Family Book



 LaVie (Lauwereins-Vienne)


Waarom deze reeks…

scannen0001ky9.jpg

Genealogie is een wetenschap die tracht te achterhalen van wie een persoon of groep personen afstamt, in welke tijd deze voorouders leefden en in welke omstandigheden. Hoe verder in het verleden de genealoog graaft, hoe moeilijker het wordt, omdat veel gegevens verloren gegaan zijn.Inderdaad, familiepapieren en familiefoto’s hebben de neiging om vroeg of laat in de papiermand of op de rommelmarkt te eindigen. Omdat niemand nog iemand herkent of een document kan situeren.Zo vond Pa Avonts het trouwboekje van zijn ouders terug op de Vogel- ofte Voddemarkt…

Ik zou graag hebben dat dit bij ons, afstammelingen van Juliaan Lauwereins en Marjolaine Vienne, niet gebeurt. En vermits ik over wat foto’s beschik, en over documenten, en over broers en zusters die heel wat vertelden, en over een beetje creativiteit en fantasie om de ontbrekende schakels in te vullen…

Enfin, wat deze Voorgeschiedenis, de jeugd van Vake en Moeke dus, wordt, ziet ge wel. Reacties en aanvullingen zijn ten zeerste welkom.

En ik hoop dat onze kinderen, kleinkinderen, achterkleinderen,… mij er later een beetje dankbaar voor zullen zijn…

P.S. '''LaVie''' is de samentrekking van de eerste letters van Lauwereins en Vienne en betekent het gezin en de nakomelingen van Juliaan Lauwereins en Marjolaine Vienne , mijn ouders .

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

Summary

 1 - Deel I : DE VOORGESCHIEDENIS

Lauwereins_x_Defer_1.jpgHet gezin van Polydorus Remigius Ludovicus Lauwereins en Stephania Hermania Defer ter gelegenheid van hun Gouden Huwelijksjubileum, Oostende 28 mei 1923. Frans ontbreekt. Vake’s vader is de 3de van links op de 2de rij (die zonder haar…). Naast hem rechts zijn 2de vrouw.

Julien (Julianus Honoratus) Lauwereins, Vake’s vader, werd geboren te Oostende op 8 november 1880. Hij was de 5de telg in het gezin van Polydor en Stefanie Defer. Zijn voorouders langs Vaders kant waren sinds het begin van de 18de eeuw gevestigd in Oostende (wellicht komende van Gent, maar dat is lang niet zeker).

Het waren allemaal stoere zeebonken. Moeder Stefanie was de dochter van een Oostendse visser. Het gezin van Polydor en Stefanie zou, na Julien, nog 8 kinders krijgen. Zij hadden in totaal 9 zonen, die allen een gezin met kinders stichtten, een beetje tot wanhoop van onze familiegenealoog Jean Lauwereins.

Hélène Aspeslagh, Vake’s moeder, werd op 9 december 1879 te Oostende geboren als 2de kindje van de 7 van Joseph en Sophie Barbaix. Josephus Prosper Aspeslagh was een visser die reeds op zij 9de op zee zat. Men zegt dat hij reeds op zijn 33ste, als eigenaar van enkele vissersboten, stopte met werken. Zijn voorouders waren veelal vissers en zeelui, sinds minstens 1720 in Oostende gevestigd. Ook de “Barbiksen” zijn sinds ten minste 1798 uit Oostende afkomstig, en ook daar vindt men vissers tussen.

Eleodoor Vienne, Moeke’s vader en ter plekke gekend als “Door’n van Leanders”, werd geboren te Zwevezele op 14 juli 1866. Hij was eveneens de n° 2 van 7 bij Leander, landbouwer, veekoopman en beenhouwer, en Pelagie Latruwe. Zijn oudste zus was de moeder van Jules Wostyn, dokter en volksvertegenwoordiger voor de Socialistische Partij, en zijn jongste zus, Tanta Marie(Louise) ofte “Marietje van Leanders”, overleed op 101-jarige leeftijd (op 3 november 1980).

En jawel, ook Elisa De Meulenaere, Moekes moeder, geboren te Oostcamp op 6 februari 1876, was de 2de uit een nest van 7. Haar ouders waren August en Serafina (of Josephina) Gobert. Hij was vlasmarchant en zij hielden samen een café/afspanning op ‘t Aanwijs in Wingene, met stallingen en ruimte om paard en kar te parkeren. Meerdere van Elisa’s broers en zussen dienden of hebben gediend bij de toenmalige adelijke en/of rijke kasteelheren/families.

De_Meulenaere_Gobert_de_kinderen.jpgDe kinderen van August De Meulenaere en Serafina Gobert. Moeke’s moeder is de 2de van rechts op de 1ste rij.Proloog – 2

Lauwereins_Julianus_Honoratus_x_Aspeslagh_Helena_Justina.jpg'Julien Lauwereins x Hélène Aspeslagh… de foto die nooit gemaakt werd… of werd zij kapotgescheurd?…'

Julien, een telg uit de gegoede Oostendse burgerij, leerde niet graag, maar was niet te lui om te werken (op 1 mei 1898, 17 jaar oud, was hij reeds in dienst van het loodswezen te Vlissingen). Het was een knap manneke, dat van “Wijntje en Trijntje” hield.Hélène was een echt vissersmeisje, vrolijk en niet op haar mondje gevallen. En bevallig.Zij ontmoetten elkaar vermoedelijk begin 1900, werden verliefd op elkaar en vreeën dat de stukken er af vlogen. Dat resulteerde in een huwelijk, op 4 juli 1900, en in de geboorte, een 5-tal maanden later, op 10 december 1900, van een flinke zoon, Julientje (Julianus Polydorus Josephus), ons Vader.

Vienne_x_De_Meulenaere.jpg

Eleodoor ofte Door’n van Leanders hield meer van het handelen in beesten dan van de boerestiel en de beenhouwerij. Hij werd dan ook paardenkoopman, en was in die hoedanigheid hele dagen op de baan. Hij zal als dusdanig ook wel graag een stevige pint gedronken hebben, en weinig tijd gevonden hebben om zich een vrouw te zoeken.Elisa was 10 jaar jonger en woonde op ‘t Aanwijs in Wingene, in de doeninge (café/afspanning) van haar ouders. ‘t Zal wel daar geweest zijn dat ze den Door’n van Leanders, nen flinke en fiere vent, leerde kennen, toen die, na gedane commercie, nog een pintje kwam drinken ter ontspanning.Zij huwden rond 1900 en gingen nog even in Zwevezele wonen bij zijn ouders, waar hun eersteling, Marcella, geboren werd. Even later trokken zij naar Beernem in de Statiestraat, een beetje dichter bij de statie dan hun latere doeninge, door ons Moeke gekend als het ouderlijk huis, dat zij korte tijd later verwierven. Daar bouwden zij een huis en stallingen, en hadden zij ruimte zat, zodat Eleodoor zijn stiel verder kon beoefenen en voldoende stallingen had, en Elisa gasten en kooplui kon ontvangen als haar man de baan op was.Op deze stek werd, na Maria, op 20 april 1903 Marjoleintje (Marjolaine Laura ), ons Moeder, geboren.

Proloog – 3 – Enkele wetenswaardigheden.

- Leander Vienne

scannen0029bk3.jpg

In die tijd, en op sommige plaatsen nu nog, noemde men de mensen in de dorpen en de gemeenten nooit bij de familienaam. Sterker nog, meestal kende niemand, behalve de betrokkenen zelf, die naam. Men noemde iemand bij zij voornaam, met een verwijzing naar zijn beroep of bezigheid, maar meer nog naar zijn afkomst. Dat ons grootvader Eleodoor gekend was als Door’n (zijn voornaam) van Leanders (zijn afkomst) weten we al. Maar ook zijn vader, Leander, onderging die wet, en werd in zijn omgeving “Leander van de Waalkes” genoemd. Hoe dat kwam weet ik niet, maar ik kan het gissen.Volgens de familie-overlevering was de eerste Vienne in onze streken een deserteur uit het leger van Napoleon. Hij zou zich waarschijnlijk in Wingene aangemeld hebben (mogelijk circa 1802) zonder zijn naam te willen zeggen, om begrijpelijke redenen. Men zou hem dan Vienne genoemd hebben, omdat hij wellicht van Vienne (France) afkomstig was. Deze pronte man stichtte een gezin, en vermits hij Frans sprak, en men in die tijd alles wat vreemd was “Waals” noemde, werd hij “de Waal” en zijn kinderen (en kleinkinderen ?) “de Waalkes” genoemd. Als dat verhaal juist is is Leander waarschijnlijk een kleinkind of een kind van de Waal, en werd alzo “Leander van de Waalkes”.En eigenlijk is ons Moeke dan “Mazzeleintje van Door’ns van Leanders van de Waalkes”… en onze Lydie zou dan in het Beernemse moeten gekend zijn als Lydie van Mazzeleintjes van Door’ns van Leanders van de Waalkes…

Maar ik heb zonet, aan de hand van de documentatie van Nonkel Gabriël en een brief van een verre nicht, ontdekt dat de familie-overlevering half juist en half verkeerd is…De eerste Vienne die zich in onze streken gevestigd heeft is inderdaad nen deserteur uit het leger van Napoleon. François Joseph Vienne (1775-1834) werd geboren in Tournai (Doornik) en is misschien uit het gehucht Vienne nabij Tournai afkomstig , of wellicht van Frans-Vlaamse afkomst(mogelijk Tourcoing) en kwam alhier in ‘t begin van de 19de eeuw. Hij is slachter geweest in Ingelmunster (misschien deserteerde hij tijdens of na de zogenaamde Bridandszondag van 28 october 1798 , de slag die te Ingelmunster plaats had tussen het Napoleontische leger en de Brigands in het kader van de Boerenkrijg ?) en trouwde in Wingene met Angela Deceuninck (+ 1850). Zij hadden samen minstens 8 Kinderen, waarvan Leander (1825-1914), Moeke’s grootvader, de jongste was. Die kinderen waren dus “die van de Waalkes”.

Maar wat niet juist is in de familie-overlevering is die naamgeving Vienne. De vader van “onzen deserteur” François-Joseph heette namelijk Joseph-Louis… Vienne, en is uit Frans-Vlaanderen, waar vele Viennes woonden en wellicht nog wonen, wat aantoont dat François-Joseph Vienne steeds onder zijn echte naam geleefd heeft. Tot spijt van wie ‘t benijdt (ons Moeke bijvoorbeeld…) komen wij dus niet uit het Oostenrijkse Wenen of uit het chique Franse Vienne, maar geweun van over de schreve…

- De dood van Leander

In 1914 vluchtte Tante Melleke met haar zoon Jules Wostyn, wegens het oorlogsgevaar, van Brugge naar haar ouderlijk huis in Zwevezele. Omdat er niet teveel plaatse was moest Jules, 15 jaar, met grootvader Leander in 1 bedde slapen. Op een morgen werd Jules wakker en vond zijn grootvader dood naast hem in bed, waarschijnlijk tengevolge van een hartaanval.Verteld door Jules Wostyn aan Nonkel Gabriël.

-Jan Vienne

Jan Vienne, of beter Jan van Leanders en broere van ons grootvader Door’n van Leanders, was kalverkoopman. Zo kocht hij op een bepaalde dag een kalf van nen boer in de streke. Toen hij bij dien boer kwam om zijn kalf op te halen zag hij daar tot zijn verbazing zijn schoonbroer Felix Huys, echtgenoot van Marietje van Leanders en ook kalverkoopman. Bleek dat Felix achter de rug van Jan een hoger bod op dat kalf had uitgebracht bij den boer dan Jan en dat den boer er mee akkoord was gegaan, en “misère de misère”, ze kwamen het dan nog op dezelfde moment afhalen ook. In die wereld deed ge zoiets niet en doet ge dat nog altijd niet. Dus, volgens de zeden en gewoonten van de kalverhandel, haalde Jan van Leanders zijn mes boven om het kalf af te maken, zodat geen enkele van de 3 protagonisten er zijn winst zou uithalen en de bedriegers gestraft zouden worden. Maar Felix Huys, ge weet wel de man van Marietje van Leanders (de latere 100-jarige), wilde zijn kalf beschermen, en sprong er vóór, net op het moment dat Jan toestak. Felix werd zwaar gewond, en zou later aan zijn verwondingen overlijden. Jan werd aangehouden en veroordeeld tot een jaar of 3 bak wegens het toebrengen van onvrijwillige slagen en verwondingen met de dood tot gevolg…Nu weet ge ineens hoe het komt dat Tante Marie zo jong weduwe is geworden en gebleven, en hoe ze 100 jaar is kunnen worden…

- De Meulenaere en Teblick

teblick001rl9.jpg

Tante Maria De Meulenaere, de jongere zus van ons grootmoeder Elisa, was in die tijd in dienst in Antwerpen bij een rijke familie (Smeets ?). Ze had daar een vriendin en collega-maarte die regelmatig naar uitvoeringen en repetities van de Harmonie “De Vrije Antwerpenaars” ging kijken en luisteren. Want die vriendin die had daar ne vrijer opgedaan, ne weduwnaar. En ze vroeg ne keer aan Tante Maria of ze niet eens mee wilde gaan, want hare vrijer had daar ne vriend, ook ne wewenare die misschien wel geïntresseerd zou kunnen zijn. En Tante Maria, die toch niks beters te doen had, ging ne keer mee, en bleef meegaan, want het klikte met diene geïntresseerde. En laat die man nu toch wel Staf Teblick zijn zeker, vader van Frans, Charles en Marcel. En Maria De Meulenaere en Staf Teblick trouwden en zijn kindjes hadden ineens een stiefmoeder. En daar waren achteraf minstens 2 van die 3 kindjes gelukkig mee, zo gelukkig dat zij alle 2 later zouden trouwen met een nichtje van hun stiefmoeder. En ‘t was nog niet gedaan, want jaaaaren later zou een dochter van dienen anderen stiefbroer trouwen met een zoon van een ander nichtje van die stiefmoeder, en ook gelukkig zijn…Da’s 3 generaties interfamiliale betrekkingen zonder familie van mekaar te zijn, alleen aangetrouwd…

scannen0027xd0.jpg

Op de 2de rij uiterst rechts, Tante Maria De Meulenaere met een aantal Vrije Antwerpenaars.

Addendum

Ik heb mij altijd afgevraagd waarom onze Gabriël Gabriël heette en als peter Nonkel Jozef had en onze Guido Guido, terwijl zijn peter Nonkel Gabriël was. Guido en ik hebben er meermaals over van gedachten gewisseld, en nooit een sluitend antwoord op gevonden…De oplossing werd ons gegeven door de naamgenoot van Gabriël en de peter van Guido, namelijk Nonkel Gabriël. En ze is eigenlijk vrij eenvoudig… als ge ‘t weet. En ‘t heeft niks met peter of niet-peter te maken…

Iedereen weet dat Moeke op haar 14de thuis is gebleven om te helpen in het huishouden dat, met 7 kindjes en een zaak, te zwaar was geworden voor Moeder Vienne, temeer daar er nog 2 kleintjes waren.Die 2 Kleine, Jozef en Gabriël, werden altijd verzorgd en zo goed als opgevoed door hun zus Marjolaine, ons Moeke dus.Toen ze trouwde en zelve zoontjes kreeg wilde Moeke ze dan ook noemen naar haar lievelingen, en zo werd onze Jozef Jozef, naar haar broer Jozef, en onze Gabriël werd Gabriël omdat haar andere keppe Gabriël heette…En dat peterschap, dat was gewoon een kwestie van hiërarchie en omstandigheden…

scannen0040ea4.jpg

De keppen van Marjolaintje, Gabriël en Jozef Vienne.

Vake’s jeugd – 1

Dat Vader’s ouders verliefd waren en elkaar bewonderden moet niet betwijfeld worden, want bij zijn geboorte (Oostende, 10 december 1900) kreeg hij de voornamen van zijn vader en van zijn beide grootvaders: Julianus Polydorus Josephus. Dat het 13 maanden later nog altijd prima liep in het gezin wordt aangetoond door de geboorte van een 2de kindje: Lydia Euphrasie Mathildis (Oostende, 15 januari 1902).Wanneer het beginnen scheef lopen is weet ik niet. Vader vertelde daar nooit iets over , meer dan waarschijnlijk wist hij het ook niet . Alleszins moet het kort na de geboorte van Tante Lydie geweest zijn , want de “echtscheiding” werd ”alhier (=Oostende,nota van mij)) uitgesproken den 16 juni 1903 krachtens vonnis der rechtbank van eersten aanleg van Brugge in datum van 2 februari 1903″ , zoals blijkt uit de akten van hun respectievelijk 2de huwelijk . En vermits een scheiding zich nooit in één twee drie voltrekt … zal de definitieve breuk zich wel rond half 1902 voorgedaan hebben . De oorzaak ken ik uiteraard ook niet. Wellicht, maar dan ook zeer wellicht, had het standenverschil er iets mee te maken. In alle geval was een scheiding in die tijd iets ongebruikelijks en zonder twijfel dramatisch voor de 2 kinders … het dochterke was amper 6 maanden oud en ‘t ventje , ons Vake , nauwelijks één jaar ouder … hij kon nauwelijks op zijn 2 beentjes lopen …

Julien senior verdween zo goed als helemaal uit het leven van zijn 2 kinders (Vader zag hem naar eigen zeggen nog 1 x : bij de voorbereiding van zijn eigen huwelijk). Hij stichtte een nieuw gezin toen hij huwde met het burgermeisje Marcellina Rycx , in Oostende op 14 september 1907 (akte 207) (hij verbleef toen reeds in Vlissingen) . Tussen 15 augustus 1908 en 8 februari 1924 verwekten zij 7 kinderen: Marcel, Gustaaf, Ferdinand, Marceline, Eleonore, Marie-Josée en Yolande. Vele jaren later, na de 2de wereldoorlog, zou Vader (en wij) 3 ervan leren kennen: Marceline, Eleonore (vooral) en Marie-Josée. De anderen heeft hij bij mijn weten nooit ontmoet.

Moeder Hélène trok waarschijnlijk bij haar vader in. Rond 1905 of vroeger heeft zij dan Jean Derouf “ontmoet” . Zij huwden te Oostende op 24 januari 1906 (akte 10) . Hij was visser , stoker van beroep staat er in de huwelijksakte , ° in Oostende op 26 januari 1882 , zijn vader was overleden en zijn moeder , Amanda Ludovica Delrue , was herbergierster . Mogelijk was dit café gevestigd in de Sint-Franciscusstraat 26 , en trok het “kersverse koppel” daar in , in café of brasserie Derouf, een echt visserskroegje. Zij woonden daar alleszins .

Vader, toen een pezig klein jongetje en iets te ernstig voor zijn leeftijd, voelde zich zeker niet gelukkig in die omstandigheden en in die omgeving: over Jean Derouf heeft hij m.i. nooit iets gezegd.

Wanneer Jean Derouf gestorven is, ik heb er geen flauw benul van, en ik denk dat Vake dat ook niet wist(*).Enfin, het gezin kreeg 2 dochters: Amanda in 1907 (Oostende, 6 januari 1907) en Lea in 1913.

(*) Onlangs ontdekte ik dat Joannes Franciscus Leopoldus Derouf geboren is in Oostende als 3de uit een gezin van 10 kinderen. Wanneer hij gestorven is weet ik niet, alleszins vóór Mémé.

Vake’s jeugd – 2.

scannen0051zs3.jpg

Vader liep lagere school te Oostende in de Lagere School van de Stockholmstraat (vermoedelijk Broeders van Liefde), en had in die tijd veel steun aan Nonkel Gust (August Aspeslagh), de jongste broer van Mémé en slechts een 10-tal jaren ouder dan Vake (zie foto hierboven).

Plechtige Communie van Vake en Tante Lydie. De fier knaap (en fier zou hij heel zijn leven blijven) had zelfs bekken in zijn haar laten zetten.

In 1914 brak de 1ste Wereldoorlog uit en heel het gezin, Pépé en zijn vrouw incluis + de meeste zo niet alle Aspeslaghs, vluchtte naar Engeland (Jeovil ? *, waar mémé Barbaix in 1915 zou overlijden) behalve Vake. De brave vrome knaap was vermoedelijk in september 1913 bij de Broeders van Liefde in Gent (Stropstraat) ingetrokken en hij bleef daar voor lange tijd…

archiefbroedersvanliefdtu3.jpg

Lithografie uit 1897 van het gebouw waar het hoofdbestuur van de Broeders van Liefde gevestigd was, Gent Stropstraat.

Van die tijd is er, ik zou zeggen uiteraard, niet veel geweten.Vermoedelijk zal Vader daar weinig last hebben gehad van de oorlog. Hij studeerde veel (“ik had een slecht geheugen” zegde hij altijd) en hij deed nogal wat aan sport, vooral voetbal.

Oostende is een anglofiele stad en velen onder haar inwoners zijn anglofielen. Dit heeft zowel politieke als maatschappelijke en economische redenen. Na de Napoleontische overheersing kwam er een zeer sterk Engels garnizoen en veel Engelsen vestigden er zich aldus, de gehele 19de eeuw door hadden de Oostendse vissers zeer vele kontakten met de Engelse visserij en het schitterende strand en de mailboten brachten menig Brits toerist naar de Koningin der Badsteden. Vergeten we ook niet dat de beroemde Oostendse kunstenaar, James Ensor, Britse roots had.Ook de families Lauwereins en Aspeslagh waren Engelsgezind. Het verblijf aldaar van de familie Aspeslagh zal die gevoelens nog versterkt hebben, gevoelens die, wegens zijn jarenlang verblijf in de beschermende omgeving van een klooster te Gent, waarschijnlijk minder sterk aanwezig zullen geweest zijn in de geest van de jonge Broeder Modestinus (de bescheidene), de kloosternaam van Vader. (**)

Deze alinea is van groot belang om de latere situatie van het gezin Lauwereins-Vienne te begrijpen.

(*) Meer dan waarschijnlijk betreft het hier het stadje Yeovil, Somerset, England.

(**) Dat de familie Lauwereins/Derouf-Aspeslagh niet de enige Vlaamse familie was die tijdens WO I naar Engeland vluchtte bewijst het in 1941 uitgegeven zakboekje (13,5 x 10,5 cm , 5 mm. dik) “Dagelijkse Hulp voor Belgen in Engeland, Eene Verzameling van Woorden en Zinnen voor dagelyksch gebruik alsook een korte krygskundige Woordenlyst”.

Vake’s jeugd – 3

Einde 1918- begin 1919 kwam zijn familie terug uit Engeland. Veel zal dat wel niet veranderd hebben voor hem… wellicht bezochten ze hem een paar keer in Gent… misschien mocht hij een paar keer op familiebezoek in Oostende… feit is dat de jonge knaap zijn puberteitsjaren doorgebracht heeft zonder familie, temidden van de andere novicen, bij de Broeders van Liefde in Gent.

scannen0010pt0.jpg

van links naar rechts: Tante Amanda Derouf, Mémé Hélène Justine Aspeslagh, Pépé Joseph Aspeslagh (gezeten), Broeder Modestinus/Julien Lauwereins, Tante Lydie Lauwereins, helemaal vooraan gezeten Tant Lea Derouf.Foto van ca. 1921.

Julien Polydore Joseph Lauwereins studeerde af aan de Aangenomen normaalschool voor onderwijzers te Gent (Strop) in juni of juli 1920.Hij ontving het diploma van “lageren onderwijzer” uitgereikt per 31 juli 1920 te Gent en volgde met vrucht “den niet verplichtenden leergang in de Meetkundige Vormen en Handenarbeid”.Broeder Modestinus gaf zijn eerste lessen aan de Lagere Aangenomen School te Nederbrakel (Broeders van Liefde), waar hij stond van 15 september 1920 tot 11 april 1921.Hij werd ziek, wat hij mankeerde weet ik niet, alleszins staat op de verschillende attesten in mijn bezit een ziekteverlof van een 2-tal maanden vermeld (van 11 april 1921 tot 12 juni 1921).Na dit ziekteverlof kwam hij in dienst van de Vrije School voor Abnormalen te Gent (Stropkaai), van 13 juni 1921 tot 27 juni 1924 (*), met “één jaar onderbreking voor zijn soldatendienst”.

scannen0041ey2.jpg

Deze soldatendienst volbracht hij, van 15 augustus 1922 tot 14 augustus 1923, als brancardier/verpleger “au Camp de Beverloo” bij de “1er Cie T.A.S.S.” en het “2de Geneeskundig Korps”, in de volksmond de “cibisten”. Hij behaalde er volgende noteringen: “Conduite : très bonne” en “manière de servir : très bonne”.Bij “aptitudes particulières” staat “Français – Flamand”.Enkele cijfers uit zijn “Carnet Sanitaire Individuel”:-bij de keuring op 24.5.22 mat hij 1,63 m en woog 65 kg-bij de 1ste keuring in dienst (op 2.9.22) mat hij 1,61 m (?) en woog 66 kg-bij de laatste (9.6.23) mat hij nog steeds 1,61 m, maar woog 68 kg (7 kg overgewicht)

scannen0016mu7_1.jpg

Vake zit op de onderste rij, 2de van rechts.

Het is meer dan waarschijnlijk tijdens zijn legerdienst dat de eerste twijfels over zijn “roeping” bij de (te) ernstige en plichtsbewuste jonge man, Broeder Modestinus/Julien Lauwereins, opkwamen. Voor het eerst sinds 9 jaar en voor het eerst als jongeman bleef hij langer dan een paar dagen buiten zijn beschermde omgeving en kwam hij met beide voeten in de “grote wereld” terecht.

(*) De Broeders van Liefde waren en zijn gespecialiseerd in het verzorgen van Krankzinnigen en in het onderwijzen en verzorgen van Abnormalen. In die periode moet Vader zijn kennis en ervaring van en met abnormalen opgedaan hebben, vaardigheid die na WO II voor ons allen van levensbelang zou blijken te zijn…

Vake’s jeugd – 4

Terug in het klooster groeiden de twijfels. De twijfels werden vertwijfeling, en de vertwijfelijng werd crisis… Uren van overwegingen met zichzelf, uren van praten met zijn oversten (met de medebroeders kon of mocht hij hierover niet praten), door niemand of weinigen gesteund…ALLEEN moest deze diep-christelijke en idealistische man beslissen…HELEMAAL ALLEEN moest hij een keuze maken tussen dienstbaarheid aan zijn God in het “klooster” of in de “wereld”…En ALLEEN hakte hij de knoop door… hij zou uittreden (gelukkig voor ons allemaal, anders hadden wij er niet geweest).

Broeders van Liefde, Stropkaai, Gent.

Een luisterend oor had hij toch in het klooster, vermoedelijk de bestuurder, Broeder Ebergiste (Ebergiste De Deyne 1887-1943), de grondlegger van de opvoedkundige systemen voor abnormalen, die in 1920, op 33-jarige leeftijd, bestuurder was geworden. Deze Broeder Ebergiste komen we later in Vader’s leven nog enkele malen tegen, o.a. bij vragen om tussenkomst van Vader voor één of andere sukkelaar, en bij het overlijden van Broeder Ebergiste in 1943.Meer dan waarschijnlijk kwamen zij overeen dat Vader het schooljaar nog zou voleindigen, om de goede orde bij de kinderen en bij de collega-broeders zo weinig mogelijk te verstoren en de “storm” die deze beslissing in het klooster ongetwijfeld teweeg bracht tijdens de vacantieperiode te laten luwen.Alleszins “scheidden” zij in de “best-mogelijke” termen, met wederzijds respect. Vader zou later nog verscheidene malen op hen beroep doen en, waar mogelijk, hielpen ze hem.Vanaf 28 juni van het jaar 1924 woonde Julien Lauwereins terug in Oostende, in de Sint Franciscusstraat 26, bij zijn moeder. Als een gewone jonge burger, met een onderwijzersdiploma op zak, en werk zoekende, liefst in ‘t onderwijs.

Ik heb deze episode uit Vader’s leven zo uitgebreid behandeld omdat wij, zijn kinderen, er zo weinig van wisten en weten, en omdat ze toch sterk bepalend is geweest in zijn verdere leven, en in dat van Moeder en dat van het hele gezin.Gewetensproblemen hield hij er zeker aan over, fier was hij er niet op, geheel ten onrechte. Inderdaad, in die tijd (1924) uit het klooster treden zonder veel tam-tam en zijn geloof zo intens blijven beleven: het getuigt van zeer veel moed, en het zal weinigen gegeven zijn. Hij praatte er nooit over. Ook de andere vrienden- en familieleden-generatiegenoten, die nochthans op de hoogte waren, vertelden er nooit iets over, zeker niet tegen ons, zijn kinderen.Het duurde tot de 60-er jaren (van de vorige eeuw) eer wij op de hoogte geraakten. En dan door toedoen van onze Gabriël, onder impuls van zijn toekomstige schoonvader. Vader was daar boos over, m.i. geheel ten onrechte. Een kind heeft toch het recht te weten hoe zijn ouders opgevoed werden en geleefd hebben? Te meer daar Vader geen enkele reden had om dit weg te moffelen, integendeel, hij mocht en moest er fier over zijn… en ik denk ook dat hij dat werd, nadat wij op de hoogte waren …

Vake’s jeugd – 5

scannen0008mu5.jpg

Intussen was er in de Sint-Franciscusstraat 26 ook één en ander gebeurd. Tante Lydie (zie foto), inmiddels uitgegroeid tot een trotse jonge dame, vond werk als modiste, en ontdekte langzamerhand een wereld die haar beter lag dan de volkse van thuis: die van de “goede” “mondaine” burgerij. Zij leerde Henri Boudolf kennen, de zoon van een aannemer uit Oostende. Mémé was daar niet zo gelukkig over, en dus zocht de koppige en mooie jonkvrouw terug contact met haar vader (zie foto) en vond daar steun.

scannen0009ro8.jpg

Tante Lydie en Nonkel Harry lieten er geen gras over groeien en huwden in Oostende op 9 april 1921. Vader, die zijn Moeder aanbad, had dat zeker liever anders zien verlopen, en de betrekkingen met zijn “lievelingszuster” bekoelden een beetje.

scannen0006zu1.jpg

Amanda werd ondertussen ook wat “groter” en groeide uit tot een zeer mooi en aantrekkelijk meisje, wat vanzelfsprekend door meerdere mensen opgemerkt werd: de vissers verkozen haar tot “Koningin van de Visscherije” (zie foto) en haar schoonbroer bleek meer gevoelig te zijn voor “esrhetica” dan men van een “metser” zou verwachten. Deze belangstelling zou later leiden tot een heus familiedrama (zie afdrukken hieronder)…

scannen0004es0.jpg

Ik vermoed verder dat Pépé, weduwnaar geworden van Sophie Barbaix in 1915, bij de terugkeer uit Engeland in Oostende definitief bij zijn dochter introk. De meesten van ons, op misschien Maria en Lydie na, dachtten of ervaarden Joseph en Hélène Aspeslagh als een “koppel”, deels omdat ze in onze ogen altijd samen gewoond hebben en deels omdat de ene “Pépé” was en de andere “Mémé”.

