Hyacinthe Jan Baptiste Adrien Marie Coninckx
Hyacinthe Jan Baptiste Adrien Marie Coninckx
  • Born 1 May 1865 - Mechelen, België
  • Deceased 9 August 1940 - Mechelen, België,aged 75 years old
  • Tekenaar bij de diensten van bruggen en wegen
5 files available 5 files available

 Parents

 Spouses

 Siblings

(display)

 Events


 Notes

Individual Note

Met betrekking tot deze Hyacinthe CONINCKX vonden we verschillende teksten op het internet, ook op de site "Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen ", maar in het bijzonder vonden we een tekst van het Nationaal biografisch woordenboek (Deel 3 , pag. 192 e.v.), die we hierna zullen weergeven.

CONINCKX, Hyacinthe Jan Baptist, geschiedkundige, volkskundige.

Geboren te Mechelen op 1 mei 1865; aldaar overleden op 9 aug. 1940. Zoon van Joseph Désiré (° Mechelen 7 augustus 1817), kunstschilder en leraar aan (en directeur van, noot van WVDB) de academie voor schone kunsten te Mechelen, en van Marie Thérèse Josèphe Tambuyser (° Mechelen, 31 juli 1832). Kleinzoon van Pieter Jan Tambuyser, beeldhouwer te Mechelen. Gehuwd te Mechelen met Malvina Van Doorslaer (+aldaar 1954), die hem geen kinderen naliet.

Zijn vader en zijn grootvader hebben ongetwijfeld een invloed nagelaten op de aanleg van de jonge C., Die een voorliefde had voor kunst en historie. Zijn opleiding en zijn beroep voerden hem niet in die richting: aan het St. Romboutscollege te Mechelen volgde hij de wetenschappelijke afdeling; daarna werd hij tekenaar bij de diensten van Bruggen en Wegen.

Reeds op twintigjarige leeftijd toonde hij zijn enthousiasme op het gebied van de geschiedenis en oudheidkunde. Zonder aarzelen sloot hij aan bij de groep van twaalf jongeren, – "de 12 apostelen "– die in 1886 de "Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines "stichtten, thans "Kon. Kring voor Oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen ". Nog voor het einde van 1886 werd C. secretaris van de vereniging. Hij bleef deze functie succesvol vervullen tot in 1934. De ziekte, die hem toen trof, hield hem niet volledig verwijderd van het leven van de kring, dat hij op afstand bleefvolgen tot aan zijn dood. Zijn jaarverslagen over de werkzaamheden van de kring, regelmatig tot 1933 gepubliceerd in Hand. v.d. Kon. Kring vr. Oudheidk., Lett en Kunst v. Mechelen, weerspiegelen zeernauwkeurig de activiteiten van de vereniging waarin C. de voornaamste rol speelde. Tevens was C. ook persoonlijk productief. Zijn eerste artikel "La ferronnerie artistique et sa principale production à Malines: les " bailles de fer" (in: Hand.v.d. Kon. Kring vr. Oudheidk.,Lett. En Kunst v. Mechelen, I (1889), 120 – 126) verraadt zijn smaak voor de kennis van het artistieke verleden van Mechelen. De bevestiging ervan bracht hij kort daarna met zijn studies: " L'église SS. Pierre et Paul et les Jésuites à Malines" (ibid.,II (1891), 214 – 230). Van dan af volgde een lange reeks soortgelijke bijdragen,o.a.: "Le livre des apprentis dee la corporation des peintres et des sculpteurs à Malines "(ibid.,XIII (1903), 143 – 204); (Artistes malinois à l'étranger "(in: Ann.de l'Acad.roy.d'archéol. de Belg., vol.LXV, 6e sér.,dl.VI (1913), 259 – 170); "Notes et documents inédits concernant l'art et les artistes à Malines "(in: Hand. v.d. Kon. Kring vr. Oudheidk. en Lett. en Kunst
v. Mechelen, XIX (1909), 233 – 276); "De bouw der tegenwoordige SS. Pieter en Pauwelkerk te Mechelen "(bid., XXX (1925), 34 – 50).

