• Born in 1198 - Augsbuurt-Harkema-Opeynde, Kollumerland C.A., Frysland
  • Deceased - Augsbuurt-Harkema-Opeynde, Kollumerland C.A., Frysland

 Parents

 Spouses

  • Married to ? ?

 Siblings

 Relationships

 Notes

Individual Note

Wigerathorp (Gerke de Wigaradorp). El terrateniente Gercke Harkema dejó allí en 1240 por los monjes del monasterio Klaarkamp un monasterio edificar a Jerusalén nombrado en 1249 en la orden monástica cisterciense fue grabado. Una iglesia fue fundada, por lo que la solución a uno de los ocho pieles de cerezo (holandés: parroquias) era. En la práctica, el monasterio monasterio Gerckes ' llama.Ese nombre se pasa a la conciliación.




---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


WIEGERATERP of Wiegersterp, voorm. zathe, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen.


Op deze zathe werd in het jaar 1240 het Gerkesklooster gesticht, waaraan het tegenwoordige dorp van dien naam zijn nanzijn verschuldigd is.



WIEGERATERP o Wiegers Terp voorm. Zathe, prov. Kw Friesland. Oostergoo, genial. Achtkarspelen.


En este Zathe fue fundada en el año 1240 la Gerkesklooster que el actual pueblo de ese nombre son nanzijn es debido.


------------------------------------------------------------------------------------------------------------


AUGUSTINUSGA, in de wandeling Augustynsga geheeten, griet Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. v. Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, 1 u Z.O. van Buitenpost, 1/2 u. N.W. van Surhuizum, 1 u. van de grenzen der prov. Groningen, nabij het Kolonelsdiep.

Het is een uitgestrekt dorp, dat zeer aangenaam in het geboomte gelegen is en zijnen naam ontleent van den Kerkvader Augustus, aan wien, vóór de Reformatie, de kerk dezer plaats was toegewijd. Deze kerk, die voorheen voor het inwijden van eenen nieuwen Leeraar vijf goudgulden aan den Domproost te Utrecht betalen moest, en om streeks 1580 door de Spaansche soldaten geplunderd en verbrand werd,behoort thans aan de Herv. Gem. Van Augustinusga-en-Surhuizum. Men heeft hier 115 h., 1 school met 75 leerlingen, eene smederij en ruim 600 inw., die meest in de landbouw en veeteelt hun bestaan vinden, en onder welke men 10 Doopsg. en 2 R.K. telt, zijnde de overige allen Hervormd.

Tot dit dorp behoort het meer noordelijk buurtje de Tioele en de buursch. Oosterburen. Vroeger werd hiertoe ook gerekend Gerkesklooster, dat thans een afzonderlijk dorp uitmaakt; alsmede de aanzienlijke oude staten, Gaykema, Siccama en Jensma, die thans alle drie verdwenen zijn. — Ten N. van dit dorp heeft men goed kleiland.

Augustinusga is de geboortepl. Van de rijke edellieden Gerke Harkema en Buwe Harkema, van welken de eerste, in het jaar 1240, het Gerkesklooster, onder Augustinusga, en de tweede, in 1242, het Buweklooster, onder Drogeham, gesticht heeft; alsmede van den Bekwamen historie- en portretschilder Willem Bartel van der Kooi, geb. 15 mei 1768, † 14 Julij 1836.

------------------------


Augustinusga en el paseo Augustynsga geheeten, Brill Achtkarspelen, arr. Y 5 h. O. v. Lado Leeuwarden. y 2 1/2 horas. O. N. de Bergum, primero Z.O. Outpost, 1/2 usted. N. W. de Surhuizum, 1 h. de los límites de la prov. Groningen, cerca de la Kolonelsdiep.

Es un pueblo grande, que es muy agradable en los árboles ubicados y su nombre deriva de la Iglesia Padre Augusto, a quien, antes de la Reforma, la iglesia en este lugar fue dedicado. Esta iglesia,que antes de inaugurar Eenen nuevas Maestro cinco florines de oro para el deán de la catedral tuvo que pagar en Utrecht, y directamente en 1580 por los soldados españoles saqueadas e incendiadas, ahora pertenece a los reformados. Av. De Augustinusga-y-Surhuizum. Ha estado aquí 115 h., 1 escuela con 75 alumnos, una fragua y 600 hab., Que la mayoría de la agricultura y la ganadería encuentran su existencia, y en virtud de lo que uno 10 Doopsg. 2 y R.K. recuentos, siendo la otra todo reformado.

Esta localidad pertenece a la buurtje más septentrional del Tioele y buursch. Vecinos del Este. Anteriormente, esto también incluye Gerkesklooster, que constituyen actualmente un pueblo separado;y los antiguos estados importantes, Gaykema, Siccama y Jensma, ahora los tres se han ido. - N. En este pueblo tiene una buena tierra de arcilla.

Augustinusga la geboortepl. Los nobles ricos Gerke Harkema y Buwe Harkema, de los cuales el primero, en el año 1240, el Gerkesklooster bajo Augustinusga, y el segundo, en 1242, la Buweklooster bajo Drogeham, ha fundado; así como la historia y el retrato de competentes pintor William Bartel van der Kooi, b 15 de mayo 1768, † 14 de julio 1836.

-------------------------------------------------------------------------------------------------


Het Gerkesklooster


oude kerk met Gerkesklooster centraalIn het jaar 1240 kwam een zekere Gerke uit Wigerathorpe, een man met een groot financieel vermogen, naar voren met het plan om een klooster te stichten. Het waseerst nodig om een kloosterorde te kiezen, die het klooster zou bevolken. Gerke heeft verschillende kloosters in Fryslân bezocht om zich te oriënteren. Bij de hoofden van deze kloosters deed hij beloften, die achteraf niet werden vervuld. Na 9 jaar werd uiteindelijk gekozen voor de orde van de cisterciënzers. Het klooster van Gerkesklooster, dat de naam Jeruzalem kreeg, moet één van de rijkste kloosters van deze provincie zijn geweest. Destijds waren kloosters, vooral die op het platteland, ondernemingen in vastgoed. Naast vele schenkingen door particulieren, die hiermee een goede plaatsin het hiernamaals op het oog hadden, kreeg het klooster veel land in bezit door bedijking van de Lauwerszee. Bij de inpolderingen speelden de kloosterlingen een belangrijke rol. Door dit klooster ishet Oud Kruisland in Kollumerland bedijkt omstreeks 1420. Ook aan de Groninger kant van de Lauwerszee had men bezittingen. Het Pieterzijl dateert van 1315. De monniken van Gerkesklooster gaven hun naam aan het Munnikezijl, dat de Lauwerszee afsloot van de zee. Daar had men ook een molen in eigendom. Het Gerkesklooster was aanvankelijk vooral een instelling met veel grondbezit, dat diverse uithoven kende, zoals Hillemahusum bij Lutjegast (1320), Visfleeth (1476), Hinckemahus (1530) en ook Warfstermolen kende een uithof. Op Nieuw Kruisland heeft men zelfs nog een kapel gesticht, maar dit is nimmer tot een kerk uitgegroeid. Ook in zuidelijke richting had men de nodige eigendommen, zoals Topweer, bij Opende en Ter Schoole, het begin van het latere Surhuisterveen. Hier was men bezig met verveningsactiviteiten en schapenhouderij. 'Schola' betekent slaapzaal voor monniken. Op een kaart van Schotanus voor het eind van de 17e eeuw staat ook nog 'Olde Ambtskamer' aangegeven bij het grondgebied van Surhuisterveen. Een aanwijzing dus dat hier monniken actief waren. Verder hoorde het hele gebied, waar later dorpen als Boelenslaan, Surhuisterveen en Houtigehage zijn ontstaan, ook eens tot het bezit van Gerkesklooster.