Vader zocht dus een plaats als onderwijzer en vond die, 4 maanden later, en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid met de hulp van de Broeders van Liefde (hoe zou hij in godsnaam anders in Beernem terecht gekomen zijn ?).Negen dagen vóór hij 24 werd, op 1 december 1924, stond hij in een klas van de “gemeente lagere school” te Beernem. Hij kwam dagelijks met de trein van Oostende tot in Beernem-Statie. En vandaar ging het met de fiets naar school, gelegen in Beernem-dorp.Het schoolhoofd had immers aan een 12-jarige knaap , die dicht bij de Statie woonde, gevraagd of de nieuwe onderwijzer bij hen zijn fiets mocht stallen. En die knaap was Gabriël Vienne, zoon van de weduwe Vienne-De Meulenaere die 3 huwbare dochters had.En daar ontmoette de nieuwe onderwijzer Marjolaine… maar dat is (misschien) voor een volgend verhaal… eerst alleszins “Moeke’s jeugd”…

Moeke’s jeugd – 1.

moekesjeugd001eh6.jpg

Geheel anders verliep de jeugd van Moeke.Geboren te Beernem op 20 april 1903, was zij het derde meisje in het gezin van de paardenkoopman Eleodoor Vienne en zijn vrouw Elisa De Meulenaere.

moekesjeugdgz9.jpg

Haar oudste zusje Marcella was ternauwernood 2 jaar oud (°Zwevezele 18.1.1901) en haar jongste zusje Malvina, die men altijd Maria noemde en zou blijven noemen, waarom weet ik niet, was amper 1 jaar (°Beernem 14.2.1902).

Moeke vertelde dat de ambtenaar van de gemeente moeilijk deed over de naam Marjolaine en dat men, om hem content te stellen, er Laura aan toevoegde. Alzo werd Moeke geboren als Marjolaine Laura Vienne.Misschien hadden de ouders liever een zoontje gehad. Doch, zo ja, losten ze dat zelf snel op: weer een goed jaar later werd de kleine Marcel geboren (°Beernem 28.7.1904).En ze hielden nog niet op, want na 14 maanden kwam er weer een zusje bij, Gabriëlle (°Beernem 22.9.1905).Toen namen ze even adempauze, want nummer 6, Adrienne, kwam slechts 22 maanden nadien ter wereld (°Beernem 28.7.1907)

sjeugd003cm1.jpg

Adrienne, Maria en Marjolaine.

En toen kwam in dit mooie en gelukkige gezin de eerste grote tegenslag: Gabriëlleke overleed, net 3 jaar oud (+ 1.11.1908).

De oorzaak ken ik niet. Of dit op de kindjes Vienne een grote indruk heeft gelaten, weet ik evenmin. Zij waren toch nog zo klein. En in die tijd was de kindersterfte ettelijke keren hoger dan nu. Tante Hélène (De Meulenaere) zei altijd “ge moet ten minste 2 kindjes kopen, dan hebt ge er nog ééntje over als er ééntje dood gaat”.Of Eleodoor en Elisa daar een boodschap aan hadden betwijfel ik echter ten zeerste. Dat zij treurden, daar ben ik zeker van.Maar zij moesten verder, zeker toen na een 3-tal jaren weer een kindje het leven zag: Jozef (°Beernem 25.3.1911). En alsof ze hun oude ritme weer te pakken hadden kwam er 14 maanden later nog ééntje bij: Gabriël (°Beernem 4.6.1912), genoemd naar het overleden zusje. ‘t Was op dat moment de laatsten, en hij zou de laatsten blijven *. ‘t Was wel geweest… Vader Eleodoor, Dooren van Leanders, was op dat ogenblik tenslotte al bijna 46 jaar oud.

moekesjeugd004am9.jpg

Gabriël, Marcel en Jozef.

  • Bij den doop van de kleine Gabriël ontstond er een serieus probleem: Dolf Serruys, de zeune van Tante Melleke (Vienne) moeste Peter zijn, maar hij eiste dat de klênen zijne name zou dragen. De ouders weigerden, omdat ze absoluut hun overleden dochterke wilden herdenken. Felix Huys, echtgenoot van Tante Marie (Vienne) werd dan aangeduid. Op de doopplechtigheid kwam hij echter niet opdagen, want hij wist van niks… Als op den doop de frang begost te vallen zettigden ze zijne name alvast op den doopacte en stuurden gauwe ne koetsier naar Nonkel Felix. Deze weigerde echter als stoplap te dienen… en zodus kwam de koetsier allene were. Ze hebben dan de koetsier maar laten tekenen.En Nonkel Gabriël weet nu nog altijd niet wie da zijne Peter is: Felix Huys of die koetsier of alle 2 …

Moeke’s jeugd – 2

vienne002dm8.jpg

Plechtige Communie van Marjolaine (Moeke) en Maria Vienne, 29 maart 1914. Tweede-dagkleed.

Dit oer-vlaams en zeer vlaamsgezinde gezin groeide verder zonder veel zorgen of tegenslagen, op het niet onverwachte overlijden na van Moeder Elisa’s broer Octaf, 34 jaar oud.

viennezi5.jpg

Octaf (° Beernem 21 april 1878 – + Berchem 20 juni 1912) was militair (zie foto), gelegerd in Fort 6 in het Antwerpse. Hij werd ernstig ziek en kreeg verlof om in Beernem te herstellen. Na enkele maanden keerde hij terug naar het Militair Hospitaal in Berchem/Antwerpen, alwaar hij overleed, nadat hij “met eene voorbeeldige kloekmoedigheid, en onderwerping aan de wil Gods, eene langdurige, smertvolle en ongeneesbare ziekte” had “onderstaan”.Alhoewel zij vlak over zijn Kasteel woonden, en de kinderen dikwijls op “den hof” van ‘t kasteel speelden, vooral de jongsten Jozef en Gabriël, en er allerlei kattekwaad uithaalden (dikwijls tot ergernis van de garde Hoste), wisten zij weinig of niets van de daden en levenswijze van kasteelheer en burgemeester Ridder Etienne de Vrière, een natuurlijke zoon van koning Leopold II. Van de schandalen en moorden in Beernem (waarop vele jaren later het schitterende televisiefeuilleton “De bossen van Vlaanderen” gebaseerd was) waren ze evenmin goed op de hoogte – of deden ze alsof… – ondanks één of meer De Meulenaeres “dienden” in één of meer van de talrijke kastelen in de buurt (zo diende Tante Hélène bij Madame Lippens op Bulskampveld). Maar ja, Beernem-Statie (waar zij woonden) was ook verre van het dorp, waar de roddels welig tierden hé …

vienne003rx8.jpg

Tante Hélène De Meulenaere, 2de van rechts, met haar collega’s dienstmaagden, waarschijnlijk aan de trappen van de achteringang van ‘t Kasteel.

En hadden enkele Duitse officieren hun kwartier niet opgeslagen ten huize Vienne-De Meulenaere, hadden zij wellicht niet geweten dat Wereldoorlog I begonnen was. Al denk ik dat ik nu een beetje aan ‘t overdrijven ben…Die Duitse officieren waren echte “heren”, aldus Moeke. “Er was er zelfs enen die”, aldus alweer Moeke “als hij een scheetje moest laten naar de W.C. ging, de deure toetrok en hem zo discreet mogelijk liet vliegen”.Marjolaintje was toen al de braafste en de vinnigste, zei Tante Hélène, “als we ‘s morgens naar de vroegmesse moesten gaan was Mazzeleintje het eerste op en de enige die zonder tegenpruttelen uit heur bedde kwam”.

Moeke’s jeugd – 3

Het huis in de Statiestraat te Beernem (zie foto) was als het ware een open huis, iedereen liep er binnen en buiten zoals ‘t hem paste, zowel familieleden, die bijna allemaal in een straal van pakweg 10 km. woonden, als vrienden en kennissen, buren en vrienden en vriendinnetjes van de kinderen. Hetzelfde zou een 15-tal jaren later gebeuren, op Sint Pietersveld, bij ons Moederke…Toch kwamen er problemen: Vader Eleodoor begon te sukkelen met zijn gezondheid (” ‘t herte ” zei Moeder), en kon niet zo hard meer werken, waardoor Moeder Elisa een deel van zijn taken moest overnemen.Met 7 kinderen tussen de 16 en 5 jaar werd het “huishouden” te zwaar en ze besloten één van de kinderen van school te houden om te helpen in ‘t “menage”.

Tante Marcella (zie foto) leerde te goed en Tante Maria deed dat niet graag. Vermits al de anderen te jong waren viel de keuze op Marjoleintje (zie foto, samen met Nonkel Gabriël), vanaf dan Marjolaine, die 14 jaar was en niet meer schoolplichtig, temeer daar zij niet zo graag naar school ging, onder andere omdat ze een beetje sukkelde met haar gezondheid (zij was wat asthmatisch), waardoor zij regelmatig moest thuisblijven.

Moeder deed dat graag en goed. Zij werd zowat de tweede moeder van het gezin, zeker voor de 2 kleintjes, die zij eigenlijk opvoedde. En zij kookte graag en goed -en ze maakte zeker altijd voldoende klaar- en zij at zelf ook altijd smakelijk van haar lekkere gerechten. En wij hebben daar vele jaren later, en zelfs nu nog, de gunstige en aangename gevolgen van gedragen…

Een jaar na het einde van de oorlog, op 11 mei 1919, overleed de eens zo fiere Eleodoor uiteindelijk aan de gevolgen van zijn ziekte, nog geen 53 jaar oud.

Moeke’s jeugd – 4

We zitten zo stillekesaan in het jaar 1920. De eerste generatie Teblick verschijnt in onze familiestam. Hoe Tante Maria De Meulenaere, de zuster van Moeder Elisa, aan haar “Vrije Antwerpenaar”, Staf Teblick, geraakt is heb ik al verteld in “LaVie – De Voorgeschiedenis – 4″ (ge moet het daar maar eens herlezen…). Deze Tante Maria slaagde er ook in haar iets oudere zuster Hélène te koppelen aan Louis Teblick, de 10 jaar oudere broer (en eveneens weduwnaar) van hare Staf. Beide broers hertrouwden aldus met een zuster De Meulenaere. Alzo zouden Staf en Louis Teblick later voor ons Nonkel Staf en Nonkel Louis worden… De gezinssituatie van Nonkel Louis, die een dochter had die even oud was als zijn nieuwe vrouw, speelt voor onze familiegeschiedenis verder geen belangrijke rol meer, enfin toch niet tot na zijn overlijden (*), die van Nonkel Staf Teblick echter des te meer…

Maria De Meulenaere was door haar huwelijk met Staf Teblick plots stiefmoeder geworden van 4 opgroeiende zoons: Frans (ca. 17 jaar), Charles (ca. 14 jaar), Lowietje (ca. 11 jaar) en Marcel (ca. 6 jaar). Zij was een goed mens, een beetje bazig wellicht, en voelde zich sterk verantwoordelijk voor de goede opvoeding en de toekomst van haar stiefkinderen. Frans, de oudste en een kerel van 17 jaar, was zeker niet gelukkig met het huwelijk van zijn vader. Die Madam die de plaats kwam innemen van zijn geliefde moeder, die baas probeerde te spelen en bovendien een voor hem, echte Antwerpenaar, moeilijk verstaanbare taal (Beernems) sprak… De andere broertjes, knaapjes of kinderen nog, hadden daar veel minder problemen mee.

Beide families Teblick-De Meulenaere bezochten regelmatig hun zuster te Beernem en/of brachten er met veel plezier hun vakanties door. Lowietje, die een zeer zwakke gezondheid had en overleed in 1923, is zelfs begraven op het kerkhof van Beernem, en ligt vlak achter het graf van Eleodoor Vienne en Elisa De Meulenaere. En Marcel vertelde ooit aan zijn dochter Rita dat ze hem maar met één ding konden straffen en dat was met te dreigen dat hij niet naar Beernem mocht gaan, waar hij in Gabriël Vienne een kameraad voor het leven had gevonden. Er was daar immers veel ruimte, en er was daar altijd veel volk.

moeke002editedbr6_1.jpg

Maar er waren daar ook 3 huwbare dochters en eentje daarvan, Marjolaine, was net 1 dag jonger dan Frans… en dat was voor Tante en Stiefmama Maria misschien wel een voorteken en bracht haar alleszins op een idee… zij had beiden graag als een koppel gezien. Doch Frans was zeker niet gediend met de aspiraties van zijn (in zijn ogen) boze stiefmoeder en het praatgrage en extroverte Marjolaintje viel evenmin op de eerde stuurse en introverte Frans. Enfin, beiden gingen hun eigen weg, Frans zou zijn geluk in Borsbeek vinden bij Stefanie (Tante Fanny) Govaerts en hoe ‘t met Moeke afliep weten we allemaal hé… Later zou Tante Maria toch haar goedbedoelde inspanningen beloond zien toen respectievelijk in 1930 en in 1938 Charles Teblick met de 5 jaar oudere Marcella Vienne en Marcel Teblick met de 7 jaar oudere Adrienne Vienne een gelukkig huwelijk afsloten (en hun zus Tante Maria Vienne weer eens naast de boot viel…)

En toen een dikke 30 jaar later een dochter van Frans Teblick huwde met een zoon van Marjolaine Vienne keek zij zonder twijfel vanuit de hemel stralend op die gebeurtenis toe…

Deze foto uit 1928 toont aan hoe druk het in Beernem kon zijn met die families …

(*) Toen de “begoede” Nonkel Louis in 1948 overleed moest Tante Hélène van armoede verhuizen naar het Begijnhof in Antwerpen. Daar werd zij schitterend opgevangen door haar 4 praatgrage maar o zo goedhartige nichtjes Vienne, die haar op alle gebied een prettige oude dag bezorgden, tot haar overlijden in 1971. Daar werd Tante Hélène ook een “monument” voor de kinderen LaVie en zelfs voor de eerste golf kleinkinderen.

vienne003wu1.jpg

Paaseieren rapen in ‘t Begijnhof bij Tante Hélène (2de van links)

Moeke’s jeugd – 5

Moeder en Tante Maria waren intussen ook lid geworden van de Katholieke Vlaamsche Meisjesbond. En dat is ongetwijfeld van belang in het latere leven van LaVie (*).

vienne007editedqb6.jpg

In die tijd heerste er geluk en voorspoed in het gezin van de Weduwe Vienne-De Meulenaere: Marcella (°1901) was verpleegster, Maria (°1902) maakte hoedjes (modiste), Marjolaine (°1903) deed het huishouden en Marcel (°1904) was gediplomeerd timmerman-meubelwerker van de vakschool te Brugge. Dat maakt dat enkel nog Adrienne (°1907) en de “2 kleine” Jozef (°1911) en Gabriël (°1912) ten laste waren.Maar tegenspoed ligt op een klein plaatske…

vienne006editedja3.jpg

Marcel (zie foto), die lessen volgde aan de Academie te Brugge (**) en voortreffelijk schilderde, was een optimistische, vrolijke jonge man die veel vrienden had, o.a. Marcel Steyaert, de vader van onze Robert van Lut, en lid was van vele verenigingen. Zo was hij ook lid van de plaatselijke turnkring, samen met zijn broertjes Jozef en Gabriël. Maar zoals elke vereniging toen, en nu nog, bezat deze geen overvloed aan middelen om toestellen te kopen. Geen nood, zei Marcel, en vermits hij schrijnwerker was besloot hij zelf zo’n baar/rekstok te maken waarop men met zijn hele gestrekte lijf kon ronddraaien. En uiteraard testte hij zelf het toestel uit… Maar het toestel brak, en Marcel viel zeer ongelukkig, met delen van het toestel op en in hem. Achteraf bleek dat zijn nieren daarbij onherroepelijk beschadigd werden, wat finaal zou leiden tot zijn dood in 1933, ondanks meerdere bedevaarten naar Lourdes… Ik weet niet of het gezin Vienne deze fataliteit onmiddellijk besefte, ik weet alleen dat Moeke vertelde dat hunne Marcel desondanks nog vele jaren een guitige en vrolijke kerel bleef…

vienne004ke3.jpg

Uitgeknipte foto van Marcel Vienne (***)

(*) Katholieke Vlaamsche Meisjesbond. Vanaf 1913 ontstaan lokaal verscheidene meisjesbonden onder de hiervoor vermelde benaming. De bedoeling was “de meisjes van dit land, vooral de studerende, terug bewust te maken van de Vlaamsche en Volksche zending, dit alles in diep christelijke zin, naar oeroude traditie.” Hier leerde Moeder alles over de Vlaamse Beweging, het Daensisme, de Frontbeweging, het Activisme, Amnestie, en maakte ze kennis met figuren als Cyriel Verschaeve, Hugo Verriest, pater Callewaert, August Borms, Hilaire Gravez, enz. Hier werd de grondslag gelegd van haar later Flamingantisme.

(**) Ik herinner mij 2 schilderijtjes van Nonkel Marcel die thuis aan de wand hingen, beiden zo’n 35×25 cm. groot, nogal somber van koloriet met een overheersende donkergroene kleur, en beiden, als ik me niet vergis, in een donkergroene kader. Het ene stelde een meisje voor van ca. 12 jaar oud, de armen gekruist op een tafel of schoolbank; waarom weet ik niet, maar ondanks dat meisje donker van haar was stelde ik mij onze Lydie altijd zo voor op die ouderdom… Het andere was een tafereel met een boer en zijn kalf, en een kalverkoopman die blijkbaar dat kalf kocht.Bestaan die schilderijtjes nog, en zo ja , waar zijn ze gebleven ?

(***) Die uitgeknipte foto is zo’n 20 cm. lang en 12 cm. breed. Heeft iemand een idee waartoe die foto gediend heeft ?

Moeke’s jeugd – 6

De tijd vliegt snel…In december van het jaar 1924 verscheen er in de Statiestraat te Beernem een knappe blonde jonge man met blauwe ogen. Hij was onderwijzer in het dorp, en kwam er zijn fiets stallen. Want hij nam de trein in Oostende en reed verder met de fiets naar de school. Zijn naam: Julien Lauwereins.

Drie paar ogen monsterden hem met een zekere schroom. Eén paar, dat van Moeder Elisa, bekeek hem tegelijkertijd hoopvol en wantrouwend.

Marcella, de verpleegster, Maria, de modiste, en Marjolaine waren de eerste huwbare meisjes die de jonge meester sinds zijn uittreding uit de Broeders van Liefde ontmoette. En de laatste… Hij ging voluit voor één van de drie.

Marcella, volgens mij de mooiste en alleszins de meest intelligente, was wat afstandelijker dan haar twee zussen, alsof ze wachtte op een “iets betere” partij. Maria, met het hart op de tong en de mooiste volgens anderen, rekende er op dat hij voor haar kwam. Maar hij ging voor de beste van de drie, de liefste ook, een beetje de “Assepoester”, zij die het huishouden bestierde naast moeder Elisa, de gulle en hartelijke Marjolaine. En of hij gelijk had !!!

En Tante Maria, zij viel naast de boot…Een detail nog: alvorens Vake zijn aanzoek deed aan Moeke vroeg hij daartoe eerst de toelating aan Moeder Elisa. Dat vertelde hij ons later zelf…

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 2 - Deel II : HET JAAR 1925

1. Een belangrijk jaar

Het jaar 1925 is een belangrijk jaar in de geschiedenis van LaVie. Het is het jaar van de verloving, van het huwelijk en van… Moll.

Julien Lauwereins stond vanaf de 1ste december 1924 in de gemeenteschool te Beernem. Dagelijks nam hij de trein vanuit Oostende, pikte zijn fiets op in de Statiestrate bij de weduwe Vienne, reed er mee naar school in Beernem-dorp en deed hetzelfde in omgekeerde volgorde na de lessen.

Dagelijks ontmoette hij de 3 huwbare dochters van moeder Elisa. En snel wist hij het zeker: met één van die drie zou hij een gezin stichten. Dat het Marjolaine werd is meer dan een gelukkig toeval. Achteraf bezien is het voor hem “de beste keuze” geweest, en voor ons ook…

De verloving volgde spoedig en er werd om zo te zeggen onmiddellijk een trouwdatum vooropgesteld, namelijk 5 october 1925.Maar er gebeurde nog heel wat voor het zover was…Vader, die niet gewend was onderwijs te geven aan gewone of normale kinderen ( * ), stak zijn voelhorens uit – hij had tenslotte nog altijd goede contacten met de Broeders van Liefde- en vernam dat er door het Ministerie van Justitie, Dienst voor Kinderbescherming, een examen werd uitgeschreven “tot het benoemen van onderwijzers aan de Rijksopvoedingsgestichten”. Het examen werd afgenomen op “Dinsdag 9 juni e.k., te 9 u 1/2 voormiddag, te Ruysselede”.Het bestond uit een Schriftelijke proef (30 punten), een Didactische proef (30 punten) en een Vrije proef (2×5 punten). “De candidaten die den 9° de didactische proef niet geëindigd hebben, kunnen kosteloos in het opvoedingsgesticht overnachten; ieder van hen kan, op eigen kosten zijne eetmalen in het hotel van het gesticht gebruiken.”Vader nam (uiteraard) deel aan het examen en reeds een 2-tal weken later, gedateerd 26 juni, krijgt hij schriftelijk bericht dat hij geslaagd is, en nog eens 3 dagen later, gedateerd 29 juni, wordt hij dringend verzocht de nodige paperassen te bezorgen.

( * ) Het feit dat de wedden die het Ministerie van Justitie uitbetaalde behoorlijk hoger lagen dan deze betaald door “la Ministère des Sciences et des Arts” zal ook wel niet vreemd geweest zijn aan de voorkeur van Vader

2. Verloving – Huwelijk – Moll

In een schrijven gedateerd 13 augustus 1925 krijgt Vader bericht dat hij benoemd is tot onderwijzer in de “Staatsinrichtingen te Moll”, waardoor hij “adieu” moet zeggen aan de gemeenteschool te Beernem. En, gedateerd 22 augustus 1925, verzoekt Moll hem “zoo goed te willen zijn in dienst te willen komen ‘s morgens op 29 augustus eerstkomend, en dit om aan twee uwer nieuwe collega’s toe te laten om dien datum met ver lof te gaan”.Naar Moll verdomme, en den trouw staat voor de deure, ‘k hoor hem vloeken…Ik ben haast zeker dat hij reeds de eerste dag in Mol zijn overplaatsing naar Sint Pietersveld gevraagd heeft, als het al niet vroeger gebeurd is. En ze moesten dan nog een huis zoeken in Mol…

Over naar de voorbereidingen voor den trouw nu, dat verliep ook al niet van een leien dakje…Omdat zij beiden nog geen 25 jaar oud waren moesten ze de toelating van hun ouders krijgen. Voor Moeder was dat uiteraard geen probleem, voor Vader wel… Waar zat hij, en bovenal, hij kende hem eigenlijk niet. Hun laatste contact dateerde immers al van 20 jaar geleden, toen Julientje een jaar of vier was…Vader Lauwereins bleek in Vlissingen ( * ) te wonen, in ‘t buitenland dus (vermoedelijk kreeg Vader het adres van Tante Lydie).Nu, Vlissingen is geen eeuwigheid ver, ik veronderstel dat Vader daar zelf naartoe getrokken is. Zeker is dat Vader zijn vader in die periode persoonlijk ontmoet heeft… voor het eerst na 20 jaar… en de laatste keer in hun beider leven…Erg hé… zonde… doodzonde… GODVERDOMME…

lauwereinssr004editedzp0.jpg scannen0010nj8.jpg

Zo ongeveer moeten Vader en Zoon Lauwereins er uitgezien hebben toen ze elkaar na 20 jaar, en voor de laatste maal in hun beider leven, in de zomer van 1925 ontmoet hebben. Ze waren respectievelijk 44 en 24 jaar oud…

En Vader kreeg een goede raad mee “Joengen, peist er an daddet voe de reste van joen leeven es …”.Enfin, vermits Vader Lauwereins -om begrijpelijke maar spijtige redenen- niet aanwezig zou zijn op de trouw moest de toelating schriftelijk gegeven worden. En vermits hij in het buitenland woonde moest dit via het consulaat gebeuren. Er deden zich echter complicaties voor met de “stukken” of “een stuk” dat moest veranderd worden, zoals Vader Lauwereins schreef, “Julien, je kan geloven dat me dat een werk kost en ook niet veel vrijen tijd hebben – Uw Vader”.Zes dagen vóór den trouw gaf Vader terzake de laatste (schriftelijke) instructies vanuit “Moll” aan Moeder, en het kwam in orde, want …

( * ) Het adres was : Julien Lauwereins, Coosje Buskenstraat 26, Vlissingen – Holland

3. Het huwelijk

Het was een uitzonderlijk zonnige dag, die maandag de 5de october 1925 dat Julianus Polydorus Josephus Lauwereins en Marjolaine Laura Vienne in het huwelijksbootje stapten en aldus het geslacht LaVie een officieel tintje gaven. Het was alsof de Zomer vergeten was te gaan slapen en de Herfst het nog iets te vroeg vond om op te staan…

Lauwereins_Vienne.jpg

Zij waren prachtig gekleed, zoals ge op de officiële trouwfoto kunt zien. Vader half glimlachend, met een vrank-en-vrije blik vol vertrouwen in de toekomst starend, Moeder verlegen, met ietwat gebogen hoofd, alsof ze nadacht wat die toekomst zou brengen…Gefeest zullen ze wel in intieme kring gedaan hebben, een stevig stuk vlees met veel groenten kan niet ontbroken hebben.En telegrams ? Een 7-tal heb ik er in mijn bezit: van Wanneyn uit Zwevezele, van Onkel Adolf en tante Elisa uit Antwerpen, van Louis en Helene uit Antwerpen, van de familie Gustaaf Teblick uit Antwerpen, van Lucie uit Brugge, van Aldegonde Verkest uit Brugge en van Vanzeir-Dedecker uit Moll.

(klik om te vergroten)

Ik vermoed dat zij ‘s avonds nog naar Mol vertrokken. Moeder Elisa was zo triest gestemd bij het vertrek van haar eerste telg uit het nest dat het nieuwe paar besloot haar mee te nemen naar hun huis te Mol (*) (**)…

Zij verbleef er 14 dagen… en sliep tussen Vader en Moeder in ‘t zelfde bedde…“‘t Zal op die twee weken niet aankomen” moet Vader gedacht hebben…

(*) “En moeder Elisa had boterhammekes gereed gemaakt voor op den trein” vertelt Nonkel Gabriël”, “maar ze hadden geen honger meer, en ‘s anderendaags waren ze blije dat ze die stutjes nog hadden, want Vader zijn wedde was nog niet op de rekeninge gekommen, en ze hadden geen geld in huis om eten te kopen…” vervolledigt Nonkel.

(**) Het adres was Kerkhofstraat 49 , Moll

4. Moll

Lauwereins_Vienne_huis_in_Mol.jpg

'Kerhofstraat 49, Moll, waar Vader en Moeder woonden'

mol2ft7.jpg

Centraal Waarnemingsgesticht te Moll.

In Mol, aan het Centraal Waarnemingsinstituut, had Vader zijn werk, maar Moeder, die altijd thuis bij haar grote familie was geweest, zat daar eenzaam en ver van iedereen die ze graag zag. En meer dan een tafel, een paar stoelen en een kast hadden ze er niet, ‘t was immers niet voor lang, wisten ze of dachten ze en vooral hoopten ze. Van als er een gaatje was trokken ze naar Beernem, naar “huis”. En voor de rest was het breien en vooral aftellen tot het bericht kwam van de overplaatsing, alhoewel ik er niet aan twijfel dat Vader nog een paar démarches ondernomen heeft.

(Gedateerd) op Vader’s 25ste verjaardag kwam dan het verlossend bericht:“De Heer Minister heeft mijn voorstel goedgekeurd. Uwe overplaatsing naar Ruysselede is beslist. Met achting gegroet. Getekend (Wauters ?)”.‘t Zal wel gevierd geweest zijn, die verjaardag, misschien wel met die oesters waar Vake zo sappig kost aan slurpen… en met een flaske Riesling…Per 14 december kwam dan de definitieve uitleg: een zekere August Verdonck, onderwijzer op proef bij het Rijksopvoedingsgesticht te Ruysselede, werd verplaatst naar Moll, en Juliaan Lauwereins, onderwijzer op proef bij het Centraal waarnemingsgesticht te Moll, zou naar Ruysselede overgeplaatst worden.Een “Dienstorder” uit Moll van 30 december verzoekt “den heer Lauwereins, Juliaan, onderwijzer zich op 31 December 1925 te begeven naar de Rijksopvoedingsgestichten te Ruysselede om aldaar zijne nieuwe bediening waar te nemen. Deze agent zal vertrekken den 31 December 1925″.De laatste dag van het jaar 1925 vertrok het jonge paar overgelukkig naar “huis”, een nieuw leven met zich meebrengend (maar dat wisten ze toen nog niet, ‘t was amper een maand…)

Dit is het einde van het jaar 1925 en het echte begin van een schoon en vruchtbaar leven…

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 3 - DEEL III: SINT_PIETERSVELD TOT CA. 1925

De laatste dag van het jaar 1925 vertrok het jonge koppel met een kindje in wording uit Mol(l), om hun verdere toekomst uit te bouwen vanuit Sinte Pier, zoals ze daar in de streke zeggen. Vermoedelijk recht naar het warme Beernem, bij moeder Elisa en de zussen en broertjes, en niet naar het toen voor hen nog kille Sint-Pietersveld. En ik vermoed dat ze daar nog enkele weken verbleven, en Vader van daaruit naar ‘t Gesticht pendelde.

sintpietersveld14ruwvelyz3.jpg

Zo, maar dan minder heuvelachtig, zou Sint-Pietersveld er in veel vroegere tijden hebben kunnen uit zien.

