23 mei 1857.
24. Maas- en Roerode, 16 mei 1857.
25. De Haagsche Tentoonstelling, 1857, in: Kunstkronijk 19 (1858), 37-39 en 41-48.
26. Idem, 47.
27. Kunstnieuws, in: Konstkronijk. Nieuwe serie 7 (1866), 63.
28. Overgenomen door de drie Roermondse bladen, te weten:
De Maas- en Roerbode, Het Nieuwsblad voor Roermond en
De Volksvriend, alle drie op 29 november 1879.
29. Overgenomen door De Volksvriend van 10 januari 1880.
30. J. CRAANDIJK, Wandelingen door Nederland (Limburg),
Haarlem 1883 (reprint Maasbree 1981), 52-53.
31.Gemeentelijke archiefdienst Nijmegen, Bevolkingsregister 1880
-1890, deel N 5, blz. 43.
32. J. BRINKHOFF, De Waag in eer hersteld, in: Numaga 24 (1977),
65-72, m.n. 69; H. VAN DER GRINTEN ? P. THOBEN, Beelden in
Nijmegen, Nijmegen 1978, 82 (no. II, 8-9) en 101-102 (no. III, 5-7).
33. VAN DER GRINTEN ? THOBEN, o.c., 82 (no. II, 10) en foto nr. 2.
34. Numaga 3 (1956), 76 (?Ter navolging?).
35. VAN DER GRINTEN ? THOBEN, o.c., 82 (no. 11, 7) en 102
(no. III, 8). G. LEMMENS, Meester Gerhard Gröninger, een westfaals
beeldhouwer als balling in Nijmegen, in: Numaga 23 (1976), 78.
36. A. LAMMERTS VAN BUEREN, De verwoesting van een oude
keizersstad. Oorlogsrampen over Nijmegen 1940-1945,
Nijmegen s.a., 33.
37. Wij raadpleegden de volledige jaargang in de Bibliotheek van de
Rijksuniversiteit te Utrecht, Ts.qu. 2072.
--------------------------------------------------------------------------------------
Detail resultaat: (Vader)
Bron Burgerlijke stand - Geboorte
Archieflocatie Regionaal Historisch Centrum Limburg
Algemeen Toegangnr:
12.003
Inventarisnr: 2
Gemeente: Arcen en Velden
Soort akte: Geboorteakte
Aktenummer: 34
Aangiftedatum: 29-03-1819
Kind Jean Henri Leeuw
Geslacht: M
Geboortedatum: 28-03-1819
Vader Pierre Francois Leeuw
Moeder
Megtilde van Daelen
---------------------------------------------------------------------------------------
De ondestaande Franse tekst is getranscibeerd door
Hennie van Rooij-Iding uit de boeken van de Burgelijke Stand van de
Gemeente Dreux.
---------------------------------------------------------------------------------------
Dreux 1842 - 1844
(Type d'acte: Naissances, Mariages, Décès 3 E 134/38 - Vue 327)
LEEUW & THUBEUF
Acte 119
Copie
acte promesse de mariage
L'an mil huit cent quarante quatre (1844), le dimanche quatorze juillet
(14.07), heure de midi, nous premier adjoint, remplissant par
délégation, les fonctions d'officier de l'état civil de la ville de Dreux,
avons publié pour la seconde fois, devant la porte de la mairie, qu'il y
a promesse de mariage entre Jean Henry LEEUW, sculpteur, agé de
vingt cinq ans (25 ans) demeurant à Dreux depuis plus d'un an, fils
majeur de Pierre François LEEUW, propriétaire, et de feu Mathilda
VAN DAELEN, lui demeurant à Arcen, Duché de Limbourg d'une part
et Joséphine Alexandrine Aimée THUBEUF agée de vingt ans (20
ans) demeurant avec sa mère à Dreux, fille mineure de feu Jacques
THUBEUF et de Marie Charlotte BILLORE, sa veuve d'autre part.
Extrait de cette seconde publication a été de suite affichée au tableau
à ce destiné, dont acte que nous avons signé.
----------------------------------------------------------------------------------------
http://www.archinoe.net/cg28/registre_visuimg.php?PHPSID=fbc8a9d48d7babfb2e677b98d35372a2
.
image 296 van 342
Dreux 1842 -
1844
(Type d'acte: Naissances, Mariages, Décès - Cote 3 E 134/38 - Vue 296)
Acte 40
Copie d'acte de mariage
LEEUW & THUBEUF
L'an mil huit cent quarante quatre (1844), le mardi vingt trois juillet
(23.07), à onze heures du matin en la maison commune et par devant
nous soussignés, premier adjoint, remplissant par délégation les
fonctions d'officier d'état civil de Dreux. Se sont presents pour
contracter mariage, Jean Henry LEEUW, sculpteur, agé de vingt cinq
ans (25 ans), demeurant à Dreux depuis vingt mois (20 mois), fils
majeur de Pierre François LEEUW, propriétaire demeurant à Arcen,
Duché de Limbourg, et de feu Mathilda VAN DAELEN son épouse
d'une part.
Et
Joséphine, Alexandrine, Aimée THUBEUF, agée de vingt ans (20
ans), demeurant avec sa mere à Dreux, fille mineure de feu Jacques
THUBEUF, et de Marie Charlotte BILLORE sa veuve d'autre part. Vu
1) les publications dudit mariage faites en cette ville les dimanches
sept (7.07) et quatorze (14.07), de ce mois affichées au tableau
ordinaire pendant le temps prescript par la loi sans qu'il soit survenu
d'oppositions.
2) acte de naissance de Jean Henry LEEUW, époux, en date à Arcen
arrondissement de Aurdemonde (?) (Ruremonde = Roermond) Duché
de Limbourg, du vingt huit mars milhuit cent dix neuf (28.03.1819).
3) celui du décès de Mathilda VAN DAELEN, sa mère dans la même
commune du premier juin mil huit cent trente deux (01.06.1832).
4) le consentement donné à ce mariage par Pierre François LEEUW,
son père suivant acte rapport en ?. Et dressé devant Egbert
THIESSEN, notaire public à Vanloc (Venloo =Venlo) même
arrondissement de Auremonde (?) (Ruremonde = Roermond) le