Gelijktijdig behandelde hij ook andere onderwerpen, als "Malines sous la république française "(ibid.,II (1891), 287 – 319, III (1892), 5 – 60; IV,suppl., (1893), 5 – 67s de Malines); "La joyeuse entrée des seigneurs de Malines "(ibid.,VI (1896), 165 – 308); "Mechelse folklore, Mechelse zeden, gewoonten, spreek – en zegwoorden van eertijds en nu "(ibid.,XXI (1911), 251 – 316, XXII(1912), 157 – 170); "Les chevaliers teutoniques à Malines . Pitsembourg. Son histoire et ses souvenirs "(ibid.,XXXII (1927), 53 – 84; XXXIII (1928), een – 34).

Kleinere bijdragen, niet zonder belang, leverde C. In :Mechlinia, terwijl hij niet minder dan 65 Mechelse biografieën schreef in de Biogr.Nat..

De verdiensten van deze liefhebber – geschiedschrijver en oudheidkundige werden naar waarde geschat. De kon. academie voor oudheidkunde van België nam C. in haar rangen op. De société française d'archéologie, te Parijs, deed hetzelfde, en in 1921, bij de oprichting van de provinciale commissie voor geschiedkundige en folkloristische opzoekingen (Antwerpen), kreeg hij daarin eveneens een zetel toegewezen. C. was niet alleen een stille werker. In 1911 regelde hij mede de werkzaamheden van het XXIIe Congres van het Oudheid – en Geschiedkundig Verbond van België, dat te Mechelen plaatshad. Als algemene secretaris bezorgde C. De 2 lijvige delen Verslagen en verhandelingen (1911). Bij deze gelegenheid richttede Kring voor Oudheidkunde van Mechele een tentoonstelling van oude kunst in,waarvoor C. en zijn schoonbroer, dr. G. Van Doorslaer, het meeste werk deden. Later, bij de viering van het veertigjarig bestaan van de kring, in 1925 en 1927, bracht C. andermaal een reeks tentoonstellingen tot stand over de Mechelse cavalcaden en ommegangen, de St. Romboutstoren en zijn beiaard, het muziekleven te Mechelen, de aartsbisschoppen, over Mechelse kant en Mechelse goudleer en over de Mechelse folklore. Ondertussen had C.zich onophoudelijk ingespannen om de verzamelingen van het Mechelse Stadsmuseum te verrijken en te ordenen in niet aangepaste lokalen. Voor het einde van zijn conservatorsloopbaan kreeg hij de voldoening de collecties in het Hof van Busleyden te mogen onderbrengen.

C mag terecht doorgaan voor een meer dan verdienstelijk dilettant, die ernaar streefde de resultaten van zijn opzoekingen aan zijn stadsgenoten kenbaar te maken. Hij trachtte eveneens zijn eerbied voor het verleden door zijn medeburgers te laten delen via het museum en de tentoonstellingen.

Hij was niet minder bezorgd om het behoud van de historische monumenten en de oude schilderachtige stadshoekjes te verzekeren.

Daarvan getuigen onweerlegbaar zijn brochure "Cinq siècles d'architecture civile à Malines, du VIIe siècle "(Mechelen, 1938), die hij in zijn voorlaatste levensjaar liet publiceren, en de rijke verzameling foto's, die hij voor privé doeleinden aanlegde. Zijn portret is afgedrukt in: Hand. v.d. Kon. Kring vr. Oudheidk.,Lett. en Kunst v. Mechelen (XLV, 1940,45).


Deze tekst is van de hand van Henry Joosen, doctor in de wijsbegeerte en letteren, afdeling geschiedenis, vele jaren leraar geschiedenis aan het koninklijk atheneum Pitzemburg, en zelf lid, bestuurslid, voorzitter en erevoorzitter van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen.

  Photos and archival records

{{ media.title }}

{{ media.short_title }}
{{ media.date_translated }}

 Family Tree Preview

Corneille Coninckx 1781-1854 Marie Anne Elisabeth Van Der Meulen, 1781-1852 Pieter Jan Pierre Jean Tambuyser 1796-1859 Marie Catherine Laurant 1796-1861
||||






||
a picture
Jozef Désiré Coninckx 1817-1890
 a picture
Marie Thérèse Josepha Tambuyser 1832-
||



|
a picture
Hyacinthe Jan Baptiste Adrien Marie Coninckx 1865-1940