Omdat het Sint-Pietersveld zo belangrijk is in onze familiegeschiedenis wil ik vooreerst kort uitweiden over zijn verleden. (*)Een velt of veld is de vroegmiddeleeuwse benaming voor een stuk grond of gebied dat niet ontgonnen was omdat het, vanwege zijn zandige ondergrond en zijn heide-achtige wildgroei, moeilijk cultiveerbaar was. Sint Pietersveld, kortweg Sinte Pier of ‘t Velt genoemd ter plaatse, was zo een stuk. Eigenlijk was het een deel van het veel grotere Bulscampvelt.

sintpietersveld15tc5.jpg

Sint-Pietersveld vormde een driehoek van ongeveer 127 ha., dat in de 13de eeuw gekocht werd door de Sint-Pietersabdij te Gent van de Vlaamse gravin Johanna. Vandaar de naam. Het was een grote driehoek, geprangd tussen Wingene langs westelijke zijde en Aalter langs oostelijke zijde. De zuidelijke grens wordt gevormd door de weg van Wingene Sint-Jan naar Maria-Aalter.Waarom het dan tot Ruiselede behoorde? Vermoedelijk omdat bisschop Walter de Marvis bij zijn rondreis in de streek in 124, en waarbij hij grondgebieden aan bepaalde p(a)rochies (d.i. eigenlijk hetzelfde in die tijd als gemeenten) toewees en/of nieuwe parochies oprichtte, deze woeste grond gewoon aan de parochie Ruysseleede toekende. Veel belang hechtte toen toch niemand aan deze “woestenijen”.

(*) Wie meer wil weten over het verleden van Sinte Pier leze het boek dat wij destijds van Nonkel Gabriël (Vienne) cadeau hebben gekregen:“Wreeck geen quadt, maer dwing tot goed . Het Sint-Pietersveld, kruispunt van historische en maatschappelijke ontwikkelingen in Vlaanderen”.Uitgegeven n.a.v. 150 jaar Gemeenschapsinstelling Bijzondere Jeugdbijstand in Ruiselede – 1849-1999 -, door o.a. de heemkundige kring “De Roede van Tielt”.

Toen de Gentse abdij dan in de 2de helft van de 18de eeuw met de ontginning van het gebied begon was de Franse Revolutie in aantocht en werd het als kerkelijk goed aangeslagen door de Franse Republiek.Een zekere Lambert Malfait kocht het “Velt” van de Staat. Zijn ergenamen verkochten het aan een zekere Jan Perneel, advocaat te Brugge, in 1835.

sintpietersveld151857go4.jpg

Er wordt in 1837 een maatschappij opgericht om er suikerbieten aan te planten en een suikerfabriek te vestigen. Het werd een gigantische flop en in 1839 reeds ging de boel failliet.Verkocht in 1839 aan (vermoedelijk) de “Société Nationale pour Entreprises Industrielles et Commerciales” werd het in 1849, met gebouwen en al, doorverkocht aan de Staat, die er haar gloednieuw project van een hervormingsschool voor jongeren uit zou bouwen.

sintpietersveld2ej9.jpg

Het bestond uit een Scholen- en verblijfcomplex en een Landbouwcentrum, dat diende als opleidings- en opbrengstcentrum.

Een gelijkaardige instelling voor meisjes werd 1852-1853 opgericht te Beernem.

sintpietersveld16meisjexn6.jpg

Wegens de voortschrijdende ontvolking, en versneld door WO I, zou deze instelling ca. 1922 haar deuren sluiten. In 1926 werden de gebouwen in Beernem verkocht aan… de Broeders van Liefde, die er een krakzinnigengesticht oprichtten (Sint Amandus).

In 1853 kocht de Staat een stuk grond op het grondgebied Wingene, aan de overkant van ‘t Gesticht, waar de gebouwen voor de zogenaamde “Succursale” ofte de Matrozenschool werden opgericht. Een vijver (met eilandje !) werd gegraven en een driemaster gebouwd van 30 m. lang en 7,2 m. breed, met vangnetten aan de zijkanten. Het schip werd afgebroken vóór WO I, wegens verminderde belangstelling van de jongens voor het matrozenberoep. De regie van Telegraaf en Telefoon zou in 1930 zijn intrek nemen in de gebouwen. De vijver, gekend als ” ‘t Scheep “, werd een belangrijke attractie voor de kinderen die op ‘t Veld woonden. (*)

sintpietersveld17matrozgs6.jpg

sintpietersveld11tscheezo4.jpg

In 1855 werd een hôtellerie gebouwd, ten behoeve van de bezoekers, en in 1856 werd een heuse brouwerij ingericht, ten behoeve van de gasten van het hotel en het personeel van ‘t Gesticht.

sintpietersveld18htellevr1_1.jpg

In ‘t begin van de 20ste eeuw werd her en der nog wat bijgebouwd: een aantal huizen voor het personeel, een schooltje voor de kinderen van het personeel (1908), drie grote werkhuizen werden uitgebreid (1910), een nieuwe woonvleugel (1914), en de schade opgelopen door WO I (vooral de achtergevel) werd hersteld.

sintpietersveld3tscheepag2.jpg

(*) Toen ons Lutje de 1ste keer de Schelde in Antwerpen zag was zij zeer onder de indruk van de grootte van deze rivier. ” Ho” zei ze “en breed dat die Schelde is, zeker zo breed als ‘t Scheep”…

sintpietersveld21radiocwp1.jpg

In 1920 tenslotte kocht de Staat een 80 hectaren groot gebied van de gemeente Wingene. Hier werd het “Radio Electrisch Centrum” van Ruiselede opgericht met de bedoeling Radio- Telegrafie- en Telefoon-verbindingen tot stand te brengen over de hele aardbol. In 1923 werd de 1ste steen gelegd, in 1927 werd het Station in gebruik genomen en in 1930 werd de “Succursale” (het gebouw van de vroegere matrozenschool) in het centrum opgenomen, zodat “Sint Pietersveld” in totaal 145 ha. oppervlakte besloeg.

Historisch en vooral familiaal belangrijk is het Veldkapelleke en het kerkhof op de hoek van de Zandvleuge en de steenweg Sint Jan-Maria Aalter. Er zou zich hier sinds eeuwen een veldkapelleke bevonden hebben. Alleszins werd er in 1854 op deze plaats begonnen met de bouw van een “kalvariekapel” en het oprichten van een kerkhof. De kapel werd ingewijd in 1860 en toegewijd aan de Heilige Vincentius a Paolo, de patroonheilige van het Gesticht.

105729.jpg

Op dit kerkhof bevinden zich de graven van de vier broertjes Lauwereins. (*)

sintpietersveld23kerkhovy4.jpg DSCN4107_1.JPG

DSCN4108.JPG

De opdracht van het Gesticht was, zeer in ‘t kort omschreven, “justitiekinderen” een goede kans te geven in ‘t latere leven door “heropvoeding” en aanleren van een stiel.

(*) De gebouwen van ‘t Gesticht, de directe omgeving en later het gehele Sint Pietersveld (zowel op grondgebied Ruiselede als Wingene) werden tussen 1976 en 2002 in verschillende étappes geklasseerd, inbegrepen kapelleke en kerkhof.

Enkele recentere foto’s van de omgeving.Eigenlijk is dit niet essentieel voor mijn verhaal, maar ‘t Veld is zodanig mooi dat ik niet kan laten hieronder enkele recentere foto’s van de omgeving weer te geven. Ze zijn genummerd, zodat betere kenners van de streek dan ik kunnen proberen ze te situeren in de commentaar…

sintpietersveldfb6.jpg sintpietersveld7am5.jpg sintpietersveld13td4.jpg

sintpietersveld5qx7.jpg

sintpietersveld6ok4.jpg

En ik besluit , natuurlijk , met een foto met wat uitleg over het eeuwige Scheep…

sintpietersveld4tscheepek3.jpg

Kaart en voornaamste plaatsenvan Sint-Pietersveld(*)

sintpietersveld25planki4.jpg

Legende :

1 = Bosje met wegelpatroon.Hier lagen de Canadezen na de bevrijding voor enkele dagen. Het is in dat bosje dat Ludwig de lokvogel was om sigaretten af te troggelen. Gabriël en ik (=Guido) vroegen “cigarette for papa”. Als het niet lukte moest Ludwig die vragen. Eens moest hij er zelf eentje roken en hij deed dat met groot succes en goede oogst. Zo is Ludwig beginnen roken, hij was immers “groot”.

2 = Meisjes- en kleuterschool.

3 = Ons 1ste huis in Sint Pietersveld. Maria, Lydie, Jozef, Gabriël en Guido zijn daar geboren. Die kant van de straat was grondgebied Wingene en heette toen gewoon Sint Pietersveld. De overkant van de straat lag op grondgebied Ruiselede en droeg toen de naam Zandvleuge. Nu heet de straat langs beide kanten Bruggesteenweg.

4 = Kasteel bewoond door ingenieurs Ros en De Beul van de Radio. Nu bewoond door een Antiquair (in eigendom) na restauratie.

5 = Dreef waar we na de bevrijding een beukenboom mochten uitdoen. Irène, Suzanne, Robert en Willy Teblick hebben geholpen om het hout met een kindervoiture naar huis te brengen. Toen hebben ze de echte winter op den buiten leren kennen. Irène weet nog elk detail.

6 = Bewerkte landbouwgrond. Het ene jaar moesten we in de vacantie ouwkes zanten, het andere aardappelen. Ouwkes zijn aren van het graan, ook gekend als halmen. Zanten is oprapen nadat de oogst binnen is. Dan moest je wel de toelating hebben van den boer, anders was het stelen. De opbrengst was een welgekomen aanvulling van het rantsoen.

7 = Ons 2de huis in Sint Pietersveld waar Godelieve, Lutgarde en Herman geboren zijn. De rest in Beernem (Moederhuis).

8 = Torens van 280 m. hoogte plus een donderscherm van 20 m. is 300m.Deze torens waren de blikvangers van de streek. De torens waren in paar geplaatst waartussen een antenne opgehangen was voor uitzending, naar Congo werd gezegd. Tijdens de oorlog werden die gebruikt om de positie te bepalen van duikboten, vandaar de bombardementen door eerst de Duitsers in ’40 en later de geallieerden.In het begin van de oorlog werd er beneden geslapen. Toen de bommen van de Duitsers vielen stond de wieg van Hugo naast het raam. De ruiten braken en het glas viel in zijn wieg. Moeder zei altijd dat de kleine daar een trek gevangen heeft. Daarna zijn we in de vochtige kelder van de kapel (van ‘t Gesticht) gaan slapen, dat was er teveel aan. Hugo is niet meer genezen.

9 = Boerderij van het Ministerie van Landbouw. Daar werden de kolons (landlopers) geïnterneerd. In de boomgaard stonden goede notebomen. Zonder dat iemand het wist kropen Gabriël en ik (=Guido) over de gracht door de draad en de doornhaag in het donker op onze buik om de afgevallen noten te oogsten.

10 = Gesticht. Rijksopvoedingsgesticht van het Ministerie van Justitie.

11 = Jongensschool van Meester Claeys, 3de tot 6de studiejaar.

12 = ‘t Scheep. Alle kinderen hebben hier leren zwemmen. Onze Jozef had schrik om onder water te duiken. Ik weet het nog, vader gaf hem een duwtje om het een beetje te laten vooruitgaan. Jozef nam een slok water binnen en was bijna verdronken. Het was vaders beste dag niet bij moeder.

13 = Foelkes, één van de twee kruideniers met café en biljart.

14 = Put in de bossen waar in september 1944 een drama met Vader zich voltrok.

15 = Duits vliegtuigwrak.

16 = Kapelleke en kerkhof waar de 4 broertjes Lauwereins begraven zijn.

(*) De kaart en de bijhorende tekst (uitleg) zijn van de hand van onze Guido. Waarvoor uiteraard mijn dank.

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 4 - DEEL IV DE JAREN VAN VOORSPOED: van ca. 1926 tot ca. 1935

Aankomst in Sint-Pietersveld

Zo vonden Vader en Moeder bij hun aankomst Sint Pietersveld: een feodaal eiland waar, naast de “jongens van ‘t gesticht” en de “kolons” (*) zoals men ze ter plaatse noemde, alleen gezinnen woonden die op ‘t Gesticht werkzaam waren, en “feitelijk” (d.w.z. niet wettelijk) ingedeeld waren in klassen die sociaal strikt gescheiden waren (werklui, surveillanten, administratief personeel, onderwijzers, directie of superieuren). De leden van een “kaste” hadden weliswaar onderling contacten, maar zelden of nooit met de leden van een andere “kaste”. Een huwelijk tussen 2 kinderen van deze “eilandbewoners” had er in al die jaren zelfs nooit plaats gevonden.

De inwoners van ‘t Veld konden voor van alles en nog wat op ‘t Gesticht terecht: voeding, kleding, schoeisel. Gelukkig bestond er rechtover ‘t Gesticht “Foelkes” (Defour), een soortement winkeltje/café waar wel af en toe occasionele en informele ontmoetingen plaats hadden.Voor Vader en zeker voor Moeder, die zo sociaal en familiaal ingesteld was en die zo graag veel volk rond zich had, was dit oord, om het zacht uit te drukken, zeker geen hemelse plekke. Van als ze een gaatje zagen trokken ze dan ook naar Oostende en vooral naar Beernem. Jaren aan een stuk, ook nadat ze kinderen kregen. Tot na Jozef, toen verminderde dat stilaan, omdat met 4 of 5 bengels over en weer “zeulen” te zwaar werd. En ook omdat Moeder Elisa intussen overleden was. Hetgeen voorafgaat valt ten andere goed te merken aan de talrijke foto’s uit die periode.

lavie006cm5.jpg lavie004ga1.jpg

(*) “Kolon” was de plaatselijke benaming voor de gedetineerden en landlopers die in de strafinrichting de landbouwvelden van het Ministerie bewerkten(vergelijk : kolonisten).

Verhuiskosten

lavie005cv2.jpg

Hun eerste woonst op Sint Pietersveld bevond zich aan de overkant van de strate, op grondgebied Wingene, Sint Pietersveld n° 95.Dat was de 2de verhuis in 3 maanden tijd, en dat kost geld, te vele voor een jong gezin… want ze betaalden nog alle maanden een bepaald bedrag aan Mémé, Vake’s moeder, om te helpen in haar levensonderhoud te voorzien. Zo vertelde Moeke vele jaren later aan onze Lydie. En dat zou duren tot ze naar den overkant verhuisden, in 1932. Ze hadden toen al 5 kinders, en Moeke trok haar stoute schoenen aan en vertelde Mémé dat ze dat niet meer kon betalen, ze had immers zelf nu een zwaar gezin te onderhouden.Terug naar januari 1926. Ze zouden proberen om een deel van de verhuiskosten van Mol te recupereren, want ze hadden gehoord dat dit voorzien was ingeval van (bevolen) mutatie…Vader had, schijnbaar van in den beginne, een goed contact met de “algemene opziener” Wauters van “la Direction Générale” van het “Ministère de la Justice” in Brussel. Ondanks diens tussenkomst en zijn raad “Goed er op aandringen dat gy van ambtswege zyt verplaatst” (brief van 14.1.1926) mislukte het opzet. Want op ‘t ministerie waren ze ook niet zo naïef: “ce n’est pas commode d’obtenir une dérogation à la jurisprudence qui refuse le remboursement quand l’agent a SOLLICITE son transfert” ( brief van 13.2.1926).Nu, zo verwonderlijk was dat niet, want Vake, die nooit goed heeft kunnen liegen, zelfs niet als het om bestwil was, had zichzelf eigenlijk al lang verraden, zoals blijkt uit de brief hierna van 2.2.1926…

lavie008ie6.jpg

De eerste schoolinspectie.

Dat Vader en Moeder niet alleen sociaal maar ook professioneel aanpassingsproblemen hadden blijkt duidelijk uit de “Schooltoezichtsverslagen” die opgemaakt werden na een inspectiebezoek aan de klas.Vooraf nog dit: in 1911 had men een nieuwe directeur aangesteld. Om redenen van veranderde opvattingen in verband met de aanpak van de justitiekinderen had men hem bewust niet uit de pedagogische wereld, maar uit de “geleerde” kringen gehaald. De aristocratische Aimé Van Waesberghe (°1874) was burgerlijk ingenieur en docent aan de Gentse universiteit, afkomstig uit Scheldewindeke. Het contact, de wisselwerking en de communicatie tussen personeel en directie zijn onder zijn beleid niet wat men ideaal zou kunnen noemen.De inspectie in Vader’s klasse heeft plaats op de 23ste verjaardag van Moeder. Het verslag van 4 dagen later is niet goed, alhoewel Vader nog een 2 krijgt als algemene beoordeling (4=zeer wel ; 3=goed ; 2=tamelijk goed ; 1=middelmatig ; 0=slecht), waarschijnlijk onder invloed van zijn “vriend” de “algemeene opzichter” Wauters, want de opmerkingen zijn niet zo mals.Vader verdedigt zich: “De heer Lauwereyns beweert noch aanwijzingen noch inlichtingen nopens zijn opdracht ontvangen te hebben”. “Nergens heb ik een spoor gevonden van nazicht door de overheden van het gesticht” merkt de opziener, Mr. Renault, op. En hij besluit: “De heer Lauwereyns heeft ons beloofd vlijtiger en naarstiger te zijn, nu wij hem omtrent zijn plichten hebben voorgelicht”.Voor Vader, die altijd zo trots is geweest op zijn werk, zal dit wel, zacht uitgedrukt, “een kletse in zijn aangezichte” geweest zijn. Hij zocht en vond echter troost bij zijn “teergeliefde Marjolaine”, vijf maanden zwanger, maar altijd optimist.

lavie9dn9.jpg

Maria, °Wingene 2 september 1926

lavie010th2.jpg

Kort na die onprettige ervaring lacht het geluk hen weer volop toe, hun eerste kindje werd geboren, Maria, voluit Maria Josefa Elisabeth Lauwereins.Maria naar de Moeder der Moeders, waar Vader een bijzondere devotie voor had, Jozefa naar haar peter en overgrootvader Joseph Aspeslagh en Elisabeth naar haar meter en grootmoeder Elisa Vienne-De Meulenaere.Maria was een klein zwart vinnig boeleke, waarschijnlijk de vinnigste van ons allemaal. En uiteraard de lieveling van ouders, grootouders en overgrootvader… (ze was toen nog maar alleen hé… ). Ze kon eerder praten dan lopen, enne tot aan haar overlijden, bijna 79 jaat later, zou ze beter blijven praten dan lopen…En zij was de eerste bij wie Pépé zijn later legendarische “tai kake tai kake boem” (waarbij hij beurtelings een tikje gaf op de linkse en rechtse wang, om te eindigen op de mond) op uit probeerde.Vake en Moeke zijn zodanig gelukkig met hun eersteling (of zijn ze zo vruchtbaar ?…) dat het 2 maanden later weer zo ver is… een nieuw leven op komst.

De tweede schoolinspectie en Lydie, ° Wingene 6 augustus 1927

(zie ook LaVie III , Lydie)|Het jaar daarop, op 14 juni 1927 , volgt een nieuwe inspectie.Het verslag van de daaropvolgende dag is een ware ramp. Weer een hele hoop opmerkingen en “Die agent verdient een strenge vermaning”. Algemene beoordeling : 1, = middelmatig, maar op één na het slechtste.En “Herinneren wij er aan 1e dat er aan de heer Lauwereins de gunst werd verleend om van Moll terug naar Beernem over te gaan, volgens zijn verlangen 2) dat hem, voor enkele maanden, in der minne een vermaning werd gedaan nopens zijn betrekkelijke naarstigheid”. Ondertekend door dezelfde “opziener”, Renault, en dezelfde “Algemeene Opziener”, Wauters. Met nota voor de directeur: “Gelieve aan de Heer Lauwereins mede te delen dat een strenge maatregel te zijnen aanzien zal worden genomen zoo hij bij een aanstaande inspectie geen betere nota’s bekomt”.Dit laatste wordt Vader bekend gemaakt in aanwezigheid van Mr. Spée (de latere directeur van ‘t Gesticht ?) op 27.7.1927, dus ruim 1 1/2 maand later… Ik denk dat Vader “den heemel” op zich voelde neervallen…Maar… gelukkig… en meer dan troostend…

Nog geen 14 dagen later lacht het Geluk Vader en Moeder weer toe: een bloem van een dochter komt het gezinnetje vervoegen: Lydie, Wingene 6 augustus 1927

lydie2ub9.jpg

Een blondje met blauwe ogen, zoals haar Vader. Een klein en lief dingske, wellicht de liefste van onze bende. Allez, toen toch… (grapje).Lydia (Lydie) heette ze, voluit Lydia Marcel Helena. Lydie naar Vaders zuster, met wie de betrekkingen fel verbeterd waren, Marcel naar haar peter (nonkel) Marcel Vienne en Helena naar haar meter en grootmoeder Hélène Aspeslagh. Maria, die definitief de oudste is geworden, en al goed loopt en nog beter spreekt, noemt haar “Lulle”.

Het keerpunt

In juni 1928 heeft de jaarlijkse inspectie weer plaats.Heeft Vader er hard aan gewerkt of raakt het gezin stilaan aangepast aan ‘t Veld en ‘t Gesticht ?Vader werkte bij mijn weten altijd hard, dus ik opteer voor het tweede: zij voelden zich beter in hun vel dan in de beginjaren.De hemel klaart op: algemene beoordeling 3 1/2, dus bijna het hoogste en “De heer Lauwereins heeft bij mijn jongste inspectie-bezoek volkomen bevrediging gegeven”.De volgende jaren evolueerden die inspectie-verslagen “feitelijk” in dezelfde zin: 3 in 1929; 3 1/2 in 1930 (“Er dient opgemerkt te worden dat deze onderwijzer een verstandige bedrijvigheid aan zijn klasse toegevoegd heeft. Hier boed ik hem mijn beste gelukwenschen); 4 over de hele lijn einde 1932 en opnieuw een 4 in 1934. Met fierheid druk ik hier de commentaar van de beoordelaars af:

sintpietersveld027ql0.jpg

Het laatste gevonden inspectieverslag dateert van 4 juni 1935 en geeft opnieuw 4 over de hele lijn (“Goed onderwijzer – vaderlijke tucht – huiselijke tucht zeer ontwikkeld”).Op te merken valt dat alle rapporten ondertekend werden door dezelfde personen: Renault als “Opziener” en Wauters als “Algemene Opziener”.Van latere datum zijn geen rapporten meer gevonden: Vader vond het waarschijnlijk niet meer nodig ze bij te houden, ‘t was toch altijd ‘t zelfde…Feit is dat Vake in die tijdspanne uitgegroeid was tot een monument op en in ‘t Gesticht !

P.S. : Hieronder een postkaart van een klas van ‘t Gesticht, enkele jaren vóór Vader er was, en zoals ze vermoedelijk nog was in Vader’s tijd. Het is goed te merken dat iedereen zijn “beste” had gedaan om een mooi beeld te verkrijgen hé…

sintpietersveld026zw4.jpg

Keren wij terug naar 1928 en het gezin Lauwereins-Vienne.

Uit de vele bewaarde foto’s blijkt dat Oostende-’t Zeitje en Beernem-Statiestrate favoriete “verblijfplaatsen” bleven, en nog enkele jaren zouden blijven.

lavie012ic9_1.jpglavie004ga1_1.jpg

Vooral Beernem dan, waar ook de familie Staf Teblick-De Meulenaere en afstammelingen meer en meer verschenen. Ook Frans Teblick met zijn kersverse echtgenote Stefanie “Fanny” Govaerts uit Borsbeek en met hun eerste spruit René (°26.10.1928). Zijn broer Charles begon stilaan achter verpleegster Tante Marcella te stouwen… Marcelleke Teblick was nog te jong (14 jaar), maar stond toch al graag in de geburen van Tante Adrienne (21 jaar), of… was het voor Nonkel Jozef (17 jaar) of Nonkel Gabriël ’16 jaar) dat hij zo graag in Beernem vertoefde?Ook Nonkel Fons Aspeslagh bezocht regelmatig Beernem . Nonkel Fons was zowat de lievelingsnonkel van Vader.

lavie013qi7.jpg

Hij woonde in Antwerpen (Merksem). Hij was kapitein geweest op de sleepboten, moet eens in het ruim gedonderd zijn en aldus met een letsel aan de ruggewervels invalide verklaard. Zijn vrouw, Tante Julia, was ziekelijk (“ik heb ze nooit anders geweten” zei Vader “maar ge zult zien, die zieke zal heure vent nog overleven”), en bleef in Merksem met hun zoon Albert, tenzij Nonkel Fons deze laatste meebracht, wat af en toe gebeurde.

Het moet rond die periode geweest zijn dat er zich 2 familiedrama’s voordeden: met Nonkel Marcel (Vienne) en met Tante Manda (Derouf)…

De familiedrama's van 1928

Het moet rond die periode (1928) geweest zijn dat er zich 2 familiedrama’s afspeelden : met Nonkel Marcel (Vienne) en met Tante Manda (Derouf) .

Bij Nonkel Marcel , waar Moeder zeer goed kon mee opschieten , ontdekte men dat hij leed aan een ongeneeslijke nierziekte , waardoor hij hooguit nog enkele jaartjes te leven had (*) . “Onze Marcel” aldus Moeke “was gelukkig nen geboren optimist en nen speelvogel . Hij had altijd een attest van de dokter bij zich dat vermeldde dat hij zijn urine niet kon ophouden . In Antwerpen , waar hij na zijn zuster’s (Marcella) huwelijk dikwijls verbleef , was zijn grootste plezier bij het zien van een politie-agent in de gote te gaan pissen . Als de agent dan op hem afkwam liet hij doodgemoedereerd zijn attest zien …” .

nharrytmandatlydiebn6.jpgnharrytmandatlydie001gu7.jpg

Tante Manda had , naar men later vertelde , een korte maar stormachtige verhouding met haar schoonbroer . Nu , wie de foto/postkaart goed bekijkt zal bemerken dat die verhouding niet zo kort kan geweest zijn … Stormachtig was ze in alle geval , en niemand was daarvan op de hoogte tot … Tante Manda moest bevallen van een (flinke) zoon , Yvan (°1929) . Dit was meteen het einde van deze amoureuze escapade . Vader , met zijn principiële ingesteldheid , zal daar , op zijn zachtst uitgedrukt , niet goed van geweest zijn , en zijn zusje zeker niet aan de borst gedrukt hebben . Later , onder invloed van zijn “christelijke vergevingsgezindheid” maar veel meer nog van zijn moeder , werden de plooien gladgestreken . Tante Manda zou met haar zoontje Yvan Derouf regelmatig te gast zijn op St-Pietersveld , temeer daar het knaapje ongeveer de leeftijd van onze Jozef had . Tussen de (half)zusjes Lydie Lauwereins en Amanda Derouf kwam het nooit meer goed …

Een 7 à 8 jaar later zou Tante Manda trouwen met de visser Nonkel Jan (die eigenlijk Frans heette) Deley . Yvan Derouf werd Yvan Deley , en het koppel kreeg nog 5 andere kinderen .

(*)Dit was het gevolg van een blessure die hij opliep toen een zelfgemaakt turntoestel in elkaar klapte . Zie daarvoor “De Voorgeschiedenis”

Jozef, Wingene °20 februari 1929

lavie4zx5.jpg

Alle miserie werd echter ruimschoots goedgemaakt door de geboorte van een derde kindje … een eerste zoon … Jozef (°Wingene 20 februari 1929) .

Het ventje heette voluit Jozef Alfons Marcel Eleodoor Lauwereins .

De naam Jozef kreeg hij “ter ere” van de oudste van de 2 jongste broerkes van Moeder die zij , als jong meisje van 14 jaar , als het ware zelf had opgevoed (dixit Nonkel Gabriël) . Dat jongere broerke heette inderdaad Jozef Vienne , alhoewel Moeke en haar zusters het steeds over “onze Zozzèf” hadden … Maar “onze” Jozef was en bleef steeds Jozef , voor zover ik weet tenminste …

Alfons was , klassiek , naar zijn peter Nonkel Fons Aspeslagh , Vake’s nonkel

Marcel kreeg hij , even klassiek , naar zijn meter Tante Marcella Vienne , Moeke’s oudste zuster

Eleodoor tenslotte als aandenken aan Moeke’s vader , die een jaar of 10 eerder overleden was (ge moogt ook niet vergeten dat Vake’s grootvader langs moederskant Josephus heette , en dus al een beetje in ‘t kleintje zijn voornaam zat hé … ) .

Jozef , ook blond haar en blauwe ogen zoals zijn vader en zijn zusje Lydie , had van ons allemaal het karakter dat het sterkst op dat van Vader geleek : iets te ernstig , iets te principieel en iets te veel verantwoordelijkheidsgevoel . Of kwam dit door de druk die Vader , wellicht ongewild en onbewust , op hem zette doordat hij (te) veel van hem verwachtte ? Jozef was voor Vader immers zijn opvolger die zou realiseren wat hemzelf niet gelukt was en waardoor hij , in zijn eigen ogen althans , de schuld die hij had bij de Heer zou aflossen . Jozef zou priester worden …

Enfin , Jozef was zoals alle kleine baasjes die lief zijn : de trots van zijn omgeving en de oogappel van zijn zusjes die zelf amper 2 en 1 jaar oud waren .