----------------------------


El Gerkesklooster


antigua iglesia con Gerkesklooster centro En el año 1240 fue uno de Wigerathorpe Gerke, un hombre con un gran poder financiero hacia adelante con el plan para fundar un monasterio. En primer lugar, era necesario elegir una orden monástica que poblar el monasterio. Gerke ha visitado varios monasterios en Frisia para orientarse. En la mente de estos monasterios hizo promesas que no se cumplieron después. Después de 9 años, fue elegido para la Orden Cisterciense. El monasterio de Gerkesklooster que fue nombrado Jerusalén, debe haber sido uno de los monasterios más ricos de esta provincia. En ese momento, los monasterios, especialmente los de las zonas rurales, las empresas en el sector inmobiliario. Además de muchas donaciones de individuos, lo que permite un buen lugar en la otra vida que tenía en mente, el monasterio recibió mucha tierra propiedad de diques de la Lauwers. Cuando impolderings los monjes desempeñaron un papel importante. Debido a este monasterio es el Antiguo Kruisland en Kollumerland diked alrededor de 1420. También en el lado norte de los Lauwers que tenían posesiones. Las fechas Pieterzijl desde 1315. Los monjes de Gerkesklooster dieron su nombre a la Munnik Zijl que Lauwerszee cerrado desde el mar. El sitio también tenía un molino propiedad. El Gerkesklooster originalmente era principalmente un entorno con mucho terreno, que tenía varios graneros, tales Hillemahusum en Lutjegast (1320), Visfleeth (1476), Hinckemahus (1530) y también tenía un Uithof Warfstermolen. En Nieuwkruisland uno incluso ha fundado una capilla, pero esto nunca se convertirá en una iglesia. También en el sur que tenían las propiedades necesarias, tales como Topweer, en abrió y Ter Schoole, el comienzo de la subsiguiente Surhuisterveen. Aquí estaban ocupados con actividades de turba y cría de ovejas. Medios 'Schola' dormitorio de los monjes. En un mapa Schotanus para el final del siglo 17 sigue siendo "la oficina de habitaciones Olde 'especificado en el territorio de Surhuisterveen. Una pista aquí, así que los monjes estaban activos. Además escuchado en toda la zona, donde los pueblos posteriores como Boelenslaan, Surhuisterveen y Houtigehage surgen ni una sola vez para celebrar Gerkesklooster.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Gerkesklooster (Fries: Gerkeskleaster) is een Nederlands dorp in de Friese gemeente Achtkarspelen. Het is het westelijk deel van het tweelingdorp Gerkesklooster-Stroobos. Samen met Stroobos telt het dorp 1140 inwoners (1 jan. 2008).


Aanvankelijk lag hier de nederzetting Wigerathorp (Gerke van Wigaradorp). De grootgrondbezitter Gercke Harkema liet er in 1240 door monniken vanuit het klooster Klaarkamp een klooster stichten, Jeruzalem genaamd, dat in 1249 in de Cisterciënzer kloosterorde werd opgenomen. Ook werd een kerk gesticht, waardoor de nederzetting één van de acht kerspels (Nederlands: kerkdorpen) werd. In de praktijk werd het klooster Gerckes' klooster genoemd. Die naam ging over op de nederzetting.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd in 1571 de klok uit de kerktoren gestolen en verkocht. De klok hangt nu in de kerk van de Deense plaats Gadstrup (op Seeland). Toen Friesland over ging naar hetprotestantisme werd het klooster in 1580 afgebroken. Alleen de brouwerij van het klooster bleef staan. Deze werd op 7 augustus 1629 als kerk in gebruik genomen. De kerk werd in 1786 vergroot en verhoogd, en werd in 1974-1975 opnieuw verbouwd. In 1926 werd ook een gereformeerde kerk gebouwd.

Van 1913 tot 1991 was in Gerkesklooster een steenfabriek gevestigd. De zuivelfabriek, die rond 1900 is gesticht, is tegenwoordig een onderdeel van het zuivelconcern Friesland Foods. Op dinsdag 29 juli 2014 brandde een deel van de kaasfabriek af. Het ging om de opslagloods van de kaas. Het blussen van de brand duurde ruim drie dagen[2].

Gerkesklooster telt twee rijksmonumenten, de hervormde kerk en de windmotor Stroobos, die op de grens met Stroobos ligt.


Gerkesklooster en Stroobos liggen in de noordoosthoek van de gemeente Achtkarspelen. Dit is een kleigebied, dat het typische karakter van de Wouden mist; hier geen 'dykswâllen', maar een open landschap. De dorpen vormen één aaneengesloten geheel. Tot 1993 werd het dorp Stroobos doorsneden door de grens met de gemeente Grootegast, die tegelijk ook de grens met de provincie Groningen vormde. Omdat dit allerlei praktische bezwaren gaf, is het Groningse deel van Stroobos naar Achtkarspelen overgegaan. De ligging aan het Prinses Margrietkanaal/Van Starkenborghkanaal is al zeer lang van grootbelang voor deze dorpen. De industrie kreeg daardoor al vroeg een kans, en er zijn dan ook enige grote bedrijven gevestigd.

Ten westen van Gerkesklooster liggen de IJzermieden, waar zich mogelijk in de middeleeuwen een dorp heeft bevonden.




-------------


Gerkesklooster ( Frisia : Gerkeskleaster ) es un holandés aldea en el frisón ciudad Achtkarspelen . Es la parte occidental de la aldea gemela Gerkesklooster-Stroobos. Junto con Stroobos cuenta las aldeas 1.140 habitantes (01 de enero 2008).


Inicialmente, el acuerdo fue aquí Wigerathorp (Gerke de Wigaradorp). El terrateniente Gercke Harkema dejó allí en 1240 por los monjes del monasterio Klaarkamp un monasterio edificar a Jerusalénnombrado en 1249 en la orden monástica cisterciense fue grabado. Una iglesia fue fundada, por lo que la solución a uno de los ocho pieles de cerezo (holandés: parroquias) era. En la práctica, el monasterio monasterio Gerckes ' llama. Ese nombre se pasa a la conciliación.

Durante las Guerra de los Ochenta Años fue en 1571 el reloj robado y vendido desde la torre de la iglesia. Ahora la campana cuelga en la iglesia de la danesa lugar Gadstrup (en Zelanda ). Cuando Friesland pasa al protestantismo , el monasterio fue en 1580 demolió. Sólo la cervecería del monasterio se levantó. Esto fue el 7 de agosto de 1629 como una iglesia encargado. La iglesia estaba en 1786 ampliada y elevado, y fue en 1974 - 1975 reconstruido de nuevo. En 1926 se convirtió en una iglesia reformada construida.

De 1913 a 1991 fue en Gerkesklooster fábrica de ladrillos ubicada. La lechería , que es de alrededor de 1900 fundó, ahora es una parte de la empresa de productos lácteos Friesland Foods . El Martes, 29 de julio 2014 una parte de la fábrica de queso se quemó. Era la nave de almacenamiento de queso. Extinguir el fuego duró tres días.

Gerkesklooster tiene dos monumentos nacionales , la Iglesia Reformada y el motor de viento Stroobos , en la frontera con Stroobos miente.


Gerkesklooster y Stroobos encuentran en la esquina noreste de la ciudad de Achtkarspelen. Se trata de una zona de arcilla , el carácter típico del Bosques de niebla; aquí no 'dykswâllen ", sinoun paisaje abierto. Los pueblos forman un todo continuo. Hasta 1993 el pueblo Stroobos fue dividido en dos por la frontera con el municipio Grootegast , que al mismo tiempo el límite con la provincia de Groningen formó. Debido a que dio todo tipo de objeciones prácticas, la parte de Groningen Stroobos procedió a Achtkarspelen. Su ubicación en la Princesa Margarita Canal / Van Starkenborghkanaal ha sido de gran importancia para estos pueblos. La industria fue así una oportunidad temprana, y hay también algunas grandes empresas se encuentran.

Al oeste de Gerkesklooster mentir Hierro Mieden , cuando sea posible, ha encontrado un pueblo en la época medieval.