quatre juin dernier (04.06).
5) l'acte de naissance de Joséphine Alexandrine Aimée THUBEUF,
épouse, en acte à Dreux du quatorze octobre mil huit cent vingt
trois (14.10.1823).
6) celui du décès de Jacques THUBEUF, son père en acte audit
Dreux du premier mars mil huit cent trente sept (01.03.1837).
Après avoir donné lecture aux parties, suivant le voeu de la loi des
pièces,sus-enoncées, restées les unes connexées à l'un des deux
registres et les autres aux archives de la mairie, lecture faite aussi du
chapitre six, titre cinq du code civil, nous avons reçu de Dame Marie
Charlotte BILLORE, mere de l'épouse a présenté son consentement
verbal au mariage, don't il s'agit. Les époux ont declare se prendre en
mariage l'un Joséphine Alexandrine Aimée THUBEUF, l'autre Jean
Henry LEEUW, en consequence desquels consentements et
declarations, nous officier de l'état civil sus-dit, nous avons pronounce
au nom de la loi, que Jean Henry LEEUW et Joséphine Alexandrine
Aimée THUBEUF sont unis par le mariage.
Le tout fait en presence du coté de l'époux de
M.M. Gaspard Dominique Van Daelen, son oncle,
propriétaire, demeurant à Paris, rue Croix des petits champs No. 38,
agé de cinquante cinq ans (55 ans) et Emile Knecht agé de trente
quatre ans (34 ans) entrepreneur en sculptures,
demeurant à Paris rue de Babylone No. 29.
Du coté de l'épouse M.M. Jean Marie Billoré, son oncle
agé de soixante deux ans (62 ans) demeurant au point du Jour,
commune d'Auteuil (Seine) et Pierre
Bienvenu Germain, son cousin,
propriétaire, demeurant à Dreux lesquels témoins
ont avec les époux et la mere de l'épouse, signé le present acte après
lecture faite.
.
De akte wordt dus ondertekend door de 2 comparanten, 4 getuigen,
de moeder van de bruid en de secretaris en de ambtenaar van de
Burgelijke Stand.
Opmerkelijk is dat er nog 2 handtekeningen Thubeuf staan.
Dit is waarschijnlijk familie die niet vernoemd wordt.
.
In de akten staat de naam Thubeuf vaak met sierlijke letters
geschreven, dit wekt soms de indruk dat er Chubeuf staat.
---------------------------------------------------------------------------------------
Casparus Dominicus van Daelen was getuige bij het huwelijk van
Jean Henri Leeuw te Dreux op 23 juli 1844 en wordt in de
huwelijksakte vernoemd als: Gaspard Dominic van Daelen
oud: 55 jaar, woonachtig: Rue Croix des petites champs no 38 Parijs,
beroep: propriétaire = grondbezitter, huiseigenaar etc,
relatie: oom van de bruidegom .
Dus geboren in 1789. Dit komt goed overeen met zijn doop van
9 april 1788
------------------------------------------------------------------------------------------
https://familysearch.org/pal:/MM9.3.1/TH-1-15064-36787-99?cc=1831469&wc=10729169
.
Netherlands, Civil Registration,
1792-1952
Limburg Roermond Huwelijksbijlagen 1859-1874
Image 728 of 5418
.
Geboorte-extract van Jean Henri Leeuw, 28 maart 1819 Arcen en
Velden
......................................
https://www.familysearch.org/search/image/show#uri=https%3A//api.familysearch.org/records/pal%3A/MM9.1.i/dgs%3A004628474.004628474_00333
.
Netherlands, Civil Registration,
1792-1952
Limburg Roermond Geboorten, huwelijken, overlijden 1858-1860
Image 742 of 886
huwelijksaankondiging 14
oktober
-------------------------------------------------------------------------------------------
https://familysearch.org/pal:/MM9.3.1/TH-1-14326-7626-4?cc=1831469&wc=10729146
.
Netherlands, Civil Registration,
1792-1952
Limburg Roermond
Geboorten, huwelijken, overlijden 1858-1860
Image 811 of 886
.
Bron Burgerlijke stand - Huwelijk (Vader bruidegom)
Archieflocatie Rijksarchief in Limburg
Algemeen Toegangnr:
12.089
Inventarisnr: 77
Gemeente: Roermond
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 0
Datum: 25-10-1860
Bruidegom Jean Henri Leeuw (sculpteur, 41 jaar, wonende te Roermond)
Geboortedatum: 28-03-1819
Geboorteplaats: Arcen
Bruid Anna Amelia Hubertina Raemaekers (29 jaar, wonende te Roermond)
Geboorteplaats: Roermond
Vader bruidegom Petrus Franciscus Leeuw
Moeder bruidegom Megtildis van Daelen (beide overleden)
Vader bruid Jan Peter Raemaekers
Moeder bruid Anna Catharina Peters (beide overleden)
Nadere informatie bruidegom : Ridder der Orde van de Eiken Kroon
Bgm wdnr van Josephine Alexandrine Aimee Thubeuf
------------------------------------------------------------------------------------------
https://familysearch.org/pal:/MM9.3.1/TH-1-159390-636040-28?cc=1554394&wc=5814799
.
Netherlands, Gelderland Province Civil
Registration, 1811-1950
Nijmegen Overlijden (deaths) 1909
Image 434 of 481
.
Detail resultaat:
Bron Burgerlijke stand - Overlijden (Vader)
Archieflocatie Gelders Archief
Algemeen Toegangnr: 0207
Inventarisnr:
8600
Gemeente: Nijmegen
Soort akte: overlijden
Aktenummer: 719
Aangiftedatum: 13-10-1909
Overledene Jean Henri Leeuw
Geslacht: M
Overlijdensdatum: 13-10-1909
Leeftijd: 90
Overlijdensplaats: Nijmegen
Vader
Pierre Francois Leeuw
Moeder Megtilde van Daelen
Nadere informatie geboortepl: Arcen