Beide gezinnen Teblick-De Meulenaere bleven goede banden houden met elkaar (en met Beernem) . Ze woonden niet zover uiteen – Staf en Maria in Antwerpen , Louis en Hélène in Hove – en maakten samen vele uitstapjes en reizen . Naast vele binnenlandse trips trokken ze ook , in gezelschap van hun neef Marcel Vienne , op bedevaart naar Lourdes . Getuige daarvan zijn talrijke foto’s .

teblick001rl9.jpg

lourdesjg7.jpg

Bovenste foto : verpozen in Malmédy,uiterst links en rechts:Louis en Staf Teblick,midden:Hélène en Maria De Meulenaere. Onderste foto : Lourdes,onderaan 3de van links:Louis Teblick,bovenaan 1ste en 2de van links:Maria en Hélène De Meulenaere,5de van links:Marcel Vienne.Staf Teblick ontbreekt.Was hij er niet bij op deze reis?

Tante Marcella , Moeke’s oudste zuster , werkte inmiddels als verpleegster in Antwerpen en woonde er eigenlijk ook . Zij verloofde zich inmiddels met Charles Teblick , zoon van Staf en Elizabeth du Pont , en stiefzoon van Maria De Meulenaere . Moeder Elisa , die zich een beetje verweesd voelde , trok meer en meer naar Antwerpen , naar haar zuster en haar dochter . Toen Tante Marcella op 25 februari 1930 in Antwerpen in het huwelijk trad met Nonkel Charles vormden zij het 1ste koppel van de 2de generatie uit de familie DeMeulenaere/Vienne enerzijds en Teblick anderzijds … één met grotere gevolgen echter , want er zouden kindjes van komen , en wel een behoorlijk aantal …

marcellaviennecy7.jpg familiefotos015editedqo1.jpg

Vond Moeder Elisa dat het goed geweest was en wilde ze nog een beetje profiteren van het leven dat haar niet gespaard had ? Met 2 zusters , een broer (Nonkel Dolf) en een dochter die in het Antwerpse woonden voelde Elisa zich daar allengs beter thuis dan in het vertrouwde Beernem . En bij één van haar bezoeken in Antwerpen werd ze zwaar ziek . Of was ze het al , en kwam ze daar om te … ? Wie zal het zeggen . Alleszins was ze amper 54 jaar oud toen ze op 20 augustus 1930 haar ogen voor eeuwig sloot …

Scannen0001.jpg Scannen0002.jpg

In Beernem bleven Tante Maria en Tante Adrienne achter met Nonkel Jozef , Nonkel Gabriël en een ten dode opgeschreven broer , Nonkel Marcel . En Moeke , die had niet veel tijd om te treuren , want 4 weken later …

… want inderdaad , 4 weken na het overlijden van haar moeder beviel Moeke van een flinke zoon …

lavie5bp8.jpg

… een kanjer van een baby , want hij woog 7 kilogram , zei Moeke altijd . En hoewel de weegschalen in die tijd wel niet zo precies zullen geweest zijn als de huidige , 7 kilo of daaromtrent is een serieus pakske vlees hé …

Gabriël , want zo noemden ze hem , was de 4de spruit van LaVie en werd in Wingene (thuis) geboren op 19 september 1930 , een halve maand vóór hun 5de huwelijksverjaardag .

Gabriël bracht de stand jongens/meisjes in evenwicht . Voluit heette hij Gabriël Lea Joseph Juliaan . Gabriël naar het 2de “kleine broertje” van Moeke , Nonkel Gabriël Vienne , Lea naar zijn meter Tante Lea Derouf , Vake’s (half)zuster , Joseph naar zijn peter Nonkel Jozef Vienne (*) en Juliaan naar zijn Vader .

Gabriël , de eerste krullekop in het gezin ,was zeker de meest energieke en de meest zenuwachtige van ons , maar ook de meest artistiek begaafde . Zingen , jodelen , fluiten – in de jaren ’40-’50 van de vorige eeuw nam hij aan alle crochet-wedstrijden uit het antwerpse deel (en won ze meestal) – schrijven – in ‘t school won hij ooit een provinciale opstelwedstrijd – ijzersmeedwerk en schilderen – wie van ons heeft niet één of meer van zijn “gewrochten” staan of hangen – het was allemaal aan hem besteed .

(*) Hoe de vork aan de steel zat met die namen en peterschappen van Jozef , Gabriël en later Guido , heeft niemand van ons juist geweten (wel werd er dikwijls naar gegist) tot … Nonkel Gabriël (Vienne) het raadsel onlangs oploste … Dat hij het in zijn 96ste levensjaar nog zo goed wist toont aan dat het belangrijk was …De oplossing heette “hiërarchie” . Omdat Moeke haar zoons de naam wilde geven van haar “2 kleine broertjes” was het normaal dat de 1ste zoon de naam kreeg van de oudste van de 2 , Jozef dus , en de volgende die van de jongste , Gabriël . Bij onze Jozef was het echter de beurt aan vader’s nonkel , Nonkel Fons (Aspeslagh) , om peter te zijn en bij onze Gabriël was het den toer van Nonkel Jozef (Vienne) . Nonkel Gabriël (Vienne) moest dus nog even wachten … door toeval echter niet lang …

Die hiërarchie speelde een generatie later nog altijd . Zo werden Vader en Moeder steeds peter en meter van hun 2 oudste kleinkinderen in elk gezin . Vanaf de 3de konden de ouders dan zelf kiezen , maar , geloof het of niet , ook hier werd het hiërarchisch principe toegepast . Weliswaar versoepeld , want de 6 oudsten kozen hun peters en meters onder elkaar … zodat de “2 Kleine” , Ludwietje en Rudietje , telkens uit de boot vielen … tot frustratie van die gastjes natuurlijk . Ik heb er nog altijd spijt van dat ik geen peter ben van één van mijn neven of nichtjes … Rudi en ik moesten op onze schoonfamilie wachten om dat genoegen ook eens te smaken …

En precies 1 jaar 1 maand 1dag na de geboorte van Gabriël zag nummer 5 het levenslicht …

lavie6xn7.jpg

Onze Guido was de laatste die op het Sint Pietersveld 95 , Wingene geboren werd -daarover later meer- en wel op 20 october 1931 . Hij heette voluit Guido Maria Gabriël Karel . Guido werd hij genoemd vermoedelijk naar onze grote Vlaamse dichter Guido Gezelle , Maria naar zijn meter Tante Maria (Vienne) , Gabriël naar zijn peter Nonkel Gabriël (Vienne) (*) , Karel naar Nonkel Charles Teblick (**) .

Als er tussen ons , broers en zusters , iemand was die introvert zou zijn , wat zeker niet het geval is , zou Guido de meest introverte zijn , maar de rustigste ook , de meest beredenerende en de sterkste . Hij had het (on)geluk spoedig groter en sterker te zijn dan zijn oudere broer , zeer tot frustratie van deze laatste , die , om dat te compenseren , een ware waaghals werd .

En ondanks het verschil in karakter waren Gabriël en Guido (bijna) altijd samen , Gabriël op de hoogste tak van de boom , Guido beneden , op de uitkijk . Toen Gabriël bijna 35 jaar later aan Moeder vertelde hoe hij bij het “katje-duik” spelen zich eens verstopte in de afbrokkelende waterput werd haar de emotie en de herinnering te machtig . Gabriël kreeg een draai rond zijn oren en zij begon te wenen .”Wat zou er gebeurd zijn als die stenen afbraken en gij in die put zou gevallen zijn” snikte zij . “Guido wist waar ik zat , want hij had zelf het deksel weer op de put gelegd” antwoordde Gabriël . Ik zweer u dat het de waarheid is , want ik was persoonlijk getuige van dit voorvalletje tussen Moeder en Gabriël .

Onafscheidelijk waren ze heel hun jeugd , ze zaten samen bij meester Claeys , volgden samen hetzelfde vakonderwijs , trokken er samen (+ anderen) met de fiets op uit , studeerden samen af in dezelfde avondschool , de ene werkte op General Moters en de andere o.a. op Ford . Alleen het leger kon hen even scheiden , en later uiteraard hun lief en hun huwelijk …

(**) Het was de beurt aan Nonkel Charles (Teblick) om peter te zijn . Maar zijn echtgenote , Tante Marcella (Vienne) , Moeke’s oudste zuster en verpleegster in Antwerpen , was hoogzwanger en kon het risico niet nemen zich te verplaatsen naar het verre Sint Pietersveld . En terecht , want precies 1 week na onze Guido , op 27 october 1931 werd Suzanne geboren , als eerste kindje van het 1ste koppel van de 2de generatie verbinding tussen de Teblicks enerzijds en de De Meulenaere/Viennes anderzijds .

tantemarcellaensuzanneso5.jpg

(*) Doordat Nonkel Charles belet was kwam Nonkel Gabriël (Vienne) rapper dan verwacht aan het peterschap toe . Tot aan de (simpele) uitleg van Nonkel Gabriël zelf (zie hiervoor) hebben wij , broers en zussen , altijd gedacht dat het hier om een “historische vergissing” ging . Inderdaad , in onze ogen paste Nonkel Gabriël beter bij onze Gabriël -zij droegen niet alleen dezelfde naam maar stonden beide in het onderwijs (en hadden er allebei ook een “trekske” van overgehouden…)- en Nonkel Jozef bij onze Guido . Nonkel Jozef was immers timmerman en autocaruitbater , en dus ook een stuk automekanieker , en onze Guido is altijd bezeten geweest , en nu nog , van hout en auto’s . Trouwens als kind was Nonkel Jozef zijn groot idool .

guidononkeljozef001dk2.jpg

Zoals gezegd , Guido zou de laatste zijn die in het huis gelegen Sint-Pietersveld 95 Wingene geboren werd .

Het huis was immers veel te klein geworden voor zulk groot gezin .

ca1932yg8.jpg

De 5 pagadders ongeveer op ‘t moment van de verhuis : zittend van l. naar r. Guido ca. 6m. , Lydie bijna 5j. , Gabriël ca. 18m. , Maria bijna 6j. ; rechtstaand met donker vestje : Jozef een goede 4j. Helemaal rechts ziet u zittend nichtje Suzanne en staand René Teblick , broer van onze Irène .

En in 1932 verhuisden ze dan , naar de overkant van de straat , op grondgebied Ruiselede , in een veel groter huis , met een grote voorhof en een nog veel grotere achterhof . Het huis werd hen ter beschikking gesteld door het Ministerie van Justitie , waarvan het Gesticht afhing . De straat aan die kant heette Zandvleuge , omdat Sint-Pietersveld op wat men noemt een “zandrugge” lag , een zanderige ondergrond . Toch eigenaardig hé dat eenzelfde straat 2 verschillende namen had : op grondgebied Wingene heette ze gewoon “Sint-Pietersveld” en op Ruiselede “Zandvleuge” . Die “eigenaardigheid” hebben ze heden ten dage op zijn Belgisch opgelost , met een compromis dus … ze heet voortaan noch Sint-Pietersveld (daar was Ruiselede waarschijnlijk tegen) , noch Zandvleuge (dat was vermoedelijk onaanvaardbaar voor Wingene) , maar simpelweg “Bruggesteenweg . De inefficientie is daardoor verdwenen , de folklore en de volkskunde ook …

Het is dit huis dat algemeen aangevoeld wordt als “ons ouderlijk huis” , alhoewel Vader en Moeder er minder lang gewoond hebben dan bijvoorbeeld in de Rijnpoortvest n° 26 .

Hier evolueerde zeer veel zeer snel op zeer korte tijd … (*)

Beernem en de Zee werden minder bezocht … begrijpelijk … met zovelen werd dat stilaan iets dat op een volksverhuis begon te gelijken . Daarentegen evolueerde het huis aan de Zandvleuge meer en meer tot het familiehuis , alzo de plaats innemende van het vroegere “Statiestraat Beernem” . Moeder Elisa was immers 2 jaar voordien overleden in Antwerpen , en Moeder , die haar familie niet graag miste en nu veel plaats had , had graag veel volk om zich heen .

Hier ook werd de rangorde in het gezin definitief bepaald : Maria , Lydie en Jozef werden de kop , de “groten” en kregen het “gezag” en de “verantwoordelijkheid” over de anderen , voorlopig (maar niet voor lang) beperkt tot Gabriël en Guido …

En het kale lege grote huis werd met rasse schreden een “echt” huis , waar het goed wonen was en aangenaam vertoeven , en dat niet alleen voor het gezin LaVie ofte Lauwereins-Vienne . Ten bewijze hiervan onderstaand fotootje uit 1934 , ongeveer 2 jaar na de verhuis . Het “krioelt” er al van grote en kleine mensen …

ca19341935ma1.jpg

Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij van dit huis niet veel , om niet te zeggen niks , herinner , alhoewel ik er zelf bijna 5 jaar gewoond heb . De buitenkant ken ik vrij goed , van de talrijke foto’s , maar hoe het er van binnen uitzag … geen flauw benul . Misschien kunde gunder mij en onze Zitte , die er slechts 3 jaar weunde , een beetje verlossen uit onze onwetendheid …

(*) Moeder (en Vader) maakte van die gelegenheid gebruik om één en ander te veranderen , of beter recht te zetten . Van in het begin van hun huwelijk hadden zij maandelijks een (geldelijke) bijdrage moeten leveren aan Mémé , Vake’s moeder , om (mede) in haar levensonderhoud te voorzien … Ze vonden dit (terecht) al lang welletjes , en het 5de kindje , de verhuis met alle kosten vandien , en de externe huishoudelijke hulp die dringend nodig werd , waren voor hen de gelegenheid om hier , in gemeen akkoord , mee te stoppen (onze Lydie , aan wie Moeke dit had toevertrouwd , vertelde mij dit nog niet zo lang geleden) .

In dit huis aan de Zandvleuge veranderde het sociaal leven van Vader en Moeder .

Vader begon uitstappen te organiseren of mede te organiseren en door het feit dat Moeder hier voor het eerst huishoudelijke hulp (*) kreeg , onder vorm van een inwonende dienstmeid , konden ze zelf ook aan deze trips deelnemen .

In datzelfde jaar 1932 ondernam het ondertussen reislustig geworden koppel hun eerste grote reis . Naar Lourdes , op bedevaart met de dodelijk zieke Marcel (Vienne) en vergezeld van de onvermijdelijke Nonkel Fons (Aspeslagh) . Ze haalden zelfs het officiële bladje van de (sociale) reisorganisatie met een groepsfoto .

lourdes1932xk4.jpg lourdesca1932pi2.jpg

De reis was vermoedelijk zeer aangenaam , het resultaat van de bedevaart was dat niet . Een half jaar later , op 13 maart 1933 , overleed Nonkel Marcel thuis in Beernem , 28 jaar oud , als gevolg van die nierziekte die hij een 8-tal jaren vroeger op een ongelukkige wijze had opgelopen .

Scannen0001_1.jpg Scannen0002_1.jpg

Immens verdriet , niet eens 2 maanden na een heuglijke gebeurtenis …

(*) De eerste meid was Alida (Van Gijseghem , denk ik) , een pronte jonge dame uit Oostende , die zich graag opmaakte en aldus nogal wat maquillage in haar kamer liet rondslingeren . Toen de kleine Lydie , 5 à 6 jaar oud , op ne keer met veel poeder op haar gezicht en op haar kleren , in het naar beneden komen Vader tegenkwam en , ondanks de bewijzen , bleef ontkennen dat ze op Alida’s kamer geweest was , barste haar 1ste (van de zeldzame) conflict met Vake uit . Hij sprak niet meer tegen haar tot ze zou bekennen , en hij hield het vol , zij niet … Streng en principieel , zo was hij … soms een beetje “te” …

Inderdaad , nog geen 2 maanden voor het overlijden van Nonkel Marcel (Vienne) had zich in het gezin LaVie eens te meer een heuglijke gebeurtenis voorgedaan , de eerste in het nieuwe ruime huis aan de Zandvleuge …

lavie9xn7.jpg

Immers kort na Nieuwjaar , op 19 januari 1933 , bracht Godelieve de stand tussen jongens en meisjes weer gelijk : 3-3 .

Ons Lieveke heette voluit Godelieve , waarschijnlijk naar de heilige Godelieve van Gistel , maagd en martelares , Adrienne , naar haar meter Tante Adrienne Vienne , Karel naar haar peter Nonkel Charles Teblick (*) .

Zij was de mooiste van de bende (sorry Lieveke , ik verbeter mij) of liever zij was en is nog steeds de mooiste van de bende . Nen echte vlaskop . En charmes had zij ook . De aanbidders moest zij later afslaan als vliegen van honing . En dat deed zij ook , enfin toch meestal … tot de laatste vlieg kwam , de Gène . Die mocht definitief blijven zitten . Ach , ‘t is allemaal zo lange geleden … de laatste vlieg is overleden … de honing is … allez , er komen geen vliegen meer op af …

Desalniettemin , I love you Lieveke , zoals ik ze ten andere allemaal graag zie .

Drie maanden later had in het gezin LaVie het eerste kinderfeestje plaats . De oudste , Maria deed op Witten Donderdag 13 april 1933 haar Eerste Communie in de Kapel van ‘t Gesticht . Of er veel gefeest werd zo kort na het overlijden van Moeke’s broere weet ik niet . Dat Vake , Moeke , Mariatje en haar zusjes en broertjes pikfijn en vlekkeloos gekleed op de plechtigheid verschenen , daar ben ik zeker van , dat was immers één van de specialiteiten van Moeke . Maar of ze lang proper bleven , dat betwijfel ik …

1stecommmariapt1.jpg 1stecommmaria001mk5.jpg

(*) Nonkel Charles liet deze keer zijn beurt niet voorbij gaan … hij had dan ook geen enkel risico genomen , want zijn 2de kindje , een flinke zoon Robert genaamd , was immers 1 maand eerder geboren , namelijk op 12 december 1932 (of daaromtrent) . De meter van die kleine Robert was ons Moeder , nochthans hoogzwanger . Maar een kanse om meter te worden liet Moeke niet voorbijgaan , nooit , en toch zeker niet voor zo’n akkefietje als een zwangerschap … zelfs niet als den doop in het verre Antwerpen plaats vond …

t Was in die jaren merkwaardig hoe Moeke en haar oudste zuster elkaar volgden met het kindjes kopen … Ongeveer drie maanden nadat Tante Marcella Willy op de wereld had gezet , dat was op 14 december 1933 als ik me niet vergis , volgde Moeder …

Inderdaad , op 11 maart 1934 , acht dagen vóór Vaderkesdag dus , een belangrijk feestdag in onze Familie , werd het 1ste blad van Vader en Moeder’s fameuze trouwboekske (*) volgemaakt met een 7de telg , Lutje (**) , die meteen de dochters met 4-3 aan de leiding bracht …

lavie10qy0.jpg

Lutje heette voluit Lutgardis Helena Albert Lauwereins . Lutgardis vermoedelijk naar de heilige Lutgardis van Tongeren , naar wie menige school en instituut -vooral voor meisjes- genoemd zijn , Helena naar haar meter Tante Hélène De Meulenaere , Albert naar Albert Aspeslagh , haar peter en zoon van Nonkel Fons . Niemand noemde haar Lutgardis , meestal was het Lutje of , als ze kwaad waren , Lutgarde . Zij was diegene die zeker karakterieel , maar ook , samen met Maria , fysisch het best op Moeder trok . Nonkel Harry (Boudolf) noemde haar niet voor niets steevast de kleine Marjolaine (hij had er een boontje voor , voor alle twee) . Zoals Moeder had en heeft ze het hart op de tong -of is het de tonge op het herte ?- , klinkt het niet dan botst het , maar altijd goed bedoeld , zeer familiaal gericht en steeds bereid om te helpen . “Een goe jonk” noemt de volksmond zo iemand , “met het herte op de juste plekke” .

Die drie kinders van Tante Marcella kwamen veel op Sint Pietersveld , waarschijnlijk omdat het klikte tussen de ouders en de kinders (***) . Lutje en Willy zijn er op een bepaalde moment zelfs “getrouwd” , maar hoe dat in mekaar zat weet ik niet precies , dat moet één van die kinders maar vertellen , als ze willen tenminste …

sinrpietersveldlq1.jpg

(*) Een normaal trouwboekje voorzag 2×6=12 regels om de uit het huwelijk gesproten kinderen in te noteren . Dat van Vader en Moeder bevatte … 2×7=14 lijntjes . Hoe zeer ze er ook hun beste voor deden , Vake en Moeke slaagden er niet in het vol te krijgen … en Moeke was daar “gespeeld” droef om … om die 14 lijntjes …

(**) Lutje werd met de voeten eerst geboren , wat bij Vroedvrouw en Vader een beetje onrust bracht . En nu nog loopt onze Lut er dikwijls in “met de voeten vooruit” …

(***) Zefs Irène , het dochterke van Nonkel Frans (die geen Nonkel van ons was …) kwam al eens mee naar Sint Pietersveld . Hoe en wanneer weet ik niet en ik heb er ook geen fotootjes van . Dat dit echter vele jaren later grote gevolgen heeft gehad weet ik echter met stellige zekerheid …

‘t Kruiske

Terug naar Guido…. niet “onze” Guido, maar de grote priester-dichter naar wie hij genoemd werd. Hieronder zijn gedichtje dat eenvoudig illustreert iets dat belangrijk was in ons gezinnetje .

tkruiskeij5.jpg

Inderdaad, vanaf 2 september 1926 tot die onzalige dag in october1974 ging niemand van ons slapen of – nadat we getrouwd waren – ging niemand van ons weg van huis zonder een “kruiske” gekregen te hebben van vader en moeder, waarbij vader iets prevelde dat klonk als “Gotcheegentenbewoarejoen” , wat vertaald wil zeggen “God zegene en beware je”. Moeder gaf alleen een “kruiske”, zonder tekst.

Aan de Zandvleuge nr.47 moet dit mooie gebruik uitgegroeid zijn tot een ware “kruiskesweg”, met zoveel “volk” dat stond aan te schuiven, een bedevaart haast.

Ook vele jaren later zouden Rudi noch ik (Ludwig) er ook maar aan gedacht hebben te trachten aan ‘t “kruiske” te ontsnappen. Het was als eten en drinken, een noodzakelijk dagelijks gebeuren. Het was een ultiem teken van de aandacht en liefde die wij kregen.Ach ge zijt mij bei te gader ,

afgestorven, moeder, vader .

’t geen mij nu nog leedschap doet ...

Vader was intussen uitgegroeid tot een “personage” in Sint-Pietersveld , gerespecteerd door de meeste collega’s en dorpsgenoten , geliefd door zijn leerlingen .Voor en met deze laatsten deed hij dan ook alles wat in zijn mogelijkheden lag . En dat was veel , zeer veel … want Vader was uitermate polyvalent .

Tot zijn 40ste (zei hij altijd zelf) voetbalde hij met hen , hij leerde hen knutselen , wat hij zelf graag deed en goed kon (alhoewel hij , bij manier van spreken , “geen nagel in de muur kon kloppen” , omdat hij niet handig was in dagdagelijkse dingen) , hij leerde hen liederen aan (hij was ook muzikaal beslagen) , hij leerde hen tekenen (hij was zelf een goed tekenaar , zonder artistiek begaafd te zijn) en hij gaf hen gymnastiekles , zelfs rytmische gymnastiek . En dat naast de gewone lessen rekenen , moedertaal , geschiedenis , aardrijkskunde , biologie , enzovoorts … Dat alles met het doel voor ogen “van hen Volwaardige Christelijke Menschen te maken tot meerdere Eer en Glorie van God” . Vader was een idealist in de meest positieve betekenis van dat woord .

Dit alles was goed voor het zelfvertrouwen van Vader , goed ook voor de relaties die hij intussen had opgebouwd , o.a. in de kring van het Ministerie van Justitie en in de kringen van het Vrij Onderwijs .

Maar ‘t Veld in ‘t algemeen en ‘t Gesticht in ‘t bijzonder was een zeer “gesloten” gemeenschap , zoals voorheen reeds gezegd , een “feodaal eiland” , waar dingen als “geliefd zijn” en ”respect verkrijgen” gevoelens van kleinmenselijke jaloezie opriepen bij een aantal personen en instanties . En dit zouden Vader en Moeder , en dus ook wij , later nog ervaren , zeker bij het einde van die Grote Wereldbrand …

In die jaren richtten de kinderen Vienne-De Meulenaere die nog “thuis woonden (Tante Maria , Tante Adriënne , Nonkel Jozef en Nonkel Gabriël) een aurocarbedrijf op , waarschijnlijk met geld uit de erfenis van hun moeder . En eigenlijk kwam dat goed te pas voor Nonkel Gabriël , die afgestudeerd was als onderwijzer , maar nog geen “plaats” gevonden had (over dat “probleem” volgt later meer) .

Er is niemand onder ons die dat verhaal beter kent dan onze Guido , toen al bezeten van auto’s en grote fan van Nonkel Jozef . Ik laat hem hieronder dan ook aan het woord :

Iets wat me al lang bezighield was “hoe is Nonkel Jozef in godsnaam begonnen met autocar uitbating”?Het moet in 1934 geweest zijn dat een gebuur,Roger Trioel,begon met een autocarbedrijf.Nonkel Jozef en zijn broers en zussen stapten enige tijd later mee in dat bedrijf.Omdat Trioel het niet zo nauw nam werd het bedrijf in eigen handen genomen op naam van Jozef.De eerste car was een tweedehands Minerva met een 6 cylinder benzinemotor, de toegangsdeur was achteraan.De car was overgekocht van “De Sterre” een autocarbedrijf uit Dendermonde.Het chassis en de motor waren eigenlijk te zwak voor het transporteren van 30 passagiers.De tweede car had als basis een chassis met 6 cylinder benzinemotor van een oude GMC bus.Het koetswerk van de Minerva werd eraf genomen en op de GMC geplaatst die kon de 30 passagiers wel dragen.Op het chassis van de Minerva werd een occasie koetswerk-voor 15 passagiers-van bij de constructeur gemonteerd.De lengte van de zetels was gelijk aan de breedte van het koetswerk en ze waren achter elkaar geplaatst.De toegangsdeuren stonden afwisselend aan beide zijden zodat zeer snel in-en uitgestapt kon worden.

scannen0034uq0_1.jpg scannen0036yf8.jpg

De firmanaam was “De Stormvogel”.Het embleem, een zeemeeuw,stond op de flanken van de cars geschilderd.Germeine Charle,die goed kon schilderen en tekenen,had die erop geschilderd.

De Minervamotor was in de winter zeer zwaar te starten omdat de Schuivenmotor (Knicht systeem) veel weerstand bood door de kleverigheid van de koude dikke olie.In die tijd bestonden de startmotoren nog niet dus moest het gebeuren met de zwengel wat een risicovolle karwei was.Eenmaal heeft Nonkel Jozef,bij een terugslag, de zwengel tegen zijn neus geslagen met als gevolg zijn typische kromme gebogen neus.De kleine Minerva car moet vóór de tweede wereldoorlog verkocht zijn doch daar is niets meer over geweten.De tweede car, de GMC heeft dienst gedaan van ´34-´35 tot 1940.Bij aanvang van de oorlog werd Nonkel Jozef samen met zijn autocar opgeeist door het Belgisch leger.Hij moest eten meenemen voor een dag.Tijdens een korte verlofperiode werd de autocar door een andere chauffeur bereden.Een bombardement verwoestte de car.Meer toelichting werd niet gegeven.

nonkeljozefxtanteccileerz6_1.jpg

Na de oorlog zou een kleine vergoeding betaald zijn en de gelegenheid werd geboden,als bevoorrechtte,een gebruikte legerbus aan te kopen voor de ronde som van 1.000.000 Bf.

De Gebroeders Jozef en Gabriël reden met de autocars,Jozef meestal met de grote en Gabriël met de kleine.Tante Adriënne was de ontvanger van het reisgeld tijdens de vaste trips naar markten,steden en dorpen waar onderweg op voorafbepaalde haltes gestopt werd.

Reisje_met_De_Stoormvogel.jpg

Reizen werden georganizeerd naar (wereld)tentoonstellingen,cinema vertoningen,Toneel voorstellingen en allerlei evenementen en bedevaartsoorden.Er werd gereden voor scholen,bonden,verenigingen en clubs naar overal.Tijdens een van die reizen is aan “De Sterre” in Gent een aanrijding met een tram gebeurd waarbij een collega van vader een kwetsuur aan de middenvinger-die later geamputeerd werd-heeft opgelopen.De tram stak de rijbaan over zonder zichtbare aanduiding of waarschuwing.Een paar dagen later hing een groot waarschuwingsbord over de rijweg met in grote letters”TRAM”erop.

Toevoeging van Guido : De historie van de autocars,verteld door Nonkel Gabriël,heeft me zeker veel plezier gedaan.Toen ik sprak over autobussen replikeerde Nonkel Gabriël” we zeiden altijd autocars”dus zijn het in´t vervolg autocars.Moeder sprak ook met eerbied over autocars.Die autocar met dat vele volk is de stormvogel GMC met 35 zitplaatsen.De GEL is nog te lezen.Er zijn nooit meer dan twee autocars geweest,de grote en de kleine.Mijn hart gaat uit naar de kleine,de Minerva,omdat ik van kleins af altijd een voorliefde had en heb voor dat Antwerpse merk.