----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


--------------------------------------------------------------------------------------------------


De Rooms-Katholieke kerk in Lutjepost en Buitenpost


De gevarieerde kerkelijke geschiedenis in ons dorp begint met de aanwezigheid van de Rooms-Katholieke kerk. Dit instituut was bij het ontstaan van Buitenpost de enig aanwezige en bijna alles bepalende religie en werd pas rond 1580 gedwongen zich terug te trekken. Er zijn in onze directe omgeving twee kerken door de katholieken gebouwd, één op Lutjepost die verdwenen is, en de huidige Mariakerk. Een kleine overzicht van een stukje geschiedenis waarvan maar weinig bewaard is gebleven.

kaartje van klooster in de omgeving In de 8e en 9e eeuw na Christus werd Friesland geleidelijk geheel gekerstend, het westen van de provincie eerder dan de rest. In de eerste eeuwen van katholieke invloed werden nauwelijks kloosters gebouwd. De Rooms-Katholieke kerk bevoordeelde grote kloostergemeenschappen. Het daadwerkelijk bouwen van kloosters (kaartje rechts: kloosters in onze omgeving) en uithoven gebeurde pas in de 11e en 12e eeuw, toen aan de bevoordeling van grote kloosters een einde kwam en elders in Europa rijke mensen van adel gebedshuizen oprichtten. Ook onze streken liftten meeop de nieuwe vroomheidsbeweging. Omstreeks 1163 werd in Rinsumageest het klooster Klaarkamp (of Claerkamp) gebouwd als eerste noordelijk onderkomen van de cisterciënzers, één van de kloosterorden binnen de rooms-katholieke kerk. De cisterciënzer monniken kwamen oorspronkelijk van oorspronkelijk uit de Franse abdij Clairvaux, wat 'het lichte dal' betekent. Klaarkamp betekent bijna hetzelfde, 'het lichte veld'. Op het hoogtepunt bezat het klooster Klaarkamp 2500 hectare grond en zo'n tachtig boerderijen. In het klooster woonden tientallen monniken en enkele honderden lekebroeders.De monniken droegen witte kappen, lekebroeders waren in het grijs gekleed. In het Fries werden ze 'skiere mûntsen' genoemd, grijze monniken. Het eiland Schiermonnikoog heeft er zijn naam aan te danken. Vanuit Klaarkamp werden vele kloosters gesticht, onder meer bij Niawier, Hallum, Aduard en de voor ons dorp belangrijke in Gerkesklooster. Eén van de verklaringen voor het grote aantal godshuizen en kloosters in Friesland was de relatieve welstand in dit deel van Nederland in de 12e eeuw. Een andere verklaring ligt in de bijzondere politieke situatie van het toenmalige Friesland. Er was - in tegenstelling tot andere delen van Nederland - geen centraal bestuur. Door het ontbreken van dat politieke gezag kreeg de kerk alle ruimte om zich te ontwikkelen. Elders zorgde het politieke bestuur ervoor dat er niet te veel religieuze instellingen ontstonden die vrijgesteld waren van allerlei lasten.

Monnikenwerk


Gerkesklooster was één van de vruchten van de lokale expansiedrift van de roomse kerk. Aanvankelijk lag op die plek de nederzetting Wigerathorp. De grootgrondbezitter Gercke Harkema liet er in 1240 door monniken vanuit het klooster Klaarkamp een klooster stichten, Jeruzalem genaamd, dat in 1249 in de Cisterciënzer kloosterorde werd opgenomen. Ook werd een kerk gesticht, waardoor de nederzetting één van de acht kerspels (Nederlands: kerkdorpen) werd. In de praktijk werd het klooster Gerckes' klooster genoemd en die naam ging over op de nederzetting. De monniken uit dit klooster zijn belangrijk geweest voor de landaanwinning waarop Buitenpost is ontstaan. De noeste en harde grondarbeid van monniken uit het klooster van Gerkesklooster bracht land achter de bescherming van primitieve dijken en daarmee kon er hier gewoond worden. De eerste plek in Buitenpost die daarmee in verband wordt gebracht, is de de splitsing van de Kuipersweg naar de Buitenposter mieden en Rohel. Er tegenover, in de nieuwbouwwijk Mûnewyk is een stuk grond onbebouwd gebleven met het oog op de archeologische waarde. Daar zijn in het verleden oude menselijke bewoningssporen aangetroffen die voor mogelijk toekomstig wetenschappelijk onderzoek gespaard zijn gebleven. Bewoning werd in die tijd meestal snel gevolgd door de bouw van een kerkelijk gebouw en zo gebeurde dat ook op Lutjepost.

Eertijdse beschrijvingen


In het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa van 1844 staat over Lutjepost: "Volgens overlevering zou hier vroeger eene kerk hebben gestaan, ofschoon het uit geene gedrukte oorkonde blijkt. Het gehucht of dorp zelf is op eene hoogte gelegen. Er is een stuk land, het hoogste van het omliggende, hetwelk met steenen en eene grove puin opgevuld is. Daaruit mag men met grond afleiden dat hier vroeger een belangrijk gebouw heeft gestaan, of zulks echter eene kerk is geweeste of een particulier gebouw durven wij niet te beslissen. Kort na de Hervorming stond er althans geene kerk meer en zoozij heeft bestaan werd zij overtollig". De enige bronnen waarover van der Aa in zijn tijd kon putten waren de 'Tegenwoordige Staat van Friesland' (van 1786) en de 'Beschrijvinge van de Heerlijckhydt van Friesland tusschen 't Flie en de Lauwers' van 1644 van Schotanus. In geen van beide staat iets over een kerk van Lutjepost. Voor het eerst wordt deze genoemd in het 'Kirchenverzeichnis für den Münsterischen Archidiakonat Friesland um 1500'. Bij 'Post alias Lutjepost' staat hier 'incorporata in Uthpost' (opgenomen in Uthpost - Buitenpost). Dat de kerk van Lutjepost toen verenigd was met die van Buitenpost kan men ook afleiden uit het 'Register van den Aenbreng van 1511', in 1879 met een toelichting uitgegeven door het Friesch Genootschap voor Geschied-, Oudheid- en Taalkunde. Daarin wordtLutjepost niet apart genoemd - een teken dat het zijn zelfstandigheid kwijt was geraakt. In de Benificiaalboeken van Friesland van 1543 is dat wel het geval en daarin wordt het bezit van de pastorie van Buitenpost genoemd en wel onder de 'Aenbrengh van de grootheydt van de Prebende Lutjepost' door 'Heer Lyeuwe, nu ter tyt Prebendarius in Buytenpost'. In het Register van de Geestelijke Opkomsten van Oostergo van 1581 wordt de kerk van Lutjepost ook genoemd. Er is dan een "gewesene pastoir", Joannes Meppel, die zelf nog een deel van het land gebruikt. Onder de opgave van het pastoriebezit staatdan nog apart een opgave van de "huissteden door Joannes Meppel en de kerkvoogd Hercke Meynertz". Achter de naam van de eerstgenoemde staat den "ertits pastoir, nu deener sworts" (dienaar des Woords). Joannes Meppel vertrok kort daarna als predikant naar Wonseradeel en later naar Bolsward.

kaartje van Buitenpost en omgeving rond 1552


Een kaartje van Buitenpost en omgeving rond 1575. De zee is nog duidelijk aanwezig, de bovenste linker zeearm leidt naar Dokkum. Alle plaatsen zijn niet precies ingetekend, Lutjepost (Lijtsepost) is te ver naar het zuiden aangegeven.