  Foto's en archief documenten

{{ media.title }}

{{ media.short_title }}
{{ media.date_translated }}

  Overzicht van de stamboom

Johannes Arnoldus LEEUW 1752-1831   Maria Catharina VERHEIJEN 1759-1832   Leonard van DAELEN   Catharina van RIEL ca 1747-1812
| | | |






| |
Petrus Franciscus Pieter-Frans LEEUW 1784-1857   Mechtildis van DAELEN 1785-1832
| |



|
beeld
Jean Henri Henri Sr LEEUW 1819-1909



  1. gw_v5_tour_1_title

    gw_v5_tour_1_content

  2. gw_v5_tour_2_title (1/7)

    gw_v5_tour_2_content

  3. gw_v5_tour_3_title (2/7)

    gw_v5_tour_3_content

  4. gw_v5_tour_3bis_title (2/7)

    gw_v5_tour_3bis_content

  5. gw_v5_tour_4_title (3/7)

    gw_v5_tour_4_content

  6. gw_v5_tour_5_title (4/7)

    gw_v5_tour_5_content

  7. gw_v5_tour_6_title (5/7)

    gw_v5_tour_6_content

  8. gw_v5_tour_8_title (6/7)

    gw_v5_tour_8_content

  9. gw_v5_tour_7_title (7/7)

    gw_v5_tour_7_content

  10. gw_v5_tour_9_title

    gw_v5_tour_9_content