In die tijd , wij spreken van ca. 1933 , ambieerde Vader de post van “onderbestuurder/pedagogischen bestuurder” bij ‘t Gesticht . Hij schakelde iemand uit Beernem in (ik kan zijn naam niet ontcijferen aan de hand van zijn handtekening) , die naar eigen zeggen “… zal ik je aanbevelen bij den algemeenen secretaris van den Minister van rechtswegen , Mr. Ernest de Brunswick , die een mijner vrienden is en die mij nog vroeger , in dergelijke gevallen , diensten bewezen heeft ” .

briefeditedjn1.jpg

Diezelfde persoon schrijft een week later (6 october 1933) “De leden (van het comiteit – nota van LL) waren tot uwe kandidatuur geneigd , maar zij twijfelden of jij bij het hoog bestuur zou aangenomen worden omdat er andere onderwijzers zijn die ouder zijn als gij” . Ik vermoed dat Vader hieruit zijn conclusies trok , hij werd alleszins geen “onderbestuurder/pedagogischen bestuurder” .

In dezelfde brieven is ook voor het eerst sprake van de kalvarietocht die Vader op gang zette op zoek naar een plaats als onderwijzer voor zijn schoonbroer Gabriël Vienne , zoektocht die eindigde als Nonkel Gabriël uiteindelijk een plaats vindt .

Meerdere brieven schreef Vader ten gunste van Nonkel Gabriël , aan verschillende personen en aan meerdere instanties .

Vier brieven zijn ervan bewaard gebleven : 1. aan Z.E.H. Kanunnik De Coene (Diosecaan Hoofdtoezicht over de Vrije Scholen , Bisdom Brugge) , 2. aan de Zeer Eerwaarde Heer Bestuurder , Bisschoppelijke Normaalschool (Torhout) , 3. opnieuw aan de Z.E.H. Bestuurder van brief n° 2 , 4. opnieuw aan Z.E.H. Kanunnik Dr. De Coene .

Uit de 2 eerste brieven blijkt dat Vader zelfs persoonlijk bij de geadresseerden ter plekke is geweest . De toon ervan is er dan ook een van ontgoocheling , van beheerste kwaadheid zelfs . Het antwoord van Kan. De Coene besluit “Het is allemaal zeer droevig , ik sta met ten minste 6 zulke gevallen -waaronder nog ergere- op mijn lijst – nu we doen wat zullen kunnen ; Dat heb ik u beloofd” (het staat er letterlijk zo , nota LL) .

De laatste 2 brieven zijn vrij sec en zakelijk , met een concrete vraag om de vrijgekomen “plaats van interimaris , ter vervanging van Van Hecke ,jr., die soldaat moet worden” aan “onzen Gabriël” toe te wijzen .

Scannen0002_2.jpg

Of Vader’s démarches tot succes leidden weet ik niet . Alleszins vond Nonkel Gabriël korte tijd later ergens een plaats als interim , waarna hij vast benoemd werd in de Jongensschool in Geluwe . En in Geluwe speelde zich , en speelt zich nog altijd , de rest van zijn leven af . Daar trouwde hij met de verpleegster Madeleine Charle (1937) , die later mijn meter zou worden . Daar bouwde hij zijn huis waar hij nu nog altijd , weliswaar alleen , in woont . Daar werd zijn lieve dochter Bea(trijs) geboren (1938) . Daar werd hij Meester Vienne , een monument in de gemeente , geliefd en gerespecteerd door elke dorpeling . En daar tuft hij nagenoeg nog dagelijks met zijn 22 à 23 jaar oud autootje rond , om boodschappen te doen of om te gaan kaarten . “Mijn vrijheid” noemt deze kranige bijna 97-er dit wagentje .

Schitterende kerel , onze Nonkel Gabriël , de peter van onze Guido .

ngabrielxtmadeleineza5.jpg

Er even tussendoor : na het overlijden , begin 1934 , van de directeur van ‘t Gesticht , Aimé Van Waesberghe (*) , directeur sinds 1911, wordt dit ambt overgedragen aan Nicolas Spée , de schoonvader van Vader’s vriend en hoofdboekhouder van ‘t Gesticht , André Braem . Spée zou reeds een jaar later zou overlijden . Hij werd op zijn beurt opgevolgd door Aloïs Mortier , die dit ambt zou blijven vervullen tot aan zijn pensioen in 1965 . Het is deze laatste die aan het einde van de oorlog nog een vuile en lafhartige rol zou spelen …

aimvanwaesberghedirgestyx1.jpg

(*) Aimé Louis Marie Van Waesberghe (1874-1934) -zie foto- was burgerlijk ingenieur en docent aan de Hogeschool te Gent . Hij stamde uit een eerder aristocratische familie waarvan de (gekende) roots teruggaan tot de 13de eeuw . Hij aanvaardde zijn ambt node , en slechts nadat men beroep deed op zijn verantwoordelijkheidszin . Zijn beleid was dan ook eerder afstandelijk dan bezielend , ondanks hij naar men zegt wel van de vrouwtjes hield …

Nog een meldenswaardige gebeurtenis uit die tijd , gebeurtenis die toen belangrijk was maar nu , meer dan 70 jaar later , eerder als anecdotisch kan bestempeld worden , is deze van de “te veel ontvangen wedde ” .

Zoals u kunt nalezen in “Vader’s Jeugd” was Vader zonder functie tussen zijn uittreden uit het klooster en zijn in dienst treding te Beernem , hetzij een periode van 5 maand en 2 dagen .

Voor de vaststelling van zijn beginwedde bij het Ministerie van Justitie werd rekening gehouden met zijn vroegere dienstjaren in het onderwijs . Als “gunstmaatregel” werd geen rekening gehouden met deze onderbreking , zodat Vader reeds van een tweejaarlijkse weddeverhoging kon genieten per 1 januari 1926 , maar er in feite slechts recht op had vanaf 30 juni 1926 .

Het Rekenhof “viel” hier op in 1934 en legt een rechtzetting op . Een heel lange nota met een heel ingewikkelde “verantwoording” en een heel ingewikkelde “berekening” volgt en concludeert dat er 1.918,47 fr. te veel is uitbetaald , en besluit dat de terugstorting “geschiedt in zes maandelijksche stortingen van 100 fr. en de rest in schijven van 125 fr. tot volledige teruggave . In juli is de storting begonnen” . De nota is ondertekend voor de Minister , de gemachtigde “directeur generaal” , Wauters , dezelfde die we kennen van de inspectierapporten , de man waar Vader een zeer goede relatie mee had .

Als ge weet dat Vader en vooral Moeder , die doodbrave en doodeerlijke mensen waren , er heel hun leven problemen mee gehad hebben om ne frank , die ze terecht of ten onrechte gekregen of geleend hadden , terug te betalen , dan kent ge ook het vervolg van de historie …

Inderdaad , Vader probeerde via Wauters kwijtschelding te bekomen en stelde voor , na 6 betalingen van 100 fr. en 1 op komst van 125 fr. , de resterende schuld van 1.203,96 fr. kwijt te schelden of , indien dit niet kon , “vanwege de Kinderbescherming diezelfde som als een soort vergoeding” terug te laten schenken “gezien mijn zware klas” .

Wauters , die net “zijne voldoening” had geuit “voor het schitterend verslag door den H. Opziener Renault opgesteld na zijn bezoek aan uwe klas” , was niet zo gelukkig met deze reactie van Vader , vooral wegens het zinnetje “wetende dat U die macht bezit” . En Vader … hij begreep de boodschap … hem restte waarschijnlijk alleen nog de moeilijke taak er ook Moeder van te overtuigen …

briefjan1935.jpg

En hiermede is aan mijn relaas van De Jaren van Voorspoed een einde gekomen …

ca1936.jpg

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 5 - DEEL V: DE VLAAMSE BEWEGING VAN ca. 1830 tot 1936

Verantwoording

Opgedragen aan onze Juliaan en aan alle andere kleinkinderen, achterkleinkinderen en achterachterkleinkinderen van LaVie.

scannen0027yw3.jpg

De “Vlaamsche Beweging” was ongetwijfeld latent aanwezig bij Moeder van bij haar geboorte. Bij Vader kwam het bewustzijn later, misschien reeds bij zijn eerste contacten met de “buitenwereld” als onderwijzer te Beernem, zeker en vast door zijn “doorgedreven” kennismaking met Moeder en haar familie.Toen Vader en Moeder in de jaren 1930 à 1936 “actief” werden in de Vlaamsche Beweging, gebeurde dit zeker niet van vandaag op morgen. En het was evenmin het begin van een nieuw “wereldbeeld” van hunnentwege, maar eerder het einde van een evolutie die zich voordeed in hun sociaal engagement.Om het leven van Vader en Moeder beter te begrijpen, om het leven van de hele familie Lauwereins-Vienne beter te begrijpen, is het dan ook nodig om de “Vlaamsche Beweging” te begrijpen (en te kennen), omdat ze uiteindelijk uitermate bepalend is geweest voor hun en onze levensloop.

De voornaamste bronnen van deze artikelenreeks heb ik gehaald uit de encyclopedie “Twintig eeuwen Vlaanderen”, de “Encyclopedie van de Vlaamse Beweging", tientallen artikelen uit het Internet en… hetgeen ik er zelf van wist.Ik heb het zo kort mogelijk gehouden, en ben dus absoluut niet compleet, en ik heb getracht het in verstaanbare taal te schrijven.

Ik draag deze reeks met fierheid op aan onze Juliaan, die zijn belangstelling voor het onderwerp reeds meermaals toonde, en aan alle andere kleinkinderen, achterkleinkinderen en achterachterkleinkinderen van Vake en Moeke, in de hoop dat ook zij mettertijd in dit thema geïntresseerd zullen worden.

1. Het begin. Jan Frans Willems en anderen.

jfwillemstq8.gif

De Vlaamse Beweging ontstond nagenoeg spontaan samen met de stichting van “La Royaume de Belgique”. Deze Staat, het gevolg van een “Europese” politieke beslissing, werd van bij haar ontstaan door een ééntalig Franstalige elite, die zelfs niet wist dat er in de helft van het land een andere taal gesproken werd, bestuurd.Tot ca. 1914 was de V.B. (Vlaamse Beweging) zo goed als nooit anti-Belgisch en, op het intermezzo van het Daensisme na, vooral, zo niet uitsluitend, gericht op het behoud van de Vlaamse (en/of Nederlandse) Taal en de Vlaamse Cultuur. Het uiteindelijke doel van de “leiders” van het V.B. was het Nederlands te doen erkennen als volwaardige taal, naast het Frans, binnen het Belgisch Staatsbestel, met gelijkwaardige grondwettelijke kracht op alle gebieden van het maatschappelijk bestel. Invloedrijke figuren hierin waren zeker Jan Frans Willems (1793-1846) in de beginperiode, de “Vader van de Vlaamse Beweging” – het latere liberale Willemsfonds werd naar hem genoemd -, Kanunnik Jan-Baptist Davids (1801-1866), naar hem werd het latere Davidsfonds * genoemd, August Snieders (1825-1904), de oprichter en bezieler van de krant Het Handelsblad, en Andries Eduard Coremans (1835-1910), voor mij persoonlijk de eerste grote Vlaamse politicus, de eerste ook die voor Vlaanderen belangrijke taalwetten heeft doen aanpassen, die in de V.B. wat onderschat wordt omdat hij op het einde van zijn carrière de vergissing beging het “Daensisme” en haar belang verkeerd in te schatten, door zijn voorkeur te laten blijken voor Woeste en zijn vriend Van Wambeke ca. 1894.

  • Het Davidsfonds is een Vlaams-culturele en christelijke vereniging die zich tot de Vlaamse Gezinnen richtte en die zich, naast in het (rijk) verenigingsleven, vooral verdienstelijk heeft gemaakt, en nog maakt, in de verspreiding van de Vlaamse letterkunde. Te zien aan de talrijke werken aanwezig in mijn bibliotheek schat ik dat Vader en Moeder er ca. 1928 lid van werden.

2. Guido Gezelle en de Vlaamse Beweging.

264px_Guido_Gezelle.jpgEen uitzonderlijke rol in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging is zonder twijfel deze die Guido Gezelle daarin vervuld heeft. Als priester en strijdend katholiek volgde hij steeds, bijna onderdanig, de richtlijnen van zijn geestelijke overheid. Als bezielend opvoeder en onderwijzer vormde hij zelf een aantal intelligentsia met een overtuigende Vlaamse refleks, zoals de priester Hugo Verriest, onder wiens “moreel” gezag Albrecht Rodenbach en de “Blauwvoeterie” zich kon ontplooien. Deze “Blauwvoeterie” lag op zijn beurt aan de basis van een studentenbeweging die mede heel wat “grote Vlamingen” en “grote Flaminganten” gevormd heeft. Zelfs heden ten dage, in het jaar 2007, staan de “cantus-boeken” nog bol van liederen al of niet op tekst van Albrecht Rodenbach en zijn “strijdgenoten”.De grote verdienste van Guido Gezelle voor de V.B. ligt ongetwijfeld in zijn gedichten, en meer bepaald in zijn gelegenheidspoëzie. Alhoewel hij volgens mijn latere leraar Nederlands, Broeder Josephus – voorheen en ook nadien Frans De Schutter – waarschijnlijk de grootste lyrische woordkunstenaar uit de wereldliteratuur was, is het inderdaad zijn “gelegenheidspoëzie” die hem bij de gewone Vlaamse Mensen bekend en populair maakte. Gezelle schreef voor iedereen die het hem vroeg en voor elke gelegenheid, geboorte, plechtige communie, huwelijk, overlijden, … originele en poëtische verzen.Verzen die naderhand door iedereen overgenomen werden op gelegenheidsprentjes. En puntdichtjes zoals “De Vlaemsche Taal is wonderzoet voor wie haar geen geweld aan doet”, die later op ontelbare in huis hangende spreuken verspreid werden. Hierdoor werd de fierheid over het “Vlaemsch” en het “Vlaemsch zijn” verspreid over gans Vlaanderen, en won de Vlaamse Beweging, die voorheen nogal elitair was, aan aanhang bij de Vlamingen.Dat Guido Gezelle, een niet-heilige, de naamgever werd van één van onze broers illustreert dit ten volle .

3. Het Daensisme binnen de Vlaamse Beweging

kn_589369_daens.jpgEen ander figuur uit de periode vóór W.O. II die in deze familiekroniek moet vermeld worden is priester Adolf Daens (1839-1907) uit Aalst, omdat onze ouders, en vooral Moeder, a.h.w. van in de wieg de beweging gekend als het “Daensisme” kenden. Deze beweging, de eerste in Vlaanderen die niet ontstaan was uit taal- en cultuuroverwegingen, vond zijn oorsprong in het geïndustrialiseerde Aalst bij de verpauperde en door de verfranste bourgeoisie uitgebuite arbeiders, en was als dusdanig, nog vóór de opmars van het Socialisme in Vlaanderen, de eerste sociale stroming in ons landje gebaseerd op de sociale achteruitstelling van de Vlaamse Volksmens.

De beweging zou in ’14-’18 een grote invloed hebben op het ontstaan van de Frontpartij en er eigenlijk helemaal in opgaan.Dat de zogenaamde leiders van de Vlaamse Bewustwording het belang van het Daensisme en haar mogelijke bijdrage tot de verspreiding van de Vlaamse Gedachte bij “Jan met de Pet” niet voldoende en niet tijdig hebben ingezien is naar mijn bescheiden mening een gemiste kans …Zonder de zo goed als belangloze inzet van de Vlaamse intelligentia en “leiders” van de V.B., een mengelmoes van meerdere groeperingen en opvattingen die men later gemaakelijkshalve en voor de duidelijkheid “Vlaamse Beweging” is gaan noemen, is het echter zo goed als zeker dat het Vlaams en de Vlaamse Cultuur in de loop van pakweg 80 jaar België zou verdwenen zijn en opgegaan in het Frans en de Franse Cultuur (cfr. Frans-Vlaanderen).

4. Het “activisme” en het “passivisme”

Bij en door het begin van Wereld Oorlog I krijgt de Vlaamse Beweging verschillende nieuwe impulsen en ontwikkelingen.Het Activisme of maximalisme ontstaat, de eerste beweging die Zelfbestuur en zelfs Separatisme voor Vlaanderen eist.

scannen0003nm4.jpgDe meest gekende figuur, of toch zeker de belangrijkste voor mijn verhaal, is August Borms (1878-1946), dokter in de Germaanse filologie en leraar aan het Atheneum te Antwerpen, een uitstekend volksredenaar.Het Activisme stond lijnrecht tegenover het Passivisme of minimalisme, dat enkel streefde naar gelijkheid van behandeling van beide landstalen en beide volkeren binnen het bestaande België. De voornaamste voorman hiervan was de katholiek Frans Van Cauwelaert (1880-1961), die in de 30-er jaren, samen met de socialist Camille Huysmans (1871-1968) en de liberaal Louis Franck (1868-1937)mede aan de basis zou liggen van de vernederlandsing van de Gentse universiteit (de 3 kraaiende hanen).

scannen0004lz3.jpgIk laat in het midden of deze voorheen briljante en Vlaamsovertuigde student (Frans Van Cauwelaert) er in zijn politieke loopbaan al het mogelijke heeft uitgehaald ten voordele van Vlaanderen of ten voordele van zichzelf…De Activisten waren niet populair in Vlaanderen, ook niet nadat ze, met behulp van de Duitsers (of was het omgekeerd ?) in 1916 de Gentse universiteit vervlaamsten. Lodewijk Dosfel (1881-1925) was één der weinige vooraanstaande Vlamingen die er een leerstoel durfde aanvaarden. De Duitsers gingen verder met de splitsing van de Belgische Ministeries in een Vlaamse en een Waalse tak.De Activisten zouden vervolgens, uiteraard gesteund door de Duitsers, de “Raad van Vlaanderen” oprichten.Deze laatste zou dan einde 1917 de “politieke zelfstandigheid van Vlaanderen” uitroepen.Na de oorlog werden alle activistische leiders aangehouden en tot zware straffen veroordeeld. August Borms kreeg in 1919 de doodstraf, die in 1920 werd omgezet tot levenslang.De “buiten-proportionele” bestraffingen brachten in Vlaanderen een “pro-amnestie”-beweging op gang. Mede door de halstarrige houding ter zake van het Belgisch Establishment was dit de oorzaak van de “popularisering” van het Acrivisme in de 20-er jaren.

5. De Frontbeweging.

scannen0006nv8.jpgCyriel Verschaeve, omstreeks 1910.

Terug naar 1914. Het Belgisch Leger aan de IJzer bestond uit nagenoeg 80% Vlamingen, overwegend in de lagere rangen. Het officierskorps werd voornamelijk gerecruteerd uit de Franssprekende elite en stond bekend om zijn bekrompen anti-Vlaamse geesteshouding. Het Frans was de omgangstaal, ook in de betrekkingen tussen Kader en Soldaten. Het Frans was dus ook de taal waarin de commando’s werden gegeven.Daar vele Vlaamsgezinde studenten in 1914 dienst namen, hetzij als dienstplichtige, hetzij als vrijwilliger, konden reacties niet uitblijven. De katholieken onder hen troffen in Cyriel Verschaeve (1874-1949) *, onderpastoor in het achter de frontlinie gelegen dorpje Alveringem, een geestelijke raadsman van formaat. Zijn invloed op de Frontbeweging, die in de gegeven omstandigheden quasi spontaan ontstond, alsmede deze van prof. Frans Daels, hoogleraar geneeskunde te Gent en als legerarts aan het IJzerfront terechtgekomen, kan nauwelijks onderschat worden.

leidingfrontbewegingwl8.jpgDe leiding van de Frontbeweging, van links naar rechts: Filip de Pillecyn, Adiel Debeuckelaere, Frans Daels, Hendrik Borginon en aalmoezenier Van Gamberen.

De leiding van de Frontbeweging bestond nagenoeg enkel uit intellectuelen, meestal soldaten of onderofficieren, en een enkele officier (o.a. Joris Van Severen). Het “opperbevel” lag in handen van de “ruwaard” Adiel Debeuckelaere (1888-1979), doctor in de letteren, bijgestaan door twee secretarissen, de filoloog en letterkundige Filip de Pillecyn (1891-1962) en Hendrik Borginon (1892-1985), student in de rechten.De Frontbeweging was ca. 1916 uitgegroeid tot een goed georganiseerde beweging, snel en goed op de hoogte van alles wat zich aan het front afspeelde. Hun uiteindelijk doel, Zelfbestuur voor Vlaanderen na het einde van de oorlog, bereikten ze echter niet, ondanks hun loyale houding tijdens de gevechten gedurende gans de oorlog.Te veel soldaten wilden na de oorlog die vier jaar miserie te snel vergeten, te veel van de kaders sneuvelden bij het eindoffensief van de Duitsers.En het Belgisch Politiek Establishment vergat haar beloften en boerde voort…

* Cyriel Verschaeve was een West-Vlaamse priester en kunstenaar met een gigantische culturele bagage. Alvorens aangesteld te worden als onderpastoor te Alveringem was hij een gewaardeerd leraar aan het Sint-Jozefscollege in Tielt. Tot aan zijn (vrijwillig) pensioen in 1939 bleef hij onderpastoor in Alveringem. Hij speelde viool en was een voortreffelijk beeldhouwer. Hij was echter bovenal een episch dichter en een voortreffelijk toneelschrijver, die zijn inspiratie vooral vond in de Bijbelse geschiedenis. Zijn “Judas” werd in 1920 met de Staatsprijs bekroond. Zijn ongebreidelde culturele kennis vond de neerslag in “Uren van Bewondering” voor grote kunstwerken. Zijn ideaal was levenslang Albrecht Rodenbach, zowel literair als qua vlaamsgezindheid. Tussen de 2 wereldoorlogen publiceerde hij vooral, maar werd hij ook in Vlaanderen en een groot deel van Europa als een soort Europees Cultuur Ambassadeur erkend en ontvangen. In 1937 volgde zelfs nog een eredoctoraat in de Wijsbegeerte en Letteren aan de universiteit van Leuven. Vader en Moeder bewonderden hem.

Scannen0005_2_.jpg

6. Enkele bedenkingen…

scannen0012ry3.jpg

Het moge duidelijk zijn dat de toestand er in Vlaanderen na WO I niet doorzichtiger en eenvoudiger was op geworden.De Christen-democratische beweging, eigenlijk ontstaan uit het Daensisme, werd met alle middelen bekampt door de “Belgische” Katholieke Partij en door de kerkelijke hiërarchie, die zeer Belgisch en zeer Fransdol geöriënteerd was. Denk maar aan de perfect ééntalige aartsbisscop Kardinaal Mercier (1851-1926) die het “Vlaamsch” als een minderwaardig dialect en de Vlamingen als een inferieur ras beschouwde.

250pxmechelenmercierlj8.jpgDetail van het praalgraf van Kardinaal Mercier in de Sint Romboutskathedraal te Mechelen.

De Vlaamse Liberalen, die voorheen steeds een vooraanstaande rol hadden gespeeld in de Vlaamse Beweging, kwamen niet meer aan hun trekken in hun Belgische en Franskiljonse partij.En de Socialisten… waren in de eerste plaats Socialist en dan Vlaming, en hadden bovendien toen reeds het nadeel dat het zwaartepunt van de Partij in Wallonië lag. Rekening houdend met die omstandigheden heeft iemand als Camille Huysmans (1871-1968) nochthans een verdienstelijke rol gespeeld in de Vlaamse Beweging.

scannen0011ki2.jpg

Verder dient er nog op het belang van de Schoolstrijd gewezen te worden, dikwijls oorzaak van intern conflict in de V.B. tussen de Katholieken en de Vrijzinnigen.

En ten slotte, zeer belangrijk in onze familiegeschiedenis, is er de rol die de onderpastoor en de onderwijzer(es) gespeeld hebben in de Vlaamse Beweging. Beiden stonden als “kleine” intellectueel, opvoeder en sociaal begeleider dicht bij het volk, de gewone man en kenden hun noden en verzuchtingen het best. De onderpastoor méér dan de pastoor, HIJ ontving de Herderlijke Brieven niet, en de onderwijzer(es) méér dan de hoofdonderwijzer, HIJ/ZIJ was niet de ontvanger van de Ministeriële Omzendbrieven. Hun invloed op de Vlaamse Bewustwording kan en mag, zeker bij de plattelandsbevolking, niet onderschat worden

7. Repressie, V.O.S., IJzerbedevaarten, Frontpartij, Vlaamsch Volkstoneel, V.T.B., V.E.V.

ijzertorenqv6.jpgDe eerste IJzertoren, ingehuldigd in 1930.

Van politiek zeer groot belang in de eerste jaren na W.O. I waren zeker het gevoerde repressie-beleid *, de oprichting van de V.O.S., de “Vlaamsche Oud Strijders”-vereniging (1919) en de daaruit voortvloeiende IJzerbedevaarten (vanaf 1920) **, en de oprichting van een politieke partij , de “Frontpartij” (1919) ***. De 11 juli-betoging te Antwerpen in 1920 **** dient ook vermeld.Van sociaal-cultureel belang waren zeker de oprichting van het rondreizend “Vlaamsche Volkstoneel” (1920), uit een fusie van het “Fronttoneel” van Jan Oscar De Gruyter (1885-1929) en het “Vossentoneel” van Staf Bruggen (1893-1964), en van de “Vlaamsche Toeristenbond” (V.T.B., 1922), dat onder oud-activist Jozef Van Overstraeten (1896-1986) vanaf ca. 1926 tot grote bloei zou komen.Van economisch groot belang is de oprichting van het V.E.V. (Vlaams Economisch Verbond, 1926) waarvan Lieven Gevaert (1868-1935) de eerste voorzitter werd.

* De repressie ofte bestraffing van “collaborateurs” was onder Belgische en Franskiljonse invloed vooral gericht tegen de “Activisten”, maar ook enkele “Fronters” ontsnapten er niet aan. Ze was er de oorzaak van dat het activisme, dat voorheen weinig aanhang had in Vlaanderen, op meer en meer begrip en sympathie kon rekenen. Hierdoor ook zou, voor het eerst in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, een brede ant-Belgische beweging ontstaan. Op te merken valt nog dat de repressie na W.O. I slechts “klein bier” was vergeleken met deze gevoerd na de 2de wereldoorlog.

* * Aan de IJzerbedevaarten, bescheiden begonnen met een hulde aan Joe English (1882-1918), ontwerper van de “Heldenhuldezerken” in 1916, was vooral de naam van Frans Daels verbonden. Hij maakte er ieder jaar, in steeds striemender bewoordingen, de balans op van de Vlaamsgezinde klachten. Vanaf 1925 -het Ministeris van Landsverdediging had de Heldenhuldezerken van de militaire begraafplaatsen laten verwijderen en tot puin verbrijzelen- kenden ze een steeds grotere toeloop. Vanaf dan hadden ze ook op de huidige plek in Kaaskerke plaats. De eerste paal voor de IJzertoren werd in 1926 ingeheid.

* * * Uit de frontbeweging ontstond een politieke Frontpartij “Het Vlaamsche Front”, met eenzelfde doel: Zefbestuur voor Vlaanderen. Haar voornaamste leiders waren deze van de frontbeweging: Adiel Debeuckelaere en Hendrik Borginon. Filip de Pillecyn en Gustaaf Sap (1886-1940) geloofden eerder in de versterking van de oude partijen. Professor Frans Daels nam een afwachtende houding aan.

* * * * Schepen Louis Strauss, plaatsvervangend burgemeester in Antwerpen, had alle betogingen op 11 juli verboden, wat uiteraard olie was op het flamingantisch vuur. De optocht ging dus, ondanks het verbod, door met deelname van flaminganten van allerlei politieke overtuiging. Een jongeman, Herman Van den Reeck (1901-1920), werd dodelijk getroffen door een kogel van een politieman. Zijn begrafenis groeide uit tot een grootscheepse manifestatie. Flaminganten uit alle richtingen zwoeren zijn dood te wreken.

scannen0014tj6.jpg

8. De Bormsverkiezing in 1928.

scannen0022qs2.jpgOp het einde van de 20-er jaren van de vorige eeuw deden zich 2 gebeurtenissen voor die een verregaande invloed zouden hebben op de verdere ontwikkeling van de Vlaamse Beweging, namelijk de Borms-verkiezing en de ontwikkelingen bij de krant “De Standaard”.Door het overlijden van een liberaal kamerlid zonder opvolger in het arrondissement Antwerpen moest een tussenverkiezing gehouden worden. Door een anomalie in de uitvoeringsbesluiten van de kieswet was het mogelijk dat iemand die van zijn politieke rechten beroofd was, toch kandidaat kon worden gesteld. De (sinds ca. 1925 intern kibbelende) Frontpartij stelde aldus de nog steeds gevangen zittende oud-activist August Borms tegenover de liberale kandidaat Paul Baelde (er waren ook nog 2 minder belangrijke kandidaturen). De verkiezing groeide in feite uit tot een soort “volksraadpleging” over de Vlaamse Eisen. Wat niemand verwachtte gebeurde: het volk koos voor Borms, die 83058 stemmen behaalde tegenover 44410 voor Baelde (resp. 3083 en 2615 voor de andere kandidaten, 58052 blanco stemmen). Het was niet de eerste keer dat Antwerpen voor een electorale verrassing van formaat zorgde, het zou ook niet de laatste maal zijn… De kamer verklaarde, uiteraard, de verkiezing van Borms ongeldig en duidde Baelde aan, Borms kwam echter wel vrij.De weerslag was enorm… de francofonie, die niet wist wat er in het Vlaams landsgedeelte gebeurde -het intresseerde hen ook niet- schoot wakker… de vernederlandsing van Vlaanderen werd plots urgent en bespreekbaar…De ontwikkelingen rond De Standaard volgen hierna.