De kerk en begraafplaats bij Lutkepost


Op de splitsing in de Kuipersweg met de Oude Dijk bevindt zich de boerderij van Kramer. Er is nu voor het oog niets meer dat er aan herinnert dat het kavel waar deze op staat, in het verleden gewijde grond was waar een katholieke kerk en een kerkhof waren. Het bezit van de grotere dorpskerken was in de Roomse tijd verdeeld over patroon (voor onderhoud van kerk en eredienst), pastorie, vicarie en prebende. Vaak was er ook nog één of andere leen, zoals het zogenaamde Sacramentsleen. Bij een kleine kerk als die van Lutjepost was er alleen het bezit van de pastoor en de patroon. In het register van 1581 staat: "Patroon hefft gans nichts beholden, dan is omtrent vor 10 jar wenich landt verkofft by consent vant hoff to optimmeringe van een houten klockhuis". In die tijd mocht kerkelijk bezit alleen verkocht worden met toestemming van het Hof van Friesland. De noodzakelijkheid van verkoop moest duidelijk worden aangegeven. In de verkoopacte van het patroonsland van Lutjepost, gedateerd 23 september 1572, wordt als reden opgegeven "dat die patroon ofte die kercke van denselven dorpe, hebbende zeer cleyne opcomsten ende renten door 't bouwen van 't nyeuwe clockhuys zeer noetdruftelicken aldaer onlancx gemaect, in zeeckere schulden waere gevallen en de door noetelicke reparatie nu metterdaet aldaer aan de kercke te doene, die zeer ruinoes ende boevellich waer, in noch meerder schulden zoude moeten geraecken, ende soe die gemeente aldaer zeer cleyn waere, alleenlicken van zes schotschietende huysen, d'welcke van cleyn macht waren ende doer den lesten watervloet zeer beschadicht ende verarmt". Kort gezegd: recente watersnood had veel schade en geldnood veroorzaakt in deze kleine en arme kerkelijke gemeente. Na de watersnood werd het kerkje weer wat opgeknapt. Op de kaart van Schotanus waarvoor de opnamen in Achtkarspelen in de periode 1688-1694 werden verricht, is in Lutjepost nog een kerkje aangegeven. Wanneer het is afgebroken is niet bekend, ook niet wanneer het kerkhofzijn functie verloren heeft. Op de kaart van Eekhoff van 1844 staat het nog als 'Kerkhof' aangegeven en niet als 'Oud-Kerkhof' zoals bij Kortwoude. Een kerkhof was oudtijds een gewijde plaats, omgeven door een omheining, meestal een stenen muur. De doden hadden er rust, geen vee mocht er grazen, de bloedwreker mocht er niet komen, het was een 'vrijthof', een 'Friedhof' - vrij omschreven: 'hof of tuin van vrede'. De rust van de doden die op het kerkhof van Lutjepost een laatste rustplaats vonden werd op een gegeven moment echter wreed verstoord. De omheining rond het kerkhof werd verwijderd. Door wie of op last van wie is, zoals gezegd, niet bekend. Het had vreemde gevolgen zoals uit de volgende impressie "Mimerje by it âld-tsjerkhôf fan Lytse Post" van Simon de Haan in een 'Feanster'-krant uit 1985 blijkt. De vertaling van deze "Mijmering bij het oud-kerkhof van Lutjepost" volgt hier.

"In de hoek tussen de Kuipersweg en de Rohelsterweg ligt het oud-kerkhof van Lutjepost. Vooraan de weg staat een boerderij. Het land er achter staat vol met tweede en derdehands boerengereedschap en bouwmateriaal. Dan denk je bij jezelf (ik ben Gereformeerd), als de doden nu zouden opstaan zou het niet meevallen om hier vandaan te komen. Zo mag je natuurlijk niet denken. Zoiets gaat het menselijk verstand te boven. Maar je hebt het al gedacht voor je er erg in hebt. Maar er is meer met het oud-kerkhof van Lutjepost dat mij benauwt. Enkele jaren geleden fietste ik hier op een avond langs. Deboer was bezig geweest met het inkuilen van gras en had de grashopen afgedekt met aarde. Ik kon de verleiding niet weerstaan om één en ander dichtbij te gaan bekijken. De ingekuilde grashopen lagenbezaaid met mensenbeenderen! Dat dit kon gebeuren was ook omdat de gemeente destijds terrein heeft laten afgraven voor de verbetering van de weg naar Rohel. Dat had niet moeten gebeuren want nu liggen de lijken vrij dicht onder het maaiveld. De jonge boer kwam naar mij toe. Hij kende mij wel. "Zoekt u om een kop?", vroeg hij. "Wat voor kop?", zei ik. "Een doodskop", zei hij. "Hier vlakbij de sloot zit wat veen in de grond. Daar zijn de lijken nog erg gaaf. Ik heb enkele van de meest gave koppen in de brandnetels gegooid. Er zijn altijd wel mensen die daar belang bij hebben". Wij in de brandnetels zoeken, maar geen 'kop'. "Dan heeft meester (bij naam genoemd) ze meegenomen", zei de boer, "die struint hier altijd rond". Wij liepen nog even langs de sleuf die met de dragline om de grasbultenheen was gegraven. De lijken, doormidden gegraven, laggen mannetje aan mannetje. Er zullen ook wel vrouwen bij zijn geweest. "Requiescat in pace" (rust in vrede), heeft de priester gezegd terwijl hijhet wijwater over het graf sprenkelde.

Het kerkhof dateerde uit de tijd van voor de Reformatie. De Staten van Friesland hebben in 1580 na het verraad van Rennenberg alle katholieke kerkelijke bezittingen in beslag genomen en later aan particulieren verkocht en daarmee ook het lot van de kerk en het kerkhof van Lutjepost bezegeld.

De bouw van de kerk in Buitenpost


Over het begin van de kerk in Buitenpost is weinig meer concreets bekend. Onderzoek aan de fundamenten heeft aangetoond dat deze uit de 12e of 13e eeuw stammen. Waarschijnlijk heeft er voor die tijd ook al een kerkgebouwtje (bijvoorbeeld van hout) gestaan. De parochie van Buitenpost ressorteerde in de katholieke tijd met de zeven andere parochies van Achtkarspelen (acht kerkbuurten) onder het bisdom van Münster, terwijl heel de rest van Friesland onder het geestelijk gezag viel van de bisschop van Utrecht. Dat bracht voor ons dorp een bepaalde tweestrijdigheid met zich mee. Het behoorde bij Friesland en maakte deel uit van het landsdeel Oostergo, maar het was, omdat het onder hetzelfde geestelijke gezag verkeerde als Groningen, soms meer op de Ommelanden dan op Oostergo georiënteerd. Maar Buitenpost is altijd Fries gebleven, al heeft het er wel eens op geleken dat de hele grietenij Achtkarspelen voor Friesland verloren zou gaan. Stad Groningen heeft namelijk in het verleden de ambitie gehad om niet alleen over de Ommelanden te heersen, maar ook over het aangrenzende Westerlauwerse gebied (ten westen van de grensrivier de Lauwers). Later zou Buitenpost nog eens opnieuw tussen twee vuurlinies komen te liggen met alle kwalijke gevolgen van dien. Ale Algra (Moethoen) schrijft er over in zijn serie schetsen over de geschiedenis van de Friese dorpen 'De historie gaat door het eigen dorp'(deel II): "Erger nog werd de toestand in de jaren 1580-1594. Friesland had zich op het laatste moment aan het bewind van de verrader Rennenberg onttrokken, maar Groningen keerde terug onder het gezag van Filips II en in de grensgebieden werd voortdurend gestreden tussen de Spaanse en de Staatse troepen. Inlegeringen waren het gevolg en welke troepen er nu ook lagen, de bevolking was er steeds de dupe van. Duizend soldaten, "ongeteld de wijven, vrouwen en jongens" (het verschil tussen wijven en vrouwen geeft de schrijver niet aan) hadden eens in 3 etmalen in deze streek voor 3000 gulden verteerd aan wijn, cleyn broot ende versch fleisch". Evenals in Wirdum, dat ook deze overlast van huurlingen had, werden de soldaten met vrouwen in de kerk (van Buitenpost) ingekwartierd. Dit veroorzaakte in 1594 te Buitenpost een ramp, want waarschijnlijk door onvoorzichtigheid met vuur ging de kerk in vlammen op. Een gedenksteen in de tegenwoordige kerk herinnert aan die ramp. De kerk die in 1594 afbrandde was nog niet zo oud, want een ander steentje dat in de nieuwe 'opgetimmerde' kerk is ingemetseld, laat weten dat de vorige kerk in 1496 was gebouwd. Bij dat jaartal staat "Jhs Maria", dat is Jhesus Maria. De kerk van 1613 moet lang de enige kerk van ons dorp zijn geweest. Tot 1580 waren alle nu monumentale hervormde kerken van Friesland rooms-katholieke bedehuizen. In dat jaar werd werd in heel Friesland de roomse eredienst afgeschaft. Maar in de grensgebieden ging dat niet zo vlot, omdat daar wisselend de Staatse of Spaanse troepen de dienst uitmaakten.

Na de hervorming


Liggend op de grens van Friesland en Groningen en de 'roomsen' en 'hervormden', was voor Buitenpost geen benijdenswaardige positie. Het bracht duidelijke risico's met zich mee, zoals ook blijkt uiteen bericht uit 1581, meldende dat Buitenpost zonder schoolmeester zat "vermits de schoolmeister van de Malcontenten is dootgeslagen, nalatende een weduwe met twee kinder". De sympathie van de inwoners van Buitenpost ging overigens wel overwegend uit naar de nieuwe leer, maar het zou na 1580 nog een tijdje duren voordat deze religie openlijk kon worden beleden. Dat was eigenlijk pas het geval toen religie openlijk kon worden beleden. Dat was eigenlijk pas het geval toen Groningen (in 1594) op de Spanjaarden werd veroverd en van die kant geen gevaar meer te duchten viel.

De pastoors en de eerste predikant


In die tijd telde Buitenpost telde drie geestelijken, allen in 1543 nog in functie. Al voor 1566 ging de pastoor Antonius over tot de Reformatie, ging naar Emden, en werd als zendingspredikant naarVlaanderen gestuurd. Ook Schelte van Aitzema, prebendepriester te Lutkepost ging over tot de gereformeerden, vluchtte ook naar Emden en keerde als gereformeerd predikant terug, onder meer in Nijkerk (Oostd.). In 1580 gaat ook een pastoor over: 'Henricus Schuerman, gewesene pastoir secht sin frow geecht te hebben te Doodorpe by Coesfelt, doch offt solx niet genoich were, wil he darop de classe offt consistorie der dieneren verstaen end hare raedt hooren, werdt anders van sin gemeente bedanckt van een guedt erbarlick from leevendt'. Hij stond in april 1582 in Tzum. In Lutkepost werd de pastoor Joannes Meppel eveneens predikant, in 1581 in Wonseradeel. (uit: "Tussen Gideonsbende en publieke kerk..." door Wiebe Bergsma)

Geen roomse kerk meer


Na de Tachtigjare oorlog keerde de rust in het grensgebied weer. Nu brak er ook een tijd aan waarin gewerkt kon worden aan de opbouw van het kerkelijk leven. Het roomse deel daarvan werd besloten met het vertrek van de laatste pastoor, Henricus Schuerman. Alle bezittingen van de roomse kerk werden door de Friese staten verbeurd verklaard en met de opbrengst werd een startpunt voor een nieuwe geestelijke inrichting gemaakt.

-----------------------------------


La Iglesia Católica Romana en Lutjewinkel Post y Outpost


La diversa historia religiosa de nuestro pueblo comienza con la presencia de la Iglesia Católica. Este instituto fue en el origen de la Avanzada de cualquier religión actual y casi todo lo determina y fue sólo hacia 1580 obligó a retirarse. Hay en nuestra vecindad inmediata dos iglesias construidas por los católicos, una en Lutjewinkel Post que ha desaparecido, y la Iglesia de Santa Maríade corriente. Un pequeño resumen de una pieza de la historia de la que poco se ha conservado.

monasterio de entradas en la zona En los siglos noveno y octavo AD Friesland gradualmente llegó a ser totalmente cristianizada, al oeste de la provincia en lugar de los demás. En los primeros siglos de la influencia católica fue apenas monasterios construidos. La iglesia católica romana aventajada grandes comunidades monásticas. En realidad la construcción de monasterios (monasterios derecha billete en nuestra zona) y granges sólo ocurrió en el siglo 11 y 12, cuando el favor principales monasterios llegaron a su fin y el resto de Europa la gente rica de culto nobleza fundada. Nuestras regiones captura de paseos en el nuevo movimiento piedad. Alrededor de 1163 el monasterio fue Rinsumageast Klaarkamp (o Claerkamp) construyó la primera casa del norte de los cistercienses, una de las órdenes religiosas en la Iglesia Católica Romana. Los monjes cistercienses originalmente vinieron de originalmente de la abadía de Clairvaux francés, significando significa "Valle de luz". Klaarkamp significa casi lo mismo ", el campo de luz. En su punto máximo el monasterio Klaarkamp poseía 2.500 hectáreas y ochenta granjas. En el monasterio vivió docena de monjes y varios cientos de monjes lekebroeders.De llevaba gorras blancas, hermanos laicos estaban vestidos de gris. En Frisia fueron 'skiere mûntsen' llamados monjes grises. La isla Schiermonnikoog tiene su nombre de. Desde Klaarkamp se fundaron muchos monasterios, incluyendo al Niawier, Hallum, Aduard e importante para nuestro pueblo en Gerkesklooster. Una de las explicaciones para el gran número de casas de beneficenciay monasterios en Frisia, la relativa prosperidad en esta parte de los Países Bajos en el siglo 12. Otra explicación se encuentra en la situación política particular de la antigua Friesland. Hubo - a diferencia de otras partes de los Países Bajos - ninguna administración central. La falta de autoridad política, la iglesia era un montón de espacio para desarrollarse. Por otra parte, la administración política se aseguró de que no muchas instituciones religiosas surgieron que fueron exentos de todos los cargos.

Trabajo monacal


Gerkesklooster fue uno de los frutos del expansionismo local de la Iglesia romana. Inicialmente estaba en ese lugar el asentamiento Wigerathorp. El propietario del terreno Gercke Harkema dejó allí en 1240 por los monjes del monasterio Klaarkamp fundar un monasterio, llamado Jerusalén, que fue grabado en 1249, la orden monástica cisterciense. Una iglesia fue fundada, por lo que la solución a uno de la piel de ocho cereza (holandés: parroquias) era. En la práctica, el monasterio fue monasterio Gerckes 'y llamó el nombre pasó a la liquidación. Los monjes de este monasterio han sido importantes para la recuperación que surgió Outpost. El trabajo de campo diligente y duro de los monjes del monasterio de Gerkesklooster trajo tierra detrás de la protección de los diques primitivos y por lo tanto se podía vivir aquí. Primero en Outpost asociado con el mismo, la escisión de la Kuipersweg a la mieden Poster exterior y Rohel. Enfrente, en el nuevo distrito Mûnewyk un pedazo de tierra se mantuvo sin desarrollar en la vista del valor arqueológico. No fueron encontrados en los últimos antiguas trazas habitación humana se han librado para su posible investigación futura. Ocupación fue seguido generalmente rápido en ese momento por la construcción de un edificio de la iglesia, y así sucedió que en Lutjewinkel Post.

Ambas descripciones antiguas


En el Diccionario Geográfico de Van der Aa 1844 se trata de Lutjewinkel mensaje: "Según la tradición habría estado aquí anteriormente una iglesia, aunque resulta Geene documento impreso, la aldea o pueblo en sí está situado en una eminencia es un pedazo de tierra .. el más alto de los alrededores, que está lleno de piedras y una suciedad más gruesa. Se puede deducir con tierra que solía ser aquí ha sido un edificio importante, sin embargo, si tal iglesia es geweeste o un edificio privado no nos atrevemos a decidir. Poco después la Reforma, había por lo menos la iglesia Geene más y para que existían, eran superfluas ". Las únicas fuentes que van der Aa podría dibujar en su tiempo fueron el "Estado Actual de Friesland" (de 1786) y el "Beschrijvinge de Heerlijckhydt Friesland entre 't Flie y Lauwers' de 1644 Schotanus. En ningún estado algo acerca de una iglesia Lutjewinkel Post. Por primera vez se menciona en el "Kirchenverzeichnis für den Münsterischen Archidiakonat Friesland um 1500 '. En 'Post alias Lutjewinkel Mail' aquí 'incorporata en Uthpost' (grabado en Uthpost - Outpost). Para que la Iglesia de Lutjewinkel Mail cuando se unió con la de Outpost se puede deducir a partir del Registro de la Aenbreng de 1511, "en 1879 con notas emitidas por la Sociedad de Friesland para Geschied-, Antigüedad y Lingüística. Se Lutjewinkel Post no se menciona por separado - una señal de que había perdido su independencia. En Benificiaalboeken Friesland 1543 que es de hecho el caso, y es propiedad de la casa parroquial de Outpost nombrada en la misma y en el marco del 'Aenbrengh de grootheydt el beneficio Lutjewinkel Post' por 'Señor Lyeuwe ahora a TyT Preben Darius Buyten Publicar ". El Registro de Mental desvíos de Oostergo de 1581 también se llama laIglesia de Lutjewinkel Post. Hay entonces una "pastoir Gewesene", Joannes Meppel, usado que sí tiene una parte del país. En virtud de la declaración de la propiedad casa pastoral es todavía una declaración separada de los "lugares de origen por Joannes Meppel y el prelado Hercke Meynertz". Detrás del nombre del primer Estado las "ertits pastoir ahora sworts Deener" (ministro de la Palabra).Joannes Meppel se fue poco después de eso como un pastor a Wonseradeel y más tarde a Bolsward.