9. De ontwikkelingen bij De Standaard en Gustaaf Sap

scannen0018xa0.jpgDat één en ander (zie n° 8) daarbij geholpen werd door de gebeurtenissen bij de krant De Standaard is vanzelfsprekend.Gustaaf Sap (eigenlijk Gustave , 1886-1940) * had in 1927 de controle gekregen over de meerderheid van aandelen van deze krant.Niet erg ingenomen met de vrij lauwe toon die hoofdredacteur Frans Van Cauwelaert sinds 1920 liet weerklinken nam hij twee jaar later de leiding van het blad over. Sap was een felle doorzetter en spaarde zo nodig vriend noch vijand. Dat er felle animositeit heerste binnen de Katholieke Partij tussen hem, Van Cauwelaert, Van Zeeland en vele anderen belette hem niet spoedig een prominente positie in die partij in te nemen.Men vreesde immers de felheid van zijn optreden. Sap werd minister in diverse kabinetten. Dat zijn stellingnames, openlijk in de krant, meer achter de schermen in de politiek, de vernederlandsing van het lager en middelbaar onderwijs en van de Gentse Universiteit bespoedigd hebben staat als een paal boven water. Zijn invloed bij de verdere splitsingen (in Vlaamse en Franse) van Ministriële Departemente dient hier eveneens onderstreept te worden. Sap was ook de enige die zonder toelating of amnestie oud-activisten in zijn administratie opnam.

* Gustaaf Sap was een briljante jonge man, die vooreerst te Torhout afstudeerde als onderwijzer en later te Leuven doctoreerde in de Politieke en Sociale Wetenschappen en licentiaat in de Handels- en Consulaire Wetenschappen werd. Als privé-secretaris van de minister van Landbouw, Joris Helleputte, verbleef hij tot het einde van WO I bij de regering in Le Havre. Overtuigd flamingant werd hij gelijkertijd vertrouwensman van de Frontbeweging. Onmiddellijk na de oorlog werd hem de eerste plaats op een lijst van het Vlaamsch Front aangeboden. Hij verkoos om tactische redenen de Katholieke lijst in hetzelfde arrondissement Roeselare-Tielt aan te voeren. Hij overleed aan een hartkramp. Sap, die rijk getrouwd was, woonde vanaf ca. 1937 in ‘t “Kasteel Bloemendale” te … Beernem, nabij Moeders ouderlijke woonst. Moeke had veel respect voor hem, vond het alleen spijtig dat hij “voor de verkeerde partij” gekozen had.

bloemendalebeernemze7.jpgKasteel Bloemendale te Beernem

10. Het ontstaan van het VNV (Vlaamsch Nationaal Verbond)

vnvvlagal6.pngDe vlag van het VNV bevatte de kleuren oranje/wit/blauw, de bekende livreikleuren van Willem van Oranje. De driehoek stond voor de delta van de grote rivieren van de Nederlanden: de Schelde, de Maas en de Rijn. De cirkrl staat voor de eenheid in de Lage Landen.

Vanaf ca. 1925 begon de Frontbeweging te verbrokkelen, zowel qua opvattingen -er waren nu “federalisten”, “dietschers”, “groot-dietschers”, enz.- als qua organisatie – plaatselijk en regionaal begonnen afdelingen hun eigen weg te leiden. Ook andere (splinter)groepen ontstonden, zoals het Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Socialisten) in 1931, dat onder leiding van Joris Van Severen (18..-1940) en zijn D.M.O. (Dietsche Militanten Orde) de authoritaire toer opging. Verder zagen meerdere al of niet partijgebonden organisaties het licht zoals het A.V.N.J. (Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond) in 1928 à 1929, dat in 1933 zou opgaan in het VNV. Meerdere pogingen werden gedaan om de eenheid binnen de nationalistische beweging te herstellen, doch zij mislukten allemaal.Na de verkiezingsnederlaag van 27 november 1932 werd bij de Vlaams-Nationalisten sterker dan ooit de noodzaak gevoeld van een nieuwe oriëntering en een strakkere vorm van organisatie.Onder impuls van Hendrik Borginon, Hendrik Elias (1902-1973), Gerard Romsée (1901-1976), Staf De Clercq (1884-1942), Jeroom Leuridan (1894-1945) en Ernest van den Berghe (1897-….) werd het V.N.V. (Vlaamsch Nationaal Verbond) opgericht eind 1933 . Verder zaten ook propagandeleider Reimond Tollenaere (1909-1942), jeugdleider Edgard Lehembre (1903-1970) en Victor Leemans 1901-1971) in de leiding. Ook August Borms en prof. Frans Daels zouden later een belangrijke rol spelen.Bij de organisatorische opbouw van het VNV werd uitgegaan van het authoritaire beginsel: aan het hoofd een leider, waarvoor Staf De Clercq werd aangesteld, niet vanwege uitzonderlijke leidersgaven maar omdat hij geen uitgesproken ideologische richting vertegenwoordigde en dus -merkwaardig uitgangspunt voor een zogenaamd authoritaire organisatie- het meest geschikt was om te fungeren als grootst gemene deler van de diverse stromingen. Onder hem stond een Raad van Leiding en een Algemene Raad, alsmede een aantal centrale organen en functionarissen. Verder kende het verbond een hiërarchische opbouw met gouw- en arrondissementsleiders.Ideologisch waren er uiteenlopende en tegenstrijdige richtingen die slechts moeizaam door het gezag van de leider overbrugd werden. Er waren de scherp anti-Belgische richting der Dietsers of Groot-Nederlanders en de gematigde richting der Federalisten. Er waren de rechtse, authoritaire richting en de democratische richting. Het onvoorwaardelijk Grootnederlands standpunt werd verzwakt en practisch verlaten door het aanvaarden van het federalisme, evenwel als “de wachthalle op de weg naar Groot-Nederland”. De rechtse, authoritaire stroming werd gekanaliseerd in de richting van het corporatisme, met behoud van een democratische volkscontrole en met afwijzing van de dictatuur.Het jeugdverbond A.V.N.J. (Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond), o.l.v. Dr. Hilaire Gravez (1889-….), ging datzelfde jaar 1933 over in het VNV, evenals het V.N.V.V. (Vlaamsch Nationaal Vrouwen Verbond) dat onder leiding stond van zijn echtgenote, Magda Gravez-Haegens (1900-….).

11. Volk en Staat. Staf De Clercq.

scannen0037xk3.jpgHet VNV lanceerde in 1933 een weeklblad, “De Strijd”, dat een jaar later omgevormd en omgedoopt werd tot “Strijd” en vanaf dan het algemeen VNV-orgaan werd.Het dagblad “De Schelde”, opgericht te Antwerpen in 1919 waarvan de Fronter Herman Vos (1889-1952) een tijd hoofdredacteur was, kwam ca. 1936 in financiële moeilijkheden en kwam in handen van het VNV. Op dat ogenblik was Herman Van Puymbroeck (1884-1949) er hoofdredacteur en lag het beheer voornamelijk in handen van August Borms en Adelfons Henderickx (1867-1949). De naam van de krant werd gewijzigd in “Volk en Staat” en werd vanaf dan, 15 november 1936, de spreekbuis van het VNV.Het was vooral de verdienste van de hardwerkende Staf De Clercq* dat dit amalgaam gezelschap binnen het VNV bleef, alhoewel ook hij niet kon beletten dat enkele top-figuren uit de Frontbeweging andere wegen opzochten. Inderdaad, de socialist Herman Vos weerstond niet langer de lokroep van Camille Huysmans en trad toe tot de BWP (Belgische Werklieden Partij), waar hij zich o.a. bezig hield met het “Plan van de Arbeid” onder leiding van Hendrik de Man (1885-1953). Hij werd provinciaal senator voor deze partij en na WO II, na in 1941 toegetreden te zijn tot het “Politiek Comité van de Weerstand”, zelfs tweemaal minister (1944, 1947), waarbij hij zich weliswaar bezig hield, zonder veel resultaat, met de repressie. Ook Hendrik Borginon stond geregeld in de oppositie, en zou zelfs ontslag nemen, wegens onvrede met “programma en geest”.Toch bleef hij volksvertegenwoordiger en later senator voor de partj.

180pxstafdeclercqrt5.jpgstafdeclercqwh6.jpgStaf De Clercq groeide op in het Pajottenland (Kester) en werd onderwijzer. Soldaat aan de IJzer kwam hij in 1919 in het arrondissement Brussel op voor de Frontpartij en werd volksvertegenwoordiger.

Hij was allerminst een geboren leider of volksredenaar, maar aanvaardde bij de oprichting van het VNV toch het leiderschap, om zijn Vlaamsche Volk te dienen. Zijn eigen grote doel, Groot-Nederland, zwakte hij terwille van zijn VNV af tot “zelfbestuur als de wachthalle voor Groot-Nederland”. Hij was geen groot theoreticus, eerder een harde werker, een man van de daad. In zijn Landdagrede van 1935 stelde hij dat Frankrijk een bestendig gevaar was, dat Duitsland een gevaar kon worden en Engeland nooit een gevaar zou zijn. Hij was anti-militarist en voorstander van een neutraliteitspolitiek. Na een aanvankelijke aarzeling opteerde hij resoluut voor een collaboratiepolitiek met Duitsland tijdens WO II. Hij overleed, kapotgewerkt, in een Gentse kliniek op 22 october 1942.

12. De verkiezingen van 24 mei 1936 werden een groot succes.

Het VNV nam deel onder de benaming “Vlaamsch Nationaal Blok”, waardoor ook niet VNV-ers konden kandidaat gesteld worden. Het federalisme, de belangen van de middenstand en de boeren en het antimilitarisme (gericht tegen het Frans-Belgisch geheim militair akkoord) waren de voornaamste programmapunten. Het aantal zetels in de Kamer werd verdubbeld (van 8 tot 16), in de provincieraden werden de zetels aanzienlijk vermeerderd, zodat in Antwerpen, West- en Oost-Vlaanderen de bestendige deputatie samen met de Katholieken kon gevormd worden, en de senaatsfractie werd van 1 tot 9 man versterkt. De kamerfractie telde slechts twee werkelijk extreme, figuren, de authoritaire Reimond Tollenaere* en de radicaal dietsgezinde Jeroom Leuridan.In de Katholieke Partij waren de verliezen bij de verkiezingen veel groter in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen, zodat de “Katholieke Vlaamsche Kamergroep” relatief ernstig versterkt werd (48 van de 63 volksvertegenwoordigers van de partij). De K.V.V., onder impuls van onder meer Gaston Eyskens ** (1905-1988) en de A.C.W.-er Paul Willem Segers (1900-1983) zochten toenadering tot het VNV met het oog op o.a. realisatie van het federalisme en zelfs van het fusioneren van beide partijen. Na veel perikelen en tegenwerking langs beide kanten slaagde men er toch in een beginselakkoord te ondertekenen, langs KVV-zijde door dr. Alfons Verbist, prof. Gaston Eyskens en prof. Edgard De Bruyne, langs VNV-zijde door Hendrik Borginon, Hendrik Elias en Gerard Romsée. Dit akkoord, dat principieel een grote draagwijdte had***, bleef zonder practisch gevolg vooral door de tegenwerking van de oude garde der parlementsleden aan KVV-zijde en van de diets- en de autoritair-gezinden van VNV-zijde. Ook Staf De Clercq stond zeer wantrouwig tegenover de Katholieke Partij.Het akkoord VNV-Rex, 6 october 1936, droeg evenmin bij tot het succes van het voorgaande. Rex, de fascistisch Waals-Brusselse partij van Leon Degrelle (1906-1994), had in Vlaanderen weinig aanhang. Alleen de schrik voor het Verdinaso van Joris Van Severen, dat echter ook niet zo’n grote aanhang had, kan verklaren waarom de VNV-leiding (De Clercq) contact zocht met Rex om er een “doodgeboren”) akkoord mee af te sluiten. Het bleek echter wel één der struikelstenen te zijn om de overeenkomst KVV-VNV (zie hierboven) te verzilveren.

*scannen0040wp3.jpgReimond Tollenaere (1909-1942) was advocaat en van bij de oprichting als propagandaleider bij het VNV betrokken.Hij had een grote bewondering voor het Nationaal-Socialisme en Hitler en was zeer authoritair ingesteld. Door Staf De Clercq werd hij -begrijpe wie kan- steevast als zijn opvolger beschouwd. Tollenaere was een overtuigd katholiek en aanhanger van de Groot-Nederlandse (= Groot-Dietse) gedachte. Onder zijn impuls werd de “Dietsche Militie-Zwarte Brigade” opgericht. Konsekwent met zichzelf was hij één der eerste vrijwilligers om als “Oostfronter” het Bolsjevisme te bestrijden in Rusland. Hij sneuvelde toen zijn vooruitgeschoven observatiepost getroffen werd door een granaat, afgevuurd vanuit de stellingen van de Spaanse Blauwe Divisie, zijn mede-strijdgenoten.

* * scannen0039qd8.jpgHet gaat hier inderdaad om de grote staatsman die Gaston Eyskens toch was, en die als Premier in 1970 mede-verantwoordelijk was voor de herziening van de grondwet, waardoor het unitaire België van 1830 begon te evolueren naar een geregionaliseerde staatsstructuur.

* * * De Standaard (Gustaaf Sap) en de hele Vlaams-katholieke pers, inclusief De Gazet van Antwerpen, spreekbuis van het A.C.W., en Van Cauwelaert’s weekblad Elckerlyc, juichten het akkoord toe.

13. Enkele overwegingen aan het einde van deze periode…

vlaamseleeuwgravensteenpu0.jpg

Het VNV was, zeker in die tijd, niet authoritair, ondanks de aanwezigheid van Tollenaere in de leiding. Inderdaad, organisatorisch stond weliswaar een “Leider” (Staf De Clercq) aan het hoofd, maar deze stond onder voortdurende controle van een “Raad van Leiding” en een “Algemene Raad”.

Trouwens, het principe van de “Leider in een Organisatie” vond in de 20-er en 30-er jaren van de vorige eeuw overal in Europa opgang: ook Emile Vandervelde en Frans Van Cauwelaert waren in feite de “Leider” van respectievelijk de B.W.P. (Belgische Werklieden Partij) en de K.V.L. (Katholieke Vlaamsche Landsbond), om maar te zwijgen van Kardinaal Mercier en het Belgisch Episcopaat.Het VNV was evenmin militaristisch, ondanks de aanwezigheid van dezelfde Tollenaere, daarvoor was de invloed van de anti-militaristische Fronters veel te groot. De Grijze Brigade (Werfbrigade) was immers geen echte militie, eerder een ordedienst voor eigen manifestaties, die geen grote omvang had.Het VNV was ook niet Duits gezind, ondanks de aanwezigheid van altijd weer Tollenaere. Het VNV was wel in niet onbelangrijke mate “Dietsch” of “Groot-Dietsch” * georiënteerd. Dat bij velen een zekere bewondering heerste voor de Duitse Taal en het Duitse Volk had veel, zo niet alles, te maken met Kultuur-bewondering. Ten slotte waren “Dietsch” en “Duitsch” beide uitingen van de grotere Germaanse Kultuur. En deze wederzijdse bewondering en het daarmee gepaard gaande verbondenheidsgevoel leefde allerminst enkel bij de aanhangers van het VNV. “Onverdachte” mensen als Camille Huysmans en Frans Van Cauwelaert studeerden verder in Duitsland (C.H.) of werden er professor (F.V.C.).Het VNV was racistisch noch anti-joods. Er was ook geen vreemdelingenprobleem in Vlaanderen en enkel in Antwerpen leefde er, sinds enkele eeuwen, een joodse gemeenschap. Antwerpen was en is echter één van de meest verdraagzame steden ter wereld en de Antwerpenaar was en is een cosmopoliet die iedereen zijn gang laat gaan zolang ze hem niet te zeer op de tenen trappen.Bijgevolg kunnen wij stellen dat degenen die het VNV van toen , ca. 1936, fascistisch of nazistisch noemen ofwel de geschiedenis van de Vlaamse Beweging niet kennen ofwel van slechte wil zijn. Veruit de meerderheid van de leidende figuren in de Vlaamse Beweging waren idealisten die slechts één doel voor ogen hadden: Vlaanderen van de Franskiljonse druk bevrijden teneinde de Vlamingen te geven waar ze recht op hadden.

ijzertoren2editedbd6.jpg

* Diets of Dietsch is de benaming die de bewoners van onze streken in de vroege Middeleeuwen aan hun taal gaven. Hendrik van Veldeke, Hadewijch, de heilige Lutgardis, Van de Vos Reynaerde, enz. enz. enz. zijn enkele van de talloze voorbeelden van de grootheid van onze geschreven taal vanaf de 12de eeuw. Dietsland of Dietschland is de streek waar deze taal gesproken (en geschreven) werd. De termen Vlaams en Vlaanderen en Nederlands en Nederland kwamen slechts eeuwen later voor.

Epiloog

Ziezo, mijn eksamen Geschiedenis zit er op. Aan uw talrijke positieve reacties te zien ben ik geslaagd, en dat doet me enorm plezier.Bij elk serieus verhaal hoort een epiloog, die kort en bondig het vervolg vertelt.Dus, daarom pen ik hieronder in een notedop, zo objectief mogelijk het vervolg van de story neer, met een persoonlijke visie.

De 2de helft van de 30-er jaren werden gekenmerkt door het bedreigende Nazisme en de dreiging van WO II. Europa bereidde zich min of meer voor op de oorlog, in België en in Vlaanderen niet meer of minder dan elders. De Vlaamse Gedachte of Strijd ontwikkelde gestadig voort, met nog een lichte winst voor het VNV bij de verkiezingen van 1939, en de merkwaardige opkomst van Flor Grammens. Met verf en borstel trok deze eenzaat door zijn geboortestreek, Ronse-Geraardsbergen, om de Franstalige opschriften te overschilderen.De oorlog en de Duitse bezetting veranderden alles. Aanvankelijk werden de Duitsers alhier vrij positief onthaald. Ze brachten immers een zekere orde en rust, wat veranderde toen de eerste voedselproblemen zich deden gevoelen. En na een eerdere aarzeling besliste het VNV actief aan de collaboratie met de vijand mee te werken.

Deze beslissing was begrijpelijk, misschien zelfs onvermijdelijk, omdat het VNV hoopte en dacht met behulp van de Duitsers, na meer dan 100 jaar België, alzo op zijn minst tot een sterk federaal Vlaanderen te komen. Maar ze was ook begrijpelijk omdat de voltallige regering via Frankrijk naar Engeland gevlucht was, en met hen vele volksvertegenwoordigers en nog meer ambtenaren van de landsadministratie, waaronder de hoogst-geplaatste. België was daardoor de facto onbestuurbaar, en iemand moest toch het Land organiseren, weliswaar onder leiding van de Duitse bezetter. Van het gezag bleef slechts Koning Leopold III in het land, wat later zou leiden tot de koningskwestie.

Of deze beslissing van het VNV moreel verantwoord was en goed of slecht voor het Land en zijn bewoners weet ik niet, de historici zullen dat binnen pakweg 50 jaar, als al degenen die de oorlog van ver of van dichtbij meegemaakt hebben verdwenen zijn, wel onder elkaar uitmaken. Wat ik wel weet is dat Nederland – dat door een “Zivilverwaltung” geleid werd (België kende een “Militärverwaltung”), en waar de voltallige administratie op post gebleven was, en waar geen grote partij als het VNV openlijk collaboreerde – en de Nederlanders zelf veel harder geleden hebben onder de Duitse bezetting. Nederland leed veel meer oorlogsschade en haar inwoners kenden veel meer honger, koude en armoede dan België en de Belgen. Een ander voorbeeld: van de ca. 140 000 joden die in Nederland verbleven werden er ca. 106 000 gedeporteerd en uitgeroeid, hetzij 75%, in België werden “slechts” (sic) ca. 25 000 van de 66 000 verblijvende joden gedeporteerd en uitgeroeid, hetzij “slechts” (resic) 40%.

Dat de beslissing van het VNV slecht was voor de Vlaamse Beweging weet ik met grote stelligheid. Het Belgisch Establishment, teruggekeerd uit het veilige Londen, profiteerde er van om na de oorlog weerwraak te nemen in een poging de “Vlaamse Kwestie” voor eens en voor altijd te likwideren in de daarop volgende Repressie (=bestraffing) en Epuratie (=zuivering voornamelijk in de ambtenarij), die niet alleen VNV-ers trof maar ook vele anderen, kleine en grote geestelijken, kleine en grote intellectuelen, kunstenaars, kleine en grote mensen met een al dan niet groot gezin die trachtten te overleven, jonge kerels die onder invloed van de tijdsgeest en de clerus naar het Oostfront waren getrokken om het “goddeloze communisme” te bestrijden, enzovoort (opmerkelijk is dat er weinig economische collaboratie was, of beter weinig bestraffing van economische collaboratie…). Meer dan 400 000 dossiers werden opgemaakt, voor het overgrote deel in Vlaanderen, uiteindelijk volgden er “slechts” (reresic) ca. 56 000 straffen. Maar duizenden en duizenden “niet-gestraften” werden gebrandmerkt voor de rest van hun leven, mede door de “straatrepressie” die vooral door ophitsing van communisten en “late” weerstanders * tot stand kwam.

Maar de Geschiedenis van de Mensheid leert ons dat een volk taaier en sterker is dan zijn belagers. De Vlaamse Beweging was weliswaar 20 à 30 jaar achteruitgeslagen, maar het Vlaamse Volk kwam terug, sterker dan ooit.Dat wij aan de vooravond staan van de zoveelste staatshervorming die telkens tot “meer” federalisme leidt is daarvan het beste bewijs. En wie weet waar het eindigt…

zerktekeningeditedpq4.jpg

  • Met “late” weerstanders bedoel ik de weerstanders die slechts aan het einde van de oorlog, en zelfs na de oorlog, tot het Verzet toetraden, niet de “echte”, die tijdens de oorlog ook voor hun ideaal streden. Die “late” weerstanders waren de profiteurs, de ergste oproerkraaiers omdat ze moesten bewijzen er ook bijgehoord te hebben…

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 6 - DEEL VI : DE JAREN VAN TEGENSPOED: va ca. 1935 tot ca. 1940

Het is niet zo dat de pakweg 10 jaar die nu volgen alleen kommer en kwel brachten en de vorige 10 jaar alleen voorspoed en geluk . Het leven is immers nooit zwart of wit . Toch is het opvallend dat in het gezin LaVie de periode 1925-1935 gekenmerkt werd door veel mooie momenten en weinig tegenslag , terwijl het in de daarop volgende 10 jaar met heel wat meer ernstige tegenslagen te kampen had en veel minder periodes van opperste geluk kende . Hoe dat komt is een raadsel , ik veronderstel dat het in ‘t leven nu eenmaal zo gaat …

Het begon nochthans zo beloftevol …

lavie12fy8.jpg

“Ik moest mijn broek maar over de sponde van ’t bedde hangen of ’t was weer zoverre” zei vader.En inderdaad, een goed jaar na Lutje , op 4 augustus 1935 , werd nummer 8 geboren in het huis aan de Zandvleuge . Bij zijn doopsel , 2 dagen later in Doomkerke , werd hij gekerstend als Herman, Lodewijk, Amanda Lauwereins .

Herman : omdat het een mooie Vlaamse naam was

Lodewijk : naar zijn peter nonkel Louis Téblick

Amanda : naar zijn meter tante Amanda Derouf.

De geboorte verliep vlot, te vlot : vader moest hem “aanpakken” want de vroedvrouw was nog niet aanwezig. Door die te snelle geboorte zouden de hartkleppen niet goed functioneren, waardoor het kindje de “blauwziekte” (*) opliep (of is het omgekeerd ?), wat “blauwe” vlekken of een “blauwe” lichaamskleur teweeg bracht en ademhalingsproblemen. En vermits het kindje veel pijn had, weende het veel.Deze ziekte was toen nog ongeneeslijk…

Een eerste grote tegenslag bij LaVie kondigde zich aan … bijna 8 maanden oud , op 28 maart 1936 , overleed Hermanneke … Hij werd begraven op het , nu geklasseerde , kerkhofje van Sint-Pietersveld .

En Lutje – die even Lut geworden was – werd weer “Lutje”.

(*) Blauwziekte of blauwzucht kan ontstaan bij aangeboren afwijkingen van het hart en de grote bloedvaten , waardoor aderlijk bloed en slagaderlijk bloed gemengd worden , met als resultaat een blauwe kleur van huid en slijmvliezen (sommige van deze afwijkingen kunnen heden ten dage heelkindig worden verholpen) .

De Jaren van Tegenspoed : van ca. 1935 tot ca. 1940 – 2Veel tijd om te treuren was er niet… nummer 9 kondigde zich aan. En vader, die na elk doopsel van de pastoor afscheid nam met de wens “tot te naaste jare, meneer de paster”, hield zijn belofte : zeven maanden na het overlijden van de kleine Herman werd Herman 2 te Beernem geboren.

Herman : als aandenken aan zijn broertje

Marcel : naar zijn peter Marcel Teblick, die toen nog niet nonkel Marcel was maar al straf vree met tante Adrienne Vienne en

Amanda : naar Tante Manda Derouf , dezelfde als de meter als Herman 1.

Gezien de ervaring met Herman 1 en vermits de St.Andreas- kliniek in Beernem net een kraamafdeling had opgericht, was hij de eerste die niet thuis geboren werd, en de eerste zonder “schapevelleke”.Toen moeder in de kliniek toekwam, voelde zij een zware druk op haar blaas, zij zette zich op de seule om een piske te doen en… ’t kindje lag in de seule! Alweer een te vlugge geboorte en, gezien de vorige ervaring, een grote vrees… die bewaarheid werd.Inderdaad, ook Herman 2 had de zo gevreesde blauwziekte en zou er, net als zijn broertje, ongeveer 8 maanden later aan sterven (07 juli 1937). Een tweede grote tegenslag op een goed jaar tijd.

lavie13fc6.jpg

En Lutje, die weer even Lut geworden was, werd ten derde male “Lutje”.

Gelukkig bleven de familiebanden goed en bleef er veel volk, groot en klein, over de vloer komen. En de 7 overblijvende kinderen, tussen elf en drie jaar oud, eisten veel aandacht op.

Sint Pietersveld herbergde twee schooltjes ten bate van het personeel van ‘t Gesticht : een lagere school voor meisjes , met kleuterafdeling , toevertrouwd aan de Zusters van Liefde uit Roeselare , en een lagere jongensschool van het Rijk . In het eerste heersten de Zusters Alexia en , verdomme … hoe heet die andere zuster ook weer ? … en het tweede was het rijk van Meester Claeys . Maria en Lydie zaten in 1936 bij de Zusters , Guido en Godelieve eveneens (kleuters) , Jozef en Gabriël maakten het meester Claeys reeds lastig , vooral de laatstgenoemde , uiteraard … , en Lutje mocht nog niet meespelen .

Wie denkt dat het zo maar hopeloze prutsschooltjes waren leze er maar priester en oudleerling Robrecht Stock (1904-2000) , zoon en oudleerling van de eerste onderwijzer van de jongensschool , op na (*) Hij schrijft hierover het volgende :

robrechtstock.jpg

robrechtstock001.jpg

robrechtstock002.jpg

robrechtstock003.jpg

(*) “Wreeck geen quaedt,maer dwing tot goed. Het Sint-Pietersveld,kruispunt van historische en maatschappelijke ontwikkelingen in Vlaanderen. Jubileumuitgave naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van ’t Gesticht. Uitgave heemkundige kring de “Roede van Tielt” en vzw “Open Sint-Pietersveld”. Meerdere auteurs. Zie blz. 133,134,135.

Kanunik Robrecht Stock was leraar aan diverse scholen en werd later Algemeen Inspecteur van het Katholiek Onderwijs. Hij schreef tientallen artikels,vooral over Onderwijs en Opvoedkunde,maar ook enkele over ‘t Veld. Stock was een geboren Velder (gedeelte Wingene)

Dat het er in de 30-er jaren van de vorige eeuw nog grotendeels zo aan toe ging wordt bevestigd , met veel nostalgische gevoelens en veel straffe en andere verhalen en kleine en grote anecdotes , door mijn oudere zusters en broers .

sintpietrsveld8.jpg sintpietersveld9.jpg

Meisjes- en kleuterschool omstreeks 1890 (links) en jongensschool omstreeks 1910 (rechts)

Dat Vader voortdurend bezig was met het Gesticht en zijn jongens wordt bevestigd door enkele overgebleven documenten uit die periode betreffende een tekenwedstrijd , een toneelopvoering en een gymnastiek-demonstratie .

Rond de jaarwende van 1935 organiseerde vader een soort tekenprijskamp voor zijn leerlingen . Een prijskamp vraagt uiteraard een jury en prijzen . Vader , die zeer diplomatisch kon zijn als het hem uitkwam , vond beide verenigd in één persoon : de charmante Madame la douairière Leon Feyerick , geboren Mathilde (Tilla) de Kerckhove de Denterghem uit Gent , die voorzitster was van de Commissie van Toezicht (*) van ‘t Gesticht . Deze dame , “die hem wegens zijn ijver en werkkracht zeer genegen was” , klasseerde de tekeningen doch “indien gij er veranderingen wenscht te brengen doe het” , en bezorgde de prijzen doch “schrijf mij ook u gedacht op wat ik voor de twee eerste prijzen van iedere categorie zou kunnen geven” . Vader , die “Vlaamschtalig” was (met een sterk Oostendsch accent) doch ook voortreffelijk het Frans beheerste , sprak en schreef haar waarschijnlijk meestel in ‘t Frans aan om haar te plezieren , en zij , die Franstalig was doch ook voortreffelijk het “Vlaamsch” beheerste , deed vermoedelijk , om hem te plezieren , net het omgekeerde … Moet kunnen …

mathildetilladekerckhov.jpg mathildedekerckhovedede.jpg mathildedekerckhovede00.jpg

mathildedekerckhovede.jpg

(*) Het was niet ongewoon dat dergelijke onbezoldigde functies werden toegewezen aan niet-onbemiddelde dames uit de hogere kringen . Voor deze dames was dit een soort ere-ambt met aanzien , een sociale plicht ook , en voor de Organismen die hen aanstelden een “aanzienlijke” morele en geldelijke steun . Hoe “Tilla” , zoals men ze in de familie noemde , in die funcrie kwam weet ik niet . Zeer goed mogelijk werd zij meegetroond door Aimé Van Warsberghe , de vroegere directeur van ‘t Gesticht , die hoogleraar was te Gent , uit een zeer oude familie stamde en mogelijk in dezelfde kringen als “Tilla” verkeerde . Zij waren beiden ongeveer even oud

Een tweede “schriftelijk” bewijs dat Vader voortdurend met en voor zijn jongens van ‘t Gesticht bezig was vinden we in 1937 .

Waarschijnlijk ter gelegenheid van het einde van het schooljaar wenste hij met zijn leerlingen (of met ‘t Gesticht ?) een toneelstukje op te voeren .

Welk stuk en tot wie zich wenden ? Zeer eenvoudig : “Zeer Waarde Broeder Ebergiste (*) . Ik neem de eerbiedige vrijheid , U , ter inzage te vragen , indien het mogelijk is , het toneelstuk met muziek “De Werkmanszoon van Nazareth” . Ik wensch een zulk hoogzedelijk stuk mijn leerlingen aan te leeren” . Hij krijgt , practisch per kerende , het nodige “Ik wensch Ued. bij voorbaat veel succes mee .-Bede ons daarna dit handschrift terug te bezorgen .-Wat de muziek betreft , dat kan ik Ued. spijtig genoeg , niet bezorgen ; anders deed ik het zeer bereidwillig . Nu , ik weet dat u voldoende muzikaal aangelegd zijt , om wel uw plan te trekken .” . Broeder Ebergiste onderkende dus duidelijk Vaders “muzikale aanleg” … maar was vermoedelijk zeer bezorgd om zijn “administratieve aanleg” om zaken al dan niet lattijdig terug te zenden …

Of het toneelstukje ook daadwerkelijk uitgevoerd werd weet ik niet . Misschien heeft onze Lydie , die toen een jaar of 10 moet geweest zijn , daar nog vage of duidelijke herinneringen aan ? …

(*) Broeder Ebergiste (Gustaaf De Deyne) was Bestuurder van het Medisch-Pedagogisch instituut Sint-Jozef van de Broeders van Liefde . Over hem later meer , als Vader in 1943 een referaat houdt naar aanleiding van diens overlijden .

zwyll_w.jpg Broeder Ebergiste

Een derde nagebleven bewijs van Vader’s inzet voor zijn jongens en voor ‘t Gesticht is de briefwisseling gevoerd ter gelegenheid van de opening van de oefenzaal . Een nieuwe “oefenzaal” wordt in 1939 geopend en plechtig ingehuldigd . Met een demonstratie . En wie moet daar voor zorgen ? Uiteraard “turnleraar” Juliaan Lauwereins . Tja , moet hij gedacht hebben , bij de Broeders van Liefde hebben ze nog iets liggen … “Lessen met de Koninklijken Stok” … Dus … “Waarde Broeder Salvator” … acht lessen had Broeder Salvator … met “turnstokken” van 1,25 m. en een “Canne Royale” van tussen 90 en 95 cm. … en Vader kreeg ze “voor enkele dagen ter inzage” … want “Wanneer u deze zult verteerd hebben , zult u sterk genoeg staan om er nadien voor uw eigen behoeften te componeeren” . Met veel verontschuldigingen zond Vader alles terug , niet na enkele dagen , maar na 14 dagen “gezien de verlofperiode hier juist een aanvang nam en me dit veel tijd vergde” … Inderdaad , het overtypen van de oefeningen vergde hem zeer veel tijd … 5 grote getypte vellen … in een taal zoals men waarschijnlijk klassieke danspasjes beschrijft … onbegrijpelijk dus … zeker voor mij …

De demonstratie geschiedde onder de leiding van de “echte” turnmeester , Mr. De Roest . Vader leidde vermoedelijk het geheel in met een referaat over de noodzaak van de gymnastiek i.v.m. het bevorderen van de bloedsomloop , het ontwikkelen van het ademhalingsstelsel , de lichaamsgebreken door verkeerde houding in klas en werkhuizen , het harmoniseren van ‘t lichaam in ‘t algemeen .

Of dat alles plaats had op de koer of in de “nieuwe oefenzaal” weet ik niet . We zijn in 1939 , dus veronderstel ik dat meerderen onder u daar nog iets van weten en dat zij ook de ligging van die “nieuwe oefenzaal” kennen …

koniklijkestokedited.jpg

Foto toegevoegd op 17 mei (met dank aan Guido):

project2.png

Of dit een foto is van de Turndemonstratie hiervoor vermeld weet ik niet . Het lijken me alleszins de turnstokken van 1,25m. te zijn . De plaats (koer) en de uniformkes doen me echter twijfelen . Dus , ik herhaal mijn vraag : herinnert iemand onder u zich nog iets ?

Dat Vader ten zeerste bezorgd was over sukkelaars van kinderen en er tracht iets aan te doen , o.a. door het inschakelen van zijn “netwerk” , bewijzen volgende twee voorvalletjes .

In dezelfde brief (dd. 12.2.1937) waarin hij om “De Werkmanszoon van Nazareth” verzoekt dringt hij bij Broeder Ebergiste aan om toch iets te doen voor François Hannaert , een justitiekind . En hij trekt alle registers open :

“Met de woorden van het Evangelie : “Vraagt , U zult verkrijgen” , voel ik in mij een overtuiging ontstaan , die me zegt , dat u wel een uitzonderingske zult willen maken om de verdere opvoeding van voornoemd kind onder uw “Liefderijke” hoede te nemen . “Laat toch tenmminste de hondjes de kruimels nutten , die van de tafel des Meesters vallen” ; zooniet schijnt de jongen gedoemd , om tot zijn meerderjarigheid een opvoeding te moeten ontvangen in een staatsinrichting.”Maar broeder Ebergiste kan niets doen , er is geen plaats (antwoord van 14.2.1937) :

“… dat is erger . Dat is me totaal onmogelijk , want erg genoeg om te zeggen , maar er zijn nog tientallen van aanvragen die zonder bevrediging blijven moeten , om wille van gebrek aan plaats . Ued. zult dit dus wel begrijpen , nietwaar ?”Het tweede voorval betreft Sylvain De Meulenaere , het zoontje van Moeder’s Nonkel en Tante . Het ventje was op dat ogenblik 6 jaar oud (°27.4.1931) . Vader had Nonkel Jules en Tante Julienne met de kleine Sylvain tot bij Broeder Ebergiste gestuurd , om hem te vermurwen natuurlijk . Maar ‘t was noppes … En weer trekt hij alle registers open , met meer vertrouwelijke en emotionele elementen nu :

“Ik weet wel dat het klein is , en dat het bij u eenigszins in de weg kan loopen . Doch het wedervaren thuis is slechter ; want het kind wordt op school , zij het nog bij de Eerw. Zusters , voor den aap gehouden en bespot , hetgeen natuurlijk zijn prikkelbare natuur heviger oplaait . – Bovendien werkt dit geneerend , ontmoedigend , doodend zelfs op ‘t gemoed der ouders , te meer dat het kind , buiten de school met de vinger minachtend en grijnslachend achterna gewezen wordt , hetgeen de hartewonde der ouders breeder openknaagt . Waarde Broeder Ebergiste , doe toch iets voor die brave menschen !”

Hoe het precies verder gelopen is met Silvain weet ik niet . Hij verbleef alleszins in het tehuis Kruiskouter (*) te Kruishoutem toen hij stierf op 12 februari 1999 in het A.Z. St.-Lucas te Gent . Zijn oudste zuster , ten onzent gekend als Alice van Waarschoot , en waarschijnlijk mijn oudere zussen en broers , zullen hieromtrent wel meer weten .

silvaindemeulenaere.jpg

(*) ‘De Kruiskouter’ is een afdeling van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain te Gent. De bewoners die in ‘De Kruiskouter’ verblijven, zijn mentaal gehandicapte volwassenen van uiteenlopend niveau, namelijk van ernstig tot matig mentaal gehandicapt. En het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain is een instelling van de Broeders van Liefde …

In het Aalsterse had de Vlaamse Beweging in ‘t algemeen en het Vlaams nationalisme in ‘t bijzonder , sinds Daens en het Daensisme , een grote aanhang (en die hebben ze nog steeds) . In die kringen ontstond ca. 1935 (sommige bronnen spreken van 1937 , maar dit is waarschijnlijk onjuist) een vereniging voor grote gezinnen onder de benamong “Vlaamsche Kinderzegen” . De vereniging was niet-politiek gebonden en verkreeg de steun van vele bekende Vlaamsgezinden zoals professor Frans Daels , August Borms , Rik Borginon , Felix Timmermans , Valerius De Saedeleer en vele anderen . Vlaamsche Kinderzegen beperkte zich aanvankelijk tot gezinnen met 7 en meer kinderen , maar aanvaardde ook spoedig gezinnen met 4 kinderen . Ze werd gesticht als reactie tegen de in 1921 opgerichte “Bond van Talrijke Gezinnen” , later “Bond van Kroostrijke Gezinnen” en “Bond van Grote en van Jonge Gezinnen” genoemd , die sterk onder invloed van Franstaligen stond , al was de overgrote meerderheid van haar leden Nederlandstalig en dus Vlaams . De campagne van de nieuwe vereniging had wel tot gevolg dat de Bond nog in 1937 zijn unitaire organisatie hervormde , het begin van een latere federalisering . Het toen opgerichte “Vlaams Centraal Comité” van de Bond knoopte onderhandelingen aan met Vlaamsche Kinderzegen , maar die mislukten . De reorganisatie van de Bond had wel tot gevolg dat de nieuwe vereniging moeilijk van de grond kon komen , en de 2de wereldoorlog niet zou overleven .

Ons gezin was lid van Vlaamsche Kinderzegen . Vader zou , volgens onze Lydie , zelfs voorzitter van het gewest of de regio geweest zijn . Alleszins werd hij hiervoor na de oorlog nooit verontrust . Bij mijn weten is hiervoor nooit een gewoon lid noch een bestuurslid verontrust geweest .

Dat het land zich stilaan voorbereidde op een mogelijke oorlog moge blijken uit een wettekst betreffende “Plichten der Ambtenaren in Oorlogstijd” die gestemd werd op 5 maart 1935 , het drukken van het “Burgerlijke-Mobilisatieboekje” in 1936 en het verspreiden ervan , waarschijnlijk in 1937 , alleszins onder de staatsambtenaren . Naast persoonlijke gegevens bevat dit boekje een hoop gedragscodes , wetteksten , enz. Opvallend is dat dit boekje aan de ene zijde in het Nederlands gedrukt is en aan de andere in het Frans , zodat de eigen taal altijd eerst staat ! Slim gevonden , hé .

Burg._Mob..jpg Liv._Mob..jpg

’t was niet al ongeluk natuurlijk in de jaren ’35-’40.

In die periode werden meerdere autobus-uitstapjes ingericht, met medewerking van vader en moeder, mogelijk georganiseerd via Vlaamsche Kinderzegen of ’t Gesticht.Nonkel Jozef Vienne, die minstens 2 autobussen bezat, was uiteraard de leverancier van de bussen en nonkel Gabriël, die toen nog geen plaats als onderwijzer gevonden had, reed regelmatig met één van die autocars. Op één van die uitstapjes werd hij aan “de sterre” in Gent aangereden door een terugdraaiende tram die, spijtig genoeg, voorrang had. Bij dit ongeval geraakte Louis De Crem, grootvader van de CD & V fractieleider en -minister Pieter De Crem, gewond en moest een vinger worden afgezet.

lavie14qv4.jpg

Er werd trouwens regelmatig naar Gent gereden, de zondagnamiddag, om in de Opera een operette bij te wonen. Eén van die operettes, en vooral één van die aria’s daaruit, liet een ongelooflijke indruk op ons vader na : Frederike van Frans Lehar… Vanaf dan, en op bijna elk feest en in alle geval telkens hij in de stemming was, zette hij zich op één knie voor moeder en zong hij – de armen wijd opengespreid – uit volle borst :

O maai………..sje, min maaisjeIk he………….b u lief,Hoe schi……..ttren uw oogenMijn hartedief.Tot diep in de jaren ’60 deed hij dat, waarbij zijn ogen zeker zo fel schitterden als die van moeder.

Hij had nog een ander feestliedje, eentje dat wat langer duurde… en in de tale van zijn herte … het Ostensh :

Zeg maaisje waddéje gedoan (zeg meisje wat hebt ge gedaan)Voe mé zukke visscher te goan (om met zo een visser te gaan)É lopt er langs de koaje (hij loopt er langs de kade)Mé goaten in zin boaje (met gaten in zijn trui)Enk zie nem zoo gé é ren (en ik zie hem zo graag)T es voo zin affé é ren (……..) *En os t en komt (en als hij komt)Je wet woarom (ge weet waarom)T es voe te sjhieten mé zin kanong (’t is om te schieten met zijn kanon)Bubbel (bubbel)Bubbel lopt mé pattaten roend (bubbel loopt met pattaten rond)Van derteg santimen het poend (van dertig centiemen het pond)

In een gekuiste versie, als er te kleine kinders bij waren, werd de met * aangeduide zin vervangen door : “’t zin appels en pé éren”.

En dan , het moet in 1938 geweest zijn , sloeg het noodlot weer toe … voor het derde opeenvolgende jaar … Moeke kreeg ne misval … weer ne klop … niet de eerste … maar ook niet de laatste …

Moeke heeft daar ongetwijfeld van geweten , want kindjes , ‘t was haar leven , haar doel en haar grote liefde … Maar ‘t was een sterke vrouw , met een sterke wil . En haar kinderen , die zag ze gèren , doodgèren , die konden haar geen kwaad doen , hoogstens een beetje zeer … Ze verdedigde ze en beschermde ze stuk voor stuk , altijd en in alle omstandigheden , en tegen alles en iedereen desnoods … voorbeelden daarvan zijn er legio … Dus , uiterlijk hoogstens nen dag getreurd , want er waren er 7 die haar broodnodig hadden … en ne vent die ze ook moest troosten …

ca1936.jpg

In die periode (einde jaren 30 van de vorige eeuw) ontstond ook de “zaak Grammens” .

grammens2.gif grammens.jpg

Flor Grammens (1899-1985) werd geboren te Bellem (Aalter) , studeerde in Sint-Niklaas en werd onderwijzer in de taalgrensgemeente Ronse . Hoewel de wet van 1932 de overheid in de betrekkingen met het publiek verplichtte tot het gebruik van uitsluitend de streektaal in Vlaanderen en Wallonië en van beide talen in het Brussels gewest en aan de taalgrens , hadden tal van gemeenten , uit onwil of uit nalatigheid , verzuimd hieraan te voldoen . Na een ultimatum zonder gevolg begon Grammens zijn acties “met de grove borstel” : hij overschilderde op klaarlichte dag de ééntalig Franse naamborden te Edingen (Enghien , 9.1.1937) . Uiteraard met gerechtelijke vervolging tot gevolg . Na iedere veroordeling herbegon hij , zijn terrein steeds uitbreidend . En Grammens liet zich telkens gewillig en zonder het minste geweld of weerstand , arresteren , als een Uilenspiegel haast . Grammens , niet partij-politiek gebonden , kende hierdoor meer en meer bijval (en hulp) , vooral in studentenmiddens . Op geregelde tijdstippen zat hij in den bak , op geregelde tijdstippen hadden betogingen en/of affichage-campagnes plaats om zijn vrijlating te eisen . Ook en zelfs Sint-Pietersveld ontsnapte hier niet aan …

En onze Guido vertelt …

” En op een bepaalde avond trok een “plakploeg” onder leiding van Julien Lauwereins en Louis De Crem , de grootvader van de huidige minister , vergezeld van nog enkele medestanders , gewapend met affiches , borstels , lijm en een ladder , “den boer op” . Zij plakten heel ‘t Veld vol , er zorg voor dragend dat zeker de tegenstanders voldoende “beplakt” werden . En ‘s anderendaags moesten wij , de kinderen van de plakkers , op controle-tocht , om te kijken of de affiches er nog hingen , en vooral om de reacties , vooral van de anti’s te peilen en er rapport over uit te brengen . En leute dat wij daarbij hadden …”Of die nachtelijke “plakescapade” eindigde bij “Foelkes” of in ‘t “Hotel” vertelt Guido er niet bij …

P.S. wie meer wil weten over Flor Grammens leze de tekst van het interview dat Joos Florquin van hem afnam in het kader van “Ten Huize van Flor Grammens” Uitzending van 13 januari 1972 :

http://www.dbnl.nl/tekst/flor007tenh09_01/flor007tenh09_01_0004.htm

grammens3.gif

In maart 1938 had de “Anschluss” plaats , de zogenaamde “hereniging” van Duitsland en Oostenrijk , wat algemeen gezien goed onthaald werd door de Oostenrijkers . Toen enkele maanden later ook Tjechoslowakije geannexeerd werd waren de Tsjechoslowaken minder gelukkig …

In 1939 (2.4.1939) hadden , als gevolg van het incident ofte de affaire Martens (*) , vervroegde verkiezingen plaats .

De “plakploeg” van Sint-Pietersveld toog weer aan het werk , de bengels togen weer hun vaders achterna …

Of dit de oorzaak was dat het VNV , weer in alliantie en onder de naam “Vlaamsch Nationaal Blok” , een redelijke vooruitgang boekte (van 7,06% tot 7,92% of van 166.737 stemmen in 1936 naar 185.470) laat ik in het midden … Grammens , als onafhankelijke opgekomen samen met het Blok , werd in Antwerpen verkozen . De Nationalisten telden nu in de Kamer 17 zetels (in 1936 : 16) en in de Senaat 12 (in 1936 : 9) .

(*) De regering benoemde een aantal leden in de pas opgerichte “Koninklijke Vlaamsche Academie voor Geneeskunde van België” . Onder hen dokter en gewezen professor Adriaan Martens (1885-1968) , een destijds ter dood veroordeelde activist . De Liberalen openden een heftige kampagne hiertegen en eisten zijn ontslag , wat eerste minister Paul Henri Spaak (1899-1972 ) weigerde . De regering behield het vertrouwen , zij het slechts met 2 stemmen , dank zij de Vlaams-Nationale oppositie . De Liberalen gaven niet op en eisten het ontslag van Martens en de liberale ministers . ‘s Anderendaags diende Spaak het collectieve ontslag in van zijn kabinet . Zelfs de “gematigd Vlaamsgezinden” onder leiding van Frans Van Cauwelaert en Camille Huysmans reageerden verontwaardigd op de Waalse bemoeienissen met deze uitsluitend Vlaamse aangelegenheid . Gevolg : een hevige regeringscrisis en vervroegde verkiezingen . De Waalse en Brusselse behaalden een groot succes . En Martens … hij nam de dag van de verkiezingen ontslag … hij had zijn rol gespeeld …

martensadriaan.gif spaakpaulhenri.jpg scannen0004lz3.jpg huysmanscamille.jpg

Op het einde van de 30-er jaren leek het VNV meer ontwikkeld naat een authoritaire beweging , met een meer gedisciplineerd optreden en een strakke uniformiteit , alhoewel ze in dat opzicht niet kon (wilde ?) wedijveren met andere organisaties als bijvoorbeeld het Verdinaso . In werkelijkheid was dit niet het geval . In tal van plaatselijke afdelingen was het authoritaire beginsel maar een oppervlakkig vernisje en volgde men in de lokale politiek soms een andere dan de officiële VNV-koers . Zoals bijvoorbeeld in Aalst , waar in 1937 een college van Burgemeester en Schepenen werd gevormd uit de vier partijen , en zoals in de Provincieraden van Anrwerpen en Oost-Vlaanderen , waar het VNV reeds jaren samenwerkte met de Katholieken .

Borginon betoogde dat er wellicht meer te vrezen viel van Duitsland dan van Frankrijk , Romsée wees in de Kamer het antisemitisme onomwonden van de hand , maar waarschuwde wel tegen massale inwijking van vreemdelingen , De Clercq hamerde herhaaldelijk op een politiek van neutraliteit en veel minder op het gevaar dat van Franse zijde zou dreigen , de bezetting van Bohemen en Moravië werd scherp afgekeurd .

borginon.gif romsee.gif 180pxstafdeclercqrt5.jpg wardhermans.jpg reimondtollenaere.jpg

Weliswaar staken Ward Hermans (1897-1992) en Reimond Tollenaere (1909-1942) hun nazi-gezindheid niet onder stoelen of banken , maar ze konden echter moeilijk als DE represantanten van het VNV gelden . Een grote middengroep stond enerzijds met een zekere sympathie tegenover het nationaal-socialisme , dat een wedergeboorte van Duitsland leek bewerkstelligd te hebben , maar werd anderzijds weer afgestoten door de excessen van het nazi-regime als de jodenvervolging en de kerkpolitiek .

Wij kunnen dit hoofdstuk niet beter afsluiten dan met de commentaar in De Standaard van 27 mei 1938 naar aanleiding van de VNV-landdag :

“Deze landdag levert het bewijs , dat het VNV in Vlaanderen aan het uitgroeien is tot een macht , die de Vlamingen en op gans bijzondere wijze de katholieke Vlamingen tot grondig nadenken moet stemmen . Het VNV spreekt in zake Vlaamsche belangen een taal , die veel dieper weerklank vindt in een Vlaamsch gemoed en steeds beter de daarop afgestemde snaar doet trillen dan de taal van eenig andere politieke groepeering in Vlaanderen .” (prof Richard Van Cauteren)

lavieca1939.jpg

Het gezin LaVie op het einde van die moeilijke periode en aan de vooravond van een nog moelijkere …

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 7 - DEEL VII: DE JAREN VAN RAMPSPOED: van ca. 1940 tot ca. 1944

Op 1 september 1939 vielen Duitsland en Rusland -Hitler en Stalin hadden onderling een niet-aanvalspact voor 20 jaar afgesloten (dat de geschiedenis zou ingaan als het Molotov-Ribbentrop pact)- Polen langs 2 verschillende zijden binnen . Groot-Brittanië en Frankrijk , die Polen vredesgaranties hadden gegeven , verklaarden hen de oorlog . Wereldoorlog II was een feit . België en vele andere landen trachtten hun neutraliteitspolitiek zo lang mogelijk vol te houden .

300px_MolotovRibbentropStalin.jpg23.08.1939: Ondertekening van het Molotov-Ribbentrop pact. Duits Minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop staat achter Molotov die tekent. Jozef Stalin glimlacht op de achtergrond rechts van hem.

Dat de productiviteit ten huize Lauwereins-Vienne niet te zeer te lijden had van deze bizarre omstandigheden werd bewezen door de geboorte van hun 10de spruit, een flinke zoon, te Beernem in het moederhuis op 10 februari 1940. Ze noemden hem Hugo , voluit Hugo Pierre Maria :

Hugo : naar Hugo Verriest (1840-1922) de priester-dichter die de voornaamste leerling van Guido Gezelle was en de voornaamste leraar van Albrecht Rodenbach en die één van de vele “koppen” was in de reeks “Vlaamsche Koppen”, getekende portretten van vlamingen die in vele vlaamse families verspreid waren en duchtig nagetekend werden (in vierkantjes onderverdeeld, ge weet wel). Zo ook bij ons.

Pierre : naar zijn peter nonkel Pierre Naessens (de echtgenoot van vaders zuster, tante Lea Derouf) en

Maria : naar zijn meter, die men zocht en vond in eigen midden, de beschikbare tantes waren immers zo goed als uitgeput. Het werd onze Maria , nog geen 14 jaar oud , de oudste van de bende en uiteraard zo fier als een pauw met die vererende opdracht …

En …. Hugo leed niet aan de inmiddels zo gevreesde blauwziekte…. wat het geluk compleet maakte…

hugoverriest02edited.jpg naessensxderoufedited.jpg lavieca1939edited.jpg

Op 10 mei 1940 viel Duitsland België binnen (en ook enkele andere landen als Nederland en Luxemburg) met het doel zo snel mogelijk Frankrijk te bereiken. De oorlog was ook voor ons begonnen.De Belgische Veiligheid hield onmiddellijk een aantal “verdachte” Vlamingen aan, maar ook vreemdelingen (men spreekt van minstens 6.000 personen, waaronder 2.000 Belgen) en bracht die over naar Frankrijk en in mindere mate naar Engeland. Onder hen August Borms, Georges (Joris) Van Severen, Staf De Clercq (die na protest vrijgelaten werd), Tollenaere, Hermans, Degrelle, de communist Grippa, enz. (*)Het Belgisch leger hield het 18 dagen vol en op 28 mei tekende Koning Leopold III, die ter plaatse was gebleven, de capitulatie – zeer tegen de zin van zijn inmiddels naar Frankrijk en Engeland uitgeweken (of gevluchtte…) ministers. (**)België was bezet gebied geworden.

De dag daarop, 29 mei 1940, zou het eerste oorlogsdrama voor onze familie volgen.Bomalarmen hadden ons gezin, en de andere Veldenaars, genoopt in allerijl te gaan schuilen in de vochtige en tochtige kelders van de kapel van ’t Gesticht …

Hugootje , amper 3 maanden oud, deed daarbij een ernstige longontsteking op… en de medische wetenschap, de beschikbare medicamenten en zorgen in die tijd en op dat moment… enfin.De dag na de capitulatie overleed het ventje… vader, moeder, zijn meter en 6 andere broertjes en zusjes ontroostbaar achterlatend.

lavie16qh7.jpgHugo Verriest, Nonkel Pierre en Maria

En Lutje, die weer even Lut geweest was , werd ten vierde male… Lutje.

(*) De meesten van hen werden korte tijd later door de … Duitsers bevrijd en konden naar het inmiddels bezette België terugkeren . Niet Joris Van Severen echter . Joris Van Severen , die eigenlijk Georges heette en een Franse opvoeding had genoten , was inmiddels in “belgicistische” richting geëvolueerd . Zijn aanhouding was dan ook min of meer een verrassing en geschiedde ondanks de tussenkomst van de Waalse senator P. Nothomb . Hij werd in Abbéville bij een wilde schietpartij door , vermoedelijk dronken , Franse soldaten neergeschoten .

(**) 'Die eerste dagen na de inval gebeurden er nog rare dingen … Vermoedelijk via de radio riep “de overheid ” (= de al of niet gevluchte Ministers , of het Ministerie van Landsverdediging , of welke Gezagsdragers dan ook …) alle valide mannen tussen 16 (of 18 ?) en 35 (of 45 ?) jaar oud , en die niet gemobiliseerd waren , op zich naar Frankrijk te begeven om , in geval van nood , een soort reserveleger te vormen .''''Vader vertrok per fiets ergens naar Frans-Vlaanderen , vermoedelijk in ‘t gezelschap van Achiel Vercruysse , magazijnier aan ‘t Gesticht . Zo vertrokken verschillende groepjes van overal ten lande . Onderweg werden dat groepen . Voor jonge kerels was dat prettig natuurlijk : overal waar ze kwamen werden ze als toekomstige helden ontvangen , met drank , voedsel en meisjes . Alles verliep echter in de grootst mogelijke en uiterst zinloze chaos . Vader , die zijn gezin had moeten achterlaten , en vele anderen , maakte dan ook snel rechtsomkeer en was enkele dagen later al terug thuis , zonder ooit Frankrijk bereikt te hebben .''''Achiel Vercruysse geraakte wel in Neuilly-Höpital (nabij Abbéville) . De Duitsers , ook geen onnozelaars , voerden enkele bombardementen uit in Noord-Frankrijk . Bij één ervan , op 20 mei 1940, zou Achiel Vercruysse sneuvelen .''''Het fijne van deze oorlogsfeiten is bij mijn weten nog nooit ernstig onderzocht , alhoewel er duizenden en duizenden personen moeten bij betrokken geweest zijn . Misschien omdat er voor niemand van “die overheid” achteraf veel pluimen te halen waren ? …'

achielvercruyssen.jpg

Intussen waren de “moedige” Aspeslaghs naar Engeland gevlucht , zoals ze al in ’14-’18 gedaan hadden . Vermoedelijk weer naar Yeovil . Wie daar allemaal bij waren ? Alleszins Pépé , Mémé , Tante Lea (Naessens-Derouf) en zoontje Marcel . En vermoedelijk ook Nonkel Jan en Tante Manda (Deley-Derouf) , met hun kinderen Yvan , die door Nonkel Jan erkend was , Lea , Monique en Jean , wat zou betekenen dat hun jongste kinderen Leo en Gerda in Engeland geboren werden . Wie er zeker niet bij was was Nonkel Pierre (Naessens) , de echtgenoot van Tante Lea . Hij zou te laat op de afspraak geweest zijn bij hun vertrek met de laatste boot … waar of niet waar ? … het zou alleszins niet de eerste keer geweest zijn dat ze iemand achterlieten … is ‘t niet waar , Vake …

Dat Nonkel Pierre niet mee was , was eigenlijk een geluk voor ons gezin . Als vislosser aan de vismijn kon hij ons immers meerdere keren een vatje haring bezorgen tijdens de oorlogsjaren .

Natuurlijk waren de Aspeslaghs niet de enigen die op de vlucht waren … zij verkeerden zelfs in goed gezelschap … Uit de Bisschoppelijke Omzendbrief van 31 mei 1940 (*) vernemen we immers dat “de laatste vier (ministers,nota van mij) het Belgisch grondgebied den 25 Mei verlaten hadden”

mei1910002.jpg

Uittreksel uit de Bisschoppelijke omzendbrief van 31 Mei 1940 , ondertekend J.E. Van Roey. Aartsbisschop van MechelenDie Bisschoppelijke omzendbrief getuigt in feite eveneens van de gevoelens van de achtergebleven bevolking , die in den beginne niet ant-Duits was . Het Duitse leger gedroeg zich immers vrij correct bij de inval , in tegenstelling tot de terugtrekkende troepen van de geallieerden , die plunderend optraden . Daarenboven werd de Koning om zijn houding geprezen als Redder van vele levens en werden de gevluchte ministers geminacht .

De gematigde pro-Duitse houding zou slechts na de zomer geleidelijk aan veranderen , bij de eerste tekenen van voedseltekort .

(*) Deze omzendbrief is één verdediging van en lofzang op de houding van Leopold III bij het begin van deze oorlog , en is eigenlijk de weerslag van wat het gewone volk toen dacht en voelde . Het verklaart zonder twijfel mede waarom Vlaanderen , en vooral het katholieke Vlaanderen , zo Leopoldistisch gezind was tijdens de fameuze “koningskwestie” in de jaren 1950-’51 .