área Outpost billete hacia 1552


Un mapa de la zona alrededor de Outpost 1575. El mar sigue presente, la entrada superior izquierda conduce a Dokkum. Todos los lugares no están dibujados exactamente, Lutjewinkel Post (Lijtsepost)está demasiado lejos indicó al sur.

La iglesia y el cementerio de Lutke Correo


En el tenedor en el Kuipersweg con Oudedijk es la granja de Kramer. Ahora no hay nada más en el ojo allí para recordarle que la parcela sobre la que se asienta, en el pasado era un lugar sagrado donde había una iglesia católica y un cementerio. La posesión de las iglesias de los pueblos más grandes fue en la época romana, repartidas en patrón (para el mantenimiento de la iglesia y de culto), casa parroquial, vicaría y beneficio. A menudo, también hubo alguna préstamo, tales como el llamado Sacramento Leen. En una iglesia pequeña como la de Lutjewinkel Publicar sólo se llevó a cabo por el pastor y el patrón. En el registro de 1581: "Patrón hefft nichts gallina en deuda, a continuación, alrededor del 10 frasco vor wenich aterriza verkofft por consentimiento Vant cortés con optimmeringe un klockhuis de madera". En ese momento se pudo propiedad de la iglesia vende sólo con el permiso del Tribunal de Friesland. La necesidad de la venta debe estar claramente indicado. En la escritura de venta del país patrón Lutjewinkel Post, del 23 de septiembre de 1572, se da como la razón "de que el polvo patrón que Kercke de guaridas elfos Dorpe, con anualidades de renta opcomsten muy Cleyne por 't construir' t nyeuwe reloj Huys muy noetdruftelicken Aldaer onlancx gemaect, en casos Waere deuda zeeckere y por noetelicke reparación ahora metterdaet Aldaer la Kercke a doene que muy ruinoes waer boevellich ingresos, ni en más deuda habría geraecken, yla soe esa iglesia Aldaer muy Waere Cleyn, alleenlicken seis tiros disparar Huysen, d 'Welcke Cleyn del poder eran los ingresos hacedor apaga Vloet agua muy ingreso beschadicht empobrecido ". En resumen, las recientes inundaciones han causado mucho daño y necesita dinero en esta iglesia pequeña y pobre. Después de la inundación de la iglesia fue de nuevo algunas renovaciones. En el mapa de Schotanus que se realizaron las grabaciones en Achtkarspelen en el período 1688-1694, se indica en una iglesia Lutjewinkel Post. Cuando se rompe no se sabe, ni siquiera cuando el cementerio ha perdido su función. En el mapa de Eekhoff de 1844 sigue siendo tan 'Cementerio' marcada y no como "Viejo Cementerio", como en Corto Woude. Un cementerio fue antiguamente un lugar sagrado, rodeado por una valla, por lo general un muro de piedra. El muerto tenía descanso, no hay ganado podía pastar allí, el vengador de la sangre no, era un 'Vrijthof', un 'cementerio' - libremente definido "tribunal o jardín de la paz." Lutjewinkel correo el resto de los muertos en el cementerio de un lugar de descanso final, sin embargo, se hizo pedazos en un momento dado. Se retiró el cerco alrededor del cementerio. ¿Por quién o con qué autoridad es, como se ha dicho, no se conoce. Tenía efectos extraños como la siguiente impresión "Mimerje por ella ALD tsjerkhôf fan Lytse Publicar" Simón de Haan en un periódico que muestra Feanster'-1985. La traducción de este "Meditando sobre el antiguo cementerio de Lutjewinkel Publicar" sigue aquí.

"En la esquina entre la Kuipersweg y Rohelsterweg se encuentra el antiguo cementerio de Lutjewinkel Post. Al frente de la carretera es una granja. La tierra detrás está lleno de herramientas agrícolas de segunda y tercera mano y materiales de construcción. Entonces usted piensa a sí mismo (soy Reformada) cuando los muertos se elevaría ahora no sería fácil llegar desde aquí. Así que usted debe, por supuesto, no piensa. Algo más allá. la mente humana, pero ya has pensado antes de que te des cuenta. Pero hay más en la antiguo cementerio Lutjewinkel Post que me oprime. Hace unos años yo paseamos por aquí una noche. El granjero había estado ocupado con la hierba para ensilado y tenía la esperanza de hierba cubierta de tierra. No pude resistir la tentación de uno y otro cerca de ver ir. Los montones de hierba ensilados llenas de huesos de hombres! que esto podía ocurrir era porque la iglesia dejar que el tiempo tiene planta de excavación para la mejora de la carretera a Rohel. Eso no debería haber sucedido porque ahora los cuerpos están bastante cerca bajo la superficie. El joven granjero vino a mí. Él me conocía bien. "¿Está buscando una cabeza?", Se preguntó. "Qué taza?", Le dije. "Un cráneo", dijo. "Esto es lo que la turba cerca de la zanja en el suelo. A medida que los cuerpos eran todavía muy fresco. Tengo algunos de los jefes más cool arrojados a las ortigas. Siempre hay personas que tienen un interés en". Buscamos en las ortigas, pero no 'cabeza'. "Entonces maestro (mencionado por su nombre) les trajo", dijo el granjero, "que deambula por aquí siempre." Caminamos una parada en la trinchera se excavó alrededor de la red de arrastre para las jorobas hierba. Los cadáveres, medio cavaron Laggen varón a varón. También hay mujeres que han trabajado. "Descansa en paz" (que en paz descanse), el sacerdote dijo mientras rociaba agua bendita sobre la tumba.

El cementerio data de la época de la Reforma. Los Estados de Frisia tiene en 1580 después de la traición de Renneberg todos los bienes de la iglesia católica confiscada y posteriormente vendidos a personas naturales y por lo tanto el destino de la iglesia y el cementerio de Lutjewinkel Postal sellada.

La construcción de la iglesia en Outpost


Sobre el comienzo de la iglesia en Outpost poca información más objetiva. La investigación sobre las bases ha demostrado que a partir del siglo 12 o 13. Probablemente allí durante ese tiempo yasido un edificio de la iglesia (por ejemplo, madera). La parroquia de Outpost responder en el momento católica con las otras siete parroquias de Achtkarspelen (ocho distritos de la iglesia) en virtud de la diócesis de Münster, mientras que todo el resto de Friesland estaba bajo la autoridad espiritual del obispo de Utrecht. Eso trajo a nuestro pueblo unos dos conflicto con ella. Perteneció a Frisia y fue parte de la porción de tierra Oostergo, pero fue porque bajo la misma autoridad espiritual equivocado como Groningen, a veces más de la Oostergo Ommelanden orientado. Pero Outpost se hamantenido siempre Fries, aunque a veces parecía que en todo el grietenij se perdería Achtkarspelen Friesland. Groningen es decir, en el pasado ha tenido la ambición de dominar no sólo el distritocircundante, sino también la zona Westerlauwerse adyacente (al oeste del río fronterizo Lauwers). Outpost Más tarde volvería a venir a estar entre dos líneas de fuego con todas las consecuenciasnegativas. Ale Algra (Debe Grouse) escribe sobre ella en su serie de dibujos sobre la historia de los pueblos de Frisia 'La historia pasa por su propio pueblo "(Parte II):" Lo que es peor, la situación era en los años 1580 a 1594 tuvo en Friesland. el último momento retirarse del reinado del traidor Renneberg, pero Groningen regresó bajo la autoridad de Felipe II y en las zonas fronterizas selibró constantemente entre el español y las tropas estatales. Anillos del embutido se debían y que las tropas no estaban ahora, la población siempre tuvo que sufrir. Un millar de soldados, "las esposas incontables, las mujeres y los niños" (la diferencia entre mujeres y dar a las mujeres el escritor no) una vez tenido en 3 días y noches en esta región por 3.000 florines vino consumido, Cleyn Broot ingresos diff Fleisch ". Al igual que en Wirdum, que también tenía el inconveniente de mercenarios, soldados con mujeres en la iglesia fueron (Outpost) billeted. Esto causó en 1594 a Outpost un desastre, porque presumiblemente por descuido con el fuego entró en la iglesia en llamas. Un monumento en la actual iglesia recuerda que desastre. La iglesia se quemó en 1594 no era muy antiguo, porque otra piedra en el nuevo 'martillado recogido' iglesia está emparedada, dice que la anterior iglesia fue construida en 1496. En ese año es "JHS María", que es Jhesus María. La iglesia de 1613 debe haber sido mucho tiempo la única iglesia en nuestro pueblo. Para 1580 eran todas las iglesias Reformadas ahora monumentales de lugares Friesland católicas de culto. En ese año abolió el culto católico en la provincia de Frisia. Pero en las zonas fronterizas no era tan fácil, ya que el cambio de los Estados o de las tropas españolas arrebató el control.

Después de la reforma


Situada en la frontera de Friesland y Groningen y el "papistas" y "reforma" fue para Outpost ninguna posición envidiable. Trajo riesgos evidentes con él, como lo demuestra un informe de 1581, informa que Outpost hubo maestro de escuela ", ya que el meister escuela de Malcontents doot es golpeado, dejando una viuda con dos hijos." La simpatía de la gente de Outpost era cierto o predominantemente a la nueva doctrina, pero después de 1580 aún sería un tiempo antes de esta religión se podía practicar abiertamente. Eso fue en realidad sólo el caso en que la religión podría ser practicada abiertamente. Eso fue en realidad sólo el caso cuando Groningen (en 1594) por los españoles conquistaron y ese lado no había peligro de temer.

Los pastores y el primer pastor


En ese momento Outpost había tenido tres ministros, todos en 1543 sigue en el cargo. Incluso antes de 1566 el pastor Anthony se acercó a la Reforma, fue a Emden, y fue enviado como pastor misionero a Flandes. También Schelte de Aitzema, estrella depress Preben a Lutke Publicar pasó a los reformados, también huyó a Emden y devuelve como Reformada ministro de vuelta, incluso en Nijkerk (Oostd.). En 1580 también va un pastor sobre "Henricus Schuerman, Gewesene pastoir secht frow pecado legitimado tener Doodorpe por Coesfelt pero Offt SOLX no genoich fuera, ¿él darop de classe Offt consistorio de este honor Verstaen terminar la suya Raedt oír que eras otra forma de municipio pecado bedanckt un erbarlick guedt de leevendt. Se puso de pie en abril 1582 en Tzum. En pastor Lutke Correo Joannes Meppel fue también pastor en 1581 en Wonseradeel. (De: "Entre Gideonsbende y público en la iglesia ..." por Wiebe Bergsma)

Ninguna Iglesia romana más


Después de la Guerra de los Ochenta Jare tranquilidad en la frontera regresó. Ahora llegó el momento en que se podría trabajó en la construcción de la vida de la iglesia. La parte romana terminó con la salida del último sacerdote, Henricus Schuerman. Todas las posesiones de la iglesia romana fue confiscada por los Estados de Frisia y con los ingresos de un punto de partida para un nuevoaparato mental fue creada.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


GERKESKLOOSTER of Gerriksklooster, in het Oud-Friesch Gerrytskesklooster, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. O. N. O. van Bergum, aan den noordelijken oever van een nieuw gegraven tak van het Kasper-Roblesdiep, dat van het Blaauw-verlaat af verbreed zijnde, zich noord-oostwaarts in de Lauwers ontlast.

Dit stille en afgelegene dorpje ligt 1/4 u. N. W. van de vrolijke en welvarende buurt Stroobos, werwaarts men voornemens is de kerk te verplaatsen, wanneer de daartoe vereischte middelen kunnen worden gevonden.

Men telt er in de kom van het d. 50 h. en 280 inw., en met het daartoe behoorende gedeelte van de b. Stroobos, 99 h. en 550 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en de veeteelt. Ook heeft men er 1 scheepstimmerwerf en 2 smederijen.

Dit d. heeft zijn bestaan te danken aan een voorm. monnikenkloost., hetwelk alhier gestaan heeft en, in het jaar 1240, is gesticht door zekere Gerke Harkema van Twijzel, welk dorp destijds aan de par. van Augustinusga onderhoorig was. Deze Gerke Harkema, door denzelfden geest van godsdienstigheid, als andere van zijne eeuw, gedreven, ondernam het stichten van een klooster op de zathe Wiegeratorp of Wiegersterp, en zocht het te stellen onder bescherming van den Abt van Ludingakerk; doch deze wees zijn verzoek van de hand. Daarop voegde hij zich tot dien van Klaarkamp, en toen hij hier niet slaagde, nam hij zijne toevlugt tot Jelger van Marieëngaard, met belofte dat hij zijne orde wilde aannemen, zoo deze het klooster onder zijne bescherming nam. Jelger, geen acht slaande op de ligtvaardigheid van dezen mensch, die zoo haast van de eene orde overging, tot de andere, nam hem aan, tot aanmerkelijk ongenoegen van de Ludingakerkster en Klaarkampster Abten. De eerste van deze twee stond evenwel zijn regt af, maar de laatste, gestijfd wordende door zekere Wybrand, een man van adellijke afkomst, die, eer hij in het klooster ging, Deken in Oostergoo geweest was, weigerde Gerke uit zijne orde te ontslaan, en verkreeg daarenboven brieven van collatie of begeving van den Bisschop van Munster, onder wiens opzicht Achtkarspelen stond. Ook riep hij Gerke heimelijk tot zich, en haalde hem door vele beloften over, om openlijk de orde van Premonstreit af te zweeren, en die van Bernardus te omhelzen. Jelger, toen dit alles gebeurde, buitenlands zijnde, vernam bij zijne te huiskomst, met leedwezen, dat er eene scheuring onder de broederschap van Gerkesklooster was ontstaan, van welke sommigen het met de orde van Premonstreit hielden, terwijl anderen die van Bernardus aankleefden. Ter voorkoming van andere onaangename gevolgen sloeg Jelger den weg van toegevendheid in, en gaf aan elk de vrijheid, om te kiezen wat hij wilde. Het klooster zelf, dat bij zijne stichting den naam van Jeruzalem ontving, doch, naar zijnen stichter, doorgaans Gerkesklooster genoemd werd, kreeg tot zijnen eersten Abt den meergemelden Wybrand, en bleef bij de orde van Bernardus, doch alle de overigen, die de orde van Premonstreit aanhingen, verlieten het, en begaven zich naar elders. Bij dit klooster werd in later tijd eene kerk gebouwd door eenen inwoner van Augustinusga, met name Bruno, die deze kerkaan den H. Nicolaas toewijdde. De Abt van het klooster had, hoewel dit gesticht buiten de Ommelanden stond, een huis of refugium in de stad Groningen, op Schoolholm (1). De sterk doortogt voorbij ditklooster, niet alleen van schepen maar ook van rijtuigen, van Friesland naar Groningen, had reeds voor lang aanleiding gegeven om onderscheidene herbergen en andere huizen in de nabuurschap te bouwen, waaruit door den tijd eene aanzienlijke buurt ontstaan is, welke thans het dorp uitmaakt.