België vormde van 1 juni 1940 tot 13 juli 1944 een administratief geheel met de twee Franse departementen Nord en Pas de Calais . Dit geheel werd geleid door een militair bestuur , de Militärverwaltung , onder het bevel van Generaal Alexander von Falkenhausen . Dit bestuur was onderverdeeld in een militair orgaan , de Kommandostab bevoegd voor de bezettingstroepen (ook de Feldgendarmerie,Hafenpolizei,Geheime Feldpolizei,enz.) , en een Verwaltungsstab onder bevel van Generaal Eggert Reeder , de adjunct van von Falkenhausen , bevoegd voor het politieke leven , het economisch leven en de burgerlijke administratie .

Het gebied werd verdeeld in 5 gebieden , Oberfeldkommandanturen (OFK) , die telkens een Kommandostab en een Verwaltungsstab hadden . Die OFK‘s waren verder onderverdeeld in Feldkommandanturen (10 in België) , die verder onderverdeeld waren in Ortskommandanturen (lokaal vlak) , soms ook Kreiskommandanturen (KK) .

De Duitsers lieten het bestuur van het land grotendeels over aan de Secretarissen-Generaal (*) , die na de vlucht van de Regering Pierlot op 16 mei 1940 ministeriële bevoegdheden hadden gekregen , uiteraard onder zware controle van de Verwaltungsstab , i.c. Eggert. Reeder .

Op 2 juni 1940 werd de Ortskommandantur van Tielt opgericht onder leiding van majoor Spiritus . Ze omvatte de gemeenten Wingene , Zwevezele , Koolskamp , Egem , Schuiferskapelle , Ruiselede , Kanegem , Pittem , Meulebeke , Aarsele , Dentergem , Sint-Baafs-Vijve , Wielsbeke en Ooigem .

180pxbundesarchivbild14.jpg eggertreeder.jpglinks generaal von Falkenhausen, rechts generaal Eggert Reeder

(*) Het Comité van de secretarissen-generaal was de hoogste Belgische bestuurlijke macht tijdens de Duitse militaire bezetting tussen juni 1940 en juli 1944. Het werd ingesteld door de wet van 10 mei 1940 betreffende overdracht van bevoegdheid in oorlogstijd. De secretarissen-generaal sloten op 12 juni 1940 een samenwerkingsprotocol af met het militaire bestuur. Omdat de ministers het land hadden verlaten om vanuit Londen als een regering in ballingschap te functioneren, werden hun bevoegdheden bij wet van 10 mei 1940 overgedragen aan de secretarissen-generaal van de ministeries. Het bestuur van de secretarissen-generaal gebeurde met goedkeuring van de Militärverwaltung, die op 12 juni 1940 daartoe een protocol met hen afsloot. De ambtenaren verbonden zich ertoe de Duitse verordeningen als Belgische wetten uit te voeren. De Duitsers beloofden om hen de nodige autonomie te geven bij het bestuur en hun nationale gevoelens te eerbiedigen. In de praktijk konden de secretarissen-generaal echter geen wettelijke voorschriften uitvaardigen zonder voorafgaande goedkeuring door de Duitsers (uit Wikipedia) . De belangrijkste en bekendste waren Victor Leemans , bevoegd voor Economische Zaken en Middenstand , Emiel De Winter , Landbouw en Voedselvoorziening , Gerard Romsée , Binnenlandse Zaken -zie foto’s- en Oscar Plisnier , Financiën .

victorleemansedited.jpg mei1910edited.jpg romsee.gif

September 1941 zou een belangrijke maand worden in het gezin LaVie …

verpleegstersschool001.jpg

schoolrapportmaria001.jpg

Maria had in juni het 8ste studiejaar beëindigt bij zuster Alexia op Sinte Pier , en verder ging ‘t schooltje niet . Ze wilde verpleegster worden , maar daar moest ge 17 jaar voor zijn , en ze was den 2de september net 15 geworden . Dus , eerst lagere middelbare op internaat in Ruiselede , bij de Zusters van O.L.Vrouw der VII Weeën , en direct in het 2de middelbare . Lydie , die het 7de studiejaar uit had , ging mee , in dezelfde klas als Maria . En ze deden het daar meer dan behoorlijk . Normaal eigenlijk , ‘t schooltje van ‘t Veld had immers een behoorlijk niveau en ‘t waren 2 verstandige meiskes .

scoolkosten.jpg

Een afrekening voor het 2de termijn 1941-’42 “vervallende te Pasen” leert ons dat dit 3.355,60 frs. kostte . Hoe Vader en Moeder dit in de toekomst met al die kinders zouden kunnen volhouden is een rethorische vraag die nooit beantwoord zal worden …

En dan kwam die fameuze 11 september …

Die dag trouwde Koning Leopold III kerkelijk met Lilian Baels , dochter van de vooroorloogse Westvlaamse provinciegouverneur Hendrik Baels . Ten minste , dat liet Kardinaal Van Roey in alle kerken voorlezen op … 7 december 1941 , er aan toevoegend dat ze op 6 december burgerlijk gehuwd waren . Eigenaardig toch … eerst kerkelijk en pas daarna burgerlijk huwen … Toen echter op 18 juli 1942 prins Alexander geboren werd begreep iedereen het één en ‘t ander …

Enfin , het huwelijk met Lilian zou later mede bijdragen tot de “koningskwestie” en de afhandeling ervan in de 50-er jaren van de vorige eeuw …

leopoldetlilian.jpg

De belangrijkste gebeurtenis van die 11de september 1941 was echter , althans voor het gezin Lauwereins-Vienne , de geboorte van numero 11: Ludwig .

Ikke2.jpg Ikke3.jpg Ikke1.jpg

Ludwig , volgens Moeke 5,5 kg zwaar , heette voluit Ludwig , we zullen maar zeggen naar de grote Germaanse musicus met de Vlaamse roots Ludwig van Beethoven , Petrus naar zijn peter nonkel Pierre Naessens , de echtgenoot van Vake’s (half)zuster tante Lea Derouf (die zonder hem in Engeland zat) , Madelein , naar zijn meter tante Madeleine Charle , vrouw van Moeke’s jongste broer nonkel Gabriël Vienne .

Ludwitje was zeker niet de mooiste van de bende . Hij had een behoorlijk dikke kop en kleine “chinese” voetjes met een hoge wreef . Voor alle veiligheid mat men zijn kop zelfs na . “Kop en konte” noemt men zo’n model in Oostende . Bref , Ludwig was misschien wel de intelligentste van den hoop (intelligent is geen synoniem van slim hé …) . Hij had alleszins de grote verdienste dat … hij in leven bleef … Eindelijk , na 3 treurige sterftes … Een wonder vonden zijn Vake en Moeke en zijn talrijke zussen en broers het , en zo werd het ventje aanvankelijk ook behandeld …

En Lutje … werd definitief Lut …

P.S. Onze Rudi , die toen nog niet geboren was , zou er jaren later nog het volgende aan toevoegen :Als kind was zijn voornaamste kenmerk een grote mond : hij vroeg aan St Niklaas een revolver om de sm…lappen dood te schieten die het slecht voorhadden met zijn vader.Deze laatste uitspraak leverde hem een levenslange voorkeursbehandeling op van zijn vader.Commercant was hij ook al als kleine kerel, zijn echte meter en peter brachten met nieuwjaar niet genoeg op en hij koos een nieuwe lapmeter en een nieuwe lappeter, zijn oudste zus Maria en zijn broer Guido.

Jozef’s ongeluk

scannen0002pr3.jpg

Begin september 1942 was het de beurt aan Jozef om zijn kinderjaren af te sluiten .Hij die priester zou worden werd intern in het Sint-Jozefscollege te Tielt , en zoals zijn zusters , ineens in het tweede middelbare . Nog andere Veldenaars , zoals Roland Verhoustrate , waren intern in het college . In het week-end kwamen zij met de fiets naar huis .

Zondagavond 11 october 1942 vertrok hij terug naar het college , voor de laatste maal…Hierna het relaas van onze Lydie , toen 15 jaar , over de laatste dagen . Neergepend in februari 2005 blijft het in haar herinneringen alsof het gisteren gebeurde…

“Oktober 1942Die zondag in de vooravond vertrok Jozef , zoals gewoonlijk , met de fiets naar het college van Tielt . Samen met twee andere jongens waarbij Roland Verhoustraete. Achteraf bleek dat Jozef nog gezegd had tegen Roland : zeg niet tegen vader en moeder dat ik keelpijn heb , anders mag ik niet naar school .Jozef is doodziek aangekomen in ‘t college en moest direct het bed in . De maandag moest hij het bed houden en lag de hele dag alleen , zonder controle of verzorging . Tussen 18 en 20 uur die avond is het gebeurd . In een vlaag van ijlkoorts is hij opgestaan , op zoek naar drinken . Hij dacht door een deur te stappen maar stapte door het venster van de slaapzaal op de 3de verdieping . De frisse buitenlucht bracht hem bij bewustzijn en hij besefte onmiddellijk dat hij door het venster gestapt was en niet door de deur . Hij greep een telefoonkabel vast die ongelukkig eindigde op 7 meter van de grond . Toen is hij gevallen…

Resultaat : een gebroken kin en de twee dijbenen gebroken . De benen staken er door en raakten de grond .Pas toen , rond 20 uur , de anderen op de slaapzaal kwamen werd Jozef vermist . Ze vonden hem op de binnenplaats , kreunend van pijn . Hij werd onmiddellijk naar het hospitaal gebracht en geopereerd .’s Anderendaags, rond de middag , verscheen bij ons thuis een geestelijke van het college om het vreselijke nieuws te melden . Hij insinueerde toen al van vermoedelijk slaapwandelen . Onze ouders waren erg geschokt en vonden het ondenkbaar . Ze zijn overhaast , per fiets , naar Tielt gereden . Jozef was volledig bij bewustzijn en is nooit in coma geweest . Hij heeft alles zelf verteld ; dat hij op zoek was naar drinken , dat hij die telefoondraad gegrepen heeft wist hij ook .

Jozef’s dood

scannen0001qb3.jpg

En Lydie vervolgt…

Zijn toestand verergerde zienderogen . Er was nog geen antibiotica. De gebroken beenderen hadden te lang op de grond gelegen en konden niet genoeg ontsmet worden.Jozef is die vrijdag overleden ten gevolge van zware infectie.Ik was erbij toen hij stierf. Zijn laatste woorden waren : Vake, Moeke, als ik geen pastoor kan worden moogt ge niet kwaad zijn…De geestelijken van het college hebben een ongeloofwaardige, hypocriete rol gespeeld in de hele zaak. Onze ouders waren doorbrave, christelijke mensen. Veel te goedgelovig zijn ze er in getrapt.

Het college zou alles regelen. Dat hebben ze ook gedaan. Om te beginnen het verhaal de wereld ingestuurd dat Jozef als slaapwandelaar door het venster gestapt was. Er is geen aanklacht geweest, geen onderzoek, geen proces.

Een jaar later werden vader en moeder uitgenodigd voor een etentje. Daar kregen ze te horen dat de zaak verjaard was en dus gesloten.De jezuieten hebben hun slag thuis gehaald en van verzekering was geen sprake meer.Verdriet en onmacht bleven over.Jozef was een levenslustige knaap , soms een echte kapoen. Zijn kinderdroom was priester worden. Het liefste wat hij deed was de “mis” lezen voor zijn zussen en broers. Sinterklaas bracht hem ooit een echte kazuifel en misgerief.Hij was een ernstige student en ging heel graag naar school.Het verlies van Jozef liep als een Rode Draad door ons verdere leven , zeker dat van onze ouders.

Tot zover het relaas van onze Lydie.

Dinsdag 20 october werd hij onder massale belangstelling begraven op het kerkhof van Sint Pietersveld .Vader en Moeder hebben dit drama nooit volledig verteerd . Met Vake moest je er niet over praten en Moeke , die mij op mijn vraag alles vertelde van vroeger , ook over de drie broertjes , zei telkens na 2 minuutjes als het over Jozef ging “Ludwig , vraag wat anders jongen , Jozef…dat doet veel te zeer …”

De nu 74-jarige uit Tielt afkomstige Paul Vervenne deed in mei jl. (2010) een trip naar zijn geboortestreek en kwam daarbij op het kerkhofje van Sint-Pietersveld terecht . Hij nam daar onderstaande foto … en de herinneringen welden in hem op …

meiuitstap001.jpg

En hij schrijft :

Ik ben geboren in Tielt, 1936.Twee van mijn ooms zaten in het collegein de jaren 1940, ikzelf ben van de retorica 1955.Gillis Coucke was destijds de surveillant van de internen onder principaalOdile Verbeke.

Paul , die nu in Moen (Zwevegem) woont , verduidelijkt :

Drie familieleden van mij hebben er destijds over gesproken:1) Gillis Coucke, vanaf 1940 surveillant der internen in het Tieltscollege. In feite DE kroongetuige geweest. Hij was dertien jaarlang in Tielt en zat in 1934 in retorica. Hij is overleden in 1966.2) Gabriël Verkest , retorica 1944, thans pater in Affligem.3) Michel Bossaert, (+2002) seminarist in 1942, goed bevriend metGillis Coucke. Hij was een broer van mijn moeder.Pater G. Verkest gelooft niet in enig misdadig opzet, maar spreektvan een ongeval, waarbij de collegeverantwoordelijken hebbengepoogd de oorzaak uitsluitend te leggen op de ziekelijke toestandvan het slachtoffer.Volgens Verkest is nalatigheid in hoofde van desurveillant Coucke wellicht duidelijk gebleken, maar toegedekt.

Paul was duidelijk van jongsaf aan als het ware gebiologeerd door de dramatische gebeurtenissen en schreef er zelfs een gefingeerd verhaal over , met de bedoeling het “schuldig verzuim” aan te tonen . Hij veranderde de namen van de personages en vertelt :

Het verhaal “Schuldig verzuim” is gebaseerd op gebeurtenissenuit 1942, die aangehaald worden in het boek “Het Tieltse 1940-45″,bladzijde 233.Op het internet zijn artikelen te vinden van de familie Lauwereinswaarbij de gebeurtenissen van october 1942 worden beschreven.Mijn verhaal “Schuldig verzuim” is nooit gepubliceerd, omdat ikvrees dat familieleden van Jozef zouden kunnen bezwaar hebben.

Uit het verhaal van Paul blijkt duidelijk dat de verantwoordelijken alles gedaan hebben behalve hun “surveillance-opdracht” t.o.v. onze Jozef behoorlijk vervuld . En dat hun bezorgheid voor de naam en de faam van het college , dat vele priesters voortbracht , oneindig veel groter was dan hun bezorgdheid voor de zieke en voor de kapot-van-verdriet-zijnde ouders … meer zelfs , met de verzekering hebben ze Vader en Moeder schaamteloos bedrogen , en dit uit zuiver eigenbelang … Het verhaal van Paul eindigt dan ook als volgt :Het schooljaar verliep verder zonder veel strubbelingen en de achterklap over het ongeval verging zoals de mist in de bergen. Principaal … was op zekere dag wel benoemd tot pastoor van … . Bij zijn afscheidsmaal meende hij ook de ouders van de overleden leerling te moeten uitnodigen. Op hun navraag antwoordde de gewezen principaal: “De zaak is verjaard”.

Dat de principaal van het college , Odile Verbeke , na “de feiten” een anfere functie kreeg in het Bisdom wisten we , dacht ik … of niet ? Wie de jonge surveillant der internen , Gillis Coucke , was en wat er van hem gewerd , weten we niet . Naar mijn gevoel een tragisch figuur , die alleszins op de verkeerde plaats en op de verkeerde moment zat , en een fout maakte die fataal werd , fout die we kunnen bestempelen als “schuldig verzuim” . Paul weet meer over Gillis Coucke en vertelt er het volgende over :

Gillis Coucke komt uit een geslacht van hereboeren.Hij was één, de jongste, van de tien kinderen Coucke.Na zijn humaniora in het Tielts college, trok hij naar het seminarie.Twee maanden na de capitulatie van het Belgisch leger, werdGillis priester gewijd. Kort daarop ontving hij zijn benoemingvan surveillant aan het St jozefscollege te Tielt. “Het was eenhondenleven” beweerde hij; hij werd “de parachutist” genoemdomdat hij zo plots kon opduiken waar er iets buiten het reglementwerd uitgespookt… Na de oorlog was hij zes maanden legeraalmoezenierin Duitsland en dan keerde hij terug naar het college. In 1953 werd hijkapelaan te Koksijde en nadien in 1955 werd hij verplaatst naar Kortrijk alsgodsdienstleraar aan het Koninklijk Lyceum en van 1960 tot 1966 in hetProvinciaal Technisch Instituut. Zijn grote hobby was het Alpinisme enhij verwierf een brevet van berggids.Maandenlang heeft hij gevochten tegen de leukemie die hem zou vellenop 6 April 1966, 50 jaar oud.Begin van de jaren 50 heb ik hem gekend als surveillant der internen entevens leraar Duits in de lagere Humaniora-klassen. Langs moederszijde (D’Hulst uit Wevelgem) was hij familie van de Vervennes. Zijn oudstebroer, Paul, is Scheutist-missionaris geweest in de China-Missie.Eén van zijn neven, Paul Coucke is mijn klasgenoot geweest van 1950 tot 1955.

fotos002gillis.jpg

In mei van dit jaar stuurde Paul volgende mail naar Luc Neyt , auteur van het het vorig jaar verschenen college-gedenkboek (het collegeaechief ligt in de dekenij te Tielt) (*) :

“Graag had ik precies vernomen wat er exact geschrevenstaat in de collegearchieven nopens de dood van Jozef Lauwereinsin october 1942 onder principaal Odile Verbeke en surveillant GillisCoucke, (bewaker der internen).Ik heb namelijk een relaas met fictieve namen geschreven over dit gebeurenen Ludwig Lauwereins, broer van Jozef, is zeer geïnteresseerd in die zaak.”

De autoriteiten die in het verloop van mijn verhaal optreden, zijn door mijgrotendeels aangewend als middel om het geheel een logische structuurte geven en om het “schuldig verzuim” zinvol te situeren. Het komt hieropneer: had men op tijd en stond doktershulp ingeroepen dan kon de noodlottigeval wellicht vermeden zijn.

En hij ontving op 21 mei het volgend antwoord :

Beste,In de archieven van het college is daarover niets te lezen, geen enkel document verwijst naar hetgeen je vraagt. Buiten de palmaressen, leerlingenlijsten, foto’s, tijdschriften, aanwezigheidslijsten en dergelijke zaken, bestaat er geen kroniek over allerhande gebeurtenissen in het college. Er zijn bv wel films over de sportgebeurtenissen in de jaren 50, maar affiches of verslagen over deze gebeurtenissen bestaan niet.Misschien zou je over deze zaak iets kunnen vinden in de pers. Maar ik vermoed dat plaatselijke pers ‘De Gazette van Thielt’ ophield te bestaan en de Zondag nog niet verscheen. Of kun je iets vinden in de kranten van die tijd?Het zijn maar voorstellen om u verder te helpen bij uw speurwerk naar een antwoord.Met vriendelijke groetenLuc

TOEN was de Kerkelijke Hiërarchie klaarblijkelijk bekwamer dan nu in het niet-bijhouden van voor hen bezwarende documenten … Bende HYPOCRIETEN !

Dat Vake , na al zijn ervaringen , zo overtuigd gelovig bleef , en zo respectvol voor de bedienaars … met dit laatste had Moeke duidelijk meer last …

(*) Luc Neyt is een gepensioneerd leraar en voorzitter van de Tieltse afdeling van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde . Over dat herdenkingsboek “pleegde ik eerder een itemke op de koffiehoek onder de titel “Sint-Jozefscollege Tielt” zie 13.1.2009

De kers op de taart.

Scannen0003.jpg

…Maar het leven gaat verder en, verdriet of niet , er bleven er zeven over die moesten verzorgd worden en gevoed in deze moeilijke oorlogsjaren , en…jawel een achtste, eigenlijk nummer 12 , was op komst.Moeke moet toch een sterke vrouw geweest zijn, want toen het drama gebeurde was zij ongeveer 2 maanden zwanger. Een nieuw leven zou het onnoemelijk leed van dat grote verdriet verzachten…En inderdaad in volle lente , de 27ste mei van het jaar 1943 , werd een prachtige blonde knaap geboren…onze Rudi . En vermits de nonkels en tantes zo goed als uitgeput waren, en onze Maria al eens aan de beurt geweest was (van Hugo) , werd onze Gabriël zijn Peter en onze Lydie zijn Meter. En vermits onze Jozef nog maar pas overleden was en uit de Hemel meekeek, heette mijn jongste broertje Rudi Gabriël Lydia Joseph Lauwereins.Was hij niet de sterkste van de bende , hij bleef toch leven . En hij was zeker de liefste en charmantste van allemaal en wellicht ook de mooiste . En hij werd de keppe van zijn moeder en het knappe sluitstuk van een prachtig gezin . Kortom de Kers op de taart .

Met Rudi werd ons gezin definitief, en tot heden ten dage, ingedeeld in de Kop (Maria zaliger en Lydie), het Midden (Gabriël, Guido, Godelieve, Lutgarde) en de Staart (Ludwig en Rudi).

Tijdens de oorlog bleef, pedagogisch gezien, alles zo goed mogelijk zijn gang gaan op ‘t Gesticht.

Er was een “Studiekring” die regelmatig (maandelijks? trimestrieel?) vergaderde op ‘t Gesticht, onder het voorzittersschap van Mortier,directeur van ‘t Gesticht. Waar die vergaderingen een nasleep kregen, bij Foulkes of in ‘t Hotel weet ik niet …

Drie verslagen zijn er mij overgeleverd:

- op 10 april 1942 hield Vader er een referaat over “De Aandacht” in al zijn aspecten, en de nood er aan tijdens het lesgeven.

Vader ontvangt felicitaties van de voorzitter voor zijn goede uiteenzetting, nadat enkele sectiehoofden(Verdonck,Verplanken) in hun repliek nodig moesten bewijzen dat zij ook “iets” van de theorie kenden …

10.4.1942.jpg

- op 3 maart 1943 geeft vader een “testles” in zijn klas over “Het verleden Deelwoord”, voorafgegaan door een samenzang van de leerlingen begeleid door een leerling accordeonist, en gevolgd door een rondgang gemaakt in de lokalen van zijn sectie.

3.3.1943.jpg

Een opmerking van Louis De Crem (vader van Jan,Rosa,Pier en nog iemand die ik vergeet, en grootvader van minister Pieter), hierin nadien bijgetreden door de directeur, dat Vader de neiging had zijn “West-Vlaemsch” dialect te laten doorschemeren, vind ik geheel ten onrechte … Vader sprak immers altijd Beschaafd Oostends, en in zijn lessen nog Beschaafder Oostends dan anders …

- op 30 juli 1943 hield Vader een voordracht, een “in memoriam”, over de pas overleden Broeder Ebergist, Broeder van Liefde en directeur van het Medisch-Pedagogische Instituut Sint-Jozef te Zwijnaarde.

zwyll_w.jpg

Broeder Ebergist werd op 19 mei 1887 als Gustaaf De Deyne geboren te Brugge en overleed op 6 mei 1943 te Zwijnaarde. Hij was de eerste die de verschillende gradaties van abnormale kinderen ontdekte, vóór hem beschouwde men deze wezens allemaal als krankzinnigen, en die van hen hield. Zijn werk en studies terzake waren en zijn van onschatbare waarde.

Vader vertelde nooit over zijn tijd bij de Broeders van Liefde (wij, zijn kinderen vernamen dit slechts, haast bij toeval, in de 70-er jaren van de vorige eeuw). Daarom is dit referaat zo belangrijk voor wie Vader beter wil kennen en begrijpen. Zijn bewondering voor Broeder Ebergist was groot, enorm groot. Beiden bezaten zij enkele gemeenschappelijke eigenschappen, zoals een groot christelijk geloof, liefde voor de zwakkeren, studielust en een enorme werkkracht. Het is, na lezing van dit referaat, mijn persoonlijke en innigste overtuiging dat deze Broeder de mentale begeleider van Vader was in zijn moeilijke periode in het Klooster en dat hij hem geholpen heeft de crisis te overwinnen. Dat Vader bij Broeder Ebergist de kennis opdeed over de “abnormalen” , kennis die hem later zou te pas komen bij zijn “nieuw beroep” na het einde van de oorlog, staat buiten kijf;

Pour la petite histoire: Broeder Ebergist is te vinden op onze stamboom. Hij was immers familie van … Moeke.

Vanaf begin 1944 begon de Oorlog stillekesaan ten einde te lopen … stillekesaan is wellicht een misplaatst woord in deze omstandigheden … want toekomstige verliezers leverden nog felle achterhoedegevechten en toekomstige overwinnaars begonnen aan een reeks wraakacties … Maar, alhoewel ik de Oorlog “beleefde” weet ik er niks van, buiten hetgeen ik er over gelezen heb en hetgeen Vader, Moeder, zusters,broers (buiten onze Zitte )er over verteld hebben …

Voor Vader en Moeder bleef het uiteraard een dagelijkse strijd om veiligheid en voldoende voedsel te vinden voor het grote gezin. Ik denk dat dit, vooral door de inventiviteit van Moeder, redelijk goed lukte. Moeder knoopte in die tijd nuttige relaties aan met mensen zoals de “boerinne van Kanegem” en de redelijk begoede familie Verbeke uit Tielt (denk ik), waar onze Lydie haar eerste jeugdliefde beleefde … En Nonkel Pierre , mijn Peter waarvan ik mij niet bewust ben hem ooit gezien te hebben, leverde al eens een tonneke haring af of een koekedoze vol verse vis . En Frans Lefevre, burgemeester van Tielt en goede kennis van de familie (zijn vader was immers ook aan’t Gesticht), zorgde er voor dat zijn bevolking met haring gezegend werd (wat hem later zuur zou opbreken, omdat dit volgens sommigen -die nochthans de vis in dank aanvaardden en opvraten- een bewijs was dat hij goed stond met de Duitsers), wel Frans liet ook al eens een tonneke achter aan de Zandvleuge … En voor Ludwig en Rudi kreeg het gezin extra melkzegels … .

De kinderen deelden in feite niet te zeer in die zorgen , buiten wellicht Maria en Lydie, die aan het einde van de oorlog ca. 18 jaar waren. Gabriël en Guido, maar ook Godelieve en Lutgarde, beleefden, de omstandigheden in acht genomen, een vrij normale puber-tijd, waarbij sommige gebeurtenissen -zoals het neerstorten van een vliegtuig- nog een extra attractie opleverden. En Ludwietje en Rudietje , die wisten helemaal van niks en werden zo mogelijk nog extra verwend.

Vanaf begin tot einde september 1944 werd het Land bevrijd (alhoewel er later nog opstoten waren zoals hetV-bombardement in Antwerpen en het Von Rundtstedt-offensief in de Ardennen) … de Gevluchte Regering kwam uit Engeland terug en nam de leiding van het Land weer in handen, de vooroorlogse burgemeesters en schepenen hernamen hun vroegere job en de Weerstand-brigades moesten duizende niewe aanvragen tot lidmaatschap verwerken …

En ergens in de bossen van Sint-Pietersveld vestigde zich een franstalige Canadese eenheid … Guido zal nog wel weten waar precies en welke eenheid, denk ik , of liever, daar ben ik zeker van …

Hoe dan ook, Vader, die met Gabriël en Guido een paar dagen in Beernem verbleef in het ouderlijk huis van Moeder om er tot rust te komen, besloot op 8 september 1944 aan de Universiteit van Brugge een cursus Belgicologie te volgen …

EN HIER EINDIGT MIJN VERHAAL ...

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

 8 - E P I L O O G

Over de Universitaire Periode van Vader heb ik een dikke farde documentatie … misschien schrijf ik dat verhaal ooit … misschien … want het is me nog te emotioneel … maar misschien is er ooit een afstammeling van LaVie die dat ooit in mijn plaats doet … misschien … dromen mag toch hé …

Bref, in 1946 verhuisde het gezin naar Antwerpen.

Vader stichtte er een instituut voor “Speciaal Onderwijs en Opvoeding”. ‘s Morgens onderwees hij abnormale kinderen, ‘s namiddags gaf hij Algemene Kennis aan de Vakschool voor Beenhouwers. ‘s Avonds gaf hij bijles aan normale kinderen,hierin bijgestaan door o.a. Robert Van de Weghe (Latijn) en onze Robert Steyaert (Wiskunde) (de latere echtgenoot van onze Lut). Moeder, één van die Sterke Moeders van Vlaanderen, leidde het grote gezin in goede banen. Een aantal jaren had zij, om den brode, enkele “logeurs” in huis. Haar zuster,Tante Maria (Vienne), leerde daardoor Nonkel Staf (Warreyn) kennen, en onze Lydie hield daar zelfs een echtgenoot, onze Pros, aan over.

Vake ging door met zijn Instituut tot 1964 of 1965, toen hij , om pensioenredenen, schoolhoofd werd aan het Jongenstehuis Don Bosco te Vremde. In 1968 ging hij, eindelijk, op pensioen.

Intussen waren de kinderen afgestudeerd,werkten zij, trouwden en zorgden zij voor 25 kleinkinderen, die op hun beurt meer dan 40 achterkleinkinderen verwekten en zelfs enkele achterachterkleinkinderen. Dat kunt ge, uiteraard , allemaal vinden en nakijken op onze stamboom.

Vader en Moeder leefden rustig en gelukkig verder … tot die onzalige dag in october van 1974. Vader kreeg een herseninfarct en beiden verhuisden naar De Regenboog in Zwijndrecht, een ouderlingentehuis.

Moeke overleed op 26 juni 1978, Vake op 30 mei 1981.

Ach, ge zijt me bei te gader

afgestorven, Moeder, Vader,

‘t geen me nu nog leedschap doet


Index