(1) Zie Mr. H. O. Frith, Groninger beklemregt, D. II, bl. 352 en 557.


De inw., die, op 1 na, alle Herv. zijn, behooren tot de klass. van Dockum, ring van Kollum. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Cornelius Timanni, die in het jaar 1631 herwaarts kwam, en in het jaar 1635 overleed. Voor 1631 en van 1635 tot 1659, was Gerkesklooster nu eens bij Augustinusga en dan weder met Buitenpost vereenigt, doch in 1660, heeft het weder een eigen Predikant gekregen, zoo als zulks nog het geval is. De gem. heeft een vrij beroep, in welk regt zij in den jare 1759, toen over die zaak eenig geschil gerezen is, bevestigd is geworden. DE tegenwoordige kerk en pastorij staan aan elkander verbonden, zoodat de Predikant door eene afzonderlijke deur, onmiddelijk uit zijn huis in de kerk komt. Beide staan op dezelfde plaats, waar vroeger debrouwerij van het gesloopte klooster stond, van welke, ingevolge vergunning der Gedeputeerde Staten der prov. Friesland, in het jaar 1629, de kerk gemaakt is. De eenvoudige kerk, met roode pannen gedekt, prijkt met geen toren; de klok hangt in eene afgezonderd staande klokkestoel, op het kerkhof.

De enkele R. K., die hier woont, behoort tot de stat. van Dockum. - De Dorpschool wordt door een gemiddeld getal van 70 leerlingen bezocht.


Onder dit d. lagen eertijds twee verlaten, als: een in de Dockumer-trekvaart; een in het Kolonelsdiep te Stroobos, van welken echter het eerste vervallen is.


Gerkesklooster is de geboorteplaats van den Opvoedkundige Jan Hendriks Nieuwold, geb. den 17 November 1737, † 30 Junij 1812, als Predikant te Warrega.


In het jaar 1422 werd in dit d. het gewigtig verbond tusschen de Schieringers en Vetkoopers gesloten.


----------------------


Gerkesklooster o Gerriksklooster, en Frisón antiguo Gerrytskesklooster, d., Prov. Kw Friesland. Oostergoo, genial. Achtkarspelen, arr. Y 6 h. Lado O. Leeuwarden. y 3 1/2 horas. ENE de Bergum, en la orilla norte de una rama recién excavado de Kasper-Robles profundo, que amplió Blaauw bienestar de las hojas apagado, orinó en los Lauwers al noreste.

Este pueblo silencioso y distante es 1/4 usted. NO de los Stroobos felices y prósperos de barrio, a donde se propone mover la iglesia, cuando los recursos necesarios para hacerlo se puede encontrar.


Se cuenta en el cuenco d. 50 h. y 280 hab., y con la parte propósito pertenencia de la b. Stroobos, 99 h. y 550 hab., la mayoría de quienes se ganan la vida en la agricultura y la ganadería. También, ha habido un astillero y dos forjas.

Este d. debe su existencia a una voorm. monnikenkloost., que se ha destacado aquí y en el año 1240, fue fundada por algunos de Twijzel Gerke Harkema, que pueblo entonces a la par. de Augustinusgaera onderhoorig. Este Gerke Harkema, por el mismo espíritu de la religión, al igual que otros de su siglo, impulsado, emprendió la fundación de un monasterio en Zathe Wiegeratorp o Wiegers Terp, y trató de hacerlo bajo la protección del Abad de Ludingakerk; pero rechazó su demanda rechazada. Luego se unió a la de Klaarkamp, y cuando no pudo aquí, él tomó su recurso a Jelger de Marieëngaard, con la promesa de que iba a tomar su orden, de modo que el monasterio tomó bajo su protección. Jelger, ninguna atención está golpeando en la habilidad de este hombre, que fue tan rápidamente de un orden, a otro, lo llevó hasta un considerable descontento de los abades Ludingakerkster y Klaarkamp estrellas. Sin embargo, el primero de ellos fue su privilegio, pero este último, llegandoa ser estimulada por algunos Wybrand, un hombre noble, quien, antes de entrar en el monasterio, Dean había estado en Oostergoo, Gerke se negó a despedir de su orden, y por encima de las cartas recibidas de cotejo o colación del obispo de Munster, estaba bajo cuyos términos Achtkarspelen. También hizo un llamado Gerke en secreto con él, y lo llevó a través de muchas promesas acerca, a zweeren abiertamente del orden de premonstratense, y abrazar de Bernardus. Jelger cuando todo esto sucedió, el ser extranjero, aprendió en su casa para venir, con pesar, que una división entre la hermandad de Gerkesklooster había surgido, algunos de los cuales fueron con el fin de premonstratense, mientras que otros se aferraban Bernardus. Para evitar otras consecuencias desagradables golpear Jelger el camino de la indulgencia, y le dio a cada uno la libertad de elegir lo que quería. El monasterio en sí, que recibió el nombre de Jerusalén en su fundación, pero, según su fundador, por lo general se llamaba Gerkesklooster, llegó a su primer abad del meergemelden Wybrand, y se quedó con la Orden de San Bernardo, pero todos los demás que dirigió de atención premonstratense, izquierda, y fuimos a otro lado. Este monasterio fue más tarde tiempo una iglesia construida por Eenen residente de Augustinusga, especialmente Bruno, esta iglesia a la toewijdde Santo Nicholas. El abad del monasterio tenía, a pesar de que fue fundada fuera de la comarca, una casa o refugio en la ciudad de Groningen, Schoolholm (1). La fuerza mediante el paso por este monasterio, no sólo los buques, sino también de los entrenadores, de Friesland a Groningen ya había dado mucho lugar a diversos albergues y otras casas que se construirá en el barrio, que por el momento se creó un área considerable, que ahora parte de la aldea.

(1) Véase el Sr. H. O. Frith, Groninger beklemregt D. II, p. 352 y 557.


La hab., Que, en un primer momento, después de todo Herv. son, pertenecen a las formas clásicas. de Dockum, anillo de Kollum. El primero, que en este promedio. observó la leeraarambt, era Cornelio Timanni, que vino acá, en el año 1631, y en el año 1635 murió. Para 1631 y 1635 a 1659, Gerkesklooster veces estaba con Augustinusga y luego de nuevo con Outpost une, pero en 1660, de nuevo tiene su propio Pastor, así que si esto es todavía el caso. La joya. una profesión en la que privilegio en el año 1759, cuando en la divergencia eenig asunto ha sido confirmado. La actual iglesia y el presbiterio están conectados entre sí, por lo que el Pastor por una sola puerta, viene inmediatamente de su casa, en la iglesia. Tanto en el mismo lugar donde una vez estuvo la fábrica de cervezadel convento demolido, de los cuales, en virtud de la autorización del Consejo Ejecutivo de la prov. Friesland, en el año 1629, se creó la iglesia. La iglesia simple, cubierta de tejas rojas, adornadas con ninguna torre; la campana cuelga en una apartada campanario de pie, en el cementerio.

Los pocos católico que vive aquí, pertenece a la estadística. de Dockum. - La escuela de la aldea es visitado por un promedio de 70 estudiantes.


Bajo este d. fueron dos abandonaron una vez, como un canal de barcos en Dockumer; una en Kolonelsdiep Stroobos de los cuales, sin embargo, es el primer lapso.


Gerkesklooster es la cuna de la Educación Jan Hendriks Nieuwold, b el 17 de noviembre 1737 † 30 de junio 1812, como Pastor de Warrega.


En el año 1422 se hizo en este d. gewigtig el pacto entre los Schieringers y Vetkoopers.

  Photos and archival records

{{ media.title }}

{{ mediasCtrl.getTitle(media, true) }}
{{ media.date_translated }}

 Family Tree Preview

   
NN. van Harkema Harckema Herckema  ? ?
||



|
Gercke van Harkema Harckema Herckema Gerkesklooster 